" Anna Marie "

Lia >Rottier als Anna Marie, laatste voorstelling van deze opera 1965 Gent.

" Anna Marie "

Yola De Gruyter als Cesarinne, laatste voorstelling van deze opera 1965 Gent.

" Anna Marie "

Hilda De Groote als Severijntje, laatste voorstelling van deze opera 1965 Gent.

" Anna Marie "

Simonne Van Parijs als Cato, laatse voorstelling van deze opera 1965 Gent.

" Anna Marie "

Jan Verbaack als Livinnus , laatste voorstelling van deze opera 1965 Gnet.

" Anna Marie "

Renaat Veremans (1894-1969)

Opera in vier bedrijven van Renaat Veremans (1894-1969)

Libretto van Felix Timmermans (1886-1947)

Inleiding.

Veremans was een van de populairste componisten van zijn generatie. Hij had dit te danken aan het succes van zijn lied " Vlaanderen " (1910), maar vooral door zijn toegankelijkheid en zijn romantische schrijfstijl en uitgesproken melodische gave. De vriendschap met Felix Timmermans, want ze waren beiden van Lier, resulteerde in een opera " Anna Marie " (1937), waarvoor Felix Timmermans het libretto  schreef. 

Renaat Veremans schreef zijn eerste theaterwerk " Het Mirakel " naar een middeleeuwse legende, in de jaren twintig van vorige eeuw. Nadien volgde nog in 1937 zijn "Anna Marie ". Tijdens het schrijven van dit werk schreef hij ook de filmmuziek voor " De Witte " naar de roman van Ernest Claes. Nog tijdens  zijn lange componisten carrière was Renaat Veremans ook orkestleider bij de K.V.O.A. Hij was ook tijdelijk directeur aan het conservatorium van Brugge, maar gaf ook 35 jaar les aan het stedelijk conservatorium van zijn geboortestad Lier. Van zijn vier opera's is " Anna Marie " de enige die ook in het buitenland werd opgevoerd. De Opera van Keulen had het geprogrameerd had in 1938 en kende daar ook veel bijval.  

Rolverdeling.                   Stem.                           Eerste cast.

Anna Marie -------------------------------- sopraan ---------------------- Bertha Briffaux (1890-1955)

Pirroen ------------------------------------- bas ------------------------------------------ Gerrit Harmsen

Cesarinne, Pirroens geliefde ----------- mezzosopraan --------------------------------- R.Christiane

Severijntje, Livinnus geliefde ---------- sopraan -------------------------------- M. Van Der Meirsch

Cato, Pirroens meid --------------------- sopraan ------------------------------------------ I.De Borges

Livinus, een kunstschilder -------------- tenor -------------------------- Josef Sterkens (1893-1952)

Guido -------------------------------------- Bariton -------------------- Edward De Decker (1904-1970)

Koekoek , een dichter ------------------ tenor -------------------------------------- Gilbert Vercamer

Van de Nast, beeldhouwer ------------- bariton ----------------------------------------- Josef Loyens 

Swaen, kunstschilder ------------------- tenor --------------------------------------------J. Heirstrate

Plaats en tijd: een kleine stad in Vlaanderen tijdens de diligantetijd.

Akt.1

De notaris Pirroen, de voorzitter van " De Dolfijnen " heeft zijn nichtje Anna Marie, uit Italië laten komen om een erfenis te regelen . Zij zal een jaar hier blijven. Er wordt door de Dolfijnen beloofd dat dit jaar het schoonste van haar leven zal worden. Allen staan in bewondering voor haar schoonheid. Guido een lid van de Dolfijnen, begint zelfs een idylle met haar. Voor Livinus de kunstschilder, die haar nog niet heeft gezien, bestaat er echter niets mooier dan Severijntje, die hij meebracht uit Parijs. Hij wacht trouwens maar op de nodige papieren of op haar meerderjarigheid om met haar in het huwelijk te treden. Pirroen zegt aan Livinus dat hij het portret van Anna Marie mag schilderen, doch voegt er onmiddellijk aan toe te betwijfelen of de schilder Livinus er in zal slagen. In het lokaal der Dolfijnen wordt inmiddels een groot feest gegeven ter ere van de Italiaanse schone. Livinus die haar thans voor het eerst ziet, geraakt er bij de eerste oogopslag  smoor verliefd op en heeft maar één doel meer: van het portret van Anna Marie  een meesterwerk te maken. Met leed in 't hart ziet Severijntje wat er in het gemoed van haar geliefde omgaat.

Aan de gelagtafel gaat het er vrolijk aan toe. Ieder der Dolfijnen moet zijn schoonste liefdesgeschiedenis vertellen. Tijdens de gesprekken bemerkt Pirroen dat er " iets " is tussen  Anna Marie en Guido. Opgewonden komt hij aan de beurt om zijn verhaal te doen. Toen hij notaris werd, moest hij het landgoed der verarmde jonkvrouw Cesarinne verkopen. Hij bood het haar terug aan, op voorwaarde dat ze met hem zou huwen. Zij weigerde echter omdat hij niet van adel was. Twintig jaar zijn sindsdien voorbij gegaan. De Jonkvrouw woont thans in de stad waar Pirroen haar elke dag gaat bezoeken. Hij beweert dat er dit jaar een huwelijk zal van komen of dat hij het leven vaarwel zegt. Nu is het de beurt aan Guido om te vertellen. In Rusland in de wouden heeft hij zijn schoonste liefde beleefd. Hij zingt zijn vroeger minnelied, doch Pirroen maant hem aan meer aan zijn zieke vrouw te denken. Wanneer Anna Marie aldus verneemt dat Guido gehuwd is komt er vertwijfeling en wanhoop over haar. Guido weet haar echter te bepraten tot ze zich weer gewonnen geeft. Van nu af aan begint voor haar een strijd tussen haar geweten en haar liefde.

Akt.2

Livinus kent geen rust meer sedert hij Anna Marie zag. 's Avonds dwaalt hij dikwijls rond haar woning om in aanbidding naar  haar verlicht venster te staren. De Dolfijnen moeten vandaag een serenade brengen aan Anna Marie die  per boot zal worden afgehaald. Livinus zal haar een liefdeslied zingen. Guido brengt Anna Marie huiswaarts. Zij smeekt hem een einde te maken aan hun verhouding of verboden liefde, zo niet meent ze dat enkel de dood nog redding kan brengen voor haar. Livinus ontmoet haar intussen en vraagt of hij het portret dat Pirroen bij hem besteld heeft mag schilderen. Het meisje geeft haar toestemming aan de overgelukkige Livinus.

Daar komt echter de boot met de Dolfijnen. De schilder gaat aan boord en zingt zijn serenade voor de schone Anna Marie. De burgers komen toegestroomd. Ook Severijntje ziet wat er gaande is en kan haar woede niet bedwingen. Als Livinus bij haar komt, bedreigt ze hem met wraak. De jonge man weet haar echter terug om te bepraten en tenslotte geeft ze hem de toelating om het portret te schilderen.

Akt.3

Het portret is eindelijk afgewerkt. Vandaag zal het voor het eerst aan de Dolfijnen worden getoond: zelfs Cesarine is uitgenodigd. In afwachting van de komst van de ouderen gaat zij in de tuin van Livinus zijn huis, waar zij getuige is van een dramatisch gebeuren tussen Livinus en Anna Marie, die haar bewondering uitdrukt voor het meesterschap van Livinus, iets waar de schilder gebruikt van maakt om haar te kussen. Verontwaardigd rukt Anna Marie zich los, doch de jonge schilder is zichzelf niet meer meester. Hij bekent haar zijn vurige liefde en de onverschilligheid die thans in zijn hart is gekomen voor Severijntje. Ook de anderen komen in de tuin en de scene wordt beëindigd. Pirroen is in de wolken met het werk van de schilder. Severijntje voelt echter de jaloersheid in haar opkomen als ze het portret ziet. Zij smeekt Anna Marie haar Livinus niet af te nemen, waarop Anna Marie haar besluit meedeelt terug te keren naar Italië, daar haar schoonheid hier overal onheil teweeg brengt. Pirroen vraagt inmiddels Cesarinne een tweede maal ten huwelijk, maar terug weigert die. Hij laat zich hierdoor niet ontmoedigen en zegt dat Cesarinne er nog eens mag over nadenken en hem morgen om zeven uur het antwoord mag brengen. Severijntje heeft ondertussen haar Livinus gevonden en vertelt overgelukkig dat Anna Marie naar Italië terug keert. Livinus wil haar echter achterna , nu ziet Severijntje dat ze hem toch niet kan behouden, wreekt ze zich op het portret van de mooie Anna Marie dat ze vernielt.

Akt.4

Pirroen is er vast van overtuigd dat Cesarinne hem haar ja-woord zal brengen. Wanneer de klok zeven uur slaat en de jonkvrouw nog niet is verschenen legt hij het uurwerk stil: voor hem is het leven ten einde. Hij wil zelfmoord plegen, doch Anna Marie doet haar intrede om afscheid te nemen van haar oom. Guido wil haar van de terugreis doen afzien, doch zij houdt vol om te vertrekken. Wanneer hij echter zegt dat hij haar achterna zal reizen ziet ze geen uitweg meer: de dood. Ze gaat heen langs de tuindeur. Pirroen stuurt ook de meid weg om in vrede zijn noodlot te volbrengen. De meid krijgt evenwel argwaan en gaat Cesarinne en de vrienden verwittigen.

Wanneer Pirroen op het punt staat er een einde aan te maken, komt de trotse Cesarienne   binnengesneld om haar ja-woord te geven. De vrienden juichen hem allen toe, doch een vreselijke ontdekking zal een zwarte schaduw werpen over de vreugde: in de vijver vindt Livinus het lijk van Anna Marie. 

 

Andermaal kon ik rekenen op info uit het perssolijk archief van Simonne De Vos daarvoor dank.

 

Het ontstaan van Anna Marie.

Felix Timmermans (1886-1947)

Toen tijdens het seizoen 1940/41 " Anna Marie " voor de eerste maal werd opgevoerd in de Koninklijke Stadsopera van Gent, werd aan Felix Timmermans gevraagd een woordje te schrijven om het werk voor te stellen. Hij gaf graag gevolg aan het verzoek. Ziehier de tekst die Felix Timmermans leverde. 

Hoe het boek en opera " Anna Marie " ontstaan is. Thuis in mijn rommelkast lag er nog een oud portret uit de krinoline tijd, waarop een zeer lieve, jonge vrouw u weemoedig en vriendelijk toelacht. Naar de mode van die tijd draagt zij het haar in drie verdiepen en een lange stoppen trekken krul valt over haar rechter schouder. Ik wist niet wie en wat die vrouw was, maar toch kon ik soms dat portret heel lang bezien en dacht: misschien is er over die vrouw wel een schoon vertelsel te vertellen.

Op zekere keer zei mijn moeder, toen dit portret eens in haar handen kwam: " dat is nog familie van ons ", maar zij wist niet langs welke kant. Later ben ik getrouwd, nam heel de rommelkast mee en mijn schoonmoeder zag ook dit portret en zij: " kijk, dat is nog familie van ons " , maar zij wist ook niet langs welke kant. In elk geval dus een familie portret.

Ik vergat dit portret. Een paar jaar nadien hoorde ik 's nachts tussen twee en drie uur in onze stille straat een man zeer gevoelsvol een weemoedig lied zingen, dat mij aan Rusland en iets Russisch deed denken. Ik kon mij niet indenken wie die zanger kon zijn. Ik heb het ook nooit geweten. Maar dat lied maakte op mij diepe indruk. En in eens dacht ik aan dit portret en stelde mij voor dat die vrouw dit lied zou gehoord hebben en hoe zij den anderen nacht weer verlangend naar die stem zou luisteren. Zo drie nachten achter elkaar. En dat lied had in haar de liefde voor deze onbekende man doen openbloeien.

Enige dagen nadien zou zij hem bij de ene of andere gelegenheid ontmoeten. Het kwam zo ver dat ze op elkaar verliefd werden. maar daar ontdekte zij dat hij getrouwd was en in haar ontstond een strijd tussen haar liefde en haar geweten. Aan deze strijd zou ze ten onder gaan.

Daar had ik dus het verhaal, gegroeid uit dit lied en uit dit portret. 's Anderendaags begon ik te schrijven. Het verhaal zou plaats vinden in onze kleine stad aan de Nete. maar op de tiende bladzijde zat ik al op een wier. Zo iets was in ons Stadje (Lier) onmogelijk. De ene mens kent de ander en men weet voor men zich verlieft wie er getrouwd is en wie niet . Daarom liet ik de vrouw die ik Anna Marie heette, uit een ander land komen, uit Italië. Doch onderweg bleef zij steken. Het is mogelijk dat men van hier naar Italië gaat, maar geen mens komt uit Italië naar Lier. Naar Lier komt men per abuis. Daarom vlocht ik er een erfenis in het verhaal. Voor een erfenis komt men wel van Italië naar Lier. En nu kwam zij. Nu had ik weer een notaris nodig om die erfenis uiteen te doen. Ik kende iemand een eigenaardige man, die ik in de gestalte van den heer Pirroen stak. Die kreeg nu ook weer zijn liefdesgeschiedenis. Zo kwam er het ene bij het andere. En tenslotte kon ik mij  niet tegenhouden van er " de Dolfijnen " de maatschappij van onze nonkel Rik, waarvan ik zoveel had horen vertellen, te laten intreden.

Zo is het boek " Anna Marie " ontstaan uit een portret en een lied. De schrijver weet en kent op voorhand het lot van elk zijner personages, maar die wegen, die er naar toe leiden veranderen gemakkelijk onder de pen en hangen af van de zon en de regen, 't is te zeggen wat er door het hart komt en gaat. 

En de opera " Anna Marie " heb ik dan geschreven voor mijn vriend Renaat Veremans die het met zijn schone muziek doordrenkt en overgoten heeft.

Historische uitvoeringen. 

De première had plaats als een gala voorstelling op 22 februari 1938 te Antwerpen onder de leiding van de componist zelf. De titielrol werd gezongen door Bertha Briffaux en Gerrit Harmsen als Pirroen, Jozef Strerkens die toen directeur was van het K.V.O.A stond ook op het podium als de kunstschilder Livinus, Edward De Decker was Guido, Cesarinne werd vertolkt door R.Christiane en M.Van Der Meirsch was Severijntje, G. Vercamer was koekoek de dichter en J. Heirstrate was Swaen. 

De decors werden ontworpen naar tekeningen van Felix Timmermans. De voorstelling was een overweldigend succes en Felix Timmermans, die op de gala aanwezig was met zijn familie, werd samen met de componist en de ganse cast op het podium gehuldigd na afloop. Twee maand later ging het werk internationaal op 3 mei 1938 gasteerde het Vlaamse opera gezelschap in de opera van Keulen. De opera werd daar ook eveneens door het publiek positief onthaald. Er was een herneming twintig jaar later in het speelseizoen 1957/58 onder de leiding van Hugo Lenaerts met Maria Van Der Meirsch als Anna Marie, Stella Dalberg als Ceserarinne, Antoinette Bauters als Severijntje, Cato was Irene Raymaekers, Pirroen was Edward De Decker die later een internationale loopbaan zou uitbouwen in en  de Verenigde Staten, en Armand Geerts . Livinus werd gezongen door Achiel Somers, Cornelis Schell als Guido, Frans Meesters als Koekoek en verder nog Van Der Mast, Simon Van Trirum als Van de Nast,  Paul Draps als de kunstschilder en Armand Geerst als " een Man".

Te Gent vind ik ook een programmatie tijdens WO II een eerste uitvoering in het Nederlands met Suzanne Lyonel als Anna Marie, Antoinette Bauters als Severijntje, Yola De Gruyter als Cesarinne, Karel Locufier als Livinus, Coen Jochem als Pirroen, Frans Tourtenel als Guido alles onder de leiding van De Preter. Dit werk is hernomen in het speelseizoen 1964/65 met Lia Rottier als Anna Marie, Hilda De Groote als Severijntje, Yola De Gruyter als Cesarinne, Jan Verbeeck als Livinus, Jef Vermeersch als Pirroen en Jules De Mulder als Guido en dit alles onder de leiding van Hugo Lenaerts.

Nadien heb ik geen hernemingen meer gevonden. Het is dus ook 55 jaar geleden dat dit werk nog werd geprogrammeerd en verdwijnt het als zoveel meesterwerken van eigen bodem in de anonimiteit en wordt het geschiedenis tot er misschien toch iemand is die het werk interessant genoeg vindt om het van onder het stof te halen.

Dit mooie maar zeldzame werk is dus ook niet vertegenwoordigd met opnames zelfs geen historische opname uit de vroegere tijden en zelfs geen enkel fragment is er te vinden op het internet en op Youtube laat staan een volledige opname.

Mijn speciale dank gaat hier ook uit naar Luc Famaey die me geholpen heeft om de juiste namen van de vertolkers aan het K.V.O.A. te bezorgen voor het speelseizoen 1957/58.