" Thésée "

Théâtre des Champs-Elysées

" Thésée "

Opera de Lille

" Thésée "

Opera Mcgill links Philippe Sly 2008

" Thésée "

Opera Mcgill 2008

" Thésée "

Opera Mcgill

" Thésée " van Jean Baptiste Lully

De enige volledige opname 2007 Boston
"Early Music Festival Orchestra " onder leiding van Stephen Stubbs.

Opera van Jean-Baptiste Lully of een " Tragédie en Musique " met ouverture en ballet over 5 akten.

Libretto van Philippe Quinault naar Ovid's " Metamorphoses ".

Inleiding.

In het artikel " Het prille begin in 1698 " kan men lezen hoe het hier in Gent begon in 1698 met de voorstelling van de eerste volwaardige opera " Thésée van Jean Baptiste Lully (1632-1687). Het was Lully's derde opera, want deze Italiaans-Franse componist die het grootste gedeelte van zijn loopbaan aan het Franse hof van Lodewijk XIV heeft doorgebracht als hofcomponist, is maar in zijn laatste 14 jaar van zijn leven " tragédie en musique " beginnen te componeren . Hij heeft er 13 gecomponeerd en " Thésée " was zijn derde opera van 1675. " Thésée " is voor het eerst opgevoerd op 1 januari 1675 door de Opera van Parijs voor het Koninklijk hof in het kasteel van Saint Germain-en-Laye en voor het eerst in april van dat zelfde jaar in het openbaar aan het " Théâtre du Palais-Royal in Parijs. Daar danste Lully ook zelf, want hij had in 1653 samen met de koning in het ballet " Ballet de la nuit " gedanst. De koning danste de rol van de opgaande zon, die hem zijn bijnaam van de zonnekoning bezorgde. Lully schreef meer dan dertig balletten aan het Franse hof. En zo moest ook iedere toenmalige  opera voorzien zijn van een groot ballet een traditie die tot ver in de 19 de eeuw en zelfs in begin der 20 ste eeuw zou gehandhaafd blijven.

Lully's werkperiode wordt eigenlijk ingedeeld in drie compositie periodes: de laatste van 1673 tot het einde van zijn leven in 1687 is de periode waar hij zijn opera's of  tragédies en musique schreef . Lully hechtte ook zéér veel belang aan de literatuur want hij was een persoonlijke vriend van Molière, en woord en declamatie was dus ook heel belangrijk. En zo zou zijn werk een belangrijke invloed op de ontwikkeling van de West-Europese muziek uitoefenen. 

Rolverdeling.             Stem.         Première cast 11/01/1675 

Bacchus -----------------------------contra tenor ----------------------------------------------- La Grille 

Venus ---------------------------------sopraan -------------------------------------------------- Beaucreux

Ceres ---------------------------------sopraan -------------------------------------------------de La Borde

Mars ----------------------------------bariton ------------------------------------------------- Godonesche

Bellone ------------------------------comprimaria ------------------------------------------------ Dauphin

Eglé, prinses ------------------------sopraan --------------------------------------------------Marie Aubry

Cleone -------------------------------sopraan--------------------------------- Marie-Madeleine Brigogne

Arcas ---------------------------------bas ---------------------------------------------------- Antoine Morel

Minverva, godin ---------------------sopraan ---------------------------------------------- Marie Verdier

Aégee, koning van Athene-----------bariton --------------------------------------------------Jean Gaye

Médée, tovenares -------------------sopraan ------------------------------------------ Saint-Christophe

Dorine ---------------------------------sopraan ------------------------------------------- Mej. Beaucreux

Thésée , zoon van de koning------tenor ----------------------------------------------Bernard Clédière

Minerve , priesteres------------------sopraan -------------------------------------------- Des Fronteaux

Het verhaal: deze opera is een liefdesgeschiedenis. Een driekhoeksverhouding tussen de prinses Eglé - Thésée - Médeé. Voor Thésée wordt vergiftigd ziet  Aegée in dat dit zijn verloren zoon is. De Godin Minerve zorgd dan voor een happy end.

Akt. 1

Prinses Eglé is verliefd op Thésée en bidt voor zijn veilige terugkeer uit de strijd tegen de rebellen die de koning Aégee van Athene bedreigen. Aegée komt zegevierend van het strijdtoneel. Hij vertelt Eglé dat hij verliefd op haar is, ondanks dat hij verloofd is met de tovenares Médée. Aegée zegt dat hij van, plan is Médée te laten trouwen met zijn zoon die hij bij Troezen heeft verstopt en al jaren niet meer heeft gezien. De Atheners vieren hun overwinning met een offer aan de godin Minerva.

Akt. 2

Medée is verliefd op Thésée. Ze stemt er mee in dat Aegée hun verloving zal verbreken zodat hij Eglé kan laten opvolgen. Aegée is jaloers op Thésees populariteit bij de bevolking van Athene, die hem de erfgenaam van de koning wil maken vanwege zijn moed in de strijd. Medée biedt aan om Thésée te helpen, die verteldt dat hij verliefd is op Eglé, en zo de jaloezie van de tovenares nog meer opwekt.

Akt. 3

Médée bedreigt Eglé dat ze haar magie tegen haar zal gebruiken als de prinses haar liefde voor Thésée niet opgeeft en in plaats daarvan met de koning trouwt. Ze roept daarvoor een visioen op van een angstaanjagende woestijn vol monsters en bedreigt Eglé met demonen uit de hel.

Akt. 4

Médée beveelt Eglé om Aegée te trouwen, anders zal Thésée zijn leven in gevaar komen. Ze tovert terug een visioen nu van de slapende Thésée waarin ze hem met een mes dreigt te doden. Thésee wordt wakker en is verbijsterd over de plotselinge kilheid van Eglé voor hem. Ze legt hem uit dat ze probeert zijn leven te redden.  Thésée onthult nu dat hij de zoon van Aegée uit Troezen is. Medée lijkt de verloving van Thésée en Eglé op te geven.

Akt. 5

In werkelijkheid is Medée nog altijd in de ban van de jaloezie. Ze overtuigt Aegée om Thésée te doden.  Aegée geeft Thésée de kelk met vergif, maar herkent nu het zwaard van Thésée en beseft dat de jonge man zijn zoon is. Net op tijd voorkomt hij dat Thésée het gif opdrinkt. Hij stemt er nu in toe om Thésée met Eglé te laten huwen. Medée is woedend en ontsnapt op een vliegende wagen getrokken door vuurspuwende draken en steekt het paleis in brand. De Atheners bidden tot Minerva die nu een prachtig nieuw paleis laat herrijzen en de opera eindigd in een happy end.

De geschiedenis en historische opvoeringen.

Zoals in de inleiding reeds is beschreven was de eerste voorstelling door de " Opera van Parijs" aan het koninklijk hof in het kasteel van Saint Germain-en-Laye op 11 januari 1675 omdat Lodewijk XIV altijd eerst zijn zegen en goedkeuring aan Lully's werk moest geven. De koning had het laatste woord en de opera mocht na goedkeuring drie maand later herhaald worden in het openbaar aan het " Théâtre du Palais Royal "  in Parijs. 

Het was Lully's derde opera en zou samen met de opera " Alceste "(1674), " Atys " (1676), " Phaëton " (168-83) en  " Aramide " (1686) tot zijn meest beroemde werken behoren. Gezien onze streek volledig onder de invloed van het Franse hof stond vooral in de adellijke kringen van die tijd, zou deze opera als eerste volwaardige opera tot Gent komen en uitgevoerd worden ter gelegenheid van de inhuldiging van de stadsschouwburg op de Kouter en ook ter gelegenheid van de " Grote Ommeganck van de Augustijnen " op 31 mei 1698. In deze vroege tijden werden er nog zo geen omschrijvingen van dergelijke manifestaties opgetekend waardoor we eigenlijk niet veel info kunnen terugvinden over orkest en de vertolkers. We weten wel dat het, het gezelschap van Gio-Paolo Bombarda was die te Brussel vanaf 1695 de directie van de schouwburg aan de " Quia au Foin " had waargenomen en die in 1700 de voorloper van de huidige Muntschouwburg zou worden. We vermoeden ook dat er 12 vertoningen zouden gepland zijn.

"Thésée  en " Phaëton " zijn de enige opera's van Jean Baptiste Lully die hier ooit zijn opgevoerd of vertoond . " Thésée " in 1698 en " Phaëton " in 1708.

Historische opnames.  

Momenteel vind ik maar twee opnames terug op het internet.

1) 1973 onder de leiding van Williard Straight met het orkest van de " Volksopera Wenen " met in de hoofdrollen Mattei, Anne Ager en Hugues Cuénod. op Black Disk TCA Victor VICS 1686 (1LP) . Dit is echter geen volledige versie.

2) 2007 onder de leiding van Stephen Stubbs met het " Boston Early Music Fesitval Orchestra " met Harry Van Der Kamp, Ellen Hargis, Loure Pudwell, Howard Ctook, Amanda Forsythe, Suzie Leblanc, Mireille Lebel, Marc Malomot en Olivier Laquerre. op compact disc: - CPO 777240- 2( 3CD's) .

 

 

 

" Thésée " Ouverture

De orkestrale inleiding van een opera werd ingevoerd als een ouverture en zou bij de opera een traditie worden die tot ver in de 20 ste eeuw navolging zou vinden.

" Thésée " is ook een dans opera.

In een barokopera aan het Franse hof moest er ook altijd ballet in verwerkt worden.

" Thésée " ook woord en declamatie zijn bij Lully belangrijk.

Een duet Venus en Mars, in de Franse barokopera wordt er ook veel aandacht besteed aan de taal.

" Thésée " de barok aria.

Een barok aria in de typische zangerige declamatiestijl uit de barokperiode aan het Franse hof.

" Thésée " de finale slotdans in de opera.

De slotdans van de opera " Thésée " van Jean Baptiste Lully " De passepied "

Chateau Saint Germain-en-Laye waar de derde opera van Lully " " Thésée " op 11 januari 1675 in première is gegaan.
.

Interieur van het " Théâtre du Palais Royal " waar " Thésée " voor het eerst een openbare voorstelling genoot in april 1675