" Claude Debussy " (1862-1819)

Claude Debussy (19862-1918)

Claude Achille Debussy deze Franse componist is geboren op 22 augustus 1862 te Saint-Germain-en-Laye en overleden te Parijs op 25 maart 1918. Hij was de componist die de grote vernieuwing bracht binnen de  klassieke muziek.

Ondanks zijn eenvoudige komaf werd zijn talent voor muziek reeds vroeg ontdekt. Dankzij bemiddeling van madame Mauté, de schoonmoeder van de dichter Paul Verlaine mocht hij in 1873 naar het conservatorium van Parijs, waar hij pianoles kreeg van Antoine François Marmontel, en harmonieleer van Emile Durand ook volgden korte tijd later lessen van César Franck. In 1879 vroeg de weldoenster van Tsjaikovski Gräfin Nadezjda Filarentovna von Meck, aan Marmontel of hij een geschikte jonge pianist wist voor haar huis trio. Hij stelde haar Debussy voor. Zijn pianospel viel zodanig in de smaak dat hij in 1882 met de familie von Meck naar Rusland ging.

Na zijn terugkeer volgde hij compositielessen bij Ernest Guiraud, die hem adviseerde eenvoudiger te schrijven, wilde hij in aanmerking komen voor de  Prix de Rome . In 1884 lukt dit hem met zijn cantate " l'enfant prodigue ", hoewel de componist Charles Gounod die hem als een genie beschouwde, voor hem in de bres moest springen. De toekenning van de prijs stelde Debussy in staat twee jaar in Rome te gaan studeren en werken . Dit was echter niet met volle zin, want het verblijf aldaar werd door hem als een kwelling ervaren. Hij zei dat hij niet tegen het klimaat kon   en hij niet geïnteresseerd was in de de antieke kunst. En hij ergerde zich aan het bijwonen van feesten. Hij schreef hier een orkeststuk " Printemps " maar het viel niet in de smaak van de critici, zo ver zelfs dat de secretaris van de " Academie " schreef in zijn rapport dat het wenselijk was zijn tijd niet te verliezen in dit soort impressionisme, wat hij als een van de gevaarlijkste vijanden van de kunst beschouwde. Debussy had reeds een andere compositie klaar " La Demoiselle élue ", ondanks dat hij reeds uit Rome was vertrokken kwam er een totale breuk  met de leiders van de " Academie ". Zij weigerden de uitvoering van " Printemp " en hij belette hun de uitvoering van " La Demoiselle élue ".

In 1888/89 bracht hij een bezoek aan Bayreuth en kwam hij in contact met de muziek van Richard Wagner, hij was er zo van in de ban dat het zijn eigen composities ging beïnvloeden. Maar tijdens de wereldtentoonstelling van 1889 te Parijs raakt hij ook in de ban van Spaanse  en vooral van de Javaanse muziek, door de klanken van de gamelan raakte hij uit de greep van Wagners muziek en ontwikkelde hij een eigen klanktaal.

In 1899 huwde Debussy, Rosalie Texier, ook een meisje van eenvoudige komaf, dat hem voorbeeldig terzijde stond in de moeilijke tijd voordat hij bekendheid begon te genieten. In 1904 wenste Debussy van haar te scheiden om te kunnen trouwen met hun gezamenlijke vriendin Emma Bardfac-Moyse. Door dit tweede huwelijk kwam hij in aanraking met de betere kringen, hoewel dit niet betekende dat er een einde zou komen aan zijn financiële zorgen. In 1901 werd Debussy muziekrecensent voor de " Revue Blanche ", later schreef hij ook nog voor andere muziekbladen. Door het uitbreken van de WO I, kon hij het maanden lang niet  opbrengen om te componeren. Hij herstelde toch geleidelijk en componeerde toen nog " Douze Etudes " en " Six Sonates  pour divers instruments ". Hij zou er maar drie niet meer voltooien. Debussy stierf tijdens het laatste Duitse offensief toen Parijs met lang afstandsgeschut van uit luchtschepen ( Zeplins) werd gebombardeerd in maart 1918.

Zijn stijl.

" Het impressionisme " is de term die dikwijls gebruikt wordt om zijn werk te omschrijven, hoewel dit door sommigen werd betwist. De term had de negatieve klank van vaagheid en gebrek aan structuur. in een brief van 1905 schreef hij: " ik probeer iets anders te doen - in soorten realiteiten - wat door sommige imbecielen impressionisme wordt genoemd " .

Zijn muziek wordt gekenmerkt.

Veel gebruik van orgelpunt, passages en figuraties die afleiden van het ontbreken van tonaliteit, veelvuldig gebruik van paralelle akkoorden, bitonaliteit. Het gebruik van chromatische toonladders wordt ook de Debussy-toonladder genoemd. Schijnbaar abrupte modulaties, zonder enige aanwijsbare harmonische connectie.

Het timbre: grote klankverscheidenheid door gebruik van de hele tessituur  door een grote verscheidenheid aan  speelwijzen met elkaar te vermengen en of af te wisselen, door een genuanceerd en intens pedaalgebruik. Zijn muziek ondergaat ook tal van exotische en culturele invloeden.

Zijn muziek bestaat uit talrijke orkestwerken en balletten, kamermuziek, muziek voor solo instrumeneten, cantates, pianowerken die bestaan uit  preludes, études, berceuses enz.... ook een viertal pianowerken voor twee piano's, of één piano à-quatre mains.

Zijn beroemdste werken:

- " Prélude à l'apres-midi d'un faune (1894).

- " Pelléas et Mélisande " (1902).

- " La Mer " (1903).

- " Iberia " (1908).

- " Jeux (1913).

In de tweede helft van de 20 ste eeuw wordt zijn muziek ook dikwijls gebruikt als Filmmuziek bij documentaires , maar ook bij filmklassiekers zoals " The Blue Lagoon " (1980) en " Seven Years in Tibet " (1997).  

Zijn Opera's.

Onze aandacht gaat dan ook naar zijn vokale werken:

1) " Rodrigo et Chimène " (1890-1892) een opera in drie bedrijven  op tekst van Catulle Mendis dit werk is onvoltooid gebleven.

2) Zijn meesterwerk " Pelléas et Mélisande " (1893-1902) op tekst van Gustave Maeterlinck.

3) " La chute de la maison d'Usher ( 1908-1916) , ook onvoltooid gebleven, gebaseerd op een verhaal van Edgard Allan Poe . In 1973 naar aantekeningen voltooid door Juan Allende Blim.  

Symfonisch gedicht " l'Apres midi d'un faune " Claude Debussy

Claude Debussy met zijn eerste vrouw Rozalie Texter (1900)

" Maurice Maeterlinck " ( 1862-1949)

Maurice Maeterlinck ten tijde van zijn toekenning van de " Nobelprijs 1911.

Belgische dichter en auteur geboren te Gent op 29 augustus en overleden te Nice op 6 mei 1949. Was een Gentse dichter, schrijver en toneel auteur, essayist en vertaler. Schreef zijn werken in het Frans , en won in 1911 de " Nobelprijs voor Literatuur ".

Hij werd opgevoed in een gegoede familie en genoot zijn onderwijs aan het " Jezuïetencollege  van Sint-Barbara te Gent en was afgestudeerd in 1885.

Zijn loopbaan.

Hij werd opgevoed in een gegoede familie en genoot zijn onderwijs aan het Sint - Barbaracollege bij de Jezuïeten te Gent. Hoewel hij aan de Gentse Universiteit rechten had gestudeerd waar hij in 1885 doctoreerde was hij de advocatuur niet erg genegen. Maar tijdens zijn verblijf te Parijs kreeg hij de smaak te pakken van literatuur. Daar hij in een Franstalig milieu opgroeide, schreef hij ook in die taal, maar wat niet wil zeggen dat hij geen Nederlands kende, of het Nederlands ongenegen was. Zo pleitte hij als jonge advocaat in het Nederlands wat toen wel uitzonderlijk was. Eén van zijn vrienden was Cyriel Buysse ,  waarmee hij regelmatig Gents praatte. Marnix Gysen  (vroeger de " Stem uit Amerika " voor de radio ) vertelde dat Maeterlinck Frans met een Gents accent sprak.

In 1889 werd zijn toneeldebuut " La Princesse Malaine " geprezen door de critici en er volgde een positieve recensie in " Le Figaro " zijn faam werd meteen gemaakt, voornamelijk door de impact van dit werk werd hij in 1911 bekroond met de " Nobelprijs voor Literatuur ". Hij had echter een broertje dood aan ceremoniën en meldde zich ziek voor de uitreiking en liet zijn " Nobelprijsdiploma " ophalen door ambassadeur Charles Wauters. Hij is de enige Belg die met dergelijke hoge literatuurprijs ooit onderscheiden werd en hierdoor ging te Gent in 2011 het Maeterlinckjaar van Start.

In 1895 ontmoette hij te Brussel de extravagante operazangeres Georgettes Leblanc, zij zong toen aan de Muntschouwburg te Brussel. Zij werd zijn Muze die gedurende hun 23 jarige relatie vele jaren een onmiskenbare invloed op zijn gedachtengoed en stijl heeft gehad. Zij was ook de reden waarom hij zich in 1897 bij haar in Parijs vestigde, omdat ze toen zong aan de " Opera Comique " . Na de WO I brak Maeterlinck met zijn vriendin Georgette en huwde hij de dertig jaar jongere Renée Dahon ook een actrice en operazangeres.

Vanaf de jaren twintig van vorige eeuw  ebde de bewondering voor de schrijver Maeterlinck stilaan weg. Hoogtepunten van inspiratie en poëtische inventiviteit, zoals in het begin van zijn carrière die hem terecht roem hadden bezorgd werden legio. Zijn literaire producten bestonden hoofdzakelijk nog uit essaybundels, waarin niet echt wetenschappelijke of filosofische discours, zijn beschouwingen serveerden. In 1920 werd Maeterlinck verkozen tot lid van de pas opgerichte Academie Royale de langue et literature Française de Belgique ". 

In 1932 werd hij door Koning Albert I in de adel verheven en werd hij graaf. Zijn volle naam werd dan " Maurice Polydore Marie Bernard graaf Maeterlinck. 

In 1962 werd te Gent in de Peperstraat aan zijn geboortehuis een gedenkplaat onthuld.

Zijn werk.

Als dichter van het symbolisme nam Maeterlinck een belangrijke plaats in, in de Europese literatuur. Als avant-gardist brak hij met de traditie van het realisme en probeerde hij de werkelijkheid te vatten met symbolen en metaforen waardoor hij het symbolisme op slag een eigen theater schonk. Daarmee was hij een voorloper van het 20 ste- eeuwse theater, met figuren als Samuel Beckett. Het werk van Maeterlinck doorstond de tand des tijds niet goed, maar hij inspireerde wel tijdloze schrijvers zoals een  Rainer Maria Rilke. Die dweepte zodanig met Maeterlincks werk dat hij bijna de brui gaf aan de poëzie. Hij wilde zelf een theatercentrum oprichten waar alleen het oeuvre van zij  idool zou opgevoerd worden. Hij maakte gebruik van de " écriture automatique van de surrealisten, waardoor zijn gedichten in zijn tijd zéér modern waren. Zijn toneelwerk is dat van een dichter die zijn dramatische conflicten poëtisch tracht weer te geven en dat van een essayist die dat filosofisch probeert te verwoorden. Zijn toneelstukken worden beheerst door het menselijke noodlot. Zijn hoofdpersonages zijn geboren onder een ongelukkig gesternte en zijn meestal bang voor het leven, de liefde en de toekomst. In dit toneel is geen plaats voor innerlijke rust en geluk.

In zijn latere toneelstukken grijpt het noodlot niet meer zo tragisch in het leven van zijn hoofdpersonages en komt er wel ruimte voor geluk. Een internationaal succes werd het theaterstuk uit 1905 " L'Oseau Bleu ". Zijn werk bestaat uit proza - essaybundels - en 26 toneelstukken waarvan de belangrijkste zijn :  

- " La Princesse Maleine " (1889) - " Pelléas et Mélisande " (1892) - " Alladine et Palomides " (1894) - " Soeur Beatrice " (1901) - " Ariane et Barbe-Bleu " (1901) - " Monna Vanna " (1902) " l'Oiseau Bleu " (1908) - " Marie-Magdaleine " ( 1910) - " Le Malheur passe " (1925) en " Jeanne d'Arc " (1948).

Composities naar het werk van Maeterlinck.

Maeterlinck inspireerde verschillende componisten met zijn werk.

1) Op de eerste plaats Claude Debussy met zijn opera " Pelléas et Mélisande " (1902) .

2) Gabriel Fauré: " Pelléas et Mélisande " Op.80 suite voor orkest. (1898) .

3) Arnold Scönberg:  " Pelléas et Mélisande " Op.5 een symfonisch gedicht. (1903) .

4) Jean Sibelius:  " Pelléas et Mélisande "  toneelmuziek en later tot een suite uitgewerkt Op.46 ( 1905) .

5) William Wallace:  Pelléas et Mélisande "  suite voor orkest (1897) .

6) Paul Dukas :  " Ariane et Barbe-Bleu " een opera in drie bedrijven (1907).

7) Dimitri Mitsopoulos: " La Soeur Beatrice " (1910) .

8) Sergej Rachmaninov:  " Monna Vanna " een onvoltooide opera (1908).

9) Arnold Schönberg:  Herzgewächse , Op.20 lied met klein ensemble (1911) naar " Feulliage du coeur ", uit " Serres chaudes "

10) Alexander Zemlinsky: Sechs Gesänge nach Gedichten von Maeterlinck, Op.13 orkestliederen (1913).

 

 

Maurice Maeterlinck met zijn eerste vriendin en Muze Georgette Leblanc rond 1900.

Maurice Maeterlinck met zijn tweede vrouw de dertig jaar jongere actrice Renée Dahon (1920) met haar was hij wel gehuwd.