"Ariodante "

" Ariodante "

" Ariodante "

Ariodante "

" Ariodante "

" Ariodante " Georg Friedrich Händel

Een opera van Georg Friedrich Händel (1685-1759) in drie bedrijven.

Libretto van de Florentijnse hofdichter Antinio Salvi. 

Inleiding.

Een juweel, Händels 35ste opera " Ariodante " is een ernstig spel over liefde en geweld. De opera draait om een lafhartige intrige die de  hertog Polinesso bedenkt met het doel Arodiante uit de weg te ruimen, zijn rivaal van de troon van Schotland te stoten en tevens om naar de hand van koningsdochter Ginevra te kunnen dingen. " Ariodante " was de 35ste opera van Georg Friedrich Händel (1685-1759) uit een reeks van 49 opera's. Net als het kort daarop gecomponeerde " Alcina " (1735) dankt het werk zijn bestaan aan de moed van de componist om een economische crisis het hoofd te bieden. Zijn eerste operagezelschap opgericht in 1719 in het " Kings Theatre aan de Londense Hagsmarket was overkop gegaan in de concurrentieslag met het " Lincols Inn Field Theatre ", dat zijn deuren in 1728 had geopend. De uitbater van dat gezelschap, John Rich, had met  " The Beggar's opera van John Christoph Pepush en John Gay een kassucces binnengehaald.

Nadat zijn eerste groep failliet was gegaan, ging Händel een samenwerking aan met de Zwitser Johann Jakob Heidegger. Koning George III ondersteunde de onderneming. Maar Frederick, de prins van Wales, leefde zijn verzet tegen zijn vader uit op de rug van Händel en richtte de opera of Nobility op, aanvankelijk in het Lincol's Inn Field Theatre. Heiddegger greep in juli 1734 het aflopende samenwerkingscontract met Händel aan als excuus om de componist de deur te wijzen en de Opera of Nobility binnen te halen. Händel zou Händel niet zijn geweest om bij de pakken te blijven zitten, echter niet zonder risico, hij besloot  maar het theater van John Rich, dat door deze actie was vrijgekomen, te gebruiken. Daar stond hem een nieuwe uitdaging te wachten , want  de smaak voor een nieuw operagenre was geboren. Händel zou kort na elkaar twee van zijn beste opera's componeren voor zijn nieuw theater. Zijn 35ste Ariodante waarin de toenmalige castratenster Giovanni Carestini de titelrol zou vertolken en zijn 36ste opera " Alcina " gingen beiden in première in 1735.

Rolverdeling.                        Stem.                      Eerste cast. 

Ariodante, ridder ------------------------ castraat of sopraan --------- Giovani Carestini (1700-1760)

Ginevra, koningsdochter ---------------------- sopraan --------------- Anna Maria Strada (1719-1741)

Koning van Schotland -------------------------- bas ----------------------- Gustavus Wattz (1700-1759)

Polinesso , schots hertog -------------- alt nu contratenor ----------------- Maria Negri (1704-1744)

Dalinda, hofdame Ginevra -------------------- sopraan -------------------- Cecilia Young (1712-1791)

Lucriano, Ariodantes broer-------------------- tenor -------------------------- John Beard (1716-1791)

Odoardo, hoveling ----------------------------- tenor ---------------------------- Michael Shoppelaer (?)

Tijd en plaats: Schotland ,Edinburg aan het koninklijk hof.

Akt. 1

De grote liefde.

Op het toneel zien we een vrijwel lege barokzaal. Hovelingen met witte pruiken en een zwart rokkostuum dansen op de klanken van de ouverture, ter ere van de prinses Ginevra, de dochter van de koning van Schotland. Zij bezingt, op blote voeten en in een witte onderjurk gehuld, haar liefde voor de ridder Ariodante. Hij verblijft sinds kort als gast aan het hof en is ook voor Ginevra gevallen , de liefde is dus wederzijds. Ginevra vertelt haar hofdame Dalinda dat de koning heeft ingestemd met een huwelijk tussen die twee. Ariodante zal met haar trouwen en zal haar vader opvolgen als koning.

Polinesso, de hertog van Albanië heeft echter eveneens zijn oog op de troon laten vallen. Daarom wil hij Ginevra voor zich winnen , maar zij wijst hem af. Ze is vervuld van afkeer. ( aria: " Rude as the raging furies " in het Italiaans " Orrida a gl'occhi miei "). Hofdame Dalinda daarentegen is wel degelijk verliefd op Polinesso, die haar echter niet ziet staan. Ze maakt hem dit onomwonden duidelijk (aria: " Open your eyes " in het Italiaans " Apri la Luci ") ze zingt er is iemand die naar jou verlangt. Dat biedt Polinemo opeens nieuwe perspectieven: hij wil proberen Dalinda voor zijn kar te spannen. Wanneer Polinesso weer alleen is, verkondigt hij voor een spiegel, die zijn gespleten karakter symboliseert, dat hij zijn rivaal Ariodante met list en bedrog wel zal klein krijgen. ( aria: " When cunning is shrouded ", in het Italiaans " Coperta la frode ") . Na decorwissel staan we nu op  de paleisterrassen: het is avond. Op de achtergrond zijn de Schotse bergen verlicht door een raam. Ariodante bezingt zijn liefde voor Ginevra (aria: " Here each fountain, tree and flower " in het Italiaans " Qui d'amor nel suo linguaggio parla il rio ") . Hij wordt verrast door Ginevra. Gade geslagen door Polinesso verklaren ze elkaar hun liefde in het ( duet: " Take me, take me " in het Italiaans " Prendi, prendi ") . De koning verschijnt met een kroon in de hand, die hij Ariodante wil overhandigen. hij gebiedt dat het huwelijk zo spoedig mogelijk voltrokken moet worden. Dol van geluk juicht Ginevra ( aria: " You cupids go winging " in het Italiaans " Volati amori ") . De koning en Ariodante zijn minder enthousiast, ze weten beiden dat geluk altijd wordt bedreigd. Die gedachte komt in deze opera meerdere keren naar voren, dit uit zich in het gedrag van Ariodante en de koning, die ook op vrolijke momenten als gelukkig momenten toch ernstig lijken. Dit weerklinkt ook in de aria van de koning, die daarbij somber zijn rode mantel aflegt en zijn zwaard aan Ariodante overhandigt ( aria: " Set the loud trumpet sounding " in het Italiaans " Voli colla sua tromba ") . Zijn kroon wordt echter nog voordat Ariodante hem in handen kan krijgen al door de hovelingen weggedragen.

Alleen op het toneel achtergebleven, stijgt Ariodantes stemming en barsten er vreugde-zangen uit ( aria: " On wings of true devotion ", in het Italiaans " Con l'ali de constanza "). Als een waanzinnige walst hij in zijn nieuwe, rode koningsmantel over het toneel. Maar dan wordt hij plots door angsten overvallen, een voorbode van naderend onheil.

Polinesso heeft een duivelsplan bedacht. Voor de spiegelmuur ontmoet hij Dalinda en hij besluit , haar gevoelens te beantwoorden, mits zij zich verkleedt als Ginevra, hem 's nachts wil binnen smokkelen in de vertrekken van de princes. Met een innig liefdesduet betovert hij haar ( duet: " Help me, o lovely eues" in het Italiaans " Spero per voi, begli occhi ") Dalinda kan de man die haar zoveel liefde en passie belooft niet weerstaan. Dan betreedt Lucriano, Ariodantes  broer, het terras. Hij houdt oprecht van Dalinda, maar zijn smeekbede kent geen gehoor ( aria: " Without you i know i'll die ").  Ze wijst de vertwijfelde arme ziel af. Iedereen , met uitzondering van de koning, komt feestelijk gekleed bijeen in de balzaal. Het is avond voor de bruiloft. Ariodante is aanvankelijk geblinddoekt, maar later mag hij zijn gesluierde bruid aanschouwen. Eerst zingen Ariodante en Ginevra samen ( duet: " if my heart conveys to yours " in het italiaans " Se rinase nel mio cor " ) , waarna allen meedoen aan een pastorale. Maar het vrolijke spelletje krijgt een onverwachte wending: de herderin wordt van het toneel gesleurd, hovelingen en hofdames grijpen haar wreed beet en drukken haar op de grond. Dit vormt het dreigende einde van de eerste akte.

"Ariodante " Händel.

Mooi fragment uit de eerste akt. van " Ariodante " Van Händel " Volati amore ".

" Ariodante " Georg Friedrich Händel.

Ann Murray als Ariodante.

Akt. 2

De intrige.

Het is nacht. Ariodante ontmoet Polinesso op  een dakterras dat gebruikt wordt om de kamer van Ginevra te bereiken. Hij vertelt hem van het aanstaande huwelijks met Ginevra. Polinesso beweert echter dat hij de geliefde is van Ginevra en dat al een hele tijd. Boos en gekwetst bedreigt Ariodante  hem daarop met het koningszwaard (aria:" You , prepare to die " in het Italiaans " Tu preparati a morire "). Wanneer Dalinda , zoals afgesproken in Ginevra's kleren verschijnt en samen met Polinesso  verdwijnt, gelooft Ariodante de leugens van de hertog. Radeloos door de vermeende ontrouw   van zijn bruid wil hij nu zelfmoord plegen. Lucriano die dit gesprek heeft geobserveerd, houdt hem tegen (aria: " Live brother, live to see vengeance " in het Italiaans " Ferma ,germano, a che tanto furore" ). Hij bezweert zijn broer. Het is eerloos het zwaard op zo'n gruwelijke manier tegen jezelf te richten vanwege de ontrouw van een vrouw. Ariodante bezingt zijn leed in een van Händels beroemdste aria's ( aria: " Take Your Pleasure " in het italiaans, " Scherza infida "). Lucriano neemt het wapen af en laat de ogenschijnlijke bedrogen alleen achter.

Het is nog altijd nacht. Dalinda, gehuld in een wite négligé, verheugt zich op een romantische nacht met Polinesso. Maar hij verkracht haar en  stuurt haar vervolgens weg, een aangrijpende scéne die veel van de zangers vergt. De koning verschijnt en weet nog altijd niets van de intriges van Polinemo, en hij verheugt  zich op de overdracht van de macht aan Ariodante. Het tafereel speelt bij volle maan. Dan brengt Odora een hoveling van de koning, het nieuws dat Ariodante zich in zee zou hebben gestort. Ook Ginevra verneemt dit afschuwelijke bericht en zakt in elkaar. Ze wordt weggedragen. De koning die zijn hoop op een nieuwe koning en een huwelijk van zijn dochter in een klap ziet vervliegen vraagt zich af of Ariodante waanzinnig is geworden. Maar Lucriano legt uit dat Ginevra haar aanstaande bruidegom ontrouw is geweest, en dat ze daarmee Ariodante in de klauwen van de dood heeft gedreven.

De koning verstoot zijn dochter met de woorden ' dat deze dienstmeid niet mijn dochter is. Dalinda is ontsteld over wat ze heeft veroorzaakt. Ze wil Ginevra troosten, maar Polinesso sleurt haar met zich mee. Ginevra is bijna waanzinnig en verlangt hevig naar de dood ( aria: " The pain and grief, i suffer " in het Italiaans " Il mio crudel martoro ") . Uitgeput valt ze in een diepe slaap. Haar nachtmerrie neemt bij sommige ensceneringen de vorm aan van een balletintermezzo, waarin het er wild aan toe gaat. In het balletnummer aan het einde van het tweede bedrijf hallucineert Ginevra. De dramatische muziek begeleidt de spookfiguren met hun obscene gebaren, waar ze van droomt.

Een dubbelganger van Ginevra wordt door een wilde horde dansers, deels naakt, deels gekleed in bizarre morbide rococokostuums achtervolgd, en ze moet voor haar leven vechten. uiteindelijk wordt deze danseres beroofd van al haar kleren, en wordt ze bloot in een glazen doodskist geworpen die met water is gevuld. Ze sterft op gruwelijke wijze.

" Ariodante " Georg Friedrich Händel.

Fragment uit de " Ariodante " tweede akt , de aria " Tak Your pleasure " in het Italiaans " Scherza infida " gezongen door Ann Murray als Ariodante in de Engelse versie. Opname 1993 aan de " English National Opera in het London Coliseum. ( In het Engels gezongen versie).

" Ariodante " Georg Friedrich Händel.

In de zoektocht naar opnamen kom je dikwijls Anne Sofie von Otter tegen.

Akt. 3

Het duel.

Het ochtendgloren. We zien, daadwerkelijke de zee op het toneel. De golven spoelen Ariodante terug aan wal. Hij heeft zijn zelfmoord poging overleefd. Twee donkere gestalten proberen op de achtergrond Dalinda te verdrinken. Ze roept Ariodante om hulp. Ze weet dat Polinesso deze mannen heeft ingehuurd om haar te vermoorden, en ze vertelt Ariodante van Polinesso's afschuwelijke intriges. Zij was het die verkleed als Ginevra, Polinesso 's nachts ontving. Haar schandelijk gedrag kan ze maar op één manier verklaren. Ik was zo verliefd op hem! 

Ariodante vervloekt haar onnozelheid, maar helpt haar wel aan land. In haar vertwijfeling eist Dalinda van hem dat hij zich wreekt. Terwijl hij haar terugbrengt naar het paleis, verandert het decor en zien we terug de spiegelwand op de achtergrond, het symbool van bedrog en verraad. De koning wil zijn dochter alleen vergeven als er een ridder is die haar eer wil verdedigen tegenover aanklager Lucriano, Ariodantes broer. Hij verlangt een haast goddelijk oordeel. Polinesso in wapenuitrusting en bewapend met een lans , biedt zijn diensten aan. Hij vermoedt dat Ariodante dood is en als hij dit gevecht zou winnen, staat niets een huwelijk met Ginevra nog in de weg.

Het toneel is nu veranderd in een arena. Gehuld in een boetekleed en geschoren hoofd wordt Ginevra binnen gebracht. Ze vraagt haar vader of ze zijn hand mag kussen en benadrukt nog eens dat ze onschuldig is. ( aria: " Let me kiss you " in het Italiaans " Io ti bacio "). Als Ginevra verneemt dat Polinemo voor haar wil strijden, wijst ze hem af, maar de koning gebiedt haar gehoorzaamheid, ook al noemt hij haar gepijnigd ' hart van mijn hart. 

Fanfareklanken kondigen de strijd aan tussen de twee ridders Polinesso en Lucriano. Onder trompetgeschal en tromgeroffel begint een adembenemend, zeer realistisch ogend zwaardgevecht. Lucriano valt, en net als Polinesso hem met zijn zwaard wil doden, begint het te onweren. Polinesso krijgt een visioen en ziet Ginevra in haar trouwjurk. Net als hij naar haar toe wil lopen om de kroon overhandigd te krijgen, staat Lucriano op, grijpt zijn lans en steekt Polinesso met de woorden " deze draag ik op aan mijn broer " in zijn rug. Nu wil de koning zelf voor de eer van zijn dochter tegen Lucriano strijden. Op dat moment verschijnt Ariodante en hij verkondigt dat Ginevra onschuldig is. De stervende Polinesso bekent alles.  Ariodante zet nu een jubelaria in , en de broers vallen elkaar in de armen. Lucriano verzekert Dalinda dat hij nog altijd van haar houdt, ze is dankbaar dat ze nu aan een nieuw leven kan beginnen. Toch hebben beiden twijfels, hij is jaloers op een dode man en zij kan haar verleider niet vergeten. 

Ginevra wordt geketend in een kerker vastgehouden. Daar komen nu de koning, Ariodante, Lucriano en Dalinda binnen. De koning deelt zijn dochter mee dat hij haar vrijspreekt van alle blaam. Ze mag trouwen met Ariodante. Terwijl ze een liefdesduet zingen bevrijdt Ariodante Ginevra uit haar ketenen  (duet: " Had I a thousand voices " in het Italiaans " Bramo aver mille vite ") . Dit wordt gevolgd door een opgetogen slotkoor, maar de rococofiguren die al zo dreigend aanwezig waren in de eerste twee akten, dansen nu ook weer als woedende demonen rond. Ze hijsen Ginevra in haar bruidskleed, maar het jonge paar ziet er bedrukt uit, terwijl het toch gelukkig zou moeten zijn.

Een klein pantomimetafereel brengt enige vrolijkheid, al verzekert het einde dan alsnog weinig illusies. Dalinda houdt de helm van de dode Polinemo in de hand, ze barst in tranen uit wanneer Lucriano zijn armen spreidt en haar aan zijn hart drukt.

Basistekst van de inleiding en de synopsis van "Ariodante " naar " Operacollectie " DeAGOSTINI.

" Ariodante " Georg Friederich Händel . Onverkorte Italiaans versie.

Twee publiekstrekkers.

Georg Friedrich Händel (1685-1759)

In die economische culturele crises wist Händel zich te handhaven, ondanks hij failliet was, kwam hij terug op het voorplan. Händel werd geconfronteerd met een nieuwe uitdaging en nam die met beide handen aan.

Rich had twee jaar eerder aan Covent Garden Market een tweede theater gebouwd. Het was een veelzijdige feestzaal met een grootse uitstraling, die vooral werd gebruikt door het balletgezelschap van de Franse prima ballerina Marie Sallé. Daarbij kon hij de toenmalige wereldster de castraat Giovanni Carestini overtuigen om in zijn laatst geschreven werk " Ariodante " de titelrol te creëren. Op die manier had hij twee publiektrekkers kunnen binnenhalen voor zijn nieuw gezelschap.

Marie Sallé was een van de beroemdste ballerina's van haar tijd. In 1721 was ze voor het eerst te zien in de Parijse Opéra waar ze ook les nam bij François Prévost aan de " Academie Royal " ze was toen 14 jaar. In 1725 haalde John Rich haar voor het eerst naar Londen waar ze optrad tijdens de intermezzi van Colley Cilbers " Love's last shift. Het was toen de mode dat er tussen de bedrijven intermezzi plaatsvonden met ballet. Toen ze twee jaar later terugkeerde naar Parijs werd haar talent ontdekt en wedijverde ze met Maria Camargo om de titel van beste ballerina. Na dit succes reisde ze regelmatig naar Londen waar ze ook ging optreden in haar eigen producties, zo kwam ze in contact met Händel, en zo kon Händel ook bewijs leveren dat hij overweg kon met de Franse balletstijl. Hij herschreef in zeer korte tijd een stel andere partituren en componeerde nieuw werk, dat de kwaliteit van Sallé en haar dansers optimaal in het licht stelde. 

Hij verhuisde al snel naar het naar het grotere Covent Garden waar Rich hem zelfs een heus operakoor ter beschikking stelde. De Opera of Nobility voerde in die dagen zware werken uit, van Nicola Porpera en Johan Adolf Hasse. Händel gaf slim tegenwicht met lichtere ballet opera's die geschoeid waren op Franse leest. " Ariodante " ging op 8 januari 1735 in Covent Garden in première. Het was een opera met niet alleen solisten en orkest, maar ook met een flink stuk ballet en koor. Alles verliep dus onder zijn leiding met de castraat Giovanni Carestini (1700-1760), de alt Maria Negri (1704-1744) en de bas Gustavus Waltz (1700 ?-1759). Het libretto werd geschreven door de Florentijnse hofdichter Antonio Salvi.

Ondanks dat Ariodante als één van Händels beste werken wordt beschouwd, wist het werk zich toch, geen weg te vinden naar het operarepertoire, na een 56 tal voorstellingen werd het stil rond dit werk van Händel, zelfs na zijn dood in 1759 geraakte Händels theaterwerk in de vergetelheid tot het in de 20ste eeuw werd herontdekt. Men spreekt dan van een Händel-renaissance die begin de jaren 20 van vorige eeuw plaatsvonden. Maar ook dan nog werd zijn werk weinig opgevoerd. Echter in 1997 kwam dan een heel mooie Ariodante opname op de markt, deze werd door " les Musiciens du Louvre " op historische instrumenten gespeeld en gedirigeerd door Mark Minkowski. In de tittelrol schitterde  Anne Sofie von Otter. In Frankfurt ensceneerde  Achim Freyer in 2000 een veel geprezen " Ariodante ", die werd toen door Andrea Macon vertolkt. In 2002 was in Nederland een " Ariodante " te zien bij de Nationale Reisopera. Een jaar later was de productie ook te bewonderen bij de Vlaamse Opera, maar verder heb ik van dit werk van Händel niet zoveel kunnen detecteren. Wel heb ik in Gent in de geschiedenis van het operagebeuren een voorstelling gevonden " L'Ariodante " van Méhul in een Franse versie die in première is gegaan op 1798 en hier in Gent een eerste vertoning kreeg in 1802 en dat repertoire hield tot 1827/28. Ik vind daar verder geen informatie over.

Discografie en Cinégrafie. 

Tegenwoordig zijn van de 49 opera's van Händel wel opnamen te vinden ,maar van zijn " Ariodante " valt het op dat er duidelijk minder beschikbaar zijn dan bij sommige andere theaterwerken van de componist. Toch heb ik 11 complete geregistreerde opnamen kunnen vinden, hoewel er algemeen aangenomen wordt dat dit één van zijn betere werken is. De oudste is van 1971 onder Julius Rudel.

1) 1971 onder Julius Rudel met Tatiana Toryanos, Beverly Silss, Veronica Tyler op Lyric Distribution Incorporated ALD 4052(1996).

2) 1974 onder Antony Lewis met het English Chamber Orkest, met Janet Baker, Lois McDonall, Wendy Eathorne, Della Jones, Alexander Young, Malcolm Kingen Brian Burrows, op compact disc.: Oriel Music OMS 80/3 (3Cd's) 2001.

3) 1997 onder Mark Minlowsky met zijn " Les musiciens du Louvre " met Anne Sofie von Otter, Lynne Dawson, Veronica Cougemi, Eva Podles, Richard Croft, Denis Sedov en Luc Caodou, ook op compact disc: Archiv Production 457-271-2 (3Cd's).

4) 2007 onder Kenneth Montgomery met het kamer orkest van Genève met Joyce DiDonato, Patricia Petilov, Armanda Forsythe, Varduhl Abrahamyan, Charles Workman en Antony Abeti, op compact disc: Première Opera CDNO 3259-2 ( 2 Cd's-2009).

5) 1996 een Engelse versie de eerste op DVD onder Ivor Bolton met de English National Opera met Ann Murray, Joan Rodgers, Lesley Ganet, Christopher Robson, Paul Nilou, Gwynne Howell en Mark Le Brocq op DVD (video) Art Haus 100 054(2000).

6) 2007 terug op DVD onder Alan Curtis met " Il Camplesso Barocco " met Ann Hallenberg,    Laura Cherici, Enrico Guiseppe Iori, Mary Ellen Nesi, Zochary Stanis, Carlo Lepore en Vittorio Prato op DVD Dynamic 33559 (2009).

  • Giovanni Carestini (1700-1760)

    Een Italiaanse castraat geboren in Filottrano op 13 december 1700 en aldaar overleden in 1760. Zong vooral in 18 de eeuwse opera's en oratoria van Georg Friedrich Händel. Hij heeft ook gezongen voor Johan Adolph Hasse en Christoph Willibald Gluck.
    Zijn carrière begin in Milaan in 1719. Hij zong er voor Alessandro Scarlatti in Rome in 1721, het is onder andere bij Scarlatti dat Händel hem leerde kennen. In 1723 zong hij aan het Weense hof en ook te Napels, Venetië en Rome. Hij zong theaterwerken van Hasse, Leonardo Vinci en Nicola Porpora. Hij verzorgde de première van Vinci en Metastasio's " Artaserse " , die bekend stond om zijn moeilijke en virtuoze aria's. Voor hij naar Londen vertrok zong hij nog eerst te München in 1731. Naar Londen ging hij voor Händel zingen in 1733 hij kreeg er de hoofdrollen in "Arianna di Creta ", Ariodante en Alcina. Verder zong hij ook nog de oratoria Deborah, Esther en Athaklia. Hij kon zich veroorloven om een hogere gage te vragen dan de in die tijd beroemde castraat Caffarelli . Na het hoogtepunt in zijn carrière na 1735 daalde zijn ster vlug en keerde hij terug naar Italië in de vroege jaren na 1740 zong hij nog voor Gluck's " Demofante " in Milaan in 1743. Hij zong nog aan het hof te Wenen onder Maria Theresa in 1744 en van 1747 tot 1749 zong hij nog voor Hasse in Dresden. Hij verhuisde naar Berlijn van 1750 tot 1754. Hij schitterde nog éénmaal in St.-Petersburg van 1754 tot 1756. Hij keerde terug naar Napels om te stoppen in 1758 na de première in Ezio Gaetano's " Latilla " aan het Teatro de San Carlo op 10 juli 1758. Hij ging met pensioen en overleed kort nadien in 1760.
    Carestini's stembereik evolueerde wel na verloop van tijd. Toen hij jong was had hij een krachtige en duidelijke sopraanstem maar in verloop van tijd evalueerde zijn stem tot contratenor . Hij had een buitengewone virtuositeit en had briljante passages . Hij stamde uit de castratenschool van Bernacchi en werd vergeleken met de toenmalige Farinelli die ook uit die school stamde.
    De Franse contratenor Philippe Jarousky bracht in 2007 een CD uit als eerbetoon aan Carrestini met allemaal aria's die speciaal voor Carestini waren gecomponeerd.

  • John Beard (1716-1791)

    Was een Engelse tenor uit de 18 de eeuw. Hij is het best bekend door het creëren van operarollen. Hij debuteerde in Händels " Il pastor fido " die Händel had herwerkt en er een ballet had aan toegevoegd in 1734. Beard bleef zingen voor Händel en creëerde wel voor tien opera's van Händel personages. Hij zong zowel Italiaanse opera's als Engelstalige oratoria van de componist. Hij trad ook op voor de componist Thomas Arne die dan gehuwd was met Cecilia Young. Trad op in de Royal Chapel en in Covent Garden.
    In 1739 huwde hij " Dame Henriette Herbert ", de enige dochter van James Waldegrave. Zijn eerste vrouw Lady Henriette overleed in 1753, en Beard trouwde opnieuw, deze keer met de dochter van John Rich, Charlotte Rich. John Rich was de eigenaar van Covent Garden en toen John in 1761 stierf werd Beard nu de eigenaar en directeur van het theater die hij zou leiden tot 1767. Toen hij door doofheid gedwongen werd met pensioen te gaan verkocht hij Covent Garden voor 60.000 pond. Hij stierf in Hampton op 5 februari 1791.
    Händel schreef verschillende heroïsche hoofdrollen voor Beard, toen een revolutie in de hoogtijdagen van de castraten cultus. Titelrollen in " Samson, Judas Macabeus, Jeptha, boer Haithonne ". Hij kreeg hoofrollen in het werk van Thomas Arne, zoals bijvoorbeeld in " Love in a Village ", het publiek droeg hem op handen en in de topjaren van zijn loopbaan was hij een publiekslieveling. Hij was daarbij een zeer begaafd acteur. Tijdens zijn concerten en in Händels oratoria vertolkte hij altijd de hoofdrol.

  • Gustavus Watz

    Waltz loopbaan manifesteerde zich tussen 1732 en 1759. Hij was musicus en is dikwijls afgebeeld met een cello, maar was vooral een Duitse basoperazanger. Hij werkte in Londen, vanaf 1732 ging hij in het operagezelschap van Händel optreden. We vinden hem voor het eerst in " La Semiramide riconosciuta een opera van Pastucio. Net zoals Georg Friedrich Händel nam hij de Engelse nationaliteit aan. In 1733 creëerde hij een rol in het oratorium " Athalia " en in de opera " Arianna in Creta ", "Ariodante " in 1735 en ook " Alcina in 1735, in 1736 " Atolanta. Naast solist zong hij ook nog in het koor en versterkte hij soms het orkest als cellist. Voor de laatste keer schitterde hij ook nog eens in de " Messias van Georg Friedrich Händel . Later gaf hij nog zangles en één van zijn leerlingen was Isabella Young de zuster van Cecilia Young. Van Gustavus Waltz weten we alleen iets over en tijdens zijn actieve loopbaan. Van wat er na zijn pensioen is gebeurd blijft het heel stil alleen weten we dat hij een goede amateur kok was. Zoals het stil was voor zijn debuut in 1732 , zo stil is het ook na zijn afscheid van het podium men weet zelfs niet wanneer hij gestorven is, we weten alleen dat het na 1760 moet zijn geweest.

Cecilia Young (ook Celilia Arne ) 1712-1789.

Componist Michael Arne (1740-1786) Zoon van Cecilia Young en de componist Thomas Arne.

Young was een van de grootste Engelse sopranen van haar tijd geboren in Londen op 7 februari 1712 en overleden in 1789, ze was gehuwd met de Engelse componist Thomas Arne, ze gebruikte ook soms haar mans naam " Arne " bij sommige optredens. Young werd beroemd door haar succesrijk werk met Georg Friedrich Händel. Ze verscheen in verschillende van zijn oratoria en opera's, waaronder in de première van " Ariodante " waar ze de rol van Dalinda creëerde in  1735, en even zo in Alcina (1735), Alexander's Feast (1736) en Saul (1739). 

Cecilia Young stamt uit een bekende organisten en componisten familie, zowel haar vader Charles Young en haar broer Anthony waren organisten en haar zussen Isabel en Esther waren eveneens succesrijke sopranen. Het eerste muziekonderricht kwam dus van haar vader, maar ze werd uiteindelijk leerling van Francesco Genimiani. Ze debuteerde in 1730 in een productie van John Fredrick Lampe. Door die samenwerking ontmoette ze de jonge componist Thomas Arne die dan later haar echtgenoot zou worden in 1733. Cecilia ontmoette hierdoor ook Händel in 1734, die was zodanig onder de indruk van haar stem dat hij besloot haar in te huren voor zijn nieuw operagezelschap. Hij voorzag de rol van Dalinda uit zijn opera " Ariodante " voor haar, maar ook nog de wereldpremière in dat zelfde jaar 1735 van " Alcine ", het jaar daarop in 1736 zijn  oratoria Alexander's feast en Saul in 1739 ze vertolkte ook nog de titelrol in " Athalia. ze zou ook nog optreden in verschillende werken van haar echtgenoot zoals in " Camus " (1738), " Alfred " (1740) en in het " Oordeel van Parijs (1742). Ze beviel van haar enig kind in 1741 Michael Arne die later ook componist zou worden. Geruchten gaan dat Michael een aangenomen kind zou kunnen zijn. Ze gingen naar Dublin in 1744 maar keerden datzelfde jaar nog terug naar Londen. Haar verdere loopbaan zou volledig afgewerkt worden in Londen. ze had nog optredens in Händels " Acis en Galatea. In 1755 brak ze met haar echtgenoot en na de scheiding ging ze nog eens terug naar Dublin. Ze keerde terug naar Londen in 1762 voor ze zich ging wijden aan onderwijs in zang. Ze verzoende zich terug met haar echtgenoot kort voor zijn dood in 1778 waarna ze in Londen woonde met haar nicht Polly en haar vriend de componist Barthéleman. Ze overleed in 1789.

  • Anna Maria Strada.

    Zij was een 18 de eeuwse Italiaanse sopraan die beroemd is geworden door haar vertolking van rollen in 24 operawerken van Georg Friedrich Händel. Haar debuut was voor het eerst in Venetië in een opera van Vivaldi " La verita in cimento " (1720). Strada verhuisde naar Londen in 1729 om er voor Händel te zingen ze maakte er haar debuut als Adelaide in " Lotario ". Ze zou nog in 24 theaterwerken van Händel optreden, ze zong ook de nieuwe proloog in zijn ballet " Trepsicore " en in " Il Pastor Fido " in 1734.
    Ze zou de prima donna in de meeste van zijn opera's en oratoria worden. Ze schitterde , als Angelica, Orlando, de titel rol in Partenope, Elmira in Sosarme, Thusenelda in Armino, Ariadne in Guistino, de titelrol in Atalenta en Ginevra in Ariodante. Maria Strada was de enige zangeres die in Händels opera gezelschap niet overliep naar de rivalen van operagezelschappen die gefinancierd werden vanuit de adel. Ze had in 1733 de gelegenheid afgezegd om voor Giovanni Bononcini te gaan zingen. Ze verliet Londen, en keerde in 1738 terug naar Italië, waar ze nog zong in Napels en Turijn. Ze verhuisde na haar pensioen naar Bergamo waar ze terug verdween in de anonimiteit. We weten alleen dat ze actief was tussen 1719 en 1741.

  • Maria Caterina Negri.

    Maria Caterina Negri was actief van 1719 tot 1744. Ze is geboren te Bologna in 1704 was een Italiaanse contralto en creëerde verschillende rollen in 18 de eeuwse theaterwerken voornamelijk die van travesti of van vrouwelijke krijgers-personages. In Bologna maakte ze op 15 jarige leeftijd haar debuut in het carnavalseizoen in 1719 in Bononcini's " Il triomfi di Camilla ". Haar vader was Antonio Negri. Ze studeerde bij de castratenzanger Antonio Pasi in Bologna. Ze debuteerde in het theater " Formogliari " te Bologna in Predieri's " La Partenope ". Ze zong er tot 1724 en werd toen lid van het operagezelschap van Anton Denzio die een theater van Franz Anton van Sporckin leidde in Praag. In 1727 keerde ze terug naar Italië waar ze met Vivaldi's gezelschap aan het " Teatro Sant 'Angelo " in Venetië zong voor twee seizoenen. Volgens Vivaldi stond Negri bekend voor haar vurig temperament , zowel op als buiten het podium. Vivaldi gaf haar de rol van de tirankoning Arsace in " Rosilena ed Oranta " en als vrouwelijk krijger Bradamante in " Orlando Furioso. Na zes jaar rondtrekken in Italië zou ze uiteindelijk terecht komen in Londen waar ze van 1733 tot 1737 in het Italiaanse operagezelschap van Händel zou zingen , eerst in het " Kings Teatre " en later het " Theatre Royal ", waar ze als second donna verscheen in tal van opera's, na 1738 keerde ze terug naar Italië met een tussenstop in Lissabon. Haar laatste bekende optreden was in " Gli sponsali di Enea "van Lorenzo Gibelli. Nadien lopen alle sporen dood en is ze van het operapodium verdwenen en weten we zelf haar sterfdatum niet, alleen weten we dat ze actief was tussen 1719 en 1744.

Marie Sallé (1707-1756).

Marie Sallé (1707-1756)

Marie Sallé was de eerste grote Franse ballerina en choreografe in 18 de eeuw, bekend om haar expressieve, dramatische podiumprestaties. Ze creëerde het " Ballet d'action ". Haar werk werd verder gezet door een leerling van haar Jean-Georges Noverre. Ze daagde de door mannen gedomineerde theatrale wereld uit, ze hervormde traditionele vrouwelijke kostuums. Ze stamt uit een circus- en kermis-familie en groeide op binnen een artiesten en het acrobatenmillieu in Frankrijk.

In 1716 trad ze op met haar broer Francis in het " Lincol's Inn Fields Theatre "  in Londen . Ze maakte haar debuut op de Saint Laurent beurs in " La Princesse Charismé " van Véronique Lesage. In 1725 keerde hun familie terug naar Engeland. Ze waren leerling bij Claude Bolan en zijn partner Francoise Prévost beiden sterren  van de Parijse Opera. Ze werden gecontacteerd door Händel voor zijn Rinaldo en de pantomimes.

Sallé ging solo vanaf 1727 in Parijs. Haar debuut was in Jean-Joseph Mouret's " les Amours des Dieux " Ze danste samen met Marie Camargo, ook een leerlinge van Prévost, ze vulden elkaar goed aan Camargo was de technicus en Marie was de actrice. Ze lag constant in conflict met het beleid van de Opéra de Paris. Toch werd haar talent opgemerkt tijdens haar samenwerking met Jean-Phillipe Rameau. Ze keerde terug naar Londen in 1734 ze was toen verloofd met John Rich uit Covent Garden. Ze danste " Terpsicore " en in de nieuwe proloog van Händels " Il pastor fido ", en ook in de première van " Ariodante en Alcina ". In 1734 presenteerde ze haar eerste eigen creatie " Pygmaliou " een mythologisch verhaal waarin een standbeeld tot leven komt bij de beeldhouwer die het sculpteerde. Dit stuk maakte dat ze de eerste vrouwelijke choreografe was die danste in haar eigen ontworpen Griekse gewaden en  door het dansen op sandalen en de nieuwe ontworpen kledij ontstaat het eerste ballet en moderne de dansversie. Tijdens hetzelfde seizoen werkte ze in Covent Garden ook samen met Händel in haar Pantomime " Bachus en Ariadne ".

Ze keerde toch terug naar Parijs in 1735 en choreografeerde er en danste in scénes voor Jean-Philippe Ramaeau's opera en balletten. In 1741 trok ze zich terug van het publieke toneel. Ze bleef echter op verzoek van de Royals voor de adel dansen aan het hof. Ze gaf nog altijd les aan de Opéra-Comique, ze oefende nog dagelijks en ze zou nog een laatste keer de ballerina zijn in Versaille aan het Franse hof in 1747. Ze overleed op 27 juni 1756.

Händel " Ariodante " Anne Sofie von Otter (1997)

Dit wilde ik jullie niet onthouden " Anne Sofie von Otter met de aria " Dopo notte, atra e funesto " uit akt.3 opname 1997.