" Les Cloches de Corneville "

Juliette Simon-Girard de eerste Serpolette 1877.

" Les Cloches de Corneville "

Conchitta Gélabert de eerste Germaine 1877.

" Les Cloches de Corneville "

Simon Max de eerste Jean Grenicheux 1877.

Les Cloches de Corneville "

Ernest Vois, Conchitta Gélabert, Engel Milher, François-Louis Luco

" Les Cloches de Corneville "

Robert Planquette. (1848-1903)

Een opéra-comique in drie bedrijven en vier tonelen van Robert Planquette.

Libretto van Louis Clairville en Charles Gabet.

Inleiding.

Deze opera was Planquette's eerste avondvullende theaterwerk, alhoewel hij er later nog twaalf zou schrijven, evenaarde die werken nooit meer het succes van " Les Cloches de Corneville " die op slag het internationale podium veroverde.

Reeds in 1867 hadden de " Folies-Dramatiques een reeks Opéras-Bouffes en Comiques uitgevoerd van de belangrijke componisten Hervé en Charles Lecocq, men was dus op zoek naar een vervangstuk voor het werk " La fille de Madame Angot " omdat het succes van dit stuk begon te zakken aan belangstellening. Men viel op het werk " Les Cloches de Corneville " van Robert Planquette. Dit werk zou in 1877 in premiére gaan aan het  theater " Folies-Dramatiques ". Het werd door de critici met gemengde gevoelens ontvangen, maar het was een ware triomf bij het publiek. 

De actie vindt plaats in Corneville in Normandië aan het einde van de 17 de eeuw. Graaf de Corneville liet in het vooruitzicht van een lange afwezigheid  het beheer van zijn fortuin en eigendommen aan zijn boer Gaspard. Gaspard moet ook instaan voor de opvoeding van de dochter van de Graaf , Germaine. Terzelfdertijd krijgt hij ook de opdracht om voor een vondelinge te zorgen die Serpolette wordt genoemd. De oude gierige boer houdt voor de twee kinderen hun afkomst geheim door hun registratie documenten te vernietigen. Serpolette voedt hij op als een bediende en op Germaine heeft hij zelf een oogje. Zo probeert de vrekkige boer er voor te zorgen dat het fortuin hem ten goede komt. Alles wordt echter op de helling gezet als Henri naar Corneville terugkeerd zo'n 20 jaar later.

Dit werk is eigenlijk een opera-comique maar wordt in de huidige moderne tijd gezien als een operette. Te Gent is hij altijd opgevoerd als een opera-comique.

Rolverdeling.                     Stem.                           Eerste cast.

Serpolette, een vondeling ------------------ sopraan -------------------------- Juliette Simon-Girard

Germaine, burgravin ------------------------ sopraan ----------------------------- Conchitta Gélabert

Henri de Corneville -------------------------- bariton ---------------------------------------- Ernest Vois

Jean Grenicheux, een visser --------------- tenor ------------------------------------------- Simon Max

Gaspard, de gierige boer ------------------- bariton --------------------------------------- Engel Milher

De gerechtsdeurwaarder ------------------- bariton ------------------------------ François-Louis Luco

Tijd en plaats: einde 17 de eeuw te Corneville in Normandië.

Akt. 1

1° Toneel:  een bospad in de buurt van Corneville kasteel.

De gierige boer Gaspard is niet geliefd in het dorp, omdat hij streng is met zijn nichtje Germaine. Om het onderzoek dat door de gerechtsdeurwaarder wordt gevoerd te temperen, overtuigdt hij hem te trouwen met het meisje dat hij heeft beloofd te trouwen met de jonge visser Jean Grenicheux, omdat ze denkt dat hij haar enige tijd geleden van de verdrinkingsdood heeft gered. Serpolette, een vondeling die Gaspard heeft opgeleid tot een bediende is uitgegroeid tot een schoonheid, zij is in het geheim verliefd geworden op een vreemdeling die onlangs in Corneville is opgedoken. Op de markt stelt een nieuwkomer zich voor en toont heel veel interesse voor het kasteel. Germaine vertelt hem de legende van de kasteelklokken die zullen pas luiden als de markies de Corneville zal terug keren. De vreemdeling verkleed als zeekapitein die zich Henri noemt is in werkelijkheid de Markies de Corneville. Hij is terug gekomen om zijn landerijen en kasteel terug op te eisen.

2° Toneel: De markt in Corneville.

Op de markt kunnen de mensen twee keer per jaar huishoudelijk personeel of een koetsier inhuren. Germaine, Serpolett en Grenicheux nemen er allen aan deel in de hoop te ontsnappen aan de oude Gaspard.

De muzikale nummers van de Akt.1

1) Koor: " C'est le marché de Corneville "

2) Rondo: " Dans ma mystérieuse histoire " aria:  Serpolette.

3) Chanson du mousse: " Va, petit mousse " aria: Jean.

4) Duet: " Même sans consulter mon coeur " duet: Germaine  en Jean.

5) Aria: " Légende des cloches "." Nous avons hélas! Perdu d'excellents maîtres "Germaine+koor.

6) Rondo-wals : " J'ais fait trois fois le tour du monde " aria : Henri.

7) Finale: " Jeune fille , dis-mois ton nom " ensemble.

Akt. 2

3° Toneel: een kamer in het kasteel van Corneville.

Henri neemt zijn nieuwe bediende mee naar het kasteel en onthult er zijn ware identiteit. Hij probeert hen gerust te stellen over de ronddolende geesten, en kondigt aan dat hij het kasteel wil renoveren en heropenen. Ze vinder er documentnen die bewijzen dat Serpolette de dochter van de graaf Lucenay is. Henri voelt zich aangetrokken tot Germaine die vertelt waarom ze van plan is om met Grenicheux te trouwen. Henri realiseert zich dat dit de jonge vrouw is die hij ooit redde. 's Nachts  sluipt een bezoeker het kasteel binnen, het is Gaspard die goud komt halen uit de reservevaten van de Markies. Hij wordt echter betrapt door Henri en zijn compagnons die zich verstopt hebben achter harnassen , ze springen te voorschijn en luiden de klokken van het kasteel, de bedrieger wordt gevangen en geschokt wordt de oude man gek.

De muzikale nummers van Akt. 2

1) Koor: " A la lueur de ces flambeaux ".

2) Aria: " Ne parlez pas de mon courage " aria Germaine.

3) Aria: " Pristi, sapristi " lied van Serpolette.

4) Aria: " J'avais perdu la tête et ma perruque " lied van de gerechtsdeurwaarder.

5) Aria: " Sous des armures à leur taille " Henri + koor.

6) Duet: " C'est elle et son destin le giude " duet germaine + Henri.

7) Trio: " Vicomtesse et marquise " trio Serpolett + henri + koor (ensemble).

8) Finale: " C'est là, c'est là qu'ets la richesse " Gaspard, Grenicheux + koor.

Akt. 3

4°Toneel: in het park van het kasteel te Corneville.

Enige tijd later organiseert men op het kasteel een groot feest voor het hele dorp. Gaspard die zijn verstand heeft verloren doolt al zingend van groep naar groep. Serpolette wordt verondersteld de Vicontesse Lucenay  te zijn, omdat de pagina uit het geboorteregister  is verdwenen, waarin de geboorte van Serpolette en Germaine gestolen is door Gaspard. Jean maakt nu Serpolette openlijk het hof. Henri is nu verliefd geworden op Germaine Hoewel ze maar een dienaar is het huishouden. Henri beveelt  Grenicheux het geheim te onthullen zonder de naam van de redder prijs te geven. Germaine hoort echter hun gesprek. Henri vraagt nu Germaine om zijn vrouw te worden, maar ze mompelt dat een dienaar niet met een Markies kan trouwen. Gaspard die terug bij zijn zinnen komt , verklaart nu berouwvol dat zijn nichtje de echte vicomtesse de Lucenay is en Serpolette  een gewone zigeunerwees , zodad de Markies  met Germaine kan huwen. Henri vergeeft gaspard, Serpolette gaat nu trouwen met Grenicheux  , en alles eindigt met een happy end als nu de klokken van Corneville gaan luiden.

Muzikale nummers Akt. 3

1) Aria van de bedelaars: " Enfin, nous voilà transportés " aria- Gaspard.  

2) Koor: " Regardez donc quel équipage ".

3) Aria: " Qui, c'est moi, c'est Serpolette ". Lied van Serpolette.

4) Aria van de cider: " La pomme est un friut plein de sève " Serpolette + koor.

5) Rondo en wals: " Je regardais en l'air " aria Grenicheux.

6) Duet: " Une servante, que m'importe " duet Germaine + Henri.

7) Finale : " Pour le tresor que tu nous abandonnes " . 

Historische uitvoeringen.

In Parijs zocht men al een tijdje  een waardig tegenhanger theaterwerk voor " La fille de madame Angot " van Lecocq in 1872 groot succes te Brussel en Fontanier-Parisiennes te Parijs. Men vond dit in het werk van de jonge Planquette zijn " Les cloches de Corneville ". Voor deze nieuwe opera verzamelde Cantin een sterke cast. Zijn eerste sopraan eerste sopraan Conchita Gélabert, had zich juist teruggetrokken om zich aan haar privéleven te wijden, maar werd tijdelijk terug gehaald. Hij had juist de mogelijkheid de onlangs, aan het Parijse conservatorium de afgestudeerde 18 jarige Juliette Giard te recutreren, die de opdracht gretig aannam. De twee tenorrollen werden ingevuld door de toen populaire Simon Max en Ernest Vois. Zo ging  " Les Cloches de Corneville " in  première op 19 april 1877. Ondanks de matige kritiek van de toenmalige journalistiek, was dit werk voor het publiek een schot in de roos, er werden niet minder dan 500 voorstellingen voorzien, ze lieten de kassa rinkelen met 1,6 miljoen Frank, dit zou nu in de huidige tijd een 6.700.00 Euro betekenen. Het succes was dus duidelijk. De cast werd ook geprezen voor hun acteerwerk. Algauw liepen er ook producties buiten Frankrijk, in oktober al in Brussel aan de Munt. In 1878 was er al een vertaling in het Engels " The Bells of Normandy " voor de " Fifth Avenue Theatre " in New York, het liep ook in dat zelfde jaar in het " Victoria Theatre " in New York maar nu wel in originele Franse versie. Op 21 april in 1902 in Manhattan bij Hammerstein in het " Manhattan Operahouse ", ook in  1878 een productie geplant in Londen en op 28 februari in het " Folly Theatre " ook onder de oorspronkelijke titel. De eerst Berlijnse productie opende in maart 1878 in het " Friedrich-Wilhelm Städtischer Theater " en in dat zelfde jaar ook in september in het " Theater an der Wien. In Parijs volgde de ene na de andere voorstelling en na 10 jaar had men reeds de duizendste voorstelling. Dit werk bleef repertoire houden tot 1940 en tot 1960 in Frankrijk. In 1955 volgde zelfs een film met Huguette Boulangot als Germaine, Ernest Blanc als Henri, Jean Girandeau als Grenicheux, Colette Riedinger als Serpolette, André Balhan als de gerechtsdeurwaarder en Louis Musy als Gaspard, in 1973 kwam er een remake met Mady Mesplé, Bernard Sinclair, Charles Burles, Christiane Stutzmann, Jean Girandeau en Jean Chrisophe Benoit.

Ook in de lage landen was dit werk een kasstuk.  Reeds in 1877 te Brussel, maar ook te Gent een eerste voorstelling op 11 november 1877 met Didier als als Germaine, Justin als Serpolette, Leon Achard als Gaspard, het houdt er repertoire tot het speelseizoen 1977/78 in de Franse versie met Marie Laurence als Germaine, Claudine Landureau als Serpolette, Daniel Cassier als Henri, Ernest Demarche als Gaspard, Stany Bert als Grenicheux en Koen Crucke als de gerechtsdeurwaarder onder de leiding van Ledent. Dit was een jubileumvoorstelling voor Ernest Demarche zijn 40 jarige loopbaan. Intussen tel ik er ook 70 voorstellingen. Ik vind zelfs notas terug van een Franse voorstelling op 20 oktober 1907 aan de Minardschouwburg. Vanaf 29 oktober in het Nederlands in de " Nieuwe Cirque, en een eerste vertoning in het Nederlands op  31 augustus 1917 bij het Nederlands toneel en nog eens op 29 januari 1925 met Lousanne als Germaine, Van Wetter als Serpolette, Stevens als Gaspard . Ik heb niet gevonden hoeveel voorstellingen dit er waren.

Discogafie en Cinégrafie.

1) 1955 een eerste opname met Ernest Blanc, Huguette Boulangeaut, Louis Musy, Jean Girandeau, Colette Riedinger onder de leiding van Pierre Derveaux op Accord.

2) 1973 met Bernard Sinclair, Mady Mesplé, Jean Christophe Benoit, Charles Burles, Chistiane Sturtzmann aan de " Opéra-Comique onder Jean Doussard op Emi Classics 1973.

3) 1961 met Michel Dens, Jeanine Micheau, Pierre Germain, Michele Senéchal, Nicole Braissin, René Duclos onder Franc Pourcel op Emi Classics. 

Dit is heel eigenaardig ik vind heel weinig volledige opnamen terug van zo'n populair theaterwerk dat in alle grote operahuizen een enorm cucces was. Fragmenten genoeg en vooral één aria " J'ai fait trois fois le tour du monde " iedere bariton-Martin heeft blijkbaar de behoefte deze aria op zijn repertorium te hebben. Het geen terug te vinden is om te bekijken en te beluisteren op You Tube is van minderwaardige kwaliteit ofwel slecht gezongen door een amateurgezelschap, ofwel zijn de beelden slecht. Dit is dan  ook de rede dat ik hier geen voorbeelden plaats.

Het fragment hieronder gezongen door de Belgische bariton-Martin Armand Crabbé is grandioos gebracht en is voor mij een van de mooiste opnamen ooit (1928).

Armand Crabbé J'ai fait trois fois le tour du monde ". 1928

Armand Crabbé " ZINGT " hier de beroemdste aria uit " Les Cloches de Corneville " van Planquette . Opname van 1928.

  • Juliette Simon-Girard (1859-1954).

    Juliette Simon-Girard was een Franse sopraan geboren te Parijs op 8 mei 1859 en overleden te Nice in 1954. Haar vader Philippe Lockroy was een Franse acteur aan de " Comedie Française " en haar moeder Caroline Girard zong aan de " Opéra Comique ". Julliete Simon-Girard studeerde 1876 op 18 jarige leeftijd af aan het conservatorium van Parijs in de klas van Henri de Régnier. Ze debuteerde aan het " Théâtre des Folies-Dramatiques " in de rol van Carlinette in Offenbachs " St.-Lawrence " en reeds in 1877 op 19 april creëerde ze de rol van Serpolette in " les Cloches de Corneville " van Planquette . Ze trouwde met de toen beroemde tenor Simon Max op 19 jarige leeftijd en creëerde ze ook de titelrol in " Madame Favart " Van Offenbach, onder de leiding van de componist in 1879. Ze ontplooide zich tot één van de populairste artiesten in Parijs. Daar speelde ze nog 30 jaar op de stadspodia. Ze creëerde verder nog rollen in " les poupées de l'infante " (1881), " Fanfan La Tulipe " (1882). Ze werd ook gevraagd aan het " Theatre de Nouveautés " om de première van " La vie Mondaine " te spelen in 1883. Na haar terugkeer aan de " Folies-Dramatique " zong ze in 1885 de titelrol in " La Fauvette de temple ". Na met haar man de première te hebben gezongen van " La chatte blanche " aan het Théâtre du Chatelet op 2 april 1887, bracht ze een jaar door in België waar ze de première zong van " Ali-Baba " van de componist Lecocq. Maar in 1888 keerde ze reeds terug naar Parijs om aan het " Théâtre de la Gaîte " op te treden om er de herhalingen, van " La fille de Tambour-Major te spelen. Van 1888 tot 1899 zong ze ook nog aan " Folies-Dramatique ", Théâtre de Bouffes Parissiennes " en " Théâtre de Varietes ". In 1894 ontmoette ze haar tweede man Felix Huguenet tijdens hun optreden in " L'enlévement de la Toledad " . In 1899 zong ze ook de titelrol in " La Belle Hélène van Offenbach voor niet minder dan 500 voorstellingen. In 1903 maakte ze akoestische opnames van operette liederen uit operettes die ze altijd vertolkte zoals " Barbe-bleue, La Belle Hélène ", " Madam Favart ", " La jolie Parfumeuze "", " La Péricole " en La Grande-Duchesse " en ook fragmenten uit " Les Cloches de Corneville, deze opnamen zijn zeer zeldzaam geworden. Na haar pensioen in 1909 verdwijnt ze in de anonimiteit en sterft ze te Nice in 1954. Uit haar eerste huwelijk had ze een zoon Aimé Simon-Girard (1889-1950) die een Franse filmacteur werd. Hij speelde onder andere d'Artagnan in de stomme film van " Les trois Mousquetaires " in 1921. Hij speelde in 20 films tussen 1921 en 1948. Julliette had ook nog een dochter Mari-Louise Martin-Somin Girard geboren in 1879.

  • Conchita Gélabert (1857-1922)

    Maria Conchita Gélabert, geboren in 1857 in Madrid en overleden te Parijs in 1922. Zij was een lyrische sopraan en theateractrice van Spaanse afkomst, die haar volledige podiumloopbaan in Frankrijk bleef. Ze debuteerde aan de Opéra-Comique in 1876. In 1877 werd ze gevraagd aan de " Folies-Dramatique waar ze in 1877 de hoofdrol kreeg in " Les cloches de Corneville van Planquette. In het Théâtre de Galité zong ze in " Le Grand Mogol" , " Le Voyage de Suzette ", en in " La Fille de Tambour-major ". Kort daarop creëerde ze ook " La Belle Hélène " van Offenbach. Ze was samen met Juliette Simon-Girard jaren lang één van de top diva's aan de Parijse operette theaters , ze zou reeds in 1890 van de planken verdwijnen na een ongelukkige liefde, ze verdwijnt in de anonimiteit en sterft verarmd in 1922 te Parijs.

  • Simon Max (1852-1923)

    Nicolas - Marie Simon geboren te Reims in 1852 en overleden te Parijs in 1923. Deze Franse tenor, beter bekend onder zijn artiestennaam Simon-Max, was vooral actief te Parijs in de " Opera Bouffe" . Na zijn muzikale studies te Reims in 1875 debuteerde hij in het " Théâtre de Folies-Dramatique als Anatole de Quillembois in " les cent Vierges " van Lecocq. Hij zong ook de première van " Les cloches de Corneville " van Planquette in 1877 en in 1879 de première van " La fille du Tambour-major " en ook in dat zelfde jaar de première van " Madam Favart ". Tussen 1882 en 1887 zong hij Planchet in" Les petits mousquetaires" (1885), " Le Petit Parisien( 1882), Inigo in " La Princesse de Canaries ", Michel in " Fanfan La Tulipe " (1882), Joseph Abrial in " La fauvette du temple " (1885), in " La fille de madame Angot " (1885) en Zizi in " Aliu-Baba in Brussel samen met zijn vrouw Juliette-Simon. Tussen 1887 en 1908 trad hij ook op in " Théâtre du Chatelet, Theâtre de Bouffes-Parisiennes, het Renaissance Theater, en in het Theâtre Déjanet, en zong ook in het casino in Villerville. Hij kocht ook een gestrande walvis op waarvan hij de olie verkocht en het vlees voor consumptie. Hij was ook tevens de oprichter van " Theatrical Foresight in 1895. Tijdens het speelseizoen van 1877 leerde hij gedurende de repetities die voorafgingen aan Planquettes " Les cloches de Corneville de jonge sopraan Juliette-Simon-Girard kennen en hij huwt haar in 1877 ze hadden samen twee kinderen Aimé Simon-Girard (1889-1950) een Franse filmacteur en zijn dochter Marie-Mouise Martin-Simon-Girard in 1879. In 1894 zou hij scheiden van Juliette die dan een tweede huwelijk aangaat met Felix Hugenet

Zeldzame opname van Julliette Simon-Girard 1903

Julliete Simon-Girard is de enige van de artiesten die " les cloches de Corneville " van Planquette creëerden die in de herfst van haar podiumloopbaan nog enkele akoestische opnamen maakte in 1903 ze was toen reeds vijftig ze zou in 1909 het podium vaarwel zeggen . Ze overleed te Nice op 95 jarige leeftijd.