" Le postillion de Longjumeau "

Charles Burles.(1936) zong te Gent van 1966 tot 1977.

Opera met een ouverture en drie bedrijven van Adolf Charles Adam.

Libretto van De Leuven en Brunswick.

Inleiding.

Vele componisten zijn vereeuwigd door één enkel werk. Zo ook Charles Adam, met zijn " Postillion ". Hij componeerde in totaal 39 opera's, het is onmogelijk de meest vergeten werken te omschrijven. Enkele zijn wel bekend gebleven al ware het slechts doordat grote zangers er naam mee gemaakt hebben. Zo is er " Chalet " (1834) met zijn fraaie bas-aria " Vallons " de l'Helvétie "  die een glansnummer van Pol Plaçon was. " Le Toreador " (1849)  bevatte coloratuurvariaties " Ah vous dirais je maman " die nog altijd op het repertoire van alle coloratuursopranen staan als de variaties van Mozart-Adam. De balletwereld kent Adam door zijn klassiek-romantisch ballet " Giselle ", dat repertoire gehouden heeft sedert (1841) . " De Postillion de Longjumeau " werd gecomponeerd in 1836 voor de " Opéra Comique " te Parijs, en bleef sindsdien zijn meesterwerk. Het merkwaardige is echter dat dit werk zijn grootste populariteit verwierf in Duitsland, met een Duitse vertaling. Opvoeringen  zijn heden in Frankrijk zeldzaam. In de lage landen bleef de Franse versie repertoire houden vooral in Brussel aan de Munt en te Gent. In Duitsland wordt het werk regelmatig opgevoerd en wordt het beschouwd als een Duitse-spieloper, samen met de werken van Lortzing, Flotow en Nicolai. In Frankrijk bleef Adams latere werk " Si j'etais roi " repertoire  houden en eveneens aan de Muntschouwburg te Brussel en ook te Gent. In Duitsland is ook " die Nurnberger Puppe "  nog tamelijk bekend gebleven. 

Het ongelijk van dit genre opera's " Opera comique " is , dat er zoveel parlando in voorkomt en dat een  vertaalde uitvoering in het buitenland vrijwel niet mogelijk wordt.

Rolverdeling.                        Stem.                     Eerste cast.

Chapelou, postillion ------------------------------ tenor ------------------------ Jean Baptiste Challet

Bijou, smid ------------------------------------- bas-bariton -------------------- François-Louis Henry

Marquis de Corcy, kamerheer -------------------- bariton ------------------------- Edmond Ricquier

Madeleine, herbergierster ------------------------ sopraan ---------------------- Genvièuve Prévost

Bourdon, korist ------------------------------------- bas ----------------------------------------- M. Roy

Rose, kamenier ------------------------------------ spreekrol ----------------------------------- M. Roy

Tijd en plaats: in Longjumeau in 1756 en in Fontainebleau in 1766. 

Akt. 1

Voor de herberg van Longjumeau heeft een huwelijksfeest plaats. De herbergierster Madeleine huwt de knappe jonge postillion Chapelou hoewel een waarzegster beiden gewaarschuwd heeft daarmee geen haast te maken, daar beiden een schitterende toekomst tegemoet gaan. Chapelou poogt de smid een vroegere postillion er toe te brengen hem deze nacht te vervangen, mochten er onverhoopt nog reizigers komen opdagen. Bijou heeft echter zelf een oogje op Madeleine gehad en wijst het verzoek spottend af. Hij kan in zijn handen wrijven, daar even later de  Marquis de Corcy opkomt wiens koets in panne staat. Hij moet een dringende reis op last van de koning maken, daar hij op zoek is naar een nieuwe tenor voor de opera. Terwijl Bijou bezig is de koets te herstellen, wordt Madeleine, al naar gebruik van het land en tijd door de vrouwen uit het dorp ontvoerd, om door Chapelou met een lied te worden verlost. Hij zingt daarop zijn beroemde Postillionlied ( aria: " Mes amis écoutez l'histoire " ). De Marquis hoeft daardoor niet verder te reizen, daar deze postillion met gemak de hoge C haalt, ja zelfs een hoge D . Hij biedt hem een zo verleidelijk contract aan, dat Chapelou voor zijn overedingskracht zwicht, en hij Madeleine in de steek laat om de Marquis naar Parijs te volgen. Bijou die een hoge dunk van zijn basstem heeft , probeert nu wanhopig ook geëngageerd te worden. Hem valt echter wel het genoegen te beurt, Madeleine op de vlucht van de bruidegom attent te maken. 

Akt. 2

Tien jaar later in Fontainbleau, ten huize van Madame de Latour. Zij is niemand minder dan onze bekende Madeleine. Door een erfenis is zij rijk geworden, zij heeft misschien wel altijd Latour geheten. Chapelou is intussen een gevierde tenor aan de opera geworden, onder de naam Saint-Phar. Madeleine heeft nooit meer iets van Chapelou gehoord, maar de bewonderende briefjes van Madame De Latour heeft hij wel altijd beantwoord, en zij verwacht nu een bezoek van hem. ( arria: " Je vais donc le revoir ") Ze heeft enkel zangers van de opera uitgenodigd om op haar slot een soort voorstelling te brengen, door middel van de marquis de Corcy, die nu ook tot haar bekende kring behoort. In haar gesprek met de edelman wordt de première van Rouseaus " Devin du Village " gememoriseerd. De zangers zijn echter niet te spreken over deze nieuwe dienst ( ensemble :" Ah quel affreux martyre, chanter à chaque instant ") . Ze gaan in staking en Saint-Phar verklaart dat hij schor is. Bijou heeft het zowaar toch tot korist weten te brengen en bevindt zich ook in de troep. Hij maakt van de gelegenheid gebruik om schor of niet de Marquis toch nog te overtuigen van het feit dat hij een home des nuances is (aria: " Qui, des Choristes du théatre ") . De heesheid van Saint-Phar geneest echter bij toverslag, wanneer hij hoort dat hij ten huize van Madame De Latour is. Hij zag haar altijd in haar loge  zitten, en het is hem opgevallen hoezeer ze op Madeleine lijkt. Hij maakt haar nu direct het hof ( duet: " Grâce au basard, je suis Madame ") Bijou -Alcindor gooit echter roet in 't eten door zijn vriend een briefje in de handen te drukken, waarvan Madame Latour koket de inhoud wil weten. Ze heeft het natuurlijk zelf geschreven , maar .... als Madeleine. Als ze nu hoort dat Saint-Phar al getrouwd is, is ze hoogst verontwaardigd. Die beweert echter dat het allemaal niet zo is, en vraagt onmiddellijk haar hand. Zij stemt toe, en terwijl ze haar toilet gaat maken , smeedt Saint-Phar met Bijou een plan om een schijnhuwelijk te laten doorgaan. De korist Boudon zal dan als priester doorgaan. Hun gesprek wordt afgeluisterd door de Marquis, die het aan Madeleine gaat vertellen. Die beveelt haar kamenier, haar kapelaan onmiddellijk te laten komen. De Marquis denkt dat zij uit wraak hemzelf wil trouwen en hij is in de wolken. Hij valt daar echter spoedig uit wanneer blijkt dat Saint-Phar de uitverkorene is. Madeleine is nu met hem voor de tweede keer getrouwd,  hoewel Saint-Phar nog in de waan is dat het alleen maar een komedie was.

Akt. 3 

Het bruidsvertrek. Bijou is bezig Bourdon in priestergewaad te steken, als de Marquis komt vertellen dat het niet meer nodig is: het huwelijk heeft al plaats gevonden. Ontzet vertelt Bijou nu, dat Saint-Phar tien jaar geleden al getrouwd is. Hij heeft dus nu bigamie gepleegd. De Marquis triomfeert, of denkt dat te zullen doen. Het bruidspaar wordt nu binnen geleid (ensemble: " Du vrai bonheur que votre coeur ") en Madeleine verlaat het podium om zich door Roze te laten omkleden. Intussen zingt Saint-Phar, in afwachting een (aria: "  A la noblesse je m' allie "). Bijou-Aleindor en Bordon komen hem echter onheilspellend nieuws brengen over zijn bigamie ( trio: " Pendu, pendu...") en het edel drietal ziet zich zelf al aan de galg hangen. Madeleine komt nu uit haar kleedkamer terug maar in haar oude kleding als herbergierster. Als ze nu in Saint-Phar Chapelou herkent, laat ze in haar agitatie het licht uit haar hand vallen. In het duister verzoenen de twee zich, maar ze brengt Saint-Phar tot vertwijfeling door af en toe met de stem van Madame Latour te spreken, zodat het hem voorkomt dat beide vrouwen in de kamer zijn. Hieruit ontstaat een komisch  trio dat slechts door twee personen wordt gezongen, de sopraan zingt hier met twee stemmen ( trio :" A ma douleur soyez sensible ') Daarna komt de Marquis met de wacht, om de bigamist te arresteren. De affaire wordt dan opgehelderd door Madeleine, die verklaart dat het toch geen misdaad is om tweemaal met dezelfde vrouw in het huwelijk te treden. De opera eindigt met een herhaling van het refrein van het Postillionlied , nu door allen meegezongen.

Historische opvoeringen.

Adam componeerde in totaal niet minder dan 39 opera's de meeste van zijn  werken zijn vergeten. Zijn Postillion werd voor het eerst opgevoerd op 13 oktober 1936 in de " Opéra Comique " te Parijs en bleef dus regelmatig op het repertoire, maar werkwaardig genoeg werd die opera bijzonder populair in Duitsland. Heden zijn de opvoeringen in Frankrijk eerder zeldzaam. Maar in Duitsland wordt het  nog regelmatig opgevoerd, en deze Franse komische opera  wordt er beschouwd als een spieloper, samen met de werken van Lortzing, Flotow en Nicolai. De populariteit ontstond door de tenoren  " Theodor Wachter en Henrich Bötel " die laatste maakte er nog een opname van  in de herfst van zijn loopbaan. Deze tenoren waren ook koningen van de hoge C's en haalden of bereikten een enorme hoogte. In een latere periode was het een glansrol Helge Roswaenge en Josef Traxel en nog iets later Nicolai Gedda. In de jaren dertig van vorige eeuw had de Joodse wereldberoemde tenor Josef Smidt  een wereldsong met de Postillionaria.

In België bleef Adams opera zijn opera " Si j'etais Roi " ook repertoire houden. Te Gent vind ik wel al een eerste voorstelling in de Franse versie reeds op 19 februari 1837 dit was nog voor de bouw van de Grote schouwburg. De eerste opvoering in de grote schouwburg was op 31 augustus 1840 met Legaigneur als Madeleine, De Boer als Rose en Jourdheuil als  Chapelou, Lacroix als Bijou, Vernet als de markies en Dorsan als Boudon. Hernemingen in 1913 met Ancelin als Chapelou en in 1927 met Krinkels als Madeleine en André d'Arkor als Chapelou . In 1961/62 met Gitas Nobis als Madeleine, Henri Legay als Chapelou en Richard Plumat als Bijou. Ik vind verder nog hernemingen op 7/12 en 14 november 1965 met Christiane Jocquin als Madeleine, Yola De Gruyter als Rose, Henri Legay als Chapelou, Richard Plumat als Bijou en Lucien Cattin als de markies, met Ledant als dirigent en Karel Locufier als regisseur. Ik vind nog een laatste herneming op 9/14 en 16 maart 1975. Vanaf 1840 registreren we te Gent niet minder dan 136 opvoeringen van de Franse versie. Om nog eens te vermelden dat de opera " Si j'etais Roi " van deze componist ook bij ons repertoire hield tot 1966 en vanaf 1853 er 115 voorstellingen werden geteld.

Discografie en Cinégrafie.

Voorlopig vind ik maar twee volledige opnamen. Fragmentarische opnamen van het postillion lied " mes amis ecoutez L'Histoire " vindt men meestal door beroemde tenoren opgenomen maar meestal in een Duitse vertaling. " Freunde vernehmet die Geschichte " Beroemde historische opnamen zijn onder andere met Fernand Ensseau, Josef Smidt, Rudolf Schock, Nicolai Gedda, en nu reeds zelfs door Diego Flores enz.....

De twee volledige opnamen zijn:

1) 1958 opera Monte Carlo onder de leiding John Aler met François le Roux, Jean Phillipe Lafont, June Anderson, Daniel Ottewaere en Bolvina de Courcelles op EMI 557106-2.

2) Een operafilm in de Opéra Comique (Franse versie) met het orkest van de opera de Rouen onder de leiding van Sebastien Rouland met Florie Valiquette, Frank Leguerinel, Laurent Kubba, Julien Clement en Michel Fou op Naxos: NBDO 112V( op DVD).  

" Mes amis écoutez l'histoire " Michel Spyres " opname 2019

Vertolking van het beroemde Postillionlied in de originele Franse versie door de tenor Michel Spyres. Opname van 2019.

Joseph Schmidt (1904-1942) " Freunde vernehmet die Geschichte ".

Prachtige vertolking van de Postillion aria in de Duitse versie door Joseph Schmidt opname 1932.

Florie Valiquette als Madeleine aria " Je vais dont le revoir " 2019

" Le postullion de Longjumeau " productie " Opéra Comique Paris. Dirigent Sébastien Rouland met het Orkest de l'Opéra de Rouen.