Directie Bart Lotigiers (1974-1978)

Bart Lotigiers (1914-1995)

 " Te  streng beoordeeld "

Als men er zijn tijdelijke benoeming bijtelt heeft  Lotigiers er vijf jaar effectieve dienst opzitten. Bart Lotigiers (1914-1995) zijn beleid werd dikwijls te streng beoordeeld. Ik zal trachten het een en ander recht te zetten. Lotigiers was geruime tijd journalist, maar voor hij directeur werd van de K.O.G. had hij ook al lang ervaring opgedaan in de lyrische kunst als journalist, was hij ook opera-recensent, hij werd ook secretaris van Caspeele gedurende de bezettingsjaren van de WO II en werd later adviseur van Locufier gedurende diens directie. 

Na zijn benoeming werd Lotigiers al vlug onpopulair door een enorm aantal afdankingen van hoog tot laag in de artistieke en administratieve hiërarchie van de K.O.G. waarbij men nooit goed wist of die " zuiveringen " te wijten waren aan de raad van bestuur of aan de directeur zelf. De meeste herrie in verband met de solisten werd veroorzaakt  door het niet meer optreden van Rita Gorr, Antoon Haeck en Maria Dorya. Lotigiers moest ook aan populariteit inboeten door het afschaffen van vele gemoedelijke trekken van de Locufier-periode: vb: het afschaffen bisseren van aria's, het geven van bloemen op de scene, het afschaffen van de belcanto slotconcerten aan het einde van het speelseizoen, de vieringen van de artiesten bij hun afscheid, de redevoeringen van de directie , afschaffen van de maandelijkse programmabriefjes in 1975 ten voordele van het theatermagazine enz.... Allemaal kleine maatregeltjes die het voor de operabezoekers aangenaam maakten om de opera te bezoeken .  

Het verlies van Karel Locufier en Charles Jansens als regisseurs werd nooit goedgemaakt en de regie werd weldra de zwakste factor in Lotigiers beleid. Bart Lotigiers stond regelmatig zelf in voor enkele betere regiemomenten. Na enkele tijd echter werd de regie hem niet meer toegestaan door de raad van bestuur, zodat Eddy Verbruggen de laatste regisseur met ervaring bleef.

Dirigent Jef Nachtergaele werd ontslagen als muziekdirecteur en dit bracht ook moeilijkheden met zich mee totdat deze post met zekere glans overgenomen werd door Atanas Margaritov, een Bulgaar die we hier reeds kenden door de vroegere gastvoorstellingen van de solisten van de Opera van Sofia. Het ballet verloor ook heel veel door het heengaan van Louise Deveaux en zonk weldra tot een beschamend peil ondanks enkele goede danseressen zoals Aïda De Quick. 

Door de afdankingen slonk het aantal koorleden in 1975/76 tot 28, een aantal dat totaal onvoldoende is voor de partituren waarin 4 stemsoorten nodig zijn. Daarbij bezweek het operakoor onder het enorm aantal nieuwe stukken, zodat Lotigiers dikwijls een beroep moest doen op liefhebberskoren, waarvan er sommige wel voldeden onder andere " Cantiléne " uit Wondelgem en het " Koninklijk Gents Mannekoor " dat uit semi-professionele leden bestond. De werkdruk en de afdankingen waren ook de oorzaak van de sociale onrust en de stakingen die daar uit voort vloeiden. Als we daar aan toevoegen dat Lotigiers nogal dikwijls rollen gaf aan zangers en zangeressen die niet opgewassen waren tegen hun taak, dan kan men verstaan dat Lotigiers niet echt geliefd was zowel bij zijn personeel als bij het operapubliek.

De nieuwe aanpak.

Bij zijn aanstelling voor het speelseizoen 1973/74 had Lotigiers geschreven dat hij het publiek de kans wou geven om kennis te maken met totaal nieuwe werken die nog nooit opgevoerd waren in Gent en dat hij een uitbreiding voorzag voor een ganse schare nieuwe solisten en ook jonge talenten een kans wou geven: een belofte die hij hield gedurende zijn drie eerste  speelseizoenen, vanaf 1976 was er van die en belofte niet veel over. Hij schreef bij aanvang van zijn laatste seizoen : " Niets is moeilijker dan een repertoire op te stellen dat de goedkeuring van de bezoekers kan wegdragen.

Per slot van rekening brachten de 5 jaren van de directie Lotigiers toch ook in enkele opzichten positieve momenten met zich mee . Door de vernieuwingen  en de afdankingen kwamen natuurlijk vele nieuwe gezichten in de schijnwerpers, door de afslanking van het personeel moest hij toch op zoek om die te vervangen, zo komen we in 1973/74 aan 45 nieuwe solisten nog eens 30 in speelseizoen 1974/75 , in speelseizoen 1976/77 weer eens 24 en in 1977/78 nog eens 11.  Dit waren er dus op 4 speelzeizoenen een uitbreiding van bijna 180 vaste leden voor het koor en voor de kleine rollen. Daar waren goede jonge talenten bij maar ook een hele hoop tegenvallers men noemde dit in die tijd " Vliegende sterren " waarvan geen mens zich de namen kan herinneren. Toch zijn daar ook een ganse groep onvergetelijke artiesten bij.

 

K.O.G "Rigoletto" 1975

Stoyan Popov Bulgaarse bariton.

K.O.G. " Il Duca D'Alba " - Donizetti 1976

K.O.G. " Der Besuch Der Alte Dame " -von Einem 1975

K.O.G. " Die Entfürung aus dem Serail " Mozart.

K.O.G. " Porgy en Bess " Gershwin 1974

George Goodman en Debrie Brown

De solisten

Sopraan Blance Bergman overleed op 19 jarige leeftijd bij een verkeersongeval.

Bij de buitenlanders vinden we enkele namen terug: de sopranen Marianne Blok, Ann Edwards, Maria Dornya, Kathy Gambericci, Anna Novelli, Gianfranca, Ostini, Geneviève Pontié, Elisbeth Strauss, Deborah Cook, Bozena Kinosz en Akiko Kuroda, de mezzo's en alten Jacqueline Jacobs, Martha Mödl, Deborah Brown, Christina Anguelakova, Alexandrina Milcheva en Mariette Janssens, de tenoren Soto Papulkas, Cor Tromp, Jean Van Ree, Bruno Sebastian, Antonis Constantino en Salvatore Fisichella met daarbij voor de operette Robert Bruins, en Jacco Van Renesse, verder nog de baritons Thomas Mac Kenny, Fredric Vasser, Styan Popov en John Van Zelst; de bassen Roiner Scholze, William Elvin, Hubert Waber, Kon Coral en José Tudare een tweede tenor uit de Locufierperiode die terug kwam en zich als een prachtige dramatische tenor had omgeschoold.

We vinden ook nog enkele Belgische talenten waaronder: Jony Christion, Ghislaine Delcourt, Blanche Gérard, Jacqueline Lainé, Jenny Marlier, Jo Nell, Anne Marie Seynaeve, Pia Nilsson, Emmy Thiron en Nina Castea, de mezzo's; Sabine Luis en Anne-Marie Rogiest; de tenoren Georges Bullinck, José D'Autry; de baritons Willy Dheere, Louis Landuyt en René De Meyer. De vele Belgische artiesten kregen  lessen van de Italiaanse zangleraar of repetitor Gaetano Abrani.  

Het repertoire.    

De lijst van de lyrische werken die te Gent voor het eerst voor de K.O.G. opgevoerd werden tijdens de directie van Lotigiers is wel indrukwekkend te noemen maar of de bezoekers sommige werken ook indrukwekkend vonden is een andere zaak. We beginnen met de wereldcreaties van nieuwe Belgische werken:

" François Villon " opera in drie bedrijven op libretto van Lotigiers en op muziek van Amedé Nemeth voor de eerste keer opgevoerd op 30 mei 1973 en in herhaling in 1975/76 en 1977 voor een totaal van 15 vertoningen.

" Leonore Fon Stavoren " een opera in twee bedrijven op 12 juni 1978.en  op muziek van Claude Rabitsky en libretto van Rolf Kronenbourg voor het eerst opgevoerd op 2 mei 1976 en in herhaling in 1978 door de Vlaamse kameropera van Antwerpen maar ook te Moskou in Rusland in het Russisch met in de hoofdrol Jo Nell.

Ook nieuwe balletten zagen hier het levenslicht " De spiegel " op muziek van Berthe Di Vito-Delveaux uit het Luikse en het " Halssnoer " op muziek van Amadé Nemeth beiden op libretti van Lotigiers.

In het lichtere genre vinden we de wereldpremière van " Een vrolijke Revolutie " een opera Buffa in twee bedrijven op een libretto van Henri Caspeele en op muziek van Jan Doulez voor het eerst opgevoerd op 16 september 1973 voor drie voorstellingen maar nooit herhaald.

" De bloem van Leiendale " of " Het Vlasbloemeke "  een operette in drie bedrijven van Lucien De Beir op muziek van Honoré Janssens reeds gecomponeerd in 1946 en voor het eerst opgevoerd op 8 mei 1976  en ook nooit herhaald.

" Veel geluk Professor " naar de bekende roman van Aster Berkhof, heel belangrijk is dat de auteur Aster Berkhof zelf meegewerkt heeft aan de regie. Op muziek van Willy Van Cauwenberghe musical in twee bedrijven voor het eerst op 3 oktober 1977 en herhaald op 8 juli 1978. Belangrijk is dat dit de eerste musical is die in de K.O.G is uitgevoerd. Enkele jaren terug droomde Karel Locufier er nog van om de Musical " My Fair Lady " hier te Gent op te voeren het was er bij hem nooit van gekomen. Lotigiers verwezenlijkt dit wel.

" La Malibran " van Di Vito-Delveaux gecomponeerd in 1949 voor het eerst op de planken te Gent op 10 april 1977 met Lia Rottier onder regie van Lotigiers in de hoofdrol Lia Rottier maar nadien nooit meer opgevoerd.

Lotigiers bracht ook een ganse reeks buitenlandse werken naar hier zoals " Elektra " van Richard Strauss, " Penelope " van Rolf Liebermann, "Owen Wingrave van Benjamin Britten, " Der Besuch der Alten Dame " van von Eimen, " Der Junge Lord " van Heinze, " Die Rozen der Maddonna " de enige opera van Johan Stolz, " Bluthochzeit " van Szokolay. wat een absoluut hoogtepunt kan genoemd worden is wel Gershwins " Porgy en Bess met een prachtige Amerikaanse cast allen kleurlingen de première op 19 mei 1974 en nog eens herhaald met dezelfde bezetting in 1975 met in de hoofdrollen Thérése Martin als Bess en George Goodman als Porgy.

De Musicals.

Het was de absolute verdienste van Lotigiers de musicals naar Gent te brengen zoals " Kiss me Kate " van Cole Porter en " My Fair Lady " van Loewe. Jean-An Teal een onvergetelijke Eliza. Iets waar Locufier van droomde maar dan met zijn pupil Hilda De Groote en Romain De Coninck in de hoofdrollen.

De Klassiekers 

 Enkele oudere werken die Lotigiers naar de K.O.G. haalde waren : " Il Duca D'Alba " van Donizetti, " Attila " en " I Due Foscari " van Verdi, als operette " Die Zirkusprinzessin " van Kalman, " Clivia " van Dostal met Birgit Sarata, " Bandieten Streiche van von Suppé en " Drei Musketiere " van Benatzky. 

Deze opsomming van de eerst opvoeringen voor de K.O.G.geeft nog geen toonbeeld van de ingrijpende vernieuwing van het repertoire dat door Lotigiers werd ingevoerd. we moeten ook nog stukken vermelden die sedert lang en soms meer dan een eeuw niet meer werden opgevoerd in de Gentse opera zoals:

" Richard Coeur-de-Lion " van Grétry een Luikenaar die met zijn ganse muzikantenfamilie in het begin van de negentiende eeuw te Gent woonde en zich profileerde als dirgent en componist. Hij zou naar Parijs trekken en aan de " Opera Comique " de huiscomponist van opera Buffa's worden en zou als eerste in de ontwikkeling van de operette genoemd worden lang voor Jacques Offenbach hij componeerde meer dan 40 werken. ' La Damnation De Faust " van Berlioz een heel hoogstaande voorstelling met Marise Patris en Albert Lance, " Anna Bolena " van Donizetti, Mosé in Egitto " Van Rossini, " La Boheme " van Leoncavallo, Lotigiers bracht ook elk speeljaar werk van Mozart en Wagner dat gebeurde niet meer sedert Locufier. Ook al lang vergeten operettes werden opnieuw opgevoerd  zoals " Boccacio ", Madame Dubarry ", " Gasparone " , Madame Pompadour ", als Franse operette " La vie Parissienne " men durft dit ook tot de opera's rekenen " La fille de Madame Angot ", " La Poupée ", en " Les Cloches de Corneville ".

Vanzelfsprekend prijken er ook klassiekers als voornaamste verworvenheden nog van de directie Karel Locufier op de speelkalender zoals opera's van Bellini, Donizetti, Tsjaikovsky, Bizet, Leoncavollo, Masgagni, Verdi enz...Dit fantastische repertorium was slechts mogelijk door een samenloop van omstandigheden die al in gang gezet werd tijdens de directie Locufier met zijn progressief verlengd en full employment van 36 uur per week en dit gedurende 10 maand. Lotigiers wilde zoveel mogelik zijn belofte houden om de K.O.G. nieuwe werken te laten kennen, waardoor hij  halsstarrig vasthield aan de wekelijkse première en dit tegen de stroom in. Door de kwantiteit van de vele werken werd de werkdruk voor de leden van het ganse gezelschap enorm hoog, en ontstond er sociale onrust en werd hij zwaar onder druk gezet door de syndikale eisen, en vooral ook door aandringen van het publiek op meer kwaliteit  dan op kwantiteit.

Balans.

Lotigiers zijn argument was dat de Gentse Opera een gewestelijke schouwburg was en dat moest zo blijven ten dienste van de abonnees voor drie wekelijkse voorstellingen. Dat was ook zijn antwoord wanneer men hem de zwakheden in de rolbezetting verweet. 

We moeten ook wel zeggen dat Lotigiers de snelheid van nieuwigheden kon volhouden omdat hij een beroep deed op goede dirigenten en omdat hij de kwaliteit van het koor en van het orkest langzaam maar zeker aan het verbeteren was, terwijl het tekort aan bekwame regisseurs maar gedeeltelijk goed gemaakt werd door de decorateur Albert Vermeire, die vooral in het begin een aantal behoorlijke nieuwe decors ontwierp en ze ook verwezenlijkte. In zijn geheel beschouwd was de directieperiode dus wel een belangrijke periode in de geschiedenis van de Gentse Opera en was het wel terecht dat het publiek hem in 1978 op een prachtige en spontane manier hulde bracht bij de slotvertoning van zijn laatste speelseizoen. Maar toch zal de balans voor Lotigiers directie altijd opgekleurd blijven en terugkeren naar een periode van sociale bewogenheid door afdankingen en syndikale acties , waardoor ook het sterk achteruitgaan van de abonnees en bezoekers zal aanvangen. Vele grote operaliefhebbers (ook zoals ik) zullen hem altijd verwijten dat hij gekozen heeft voor kwantiteit boven de kwaliteit. Ik vind dat de teloorgang van ons operahuis in zijn directieperiode al in gang was gezet, vooral reeds door de daling van het gemiddelde bezoekersaantal. De afgang van  de K.O.G. was al ingezet en de voorstaanders van " EEN OPERA VOOR VLAANDEREN " begonnen al voeling te krijgen, dit zou uiteindelijk  uitmonden in een fusie tussen de K.O.G. en de K.V.O.A die men nu " Opera Vlaanderen " noemt. Er zal na Lotigiers nog meer sociale onrust ontstaan.