Isabella Colbrand (1785-1845) de eerste Semiramide en tevens de eerste vrouw van Rossini.

" Semiramide ".

Javier Camarena, Elizabeth DeShong, Angela Meade en Ildar Abrazakov.

" Semiramide "

Javier Camarena als Idreno en Ryan Speedo als Oroe.

" Semiramide "

Elizabeth Desong als Arsace en Angela Meade als Semiramide.

" Semiramide " Gioachino Rossini (1823)

Historische opname 1992 onder Ion Marin. (Londen)

Opera van Gioachino Rossini met ouverture in 2 bedrijven en 9 tonelen.

Libretto van Geatano Rossi, naar Voltaires drama " La tragedie de Sémiramis "

Inleiding.

" Semiramide " draait om machtswellust, koningsmoord en wraak en het komt bijna tot incest bovendien. Het is een waarlijk gruweldrama, door Rossini's heerlijke muziek tot kunst verheven. De mythische gestalte van Semiramide was tot aan het einde van de 19 de eeuw een bijzonder geliefd thema in de kunsten. Haar karakter varieert van gewetenloze, bloeddorstige , oorlogszuchtige vrouw tot nobele heerseres, die het Assysische rijk uitbreidde en Babylon liet bouwen. Historisch speelt dit verhaal zich af in de 9 de eeuw voor Christus. De Griekse historicus Diodorus Siecilus, die in de eerste eeuw over Semiramide schreef, vermengde de feiten met fictie.

Al in de middeleeuwen putten schrijvers uit de mythe rond Semiramide en hun schrijven mondde uit in de achttiende eeuw in twee hoofdwerken. Pietro Mestatasio 's libretto " Semiramide riconsiultra " (1729) en Voltaires " Semiramis " (1748). 

Er zijn in de beginperiode van de operageschiedenis wel zestig opera's over deze koningin gecomponeerd, gebaseerd op het verhaal van Mestastasio, maar Rossini's werk is geïnspireerd op de tekst van Voltaire. Enkele Semiramidés die ons bekend zijn uit de operageschiedenis zijn vooral van Antonio Vivaldi (1723), Johan Adolf Hassel (1747), Christoph Willibald von Gluck (1728), Bialdassare Galuppi (1749), Antonio Salieri (1784), Domenico Cimarosa (1799) en Giacomo Meyerbeer (1819). Na Rossini ging Ottorino Respighi nog eens met dit onderwerp aan de slag in (1910).

Rolverdeling.                         Stem.                      Eerste Cast.

Semiramide, Babylonische Koningin ----------- sopraan ----------------------------- Isabella Colbrand 

Arsace, veldheer ---------------------------------- alt ----------------------------------------- Rosa Mariani

Idreno, Indische vorst ---------------------------- tenor ------------------------------------- John Sinclair

Assur, Babylonische prins ------------------------ bas-bariton ------------------------------- Filippo Galli

Azema, Babylonische prinses ------------------- sopraan -------------------------------- Matilde Spogno

Oroe, opperpriester ------------------------------- bas ------------------------------------- Luciano Mariani

Mitrane, officier --------------------------------- tenor -------------------------------- Gaetano Rambaldi

Geest van de koning Nino ---------------------- bas ------------------------------------------ Natale Ciolli

Plaats en tijd Babylon 9de eeuw voor christus.

Akt. 1

1° Toneel: Tempel in Babylon. 

De hogepriester Oroe nodigt iedereen uit in de tempel, en Babyloniërs brengen samen met enkele buitenlanders een offer. Onder de buitenlanders bevinden zich de Indische vorst Idreno en Arsace een veldheer en Assur een Babylonische prins, die zegt tegen Semiramide dat het tijd wordt om een opvolger aan te duiden en stelt zichzelf als een voorbeeld van moed. Idremo uit zijn verbazing over de ambities van Assur.

Semiramide is graag gezien door iedereen, maar Idreno en Assur  speculeren individueel over wie er zal gekozen worden. Ze zetten de koningin onder druk om tot een beslissing te komen, maar Semiramide  is bang om een beslissing te nemen, zij wacht precies op iemands komst. Plots wordt de tempel in duisternis gehuld en heerst er algemene paniek voor instorting en iedereen verlaat de tempel. Arsace kondigt zich aan, zijn stervende vader heeft hem verteld dat hij naar de tempel in Babylon moest gaan, en ook Semiramide had hem terug geroepen. Hij brengt een kist van zijn vader mee, en vraagt waarom hij zo dringend naar Babylon is geroepen. Hij verklaart nu zijn liefde voor prinses Azema die ook van hem houdt. De hand van Azema  is beloofd aan de overleden zoon van Koning Mino. Arsace gaat niet akkoord om Assur te steunen in zijn poging om de troon op te volgen ( Aria: Eccomi alfine in Babilonia .... Ah! Quel giorno ognor rammento ") . Arsace vraagt nu om de hogepriester te spreken. Oroe komt te voorschijn en opent de kist, zegt dat die heilige    relikwieën van de dode koning bevatten. Hij beschuldigt Arsace er van dat hij betrokken was bij verraad. Oroe vertrekt nu met de koninklijke relikwieën, en als Assur verschijnt vraagt hij zich af waarom Arsace is teruggekomen. De twee mannen dingen naar de hand van Azema, waarbij Arsace nogmaals zijn liefde voor haar bevestigt ( duet: " bella imago degli dei ") , terwijl Assur zegt ook van haar te houden ( duet: " d'un tenero amor ") .

2° Toneel: inkom van het paleis.

Azema komt binnen, ze is blij dat Arsace nu in Babylon terug is. Idremo heeft haar gevolgd en vraagt om haar hand. Ze vertelt hem dat zij niet de beslissing kan nemen, maar Semiramide moet de verantwoordelijkheid nemen. Daarop vraag Idreno hoe het zit met haar hart, want hij gaat er van uit dat Assur zijn liefdesrivaal is. Zij vertelt hem dat het nooit Assur zal zijn. Dit is een troost voor Idremo, maar toch toch drukt hij zijn verlangen uit om de goddeloze vrijmoedigheid van zijn rivaal te straffen en drukt nogmaals zijn verlangen  uit om Azema te bezitten ( aria: " E, se ancor libero ").

3° Toneel: de hangende tuinen .

Arcase is verliefd geworden op Azema en Semiramide wacht op zijn komst ( aria: " Bel raggio husinghier ") . Zij ontvangt het bericht van het orakel met de melding dat een bruiloft een nieuwe koning zal brengen. Zij gelooft dat dit een teken is van de goden en dat ze haar plannen goedkeuren voor een bruiloft. Wanneer Arsace opkomt, zinspeelt hij op zijn liefde voor Azema zonder haar specifiek te noemen, maar hij verklaart ook dat hij desnoods voor zijn koning zal sterven. Semiramide gelooft nog steeds dat hij echt van haar houdt en zweert dat ze hem alles zal geven wat hij wenst ( aria: " Serbami ognor sifido ") . Ze vertrekken afzonderlijk.

4° Toneel: de troonzaal van het paleis. 

Allen komen binnen en wachten de komst van Semiramide af voor de aankondiging van haar keuze. Arsace, Idremo, Oroe en Assur zweren nu zich aan de keuze te houden. ( quartet: " giuri ognuno, à sommi dei "). Ze eist loyaliteit aan de man die ze kiest en hij wordt beloofd dat hij ook de echtgenoot wordt van de koningin. Als Semiramide Arcace benoemt als haar uitverkorene, is Assure verontwaardigd, maar accepteert  Idremo haar beslissing, maar hij vraagt om Azema's hand en die wordt hem verleend na Oroe te hebben gevraagd om Semiramide en Arsace te verenigen in het huwelijk. Semiramide is ontsteld en geschokt door het tumult dat uit het nabij gelegen graf komt van Koning Mino ( aria: " Qual mesto gennito da quella tomba "). Allen zijn met afschuw vervuld als de geest van de koning Mino verschijnt, waarschuwend voor de middelen die worden verzuimd. Arsace zegt dat ze zal regeren, en de wijsheid van de hogepriester zal respecteren en verwijst hem terug naar zijn graf. Elk personage toont nu zijn idividuele angst.

Akt. 2

5°Toneel: terug in de hal van het paleis.

In een korte ontmoeting waarschuwt Mitrane de koninklijke wacht om Assur onder toezicht te plaatsen en hem het paleis niet te laten verlaten. Dan komt Semiramide binnen en kort gevolgd door Assur. Er ontstaat een conflict tussen hen beiden. Ze herinnert hem dat hij de beker met gif aan Nino overhandigde dat zijn dood veroorzaakte, en hij herinnert haar eraan dat zij dit had voorbereid. Assur zet Semiramide onder druk om hem koning te maken. Op haar beurt dreigt ze de misdaad te lekken, ze zingen een uitgebreid ( duet: " Se la vita oucor t'é cara "). Ze herinneren er zich aan de terreur en vergelding die ze elkaar zouden kunnen aandoen als de waarheid aan het licht zou komen. Semiramide blijft eisen dat Assur, Arsace als zijn koningin erkent.

6° Toneel: het graf van koning Nino

Oroe en de koning zijn verzameld aan het graf. De hogepriester dringt er bij Arsace op aan om naar voren te komen, maar maakt hem er van bewust dat er mogelijks onaangenaam nieuws op hem zou afkomen. Bij zijn aankomst vertelt Oroe hem dat hij Nina is, de zoon van Nino, die door Fradote was gered en als zijn eigen zoon is opgevoed. Verbijsterd door het nieuws verneemt Arsace dat Semiramide zijn moeder is. Om dit nieuws te sterken , overhandigt Oroe hem een boekrol, geschreven door de koning voor zijn dood, waarvan  de lezing de verklaringen van de hogepriester worden bevestigd. De laatste klap komt wanneer  Arsace Nino's woorden leest en beseft dat zijn moeder en Assur diegenen waren die zijn vader hebben vermoord.

Bijna instortend van verdriet zoekt Arsace troost in Oroe's armen en zingt hij een ( ontroerende aria: " In si Barbara sciagura '). Arsace krijgt het zwaard van zijn vader  waarmee hij wraak kan nemen op diens moordenaars en na een innerlijke strijd moet hij daarbij immers zijn moeder doden . Hij is daartoe  bereid en bezingt zijn wraak in het  ( cabaletta: " Si, si, vendetta ! ").

7°Toneel: de appartementen  van Semiramide.

Azema en Mirane zijn alleen, Azema klaagt dat ze alles verloren heeft nu Arsace, de liefde van haar leven  met de koningin gaat trouwen. de binnenkomende Idreno hoort dit en is radeloos. Azema belooft hem haar land als hij dat wenst, maar hij zou willen dat ze van hem houdt ( aria: " La speranza pui soave "). 

8° Toneel: in de tempel.

Semiramide confronteert Arsace, met de boekrol waar alle richtlijnen instaan. Geschokt ontdekt Arsace nu zijn echte identiteit. Hij zweert nu trouw aan zijn ouders en wenst zijn moeder te sparen in het (duet: " Ebben, a te... Giorno d'orro ... Madre addio!") Samen realiseren ze de realiteit ( duet: Giorno d'orrore ! E di contento "). Arsace verklaart nu dat hij naar het graf van zijn vader moet gaan om de actie te ondernemen die nodig is. Wetende wat er in het verschiet ligt spoort Semiramide hem aan om zegevierend bij haar terug te komen.

9° Toneel: aan het graf van Nino

Assur komt Arsace uitdagen, en zegt hem dat het zijn laatste dag op deze wereld zal zijn. Hij heeft gehoord dat het volk zich tegen hem heeft gekeerd, en zweert nu Arsase te doden. Hij gaat naar het graf van Nino om de heilige kracht op te doen. Er is echter een visioen dat hem tegenhoudt ( aria: " Deh ! ti ferma... Que nunu fuenti"). Zijn mannen sporen hem aan, maar toch blijft hij het visioen zien, zijn mannen zijn verbaasd, tot dat hij lijkt te herstellen van het visioen en met zijn mannen naast hem belooft om te vechten (cabaletta: " Que Nimi Furenti,Quell' ombre frenente "). Samen met Oroe komt Arsace het graf binnen, waar hij recht op zijn rivaal af gaat. Semiramide komt nu ook aan om te bidden bij het graf van Nino en vraagt om vergeving en bescherming van haar zoon (aria: " Al mio pregar t'arrendi, il figlio tuo iffendi "). In de verwarring van de duisternis blijken alle drie Arsace, Semiramide en Assur hun moed op het cruciale moment te verliezen (trio: " L'usato ardir "). In het donker zoeken ze elkaar om het gevecht aan te gaan. Semiramide begeeft zich tussen de vechtenden en Arsace slaat toevallig Sermiramide dodelijk neer. Men herkent nu Arsace's echte identiteit ( koor: " Vieni,Arsace, al trionfo ") en Assur wordt gearresteerd en Semiramide sterft. Onder algemeen gejuich viert het volk hun nieuwe koning.

Historische uitvoeringen.

De première van " Semiramide " was te Venetië in 1823 en was direct goed voor 26 voorstellingen voor het eerste seizoen, nadien ging de triomf verder naar alle grote operahuizen van Italië. Internationaal kwam het werk al aan zijn trekken  vanaf 1825 in  Parijs, Wenen in 1830/31. In 1824 bereikte deze opera Londen en in 1837 de Verenigde Staten en ging de première door in " Sint-Charles Theater " in New Orleans en het duurde nog tot 1849 tot het in New York geraakte. Tegen het einde van de 19 de eeuw was dit werk al in de vergetelheid beland. In 1880 werd het toch nog eens gekozen als openingswerk voor de opstart van het " Teatro Constanzi " in Rome. In 1882 werd het nog eens geprogrammeerd tijdens het " Cincinatie Opera Festival ".  Het Festival werd er afgesloten door de beroemde sopraan  Adelina Patti die het concert afsloot met de aria " Bel raggio lusinghiero " in haar afscheidsoptreden aan haar opera publiek aldaar.  Aan de Metropolitan herleefde het enigszins in 1892 tot 1895 met de sopraan Nellie Melba.

In de twintigste eeuw zou het terug herleven inder Tullio Serafin op de " Maggio Musicale Fiorentino in 1940 en in 1962 aan de Scala van Milaan met Joan Sutherland samen met de mezzo-sopraan Giulietta Simionato. Toen werd de tekst in de ganse partituur opnieuw geconstrueerd uit het script van Rossini zelf omdat er geen andere teksten meer beschikbaar waren. Deze opera heeft terug de podia van de grote internationale operahuizen  gewonnen sedert 1962. Tussen 1962 en 1990 zijn er wel 70 nieuwe producties geweest. het kreeg zijn grootste herkenning in 1980 op het " Aix-en-Provence Festival " met Montserat Caballé als Semiramide  en Marilyn Horne als Arsece, en in 1986 in Londen met June Anderson en Marilyn Horne. In de 21 ste eeuw in het " Wildbad Rossini Festival in 2012 met Alex Penda in de Titelrol.

In de lage landen heb ik maar één productie gevonden  te Gent in 1861 met Lorini als Semiramide Trebelli als Arsace, Tosti als Assur, Mazetti als Oroe, Zacchi als Idero, Grosli als l'Ombra onder leiding van Orsini dit zou een enige voorstelling zijn op 26 maart 1861.

Discografie en Cinégrafie.

Ik heb in totaal 31 geregistreerde volledige opnamen gevonden op het internet van deze Rossini opera.

1) de oudste van 1962 onder Gabriele Santini aan de Scala van Milaan, met Joan Sutherland, Guilietta Simionto,Vladimir Gauzarilli, Gianni Raimondi, Ferrucio Mazzoli, Antonio Zerbini, Giuseppe Bertinazzo, Manuela Biachi Parro, op Caompact disc; " Opera Itliana " OPI34 (2CD's) ARKADIA.

2) 1985 onder Henry Levis met Montserat Caballé, Marilyn Horne, Samuel Ramey, Francisca Aräza op compact Disc " Live-rare-opera " 3 Cd's (2009).

3) 1990 on der James Colon aan de Metropolitan, met June Anderson, Marilyn Horne, Samuel Ramey, Stanford Olsen, John Cheek, Jeffrey Wells, Michael Forrest, Young Ok Shin, de eerste op DVD. Opera Collectie n°32 met 2DVD's. Voor mij de mooiste zowel als regie en met een topcast.

4) 2003 onder Carlo Rizzi aan de opera van Praag. Met Darina Takova, Daniello Barcellona, Ildar Abdrazakov, Gregoru Kunde, Marco Spotti, Andrea Silvestrelli, Giorgio Trucco en Sonia Lee, op compact Disc.  " Première Opera " CDMO 1324-4 (2 CD's) 2004.

Tekst in opbouw en moet nog verbeterd worden.

" Semiramide " Rossini

Montserat Caballé en Marilyn Horne . Duet Bel raggio Lusighier ..... uit " Semiramide " van Rossini.
Historische opname met twee topdiva's en een top duet München 1990.

" Semiramide " Rossini.

" Semiramide " de aria " Que Numi Furenti " Samuel Ramey als Assur opname 1990 Metropolitan.

" Semiramide " Rossini.

Javier Canamerana als Indreno in " Semiramide " van Rossini de aria: " E se ancor Libero e il Tuo " Metropolitan 2018.

" Semiramide " Rossini

Ildar Abdrazakov als Assur in " Semiramide " aria " deh ! te ferna ".

" Semiramide " Rossini Teatro La Fenice 2017/18

Mooie productie onder Riccardo Frizza met een moderne en sobere regie en scene voorstelling.