Claude Debussy (1862-1918)

Maurice Maeterlinck (1862-1949)

Gentse dichter schrijver. Won in 1911 de Nobelprijs voor letteren.

" Pelléas et Méllisande "

Mary Garden de eerste Méllisande 1902

" Pelléas et Méllisande "

Jean Périer ( 1869-1954) de eerste Pélléas 1902

" Pelléas et Méllisande "

Mary Garden (1874-1967)

" Pelléas et Mélisande "

Mary Garden( 1874-1967) de eerste Mélisande bij de première 1900

Opera in vijf bedrijven en veertien tonelen.

Libretto  naar het toneelstuk van Maurice Maeterlinck.

Inleiding.

Debussy gebruikt bijna parallel de tekst van het toneelstuk van de Gentse poëet en Nobelprijs winnaar Maurice Maeterlinck (1862-1949) . Zij hebben deze diep poëtische, met symbolen geladen, zelfs bijna overladen tekst opzettelijk uitvoerig weergegeven. Er licht een grote afstand tussen dit werk en de gebruikelijke operalibretti uit die tijd. Maurice Maeterlinck was een der grootste vertegenwoordigers van deze verdroomde, laat-romantische stijl, die verwantschap vertoont met het impressionisme. Ook Rilke, Verhaeren en Verlaine waren bedieners van die stijl, en het bereikt in het tijdperk tussen de eeuwwisseling en het begin van de eerste wereldoorlog zijn hoogtepunt.

Debussy heeft het schijnbare mogelijk gemaakt, heeft uit dit onwezenlijke libretto, dat van alle muziekdramatische stijlen ver verwijderd is, een muzikaal wonderwerk geschapen. Woord en toon doordringen elkaar tot in de diepste diepte. Debussy's smachtende muziek, zijn harmonieën zijn ideale vormgeving van een gedicht waarin woorden maar de helft zeggen van wat zij aan bedoeling bevatten. Het eeuwige operaprobleem  van overheersing door gedicht naar muziek heeft hij opgelost door toepassing van een spreek-zing-melodie, (Wagners doorgecomponeerde tekst" Die un endligge melodie " ) zonder herhalingen. De liefhebbers van de gebruikelijke operavormen zal de afwezigheid van opwindende orkest uitbarstingen , dramatische stemeffecten of het gebruik van elkaar afwisselende ritmes misschien verwonderlijk voorkomen, maar wie zich in deze klankwereld kan inleven, ondergaat een zeldzaam genot.

Met de tussenspelen heeft Debussy waarlijk symfonische meesterwerken geschapen, die stuk voor stuk de stemming in het hart van de optredende personen weerspiegelen: de psycholoog zoals Debussy er een was komen onder de componisten niet veel voor.

Vele musici uit de tijd van Debussy hebben gedichten van Maeterlick getoonzet. Ook Fauré, Schönberg en Sibelius componeerden rond dit thema, zonder van elkaar  af te  weten of van Debussy af te weten, eveneens van zijn werk Pélleas et Mélisande. Fauré in de vorm van toneel muziek , de laatste als een symfonisch gedicht. Debussy leerde Maeterlinks dramma " Pelléas et Mélisande kennen in 1892 en hij wenste direct het op muziek te zetten. Hij stelde zich in  verbinding met de dichter, die hem onmiddellijk toestemming gaf. Debussy respecteerde de waarde van de woordklank in een mate die ver uitging boven wat in andere operacomposities gebruikelijk was, maar hij kon niet vermijden dat in verband met de lengte van het stuk enige scénes moesten worden geschrapt. Dit en een conflict van persoonlijke aard ( de bezetting van de vrouwelijke hoofdrol die aanvankelijk voor Maeterlincks vriendin Georgette Leblanck was voorzien) dit leidde dus tot een zodanig meningsverschil tussen de beide mannen, dat een totale breuk het gevolg was.

Debussy werkte wel tien jaar aan dit werk met volle overgave. De première vond op 30 april 1902 in Parijs plaats aan de " Opera Comique ". De leider van het operahuis, André Messager aan wie het werk  was opgedragen dirigeert het. De rol van Mélisande wordt vertolkt door de beroemde Schotse sopraan Mary Garden. Het succes was onmiskenbaar, maar geenszins enthousiast. Langzaam veroverde het werk de podia van wereld. Reeds in 1908 in Noord-Amerika, drie jaar later Zuid-Amerika. Intussen hadden dichter en componist zich verzoend en vrede gesloten in het trotse bewustzijn en gezamenlijke arbeid het muziektheater een unieke bijdrage te hebben geleverd.

Rolverdeling.                       Stem.                       Eerste Cast.

Arkel, koning van Allemonde ---------------------bas -------------------------------------- Felix Vieuille

Geneviève, moeder van Golaud ----------------contralto ---------------------Jeanne Gerville-Réache

Golaud, kleinzoon van Arkel --------------------bas-bariton ------------------Hector-Robert Dufranne

Pélleas jongste kleinzoon -----------------------bariton-martin ---------------------------- Jean Perier

Mellisande ------------------------------------------sopraan -----------------------------------Mary Garden

Yniold, zoontje van Golaud ---------------------jongen-sopraan ---------------------------- C. Blondin

Gneesheer ---------------------------------------------bas -------------------------------------------- Vigulé 

Het verhaal.

" Pélleas et Mélisande verteldtde tragische geschiedenis van een driehoeksrelatie tegen de achtergrond van een symbolisch sprookje.  Golaud kleinzoon van koning Arkel, verdwaalt tijdens de jacht in het bos en treft daar een schuchter meisje Mélisande aan. Haar kwetsbaarheid oefent een grote aantrekkingskracht uit op de prins. Nadat Golaud het meisje naar het kasteel van zijn grootvader heeft gebracht, treft Mélisande Golauds halfbroer aan. Tussen Pelléas en Mélisande bloeit spoedig een fatale genegenheid, een dodelijke zielsverwantschap op. Golaud krijgt vermoeden van hun geheime ontmoetingen en doodt zijn broer.......Mélisande zal in het kraambed sterven.

Akt. 1

1° Toneel: een somber woud.

Golaud is op de jacht verdwaald ( "Je ne pouvais plus sortis de cete foret ")  vindt een jong meisje met lang goudblond haar aan de rand van een bron. Op zijn vragen antwoordt zij ontwijkend. Hij ontdekt alleen dat ze Mélisande heet, en dat zij blijkbaar is achtergelaten door iemand die haar een kroon heeft gegeven, welke ze in de bron heeft laten vallen. Zij verhindert Golaud deze er uit te halen. Hij overreedt haar hem te volgen, haar verzekerend dat hij haar niet zal aanraken. Beiden zoeken een uitweg in het bos.

2° Toneel: het kasteel van Arkel.

Na een orkestraal intermezzo zijn we in een kamer in Arkels kasteel, zes maanden later. Geneviève , Golauds stiefmoeder leest de oude bijna blinde koning een brief van Golaud voor geschreven aan diens stiefbroer Pelléas ( " Voici ce qu' il écrit a son frère Pelléas ") Hij beschrijft zijn ontmoeting met Mélisande die hij in het geheim gehuwd heeft, zonder van haar iets te weten, en verzoekt Pelléas zijn invloed bij Arkel aan te wenden, dat deze hem toestemming hiertoe zou verlenen. Deze, met de wijsheid der ouderdom, heeft geen bezwaren. Pelléas komt verdrietig op. Hij heeft vernomen dat een vriend van hem stervende is, en vraagt, verlof deze te mogen bezoeken. Arkel weigert dit, daar Pelléas zelf ernstig ziek is, en hij de thuiskomst van zijn broer moet voorbereiden. 

3° Toneel: een terras op het kasteel. 

De jonge bruid is aangekomen, en haar stiefmoeder laat haar het kasteel zien. Zij is onder de indruk van de somberheid ervan en de uitgestrektheid der wouden er omheen. Pelléas voegt zich bij hen. De twee jonge mensen voelen zich onmiddellijk tot elkaar aangetrokken. Uit de verte weerklinkt het geluid van het vertrek van een schip waarmee Mélisande is aangekomen. Nadat Genéviève het kasteel terug is binnen gegaan, blijven Pelléas en Mélisande nog even samen. Hij zegt dat hij waarschijnlijk de volgende dag zal vertrekken tot de teleurstelling van Mélisande ( " Oh ! Pourquoi partez-vous? ").

Akt. 2 

4° Toneel:  een fontein in het park.

Pelléas en Mélisande zetten zich neer op de rand van de fontein en voeren een gesprek. Zij speelt met haar trouwring, die zij hoog in de lucht werpt om weer op te vangen. Na enkele malen valt hij in het water en  is hij niet terug te vinden. Verschrikt vraagt zij Pelléas, wat zij Golaud hiervan zullen zeggen ? Hij antwoordt: de waarheid ! Het volgende toneel volgt na een kort intermezzo.

5° Toneel: de slaapkamer van Golaud.

Deze ligt gewond in bed. Hij is van zijn paard gevallen, precies op het moment waarop Mélisande de ring verloor. Zij verzorgt hem en zegt dat zij zich niet gelukkig voelt in deze omgeving. Golaud vraagt haar of Pelléas misschien de oorzaak daarvan is. Haar hand grijpend bemerkt hij dat de ring verdwenen is, een angstig voorteken, daar hij zeer aan dit juweel gehecht was . Mélisande zegt dat zij hem in een grot bij de zee verloren moet hebben. Golaud bezweert haar hem te gaan zoeken voor de vloed hem daar weg kan spoelen, en zegt haar ook Pelléas als bescherming mee te nemen. Mélisande gaat heen op haar beroemde sorti-regel. ( " Oh,oh je ne suis pas heureuse "). 

6° Toneel: de bewuste grot.

Pelléas en Mélisande zoeken vergeefs naar de ring. Zij vinden alleen drie slapende bedelaars.

Akt.3

7°Toneel: voor een van de torens van het kasteel. 

Mélisande kamt haar haar voor een open venster, haar toilet makend voor de nacht, waarbij ze een lied zingt. ( " Mes long cheveux desendent ")  Pellèas komt voorbij en roept haar toe. In hun gesprek buigt zij zich voorover uit het venster, waardoor haar lange haren naar buiten vallen, over Pelléas heen. Hij houdt haar daaraan vast uit plagerij, maar als hij Golaud hoort aankomen geraakt hij er in verstrengeld. Golaud is erg argwanend, maar beheerst zich. Hij waarschuwt hem niet op dergelijke wijze in het duister te spelen als waren zij kinderen. ( " vous êtes des enfant,.......  ") .

8° Toneel: de gewelven onder het kasteel. 

Golaud leidt zijn stiefbroer rond in de gewelvenkelder onder het kasteel. Ze komen voor een diepe poel stilstaand water, waarbij Golaud zijn hand op Pélléas schouder legt, alsof hij hem er in wil duwen. Pelléas begrijpt de waarschuwing, en beiden stijgen weer op naar het daglicht.

9° Toneel: buiten op een terras met vrij uitzicht over de zee. 

Pelléas en Golaud komen hier na hun tocht door de kelders en nu spreekt Golaud openhartig met zijn stiefbroer. Mélisande is zwak en moet ontzien worden, te meer omdat ze zwanger is.

10° Toneel: weer onder de toren van Mélisande

Golaud ondervraagt zijn zoontje Yniold uit zijn eerste huwelijk, over de gedragingen van Mélisande met Pelléas. Het kind antwoordt argeloos en ontwijkend, concentreert zich niet op de vragen en krijgt daarom een standje. Het licht in Mélisandes kamer wordt ontstoken, en Golaud neemt Yniold op zijn schouder om hem naar binnen te laten spieden. Het kind zegt echter dat ze alleen maar tegenover Pelléas zit, onbeweelijk en zwijgend.

Akt. 4 

 11° Toneel: in een gang van het kasteel.

Pelléas en Mélisande hebben een vluchtige ontmoeting, waarbij ze afspreken elkaar die avond voor het laatst in het park te ontmoeten. Want Pelléas zal op reis gaan. Nadat hij weg is, komt Arkel op, die over zijn ouderdom  klaagt, en over het feit dat eindelijk, Pelléas' vader genezen is en nu Mélisande is gekomen , het oude kasteel minder somber is ( "Maintenant que le père de Pelléas est sauvé ") Het tedere gesprek wordt onderbroken door Golaud die ruw om zijn zwaard vraagt. Hij vraagt Arkel wat hij van de zaak denkt , deze ziet in Mélisandes ogen alleen een grote onschuld. Golaud barst in woede uit.  " une grande innocence ") Hij grijpt Mélisande bij de haren en sleurt haar daaraan heen en weer, waarbij hij haar vergelijkt met Absalom. Slechts de tussenkomst van Arkel doet hem tot bedaren komen. Ontdaan en beroerd zingt Arkel ( "si j'étais Dieu j'aurais pitié du coeur des hommes" ).

12° Toneel: aan de rand van het park.

Yniold speelt in de mist met een grote steen. Een kudde schapen gaan buiten muur onzichtbaar voorbij. Hij vraagt de herder waarom ze blaren , en deze antwoordt, omdat ze niet op de weg naar hun stal zijn . Deze korte scéne wordt in vele uitvoeringen weggelaten.

13° Toneel: terug naar de fontein in het park.

Pelléas wacht op Mélisande. Ofschoon het verstandiger zou zijn te vertrekken zonder haar nog eens te ontmoeten, toch wil hij haar nog éénmaal zien en afscheid nemen. Mélisande houdt zich aan haar afspraak, en voor de eerste maal bekennen ze elkaar hun liefde. In hun extase vergeten ze de tijd, en horen met schrik hoe de ijzeren valdeur van het kasteel gesloten worden. Mélisande voelt dat Golaud hen bespiedt en besluipt. In hun angst vallen zij in elkaars armen. (oh,oh toutes les étoiles tombent ") waarop Golaud zich met zijn zwaard op Pelléas werpt en, hem doodt. Mélisande vlucht achtervolgd door Golaud.

Akt. 5

14° Toneel: in Mélisandes slaapkamer.

Door de emotie is het kind te vroeg geboren , en Mélisandes toestand is nog verergerd doordat Golaud haar ook verwond heeft. Hij houdt gebroken de wacht aan haar bed , waarin ze bewusteloos ligt. De dokter verzekert hem dat de wonde onbetekenend is. Zij ontwaakt en vraagt het raam, dat op zee uitzicht heeft te openen. Golaud verzoekt Arkel en de dokter hem een ogenblik alleen met haar te laten, en vraagt haar dan om vergeving. Toch pijnigt hij haar nog met zijn onophoudelijke vragen of er ooit iets was tussen haar en Pélléas. Arkel komt tussen beide, en vraagt of zij het kind niet wil zien. Zij is te zwak om er haar armen voor uit te strekken , en voorspelt het een droeve toekomst. ( " Elle ne rit pas, elle va pleurer aussi " ) De dienstmaagden komen binnen en bidden zwijgend voor de stervende. Terwijl Golaud, Arkel en de dokter in gesprek zijn , knielen de vrouwen plotseling neer, terwijl in de verte een klok luidt. Ongemerkt is Mélisande gestorven. Arkel troost zijn kleinzoon. Hij licht het kind uit de wieg, omdat het niet in de dodenkamer kan blijven. Het moet blijven leven om de plaats van de moeder in te nemen. ( " C'est le tour de la pauvre petite " ) .

Historische uitvoeringen.  

De eerste opvoering vond plaats in de " Opera Comique " van Parijs op 30 april 1902 onder leiding van André Messager met Mary Garden als eerste Mélisande, verder met Gerville-Réache, Jean Perier Hector-Dufranne en Felix Vieuille in de voornaamste hoofdrollen. Reeds tijdens de generale repetitie zijn  er schandalen geweest, waaraan de houding van Maeterlinck niet vreemd was. Deze had gewild dat zijn toenmalige vriendin Georgette Leblanc de rol van Mélisande zou spelen. Er ontstonden twee groepen met voor- en tegenstanders voor Mary Garden en de keuze tussen Georgette Leblanc, die toen aan de Muntschouwburg van Brussel zong waar ze Maeterlinck had leren kennen. Ook de pers had daar kritiek over, maar toen bleek dat het publiek de keuze al had gemaakt , werd dit werk al na enkele voorstellingen een ware triomf en gaat men er van uit dat nog altijd Mary Garden de beste keuze was en de beste  Mélisande ooit.

Oscar Hammerstein bracht het werk naar Amerika waar het op 19 februari 1908 aan zijn " Manhattan Opera " onder Campanini werd opgevoerd met  bijna dezelfde bezetting van de première (behalve Vittorio Arimandi als Arkel en Armand Crabbé als de dokter). Het bleef er ook een groot succes voor Mary Garden. Later ook te Chicago waar onder andere Edward Johnson en José Mojica haar partners waren. Aan de Metropolitan werd het maar op zijn repertoire genomen op 24 maart 1925 met Lucrezia Bori, Edward Johnson, Clarence Whitehill en Leon Rothier onder de leiding van Hasselmans.In 1927 zou men met deze bezetting de eerste complete opname maken. Toscanini introduceerde het in 1908 aan de Scala van Milaan met Césari Ferrani, Fiorello Giraud, Pasquale Amato en Giulio Cirino maar oogstte daarmee een fiasco. In Zuid-Amerika kwam het in 1931 aan de Colon in Buenos Aires, met Ninon Vallin en de bariton Andre Gaudin op het podium.

Historische opvoeringen aan de lage landen.

In Nederland leerde men het werk voor het eerst kennen in een uitvoering aan de Franse Opera in Den Haag in 1916 met  Emma Luart en Leopold Roosen beiden zongen ook te Gent. Na concertuitvoeringen onder Evert Cornelis in Utrecht en elders volgden historische uitvoeringen aan de Wagnervereniging te Amsterdam in november 1927 onder Pierre Monteux met Yvonne Brothier, Charles Pouzéra en Gustave Huberdeau. In 1935 zong de eerte Arkel Felix Vieuille, er een uitvoering, samen met Janine Micheau , André Gaudin en Fred Bordon. In Brussel was de première reeds in 1905 met Mary Garden en George Petit, Jean Bourdon, Claire Croiza. De Belgische Sopran Berthe Seroen ( trad ook op te Gent in 1912) zong vele concertuitvoeringen  in België en Nederland. Na de eerste Mélisande Mary Garden  die een Amerikaans-Schotse diva was is het opvallend hoeveel buitenlandse sopranen die rol vertolkten. In Parijs de Engelse sopraan Maggy Teyte, de Weense Lotte Schöne, de Canadese Louise Edvina, de Griekse Elen Doria, de Belgische Fanny Heldy in Wenen en nog in Wenen Marie Gutheil-Schöder, Maria Raidl song de rol in Berlijn.

Ondanks dat Maurice Meaterlinck een Gentenaar was is deze opera in Gent nooit scenisch opgevoerd te Gent enkel drie keer in 1962, 1967 en nog eens in 1970 in concertante vorm wel in de grote schouwburg. Enkel nu het in 2018 een jubileum-jaar is ,van het 100 jaar overlijden van de componist Claude Debussy, komt de opera voor het eerst in première door de Opera en Ballet Vlaanderen in Januari en februari te Antwerpen en Gent op het podium. Met Eriksmoen als Mélisande, Jacques Imbrailo als Pelléas, Leigh Melrose als Golaud en Mattew Bert als Arkel allen onder de leiding Alejo Pérez in totaal 12 vertoningen in het Frans. Antwerpen in februari 2018 en te Gent in februari en maart 2018. Een heel moderne uitvoering in samenwerking met het Ballet van Vlaanderen.

Opmerking:  Wie graag een recensie over deze operauitvoering aan de " Opera Vlaanderen " leest gaat naar  website van " Il Grand' Inquisitor " 2018 of naar onderstaande link.

www.gopera.com  en klik dan op " Il Grand' Inquisitor "

Discografie en Cinegrafie.

In het totaal heb ik 34 complete uitvoeringen op het internet gevonden, de oudste is van 1927. 

1) 1927 onder Piero Coppola met Yvonne Brothier, Vanni Marcoux, Charles Panzéra en Willy Tubiana eerst original By Victor/HMV nu op CD Pearl CD cat: 9300

2) 1978 onder Herbert von Karajan met de Berliner Philharmoniker met Frederica von Stade, Richard Stilwell, Jose Van Dam, Ruggero Raimondi, Christine Barbaux en Nasine Denize. Op EMI cat: 749350-2 (2 CD's)

3) 1987 onder John Eliot Gardiner orkest Opera Lyon  met Colette Ailliot-Lugaz, François Le Roux, José Van Dam, Roger Soyer, François Golfier,en Jocelyne Taillon. op DVD Arhaus cat: 100 100.

4) 2009 onder Bertrand de Billy met het radio orkest van Wenen. met Nathalie Dessay, Stephane Degout, Laurent Naouri, Phillip Ens, Beaute Ritter en Marie-Nicole Lemieux ook op DVD : Virgin Classics cat: 6961379-1

5) 2013 onder Stefan Soltesz met de Essener Philharmoniker met Michaela Selinger, Jacqies Imbrailo, Vencent Le Texier, Wolfgang Schöne, Dominik Eberle en Doris Soffel ook op DVD Arthaus ASIN: B00FEMGCB0   

   

Verdere info over dit werk in opbouw, ook is de tekst maar verbeterd tot aan de Akt 2.

Historisch fragment met Mary Garden 1904 met Debussy aan de piano.

Dit uniek document met het interview van Mary Garden op het moment dat ze reeds 84 jaar was. Op het gezongen fragment is onder begeleiding van de componist zelf aan de piano is van 1904.

" Pelléas et Mélisande " Claude Débussy .

" Pelléas et Mélisande " Nathalie Dessay 2013 Wenen.

Duet tussen Pelléas en Mélisande in akt. 2