Gustave Charpentier (1860-1956)

Gustave Charpentier zoon van het Montmartre. (1900)

Gustave Charpentier geboren te Dieuze op 25 juni 1860 en overleden te Parijs op 18 februari 1956. Toen Charpentier op zijn zesennegentigste jaar overleed werd hij gezien als een echte zoon van het Montmartre dat hij in zijn opera " Louise " zo geschilderd had , zoals  in 1880, toen hij zelf een twintiger was. Hij was vol Illusies naar Parijs gekomen, waar hij het grootste deel van zijn dromen in vervulling zag gaan.

Hij was dus afkomstig uit de streek van Meurthe et Mossele. Toen hij tien jaar was, weken zijn ouders uit naar Tourcoing om aan het oorlogsgeweld te ontsnappen. De jonge Charpentier volgde muzieklessen in Rijsel en trok op zijn eenentwintigste naar Parijs, waar hij aan het conservatorium leerling werd van Massenet.

In 1887 op zijn 27ste , behaalde hij de prijs van Rome. Tijdens zijn verblijf in de Italiaanse hoofdstad schreef hij zijn " Impressions d'Italie " die ophef maakten. Hij legde zich echter , buiten de symfonische muziek, ook toe op het vocale. Zo voorzag hij gedichten van Baudeleir en Verlaine van muziek.

In 1898 zou hij de eerste grondslag leggen van zijn " Luise " want hij componeerde toen een " Fête du couronnement de la Muse " die integraal in de opera werd opgenomen. Tevoren had hij reeds een symfonisch drama geschreven " La vie du poète " , dat ook wel enige invloed had op het rijpingsproces van " Louise " Zelf noemde hij deze opera een " roman musical ", blijkbaar omdat het een wonderbaar mengsel is van verisme- of realisme en zo men wil ook met symboliek. Op 2 februari 1900 beleefde dit werk zijn triomfantelijke première in de " Opéra Comique ". Het werd begroet als een mijlpaal in de Franse muziek. 

Charpentier poogde dertien jaar later een zelfde succes te behalen met het vervolg van " Louise " . Hij noemde het werk toen " Julien " en gebruikte  bij de compositie van de partituur grote brokstukken uit zijn Symfonisch gedicht " La vie du poète " De creatie had plaats in 1913, maar wat in de operageschiedenis dikwijls gebeurde ook bij Charpentier , hij kon het hoogtepunt uit zijn loopbaan van 13 jaar eerder niet overstijgen en de opera sloeg niet aan bij het publiek ,het werd een fiasco. Hij was zo ontmoedigd dat hij na zijn 53 ste niet veel meer heeft gecomponeerd. Hij hield zich toen meer bezig met liefdadigheid. In dat verband richtte hij het volksconservatorium op: " Mimi Pinson " van Henri Murger, de heldin uit de opera's van Puccini en Leoncavallo . Het werd een muzikale universiteit waar ook minder gegoede talenten konden muziek studeren en hun talenten ontwikkelen .

Charpentier volgde Jules Massenet in 1914 op als lid van de " Académie des beaux Arts " Zijn activiteiten beperkte zich nog uitsluitend tot het leiden van zijn  eigen conservatorium  en het schrijven van muziek recensies in vaktijdschriften. Charpentier leefde op de " La  Butte Montmartre " als een echte Parijse " Bohémien ". Door zijn hoge leeftijd werd hij als het ware een bindteken tussen twee verschillende tijdperken.

Zijn werken.

Orkestwerken.

1) " Impression d'Italie ", suite symphonique (1889) .

2) " Munich " ,poéme symphonique . (1910/11).

Solowerken.

1) Didon, scéne lyrique (1887) .

2) " La vie du poéte " ,drame symphonique voor solostem (1888) werd later gebruikt in zijn              opera " Julien ".

3)  La chanson du chemin voor sopraan , tenor en piano (1893).

4) Impressions fausses voor bariton en orkest (1894).

5) Sérénade à Watteau voor solostem, koor en orkest (1896).

6) Le couronnement de la Muse voor solostem, koor en orkest (1897).

7)  Le chant d'apotheose voor solostem ,koor en orkest (1902).

Zijn opera's. 

1) " Louise " (1900) een veristische opera die hij zelf een " roman musical " noemde.

2) " Julien , ou la vie du poéte " (1913).