" Zangstemmen "

Farinelli artiestennaam van Carlo Bronchi (1702-1785). Was de beroemdste Castraat uit de 18 de eeuw.

Inleiding.

Fundamenteel zijn er evenveel soorten menselijke stemmen, als dat er strijkinstrumenten bestaan. Daat kent men de viool, de alt viool, de cello, en de contrabas. De eerste kan men vergelijken met de sopraan, de tweede  met de alt, de derde met de tenor en de vierde met de bas.

Maar zo eenvoudig is het niet. Bij de strijkinstrumenten kent men ook enkele varianten zoals de viola da gamba, viola d'amore, violino en piccolo, dit uitzonderingen, zoals het kwaliteitsverschil tussen de violen onderling. De menselijke stem is ecnhter de meest persoonlijkste der instrumenten, omdat het de bespeler zelf zijn instrument is. Geen mens is gelijk, dus zijn  er geen twee gelijnke stemmen; Wel kan men stemmen indelen naar omvang en karakter. de omvang is namelijk niet het enige wat een stem tot een bepaalde categorie doet behoren. 

Van belang is bovenal de klankkleur en het timbre. En in het bepalen van de meer subtiele nuances is ook de persoonlijkheid van de zanger of zangeres van invloe. Die kunnen van nature het materiall hebben  voor een dramtische  stemsoort. vb: een heldentenor of een dramtische sopraan, maar hebben zij een uitgesproken passief karakter, dan zullen deze krachtige stemmen  toch hoofdzakelijk lyrische rollen produceren.

Binnen elk van deze fundamentele stemsoorten maakt men bij het operarepertoire verschillende  onderscheidingen. Bij de ongeschoold stemmen neemt men ook waar dat op bepaalde toonhoogten kleur en karakter van het geluid veranderen, men spreekt dan van overgangen of stembreuken. Zo kunnen er verschillendde  reeksen van tonen ontstaan, die men registers noemt. Dit vereschijnsel hangt samen met de wijze van trillen  van de stembanden. Velen neme drie registers aan, kopstem, middenstem, en borststem. Anderen alleen kop- en borststem. bij mannen spreekt men meestal van falsetstem of stemregister.

Een goede scholing van de stem verlangt in de eerste plaats een juite diagnose vna de stemsoort. Timbre en omvang kunnen hierbij een rol spelen.  De belengrijkste factor  echter de omvang ( tessituur ) van die middeenligging waarin de stem zich van nature het gemakkelijkst bewwegt. Dit is vaak te horen aan de overgangen.

a) Coloratuur:  term om beweeglijke ornamenten in de angmuziek aan te duiden. Iedere zangstem moet dus coloraturen kunnen zingen, tot de bs toe. De term coloratuursopraan  voor een zeer hoge sopraan is dus fout. Hij kwam echter in gebruik op het einde van de 20ste eeuw omdat vrijwel deze stemsoort alleen nog coloraturen zong.

b) Falset: dit zijn vrouwelijke klinkende hoge tonen van mannestemmen ( iedere man kan het eigenlijk. De stemmen kunnen op twee manieren trillen. het verschil zit hem in de dikte van de stemplooien bij het zingen. Bij het gebruik van de lage borststem liggen de stembanden  voor ze zich openen dicht tegen elkaar aan, als soort worstje. bij het gebruik van de falsetstem zijn het twee dunne lipjes, die veel minder contact maken. Een falsetstem zingt als het ware met de randen van de stembanden. Dit wordt in Italië scherp veoordeeld, maar in Frankrijk voor bepaalde lyrische effecten zeer gewaardeerd.

De Sopranen.

In de muziek de hoogste vrouwen- en jongensstem (ook  bij castraten ) waarvan de omvang c' tot a' reikt. Een dramatische sopraan in de opera reikt c''' een coloratuursopraan tot f '''.

1) Sopraan Lieggiero Acuto. 

Deze wordt ook foutief betiteld als coloratuur sopraan. " Fout " , omdat coloratuur niets over de hoedanigheid  van de stem zegt, maar alleen  meedeelt dat de zangeres  met veel coloratuurpassages pleegt te zingen. In de 18de en het begin van de 19de eeuw was echter iedere zangeres en ook zanger een coloratuur artiest.

De coloratuursopraan moet in staat zijn c''' van Mozarts " Koningin der Nacht " te zingen. dit is de meest karkeristieke rol. Vele rollen worden ook door een soprano leggiero gezongen . De grenzen tussen de onderverdeelde stemmensoorten zijn vaag en lopen vloeiend in elkaar.

vb: " Koningin der Nacht " in Mozarts " Die Zauberflöte "

 

 

 

" Koningin der Nacht "

Dania Damrau.