" Iris "

Paoletta Marrocu als Iris zij debuteerde in 2005 aan de Opera Vlaanderen in de rol van Abigaille in " Nabucco " van Verdi

" Iris "

Theatro del Giglio 2018.

" Iris "

Eerste opvoering voor Gent " Iris " Mascagni op 22 november 1967 met Atsuko Azumi als Iris.

" Iris "

Anne Sofie Duprel en Noah Stewart.

" Iris "

Theatro Goldoni 2017 foto: Trifiletti

" Iris " opera van Pietro Mascangni

De eerste Iris in de Gentse opera . Atsuko Azuma 1967.
foto: met dank aan " Operabilia "

Opera van Pietro Mascagni met voorspel in drie akten.

Libretto door Luigi Illica .

Inleiding.

Luigi Illica, die als een van de beste Italiaanse librettisten wordt beschouwd heeft voor " Iris " een tekstboek afgeleverd dat vol poëzie zit. Mascagni heeft volledig de geest van de tekst geëerbiedigd en zijn muziek eenzelfde poëtische inslag gegeven: we denken aan de hymne van de zon en de tenor aria " Apri la tua finestra " .

Door zijn zuivere inspiratie heeft Mascagni van het werk iets gemaakt dat tot een van de allerbeste veristische opera's kan gerekend worden, en dat de tijd zal trotseren. De symbolische en surrealistische elementen die hij aanwendt in 1898 situeren hem bij de baanbrekers van de moderne muziek in de opstap naar de twintigste eeuw. Bovendien heeft hij op eigenhand en zonder gebruik te maken van oosterse motieven, de Japanse sfeer weten te scheppen, en dit zeven jaar voor Puccini's " Madama Butterfly ". Het heeft zelfs invloed gehad op Charpentiers " Louise " in de surrealistische aspecten die vrijwel steeds over het hoofd gezien worden. Het is echter een werk dat kwetsbaar in de uitvoeringen is. Het vraagt voor de titelrol die naar stem en figuur een illusie weet te wekken. Er wordt ook een uitzonderlijke fraaie tenor gevraagd, een goede karakterbariton en ook aan  de nevenrollen worden hoge eisen gesteld, daarbij eist het werk ook een geniale regie. Ook  muzikaal is het een van de werken die alleen levenskrachtig zijn indien zij gedirigeerd worden door iemand die er geestelijk contact mee heeft. Het zal ooit eens erkend worden als een van de grootste werken dat Mascagni aan de Italiaanse operaliteratuur heeft geschonken.

Rolverdeling.                       Stem.                      Eerste Cast .

Il Cieco, blinde vader van Iris. -----------------Bas ---------------------------- Giuseppe Tisci Runini 

Iris ------------------------------------------------- sopraan ------------------------------ Hariclea Darclée

Osaka --------------------------------------------- tenor ------------------------------- Fernando De Lucia

Kuoto --------------------------------------------- bariton ---------------------------- Guglielmo Caruson

Geisha -------------------------------------------- mezzo-sopraan ------------ Ernestina Tilde Milanesi

Handelaar ---------------------------------------- tenor ----------------------------------- Eugenio Grossi

Voddenraper ------------------------------------- tenor ---------------------------------Piero Schiavazzi

Plaats en tijd: Japan ,legendarisch tijdperk.

Proloog.

De opera begint met een groot opgezet voorspel met koor, dat zingt achter de schermen en wordt geacht de stem van de zon te zijn, bron van alle licht en energie, schoonheid en warmte. ( koor: " Son io Sanco, la vita ") .

Akt. 1

Een Japans dorpshuisje met tuintje. Het jonge meisje Iris speelt daar met haar pop, waarvan zij gedroomd heeft dat deze ziek geworden is en door draken wordt belaagd ( aria: " S'era malata la mia amica bambola ") . De opkomende zon heeft haar vriendinnetje weergegeven. Haar schoonheid heeft de aandacht getrokken van een losbandige edelman (samoerai) Osaka, die de koppelaar (of vrouwenhandelaar) Kyoto opdracht geeft haar te ontvoeren. Iris leidt haar blinde vader naar buiten en er volgt een idyllische scéne met voorbijgaande meisjes, waarbij Iris haar geluk uitzingt ( solo: " In pure stille, gaie scintille " ). De meisjes vertellen haar dat een reizend toneelgezelschap nadert, een poppenspel ( mogelijks met schaduwpoppen ) . Inderdaad verschijnt dit, ingeleid door Kyoto, terwijl Osaka zich als een poppenspeler vermomd heeft, en achter de schermen zal zingen. Het toneeltje wordt opgesteld en geeft een vertoning over de maagd Dhia, die door haar vader gevangen gehouden wordt, maar door Jor , de zoon der zon, wordt bevrijd. Jor wordt hierin gezongen door Osaka, de vader door Kyoto, Dhia door een Geisha ( mezzo-sopraan ). Een operaatje in de opera dient echter door marionetten te worden uitgebeeld, ook wordt dit soms gedaan met schaduwpoppen met speciale lichteffecten. Hier komt de beroemde  ( serenade: " Apri la tua finestra " ). Dit poppenspel maakt diepe indruk op Iris, die verliefd wordt op de pop die Jor uitbeeldt. Zij is zo in de handeling verdiept, dat zij ongemerkt door enkele dansende Geisha's, die verkleed zijn in de schoonheid, de dood en een vampier,  wordt gegrepen en in de wagen geduwd. Direct daarop wordt de voorstelling beëindigd en Kyoto laat wat geld en een briefje achter voor de blinde vader van Iris. Die roept tevergeefs zijn dochter, tot een voorbijkomende handelaar hem zegt dat hij te vergeefs roept, hem het geld en het briefje geeft, en zegt dat zijn dochter naar Yoshiwara de Geishawijk van Tokio, gegaan is. De blinde man denkt dat ze daar vrijwillig naar toe is gegaan en vraagt de handelaar hem daar naartoe  te begeleiden.

Akt. 2

Een rijke kamer in de Yoshiwara. Iris ligt slapend op een bed, terwijl de Geisha uit de eerste akt een ' Anakomitasani ' met gesloten mond voor haar zingt. Osaka komt op en Kyoto verlangt een hoge prijs voor het meisje, na eerst Osaka op al haar schoonheden gewezen te hebben. Iris wordt wakker, zij herinnert zich het poppenspel nog maar nadien niets meer, daar zij bedwelmd is geweest. Daar zij zich in een voor haar zo ongekend prachtige omgeving bevindt, denkt ze dat ze gestorven is en dat dit het paradijs moet zijn. De priester heeft haar gezegd dat wie dood is alles kan doen. Zij neemt een instrument en zingt een lied, pogend zichzelf te begeleiden, maar uit de " samisen " komen alleen disharmonieën. Zij ziet nu een verfdoos en poogt te schilderen, maar ook dit lukt niet. Zij barst in tranen uit en ook dat komt vreemd voor. Hoe kan men in het paradijs wenen ? ( aria: " Io pingo, pingo, ma il mio pennello invano ") . Osaka komt terug en biedt haar kostbare geschenken aan. Iris herkent zijn stem dit is voor haar Jor, de zoon van de zon. Hij maakt haar het hof, hetgeen Iris verlegen maakt. Zij spreekt hem aan als " Zoon van de Zon ", wat hem zo onvoorzichtig maakt dit te ontkennen en zich het " plezier " te noemen. Dit doet Iris heftig schrikken en zij vertelt hoe de priester haar eens een scherm had getoond waarop meisjes belaagd werden door een draak en hoe zij die draak  het plezier en de dood genoemd hadden. ( aria: " Un di, ero piccina ") Osaka omarmt en kust haar ( Or dammi il braccio tuo ") wat Iris in snikken doet uitbarsten. Als hij haar de oorzaak daarvan vraagt, zegt ze dat zij aan haar vader denkt, aan haar tuin en aan haar bloemen. Haar verregaande onschuld begint Osaka te vervelen. Hij heeft nu een uur verloren, maar dit is geen vrouw, het is een pop ! Hij geeft Kyoto opdracht haar maar terug te laten brengen. Deze denkt er echter anders over en heeft meer geduld en takt. Hij weet Iris tevreden te stellen door haar de pop, die Jor voorstelt, te schenken. Zij laat zich zo gewillig optooien en zich in een doorzichtig gewaad voor het venster aan de voorbijgangers tonen.  

Daar verwekt haar schoonheid opzien, en zelfs de voorbij komende Osaka probeert haar nu voor veel geld van Kyoto te kopen. Deze zegt echter dat hij nu in dienst van het publiek staat en iedereen tevreden  moet kunnen stellen. Osaka roept wanhopig de naam ' Iris '  uit, en dit wordt gehoord door haar blinde vader, die in de Yosiwara zijn dochter zoekt. Hij laat zich naar het raam leiden gooit naar Iris met kluiten modder. Vertwijfeld snelt Iris naar een ander venster en springt daaruit in een riool dat diep onder de grond doorloopt, terwijl de blinde man , onbewust van de tragedie, doorgaat met modder door het raam te gooien. 

Akt. 3

De ravijn waardoor het riool loopt. Hier zoeken de voddenrapers hun schatten. Een van hen zingt een lied aan de ' Maan ' ( Ad ora bruna e tarda ") . Met haken aan lange stokken kuisen ze de riool tot een van hen iets ophaalt dat als goud blinkt. Het is Iris, in haar prachtig gewaad. De voddenrapers trekken haar dit van het lichaam dat voor hen waardeloos is. De stervende Iris blijft achter en heeft een visioen waarin zij Osaka, Kyoto en haar vader ziet, die zich pogen te rechtvaardigen met hun respetievelijk egoïsme; het zinnelijke egoïsme van Osaka, het winstbejag van Kyoto, het misplaatste eergevoel van de vader. Iris begrijpt het niet en vraagt zich af waaraan zij dit lot verdiend heeft. Eén vriend is bij haar gebleven. De zon is opgekomen en koestert haar met haar  warmte. De bloemen om haar heen gaan open, en omringen haar. Zij sterft in een aureool van bloemen en zonlicht, terwijl de zon, door het koor achter de schermen gezongen, haar tot zich neemt. 

Historische opvoeringen.

De opera " Iris " beleefde zijn première op 22 november 1898 in Theatro Constanzi te Rome, onder leiding van Mascheroni. Weer creëerde Fernando De Lucia de tenorpartij van Osaka, Iris was Hariclea Darclée die ook de rol van Tosca had gecreëerd, Guglielmo Caruson was Kyoto, Tilde Milanesi de Geisha, Giuseppe Tisci-Rubini de blinde vader en Pietro Schiavazzi, die later ook de rol van Osaka zou zingen , de voddenraper. De Scala volgde een jaar later met dezelfde bezetting. Aan de Metropolitan Opera " Iris " werd  drie seizoenen na elkaar op het podium gebracht van 1907 tot 1910 met Emma Eames , Enrico Caruso, Antonio Scotti, Marcel Journet en Fornia. In 1914/15 onder Toscanini met Lucrezia Bori, Luca Botti, Scotti, Didur, Delaunois en Boda , in 1931 met Rethberg, Gigli, De Luca en Pinza. Andere beroemde vertolkers waren, Gilda Dalla, Rizza Rosetta, Pampanini, Maria Farneti, die de rol ook al had vertolkt op de Amerikatoer van de componist zelf in 1902. 

In Nederland is " Iris " opgevoerd door de Italiaanse Opera in 1905, met Anita Ochiolini en daarna nog slechts in 1925 met een Filipijnse sopraan als Iris, Isang Tapales. Ook aan de Koninklijke Vlaamse Opera van Antwerpen moet er een opvoering zijn geweest in 1956, maar hier heb ik geen duidelijke gegevens kunnen vinden. In Gent moest men wachten tot de directie Locufier waar Iris in première ging op 22 november 1967 met Atsuko Azuma als Iris, Jan Verbeeck als Osaka, Pierre Fischer als Kyoto, Conchita Gaston als een Geisha en Freddy Flamengo (beter gekend onder Kurt Flemming) als voddenraper en Franco Aramini als koopman. Het Gents operagezelschap heeft dan ook een gastvoorstelling gebracht in Antwerpen. Er was een herhaling van dit werk met dezelfde bezetting in 1969 en nog eens in 1972 ook met dezelfde bezetting maar met  Marceline Keirsbulck in de rol van de Geisha. In totaal waren dit 10 voorstellingen. 

Discografie.

Van deze mooi opera zijn er bijzonder weinig volledig opnamen beschikbaar ook nog geen enkele op DVD. Ik heb er maar tien gevonden op het internet. Wel zijn er tamelijk veel historische fragmenten te vinden op Youtube.

1) 1956  onder Giandrea Govazzeni door " Teatro dell' Opera di Roma. met Clara Petrella, Giuseppe Di Stefano, Saturno Moletti, Boris Christoff, Aida Hovnanian, Adelio Zagonora en Piero De Polma op Black disc. ERR 133( 2Lp's)

2) 1996 onder Gianluigi Gelmetti ook aan Teatro Dell' Opera di Roma; met Daniele Dessi, José Cura, Roberto Serville, Nicolai Ghiaurov, Michiel Nakamura, Corrado Amici en Ezio Di Cesare op compact disc BMG Ricordi 7232151544-2 ( 2Cd's).  

 

Historisch fragment " Iris " door Astuko Azuma (1936-1999)

Deze Japanse sopraan creëerde de rol van Iris te Gent op 22 november 1967 op de kop 69 jaar na de wereldpremière van deze wondermooie opera van Pietro Mascagni.

" Iris " Fernando De Lucia (1860-1925)

Fernando De Lucia creëerde de rol van Osaka in de wereldpremière van dit Mascagni werk in 1898. Als info staat er bij dat de opname van 1918 zou zijn maar vermoedelijk is het een veel vroegere akoestische opname omdat dit een begeleiding is op piano in de opnamen van de jaren twintig uit vorige eeuw waren toen met groot orkest. Vermoedelijk is het een opname van tussen 1904 en 1907. Deze tenor was in zijn tijd zo beroemd als de toen opkomende Enrico Caruso en heeft ook, ons tussen 1902 en 1919 tientallen historische stemfragmenten nagelaten.