" De Bruid der Zee " Jan Blockx (1851-1912)

Vlaams volkslied (1716) " Er waren twee koninkskinderen " openings aria door Arrie

" De Bruid der Zee " jan Blockx.

Vina Bovy (1947) foto: privé collectie

" De Bruid der Zee " Jan Blokcx.

Koor scène met Vina Bovy (1947) foto: privécollectie.

" De Bruid der Zee " Jan Blockx.

Vina Bovy naast vermoedelijk Bert Roelants (Renaat Verbruggen) foto: privécollectie.

" De Bruid der Zee " Jan Blockx.

Vina Bovy naast bBert Roelants en Willy Bienvenu (1947) foto: privécollectie.

" De Bruid der Zee " Jan Blocks.

De zegening der zee (1947) foto: privécollectie

" De Bruid der Zee " Jan Blockx (1851-1912)

Affiche van de zondagnamiddagvoorstelling " De Bruid der Zee " speelseizoen 1947/48 tijdens de directie Vina Bovy.

Een Vlaamse opera van Jan Blockx (1851-1912) in drie bedrijven. 

Libretto van Nestor de Tiere.

Inleiding.

Jan Blockx (1851-1912) wordt algemeen aanzien als de voornaamste Belgische operacomponist. Hij is niet alleen de belangrijkste Vlaamse figuur, maar tevens voor België de meest interessante van de 20ste eeuw. Zijn eerste werk was een Vlaamse éénakter " Iets vergeten , "(1876).

Zijn opera " De Bruid der Zee " is eigenlijk de tweede van een Vlaamse trilogie die bestaat uit 1- " De Herbergprinses " die staat voor de stad, 2- " De Bruid der Zee " die staat voor het water, de zee, 3- " Baldie " die zou staan voor het platteland. De twee eerste waren succesrijk en hebben in Antwerpen, Brussel, Gent , Amsterdam en Haarlem en ook te Zuid-Afrika repertoire gehouden tot diep in de jaren zeventig van vorige eeuw. De eerste is zelfs opgevoerd in de Verenigde Staten aan de Manhattan Opera, waar Jan Blockx de grote Caruso leerde kennen , er bestaat zelfs een karikatuur van de componist getekend door Enrico Caruso in 1909.

Het is wel opmerkelijk dat Jan Blocks buiten België en Nederland zo weinig bekend is, daar zijn twee belangrijkste werken alle eigenschappen voor succes bezitten. In stijl passen zij dicht aan het Italiaanse verisme, vooral het romantische verisme van een Catalini, en de latere werken van Mascagni.

Rolverdeling.                     Stem.                         Eerste Cast.

Kerlien -------------------------------------- lyische sopraan -------------------------- Adolfine Elsacker

Djovita -------------------------------------- mezzosopraan ------------------------- Jugels Kamphuizen

Arrie ----------------------------------------- tenor ------------------------------------------------- De Ville

Free Kerdee -------------------------------- bariton --------------------------------------- M.G. Wauquier

Guduul --------------------------------------- Alt -------------------------------------------- ????????? --------

Jonge garnaalmeisjes --------------------- Sopranen ------------------------------------- ????????? --------

Peter Wulff --------------------------------- bariton --------------------------------------- ????????? ---------

Morik ---------------------------------------- bariton --------------------------------------- ????????? ---------

Een oude visser ---------------------------- bas ------------------------------------------- ?????????? ---------

Plaats en tijd:  midden  de 19de eeuw aan de Vlaamse kust.

Akt 1.

Een vroege junimorgen in een haven. Op een der schuiten zingt Arrie het oude volkslied der ( " Twee coninckskinderen ") . Hij staat op het punt voor drie maanden voor de visvangst naar IJsland te vertrekken. Voor zijn vertrek wil hij echter de  hand vragen van Kerlien  aan haar vader, Peter Wulff. Wulff heeft eigenlijk een andere schoonzoon in gedachten, de rijkere Free Kerdee, die eigenaar van drie boten is. Arrie en Kerlien knielen voor een bidkapelletje en smeken de heilige maagd om bijstand. Kerlien vraagt Arrie nog éénmaal het lied der beide koningskinderen te zingen, en zweert dan bij de heilige maagd hem trouw te zullen blijven. Het dorp begint te ontwaken en de bevolking begeeft zich naar de haven. Arrie vraagt Wulff om Kerliens hand, maar deze weigert omdat Arrie geen eigen boot bezit. Een jonge visser, Free Kerdee,  wiens leven al twee keer door Arrie gered werd, geeft zijn eigen boot aan zijn vriend te leen, in hoofdzaak om Kerlien, waar hij in het geheim verliefd op is, gelukkig te maken. Wulff belooft dan dat zij het volgend jaar, tijdens de plechtigheid van het zegenen der zee, zullen kunnen trouwen. 

De garnalenmeisjes , waaronder Djovita, komen op en plagen de strandjutter Morik, die op Djovita verliefd is. Zij heeft echter een oog op Free Kerdee als een betere partij. Het  ogenblik van het uitzeilen van de vissersboot is gekomen. Wulff neemt afscheid van zijn vrouw Guduul en zijn dochter Kerlien, en  laatst van Arrie en Free Kerdee. Djovita tracht de aandacht van Free Kerdee te trekken, tot woede van Morik. De boten varen uit onder het gezang van ( " Wij varen naar Ijsland toe "). Kerlien knielt voor het Madonnabeeld aan de Kapel.

Akt.2

In de woning van Wulff, in de duinen. Lente een  jaar later. Wulffs schip is in een storm vergaan, en Arrie is met Kerdee's schip in de golven verdwenen. Wulff probeert Kerlien er toe te overtuigen om Kerdee het ja woord te geven. Ondertussen huurt Wulff een andere boot van Free en zit daardoor diep in de schulden bij hem. Kerdee komt op bezoek en vertelt hoe Arrie voor zijn ogen verdronken is.

Hij betuigt Kerlien zijn liefde, maar eerbiedigt haar trouw tegenover Arrie. Djovita, die jaloers is op Kerlien roept voor het venster dat er een schip in zicht is, wetend dat Kerlien dan altijd naar het strand loopt om te zien of het soms Arries schip niet is. Van haar afwezigheid maakt Djovita gebruik om Free Kerdie het hof te maken. Zij zingt en danst voor hem, maar Kerdee heeft geen oog voor haar. Zij besluit dan maar Kerlien uit de weg te ruimen door haar waanzinnig te maken. Als Kerdee is weggegaan komt Morik op met een kistje juwelen die hij op het strand bij het jutten gevonden heeft. Hij laat Djovita er zich mee tooien, maar zij wil zich niet verkopen.

De vissermeisjes komen buiten om Kerlien een kleed te passen dat ze als heilige maagd zal moeten dragen in de processie,  ter gelegenheid van de zeewijding. Met moeite weet Morik zijn juwelen terug te krijgen. Kerlien komt terug, en wordt door de meisjes gekleed. Men vraagt Djovita daarbij een lied te zingen over een gebroken eed, waardoor ze Kerliens verstand verwart. Als Wulff en Guduul thuiskomen, en er weer bij haar op aandringen om Kerdee terug het ja woord te geven, laat ze zich terug overtuigen. Zij belooft Kerdee trouw, maar als Djovita buiten haar lied van de gebroken eed aanheft, verliest zij plotseling haar verstand, en stoot ze haar ouders en Kerdee van zich af, zeggend op Arrie te willen wachten.

Akt.3

In de duinen, bij het strand. Morik bespiedt Kerdee, en wordt door hem weggejaagd. Djovita is Kerdee gevolgd, en bekent hem hartstochtelijk haar liefde, zeggend dat Kerlen nu toch ongeneeslijk gek is. Kerdee wijst haar echter af. Als hij weggegaan is, komt Kerlien op, heel verward, zeggend de bruid van de zee te zijn. Djovita spoort haar aan de zee als bruidegom te aanvaarden, en beschuldigt haar van ontrouw.  De terugkomende Kerdee hoort dit , stuurt Djovita weg, en begeleidt Kerlien naar huis terug. Morik belooft Djovita dat hij Kerlien uit de weg zal ruimen door haar in de schemering in een draaikolk te duwen, op voorwaarde dat Djovita dan zijn vrouw zal worden. De processie van de zegening der zee gaat voorbij. Kerlien met bloemen van Arrie bij zich, kijkt er naar. Djovita blijft haar aanmoedigen zich in zee te storten, en ten slotte kan Kerlien aan die verleiding niet weerstaan. Kerdee snelt haar na, het strand op, maar Djovita, die bang is voor een draaikolk, houdt hem tegen. Dit wekt de woede van Morik, die haar een mes in de borst stoot, en daarna weg vlucht. Kerdee springt in zee, en Djovita wordt stervend gevonden door Wulff en Guduul. Onverichterzake komt Kerdee terug, op het moment waarop Djovita sterft.

Historische uitvoeringen.

De eerste uitvoering van de " Bruid der Zee " had plaats in de Koninklijke Vlaamse Opera te Antwerpen op 30 november 1901. Onder de leiding van de componist met in de hoofdrollen Aldolfine van Elsacker als Kerlien, Judels-Kamphuizen als Djovita, De Ville als Arrie en G.Wauquier als Free Kerdee. Reeds in 1902 was er een Franse versie " La Fiancée de la Mer " voor de Muntschouwburg en daar werden de creaties in de hoofdrollen vertolkt door Harriet Strassy als Kerlien, Charlotte Pacquot d'Assy ald Djovita, Ernest Foyer als Arrie, Henry Daugés als Free Kerdee en Pierre d'Assy als Morik. 

Ook in Gent was er reeds een eerste vertoning door het Nederlands toneel op 28 september 1902 met De Mey als Kerlien, Kernitz als Djovita, del Vino als Geduul, Dognies als Arrie en Stevens als Kerdee, Steurbaut als Wulff, Bernard Tokkie als Morik onder de leiding van Roels

Een jaar later in 1903 dan onder de leiding van de componist met Mathilde De Vos als Kerlien, Moes als Arrie in een galavoorstelling. Dan moet men wel wachten tot na WO I  met een eerste vertoning in 1918 met het gezelschap van de Gentse opera terug onder de leiding van Roels in het Nederlands met in de hoofdrollen, Mathilde De Vos als Kerlien, Albertine De Vis als Djovita, Vina Bovy als een van de garnaalmeisjes, Bouicaert als Guduul en G.Deshayes als Arrie, Everist De Boevere als Kerdee ern Haemelinck als De Wulff.

Voor het eerst ook in  het Frans in 1925 met Martha Horwa als Kerlien, Francine als Djovita, Bertin  Angenot als Arrie, René Coens als Peter, Valeye Blouse als Kerdee alles onder de leiding van M.De Preter. Het zou terug duren tot 1937 in een Nederlandse versie met Loenska als Kerlien en  Irma De Keukelaire als Djovita, Josco , Le Roy en Karel Locufier als Arrie terug onder de leiding van De Preter.

Na WO II in 1947 als eerste vertoning  in het Nederlands tijdens de directieperiode van Vina Bovy zijzelf als als Kerlien en dit werk heeft repertoire gehouden  tot het speelseizoen 1962/63 met Bovy, Emile De Jonghe, Carlay, Achiel Sommers, Le Moine en Pierre Lanni, Bert Roelands (alias Renaat Verbruggen) en Jules De Mulder. Nog eens herneming in 1975 ook in het Nederlands met Jo Nell als Kerlien, Marceline Keirsbulck als Djovita, Jan Verbeeck als Arrie, Charel Janssens als Guduul, Simon Waltens als Kerdee, Jules De Mulder als Wulff. Tot dan 41 vertoningen waarvan 8 in het Frans. 

Ook in Nederland genoot  dit werk succes voor het eerst opgevoerd in 1903, door de Noord-Nederlandse opera van Cateau Esser , waar de  in Gent geboren tenor Desiré Pauwels een merkwaardige Arrie vertolkte en onze Gentse mezzo Irma Lozin een opmerkelijke creatie van Djovita gaf. Nog twee opvallende Arries waren de Antwerpse tenor Lauirent Wolfs (1906) en de Belgische tenor Emiel Van Bosch (1911) van beiden is de opname van de aria van Arrie bewaard gebleven. Er zijn van dit werk zeer weinig opnamen en geen enkele volledige van deze opera. Ik heb alleen enkele historische fragmenten gevonden de oudste van Desire Pauwels vermoedelijk van 1902 de Aria van Arrie " de twee koningskinderen " en dezelfde aria door Emile Van Bosch (1920) en een duet van de " Garnaal, meidekens van de zee " (1924) door Octavine Belloy en Betty Dasnay .

 

Mijn speciale dank gaat uit naar Simonne De Vos van Stabroek die mij tal van informatie ter beschikking heeft gesteld uit haar persoonlijk archief van de K.V.O. van Antwerpen , deze artikels over onze Vlaamse componisten te kunnen schrijven.

 

Emile Van Bosch met het lied van Arrie (1913)

https://401dutchdivas.nl/belgische-zangers/326-emile-van-bosch.html?format=html&lang=nl
Deze link geeft een korte biografie van deze Belgische tenor Emile Bosch.
Met dank redactie van www.401dutchdivas.nl

Betty Dasnoy met de aria " Ik ben de bruid van de zee " (1924)

Duet " Garnaalmeidekens van de zee " met Betty Dasnoy en Octavine Belloy (1924).