" l'Aiglon "

De allereerste Napoleon II de Belgische sopraan Fanny Heldy .

" l' Aiglon " Gent 1950

de Gala première van " l'Aiglon " aan de " Koninklijke Opera van Gent " in 1950 met in de hoofdrol Vina Bovy . Slotscéne. Foto: Operabilia.

" l' Aiglon "

Opera Marseille 2016 met Stephanie D'Oustrac als l'Aiglon. Foto: Christian Dresse

" l'Aiglon "

Opera Marseille (2016) , Franco Pomponie in de rol van Metternich . Foto: Christian Dresse.

" l' Aiglon "

Opera Marseille (2016). Stephanie D'Outrac als l'Aiglon en Yam Toussaint als Le Chevalier. Foto: Christian Dresse.

" l' Aiglon ".

Gent 1950 Vina Bovy Galapremière 10 februari 1950
Foto; privécollectie.

Opera van Arthur Honegger en Jacques Ibert.

Libretto van Henri Cain naar het toneelstuk van Edmond Rostaud " The Eaglet " 1900.

 

Inleiding.

De opera gaar over het leven van Napoleon II, die de zoon was van de Keizer Napoleon I en zijn tweede vrouw Keizerin Marie Louise.

De zoon van Napoleon I stierf onbekend en onbemind op zijn 22 ste aan TBC, als een soort gevangene van de Habsburgers. De componisten Arthur Honegger schreef akt.2 - 3 en 4 samen met Jacques Ibert akt.1 en 5. Dit was de eerste keer in de operageschiedenis dat twee componisten hun talenten samen uitwerkten. Desondanks zijn de muzikale stijlen geheel op elkaar afgestemd, moest nu iemand beweren dat dit werk door één hand geschreven is , dan zou men dit geloven. Het onderwerp was overigens hun eigen idee, maar het voorstel kwam van de intendant van het operahuis in Monte Carlo, waar ook de première zou plaats hebben op 17 maart 1937, net voor de WO II. Dat was een goede timing voor het Franse patriotisme, de jongeling van de grote Franse Keizer Napoleon die voorbestemd was om Europa te verenigen, waardoor dit werk zo onaantrekkelijk werd voor de nazi's en hij gedurende de oorlogsjaren van het podium geveegd werd in Europa.

Dit werk is voor de Vlaamse of Belgische operageschiedenis van cruciaal belang omdat de première in 1937 in de hoofdrol werd gebracht door de toenmalige Belgische wereldster Fanny Heldy die debuteerde in Gent in 1910  aan de Munt en later nog aan de " Opera Comique " te Parijs en ook nog aan de Scala van Milaan en te Monte Carlo. Zij was de eerste l'Aiglon of de hertog von Reichstadt, zoon van Napoleon I, zij werd bijgestaan door de beroemde Franse bariton Vanni Marcoux als de lakei, Germaine Camerata die de Gravin Marie Louise vertolkte en de Franse bas-bariton Arthur Endréze. Deze weinig gekende opera zou even stilliggen  tot in 1947 voor de eerste na-oorlogse première aan de Munt in Brussel waar de Brusselse sopraan Gita Nobis, die ook te Gent zong van 1943 tot 1965,  de rol van L'Aiglon vertolkte, nadien in de jaren 50 van vorige eeuw, tot de wereldster Vino Bovy toen directeur van de koninklijke opera Gent, deze opera op het repertoire van haar huisopera bracht en zelf de rol van l'Aiglon vertolkte in 1950, dit was toen  de première voor Gent. Vina Bovy volgde eigenlijk een traditie want het toneelstuk V.Rostend werd hier aan de grote schouwburg al opgevoerd in 1901/02 met Sarah Bernhardt in de hoofdrol. Dit zijn dan reeds drie belangrijke Belgische sopranen die telkens aan de basis liggen van dit werk, er zou in Gent nog een herneming volgen in 1955 met Antoinette Bauters in de hoofdrol. In 1956 zou de eerste opname verschijnen met Géori Boué in de hoofdrol. Ook wereldwijd viel de opera een beetje in de vergetelheid zelfs in Parijs. Het zou terug duren tot diep in de jaren negentig van vorige eeuw en zelfs nog tot de eerste decennia van de 21 ste eeuw voor hij terug in de belangstelling wordt gesteld en terug is het een Belgische sopraan Anne Catherine Gillet (1975) die de herontdekking zou bewerkstelligen onder de leiding van de Japanse dirigent Kent Nagano en in concertante vorm brengen te Montreal in Canada  

Rolverdeling.                      Stem.                      Eerste cast.   

l'Aiglon of hertog von Reichstadt -------------sopraan --------------------------------- Fanny Heldy 

Séraphin Flambeau, Lakei -----------------------bas-----------------------------------Vanni Marcoux

De Franse attaché --------------------------------tenor -----------------------------------Victor Pujol

Gravin Camerata ----------------------------------alt ------------------------------------Luigi Cérésole

Maréchal Marmont -----------------------------bariton ---------------------------------Tobert Marvini

Prins Metternich -------------------------------bas-bariton ----------------------------Arthur Endréze

Marie-Louise ----------------------------------- mezzo-sopraan ------------------------------ Gadsden

Conte de Sedinsky ----------------------------- tenor ------------------------------------------- Barane

Frédéric de Gentz ----------------------------- tenot ------------------------------------------- Fraikin

Théréze de Lorget ----------------------------- sopraan ------------------------------ Marie Branèze

Fanny Elssler ------------------------------------mezzo-sopraan -----------------------------Schirman

Tijd en plaats: Oostenrijk tussen 1831 en 1832.

Akt. 1   " De arend slaat zijn vleugels uit "

Tijdens een bal aan een van de salons aan het Oostenrijkse hof zijn de adviseur Gentz en de kanselier Metternich twee anti-bonapartisten aan het discussiëren over een afbeelding op een parfum flacon waar een beeltenis opstaat van de Hertog von Reichstadt de zoon van Napoleon I en diens tweede vrouw de ex-keizerin Marie-Louise, zijn bijnaam is l'Aiglon (de Arond). Ze beslissen dan om op alle import van Parijs de afbeelding van de jonge Napoleon II te laten verdwijnen. Marie-Louise heeft bruidsmeisje Thérèse de Lorget uitgenodigd om de meditaties van Lamastine voor te lezen. Ondertussen verschijnt de jongeling de " Aiglon " met een ietwat depressieve droefheid op het podium . Maar de revolutie van 1830 doet bij hem de hoop terugkeren naar de republikeinse orde van zijn vader tegen de huidige Franse monarchie. De jonge hertog voelt ook de hoop opbloeien bij zijn aanhangers in Wenen, daarbij weet hij zijn lakei Flambeaux, een voormalig Bonapartist, een vlucht naar Frankrijk te organiseren, de Arend slaat zo zijn vleugels uit. 

Akt. 2   " De Arend vecht "

Tijdens de nachtelijke ronde merkt Metternich de hoed van Keizer Napoleon op, dit is eigenlijk een signaal dat Napoleon II, l'Aiglon besloten heeft om Wenen te verlaten. De Oostenrijker proest zijn haatgevoelens tegen de jonge Napoleon uit. De kanselier Metternich probeert de jongeling te destabiliseren en manipuleert hem in een vrij heftige scéne. De Jongen breekt de spiegel waarin hij zichzelf ziet en roept om hulp, wat een triomfantelijke overwicht heeft Metternich nu. De akt eindigt in een luidruchtige extase. 

Akt. 3   " De bruisende vleugels van de Arend " 

De akt begint met een prachtig gedanste wals op de dansvloer van een gemaskerd bal aan het Weense hof, l'Aiglon danst de wals met Thérèse die van hem houdt. Metternich laat zich terug spottend uit over het kostuum van de kleine Franse kolonel, die in de voetsporen van de kleine korporaal Bonaparte zijn vader wil treden. Nu verschijnt ook Fanny Elssler de maîtresse van de vurige antibonapartist Grentz, op het podium, zij zit in het complot van de vlucht voor de L'Aiglon die nu nakend is. De samenzweerders zullen nu elkaar ontmoeten op de mytische vlakte van Wagram, de plaats waar Napoleon de grootste overwinning behaalde tegen de Oostenrijkers. 

Akt. 4   " De gebroken vleugels van de Arend "

We zijn hier op de vlakte van Wagram, samen met Flambeaux wacht men op de paarden om naar Frankrijk te vluchten. Metternich zit hen echter op de hielen. Falmbeaux is wel dodelijk gewond en om zijn kwelling te verzachten probeert l'Aiglon zijn vriend en lakei bij te staan en met passie denkt hij terug aan de slag van Wagram. Hij staat zijn vriend bij tot in de dood. In de emotie van de wapens en de oorlogvoering voegt Honegger de "Marseillaise " als hoofdlied toe. Het lot van de zoon van Napoleon II wordt hier in de kiem gesmoord door de haat van de anti-Bonapartisten zoals Metternich.  

Akt. 5  " De gesloten vleugels van de Arend "

De kamer van de hertog von Reichenstadt (l'Aiglon) . De strijd om Napoleon II is de strijd van Metternich in de salons van Schönbaum, de dobbelstenen zijn gegooid en het resultaat is overduidelijk. Aan l'Aiglons ziekbed barst zijn moeder in tranen uit en Thérèse zijn geliefde zingt liedjes uit Frankrijk. Metternich staat ook aan zijn ziekbed te wachten tot de laatste ademstoot van l'Aiglon gaat vallen. De Hertog sterft op 21 jarige leeftijd aan TBC, en volgt zijn vader in de eeuwigheid. 

Historische opvoeringen.

In de inleiding zien we dat de wereldpremière plaatsvond op 11 maart 1937 te Monte Carlo in een productie van Pierre Chéean met in de hoofdrollen Fanny Heldy en Vanni Marcoux. Fanny Heldy had er toen al een bijna 30 jarige carrière op het podium opzitten. Ze zou toen al willen stoppen met haar podium prestaties en zou dit doen in 1939 juist voor de WO II. Ze was toen 51 jaar en gehuwd met Marcel Baussac een zakenman die ook eigenaar was van  " Dior ". Ze trok zich terug op haar landgoed en exploiteerde een paardenrange voor racepaarden, gelegen in de omgeving van Parijs in Dammerie-sur-Loing, Loiret.

De opera zou in Frankrijk pas terug op het podium gebracht worden in 1952 met in de hoofdrol Géori Boué onder de legendarische Franse dirigent André Cluytens. In 1956 heeft ook  Boué de eerste volledige studio-opname gemaakt worden. Het zou internationaal stil worden rond deze opera, men moest wachten tot 1987 voor hij terug zou opgevoerd worden  tijdens het festival van  Vaison La Romaine met Sherry Greenwald en Frederic Vassar in de hoofdrollen. Dan komt deze opera weer boven water in de 21 ste eeuw in april 2013 aan de " Opera van Lausanne  " en in 2016 aan de " Opera Marseille "met Stéphanie D'Outrac, Marc Barrard en Franco Ponponi. In 2017 brengt de " Opera Montreal " dit werk in concertante vorm met de Waalse sopraan Anna Catherina Gillet onder de leiding van de Japanse Dirigent Kent Nagano. Van deze uitvoering zal er dan ook weer een opname gemaakt worden en andermaal is het terug een Belgische sopraan die voor de heropleving van dit wondermooie werk zorgt.

Historische uitvoeringen in de lage landen.  

Deze minder bekende opera van Honegger heeft maar een kleine internationale bekendheid in België. Darentegen is hij wel geliefd geweest en hebben we zelfs sopranen met  wereldfaam die de geschiedenis van deze opera mede hebben bepaald, Fanny Heldy (1899-1971), Gita Nobis (1920-1990), Vina Bovy (1900-1983) en de tallentvolle Anne Catherina Gillet (1975).

De beroemde Fanny was de eerste Napolen II in 1937 te Monte Carlo en 1939 te Parijs in haar afscheidsjaar 1939. Gita Nobis zou de eerste Belgische première vertolken aan de Munt te Brussel in 1947 en onze Gentse Vina Bovy zou de rol van l'Aiglo voor het eerst brengen in 1950 te Gent en de Waalse sopraan Ann Catherina Gillet zou deze rol als eerste brengen intercontinentaal te Montreal in Canada in 2016.

Dus te Gent voor het eerst op 10 februari 1950 met Vina Bovy als l'Aiglon naast haar vinden we Berthe Van Hyfte, Alberta De Reuck, Marie Liétard, Simonne Van Parijs, Francis Adrien, Roger Barsac, Bert Roelants en Felix Van Der Heyden. Dit werk hield repertoire tot het seizoen 1954/55 In de hernemingen komen we nog Antoinette Bauters als l'Aiglon, Maria Balhant, Marie Liétard, Lucien Van Obbergh, Jean Laffont, Jules De Mulder en Paul Cabonel tegen. 1955 zou ook  het afscheidsjaar worden van Vina Bovy aan haar Gentse operapubliek.

Anne Catherina Gillet uit Libramont brengt de rol van l'Aiglon voor het eerst in Noord-Amerika in Montreal Canada in conertante vorm. In 2016 er wordt tevens van deze uitvoering een opname op Cd gemaakt op Decca onder muzikale leiding van Kent Nagano. Deze opera is nu in de 21 ste eeuw aan een volledige herwaardering toe.

Discografie.

Momenteel zijn er maar twee volledige opnames beschikbaar en ook enkele losse videofragmenten op Youtube.

1) 1956 de opname van het radioprogramma van 1952 met Géori Boué als l'Aiglon, Xavier Depras en Roger Bourdin( Géori Boué's echtgenoot) op CD bij Malibran 7933.

2) 2016 onder Kent Nagono met Anne Catherine Gillet als l'Aiglon en Etienne Dupuis als Metternich op 2 CD's Decca-4789502 

 

 

Historisch video moment van de opera " l'Aiglon " 1987

Dit videofragment van 1987 is van het Festival van Vaison-La-Romaine opgenomen in 1987 met Frederic Vassar als Metternich en Sherry Greenwald als l'Aiglon. Dit fragment is super geacteerd en zijn de eerste stappen naar de herwaardering van deze opera die zijn première vond in 1937. Het werk was toen 50 jaar oud.

  • Vanni Marcoux (1877-1962)

    Franse bas-bariton geboren op 12 juni 1877 en overleden op 22 oktober 1962. Hij zong vooral in Franse en Italiaanse repertoire. Zijn repertorium was zeer omvangrijk hij vertolkte 240 verschillende rollen wat van hem een van de meest memorabele zangacteurs van de 20 ste eeuw maakte. Marcoux is geboren uit een Franse vader en een Italiaanse moeder( mama was van Turijn) Zijn moeder gaf hem de bijnaam " Vanni " en zou die voor zijn ganse carrière als artiestennaam behouden. Na zijn rechtenstudies besloot hij zich volledig aan de muziek te wijden. Hij studeerde nu muziek en zang bij Collini aan het conservatorium van zijn geboorte streek. Hij maakt zijn debuut in 1894 op 17 jarige leeftijd als Sparefucile in Verdi's " Rigoletto " te Turijn. Hij studeerde verder te Parijs bij Frederic Boyer, en maakt zijn debuut in Frankrijk in Bayonne als frère Laurant in Gounods " Romeo et Juliette " in 1899. Daarna bezocht hij alle Franse operahuizen. In 1905 begint eigenlijk zijn internationale loopbaan met de Figaro in " Il Barbieri di Seviglia " aan de Muntschouwburg in Brussel en in 1906 als Bertram in Meyerbeers " Robert le Diable ". Aan de opera van Parijs zingt hij in 1908 Mephisto in Gounods " Faust ".Dan volgden Londen in 1910 en de Scala van Milaan. Hij zong 40 jaar lang aan de " Opera Comique " te Parijs. Na 1912 debuteerde hij in Chicago aan het " Grand Opera Company " als Goliad in Debussy's " Pelléas et Mélisande in 1913 en in Offenbachs " Hoffmans vertellingen. In Amerika zong hij aan de zijde van Mary Garden. Gedurende de WO I werd het wel wat stil rond hem , hij werd per vergissing als gesneuveld opgegeven als lid van het Franse leger.
    In 1919 nam hij zijn zang carrière weer op in het Théâtre " Colon " in Buenos Aires, toen een van de belangrijkste operahuizen van Zuid-Amerika. Hij bracht er met opmerkelijk succes de rol van Philip II in Verdi's " Don Carlos ", en Jago in " Otello " en de titelrol in Puccini's " Gianni Schicchi ". in 1937 creëerde hij de rol van Flambeau in " L'Aiglon " naast Fanny Heldy. In 1938 ging hij les geven aan het conservatorium van Parijs. Hij ging met pensioen in 1948 en werd nog drie jaar directeur van het " Grand Théâtre te Bordeaux " In 1951 stopt hij definitief met zijn loopbaan . Hij overlijd in 1962. Zijn loopbaan is indrukwekkend door de lange duur van 37 jaar maar vooral door de opmerkelijke grote verscheidenheid aan operarollen . Zijn Franse dictie werd geprezen door zijn duidelijkheid en de muziek critici prezen hem voor zijn muzikaliteit en zijn dramatische intelligentie. In 1914 huwde hij de actrice Madeleine Morlay.

  • Arthur Endréze (1893-1975)

    Een Amerikaanse bariton die een zéér populaire carrière uitbouwde te Parijs. Hij studeerde agronomie aan de universiteit van Illienois en in zijn vrije tijd zong hij voor zijn plezier. De Dirigent Walter Damrosch ontdekte zijn talent en adviseerde hem naar Parijs te gaan om zijn zang te verbeteren. Hij schreef zich in aan het Amerikaanse conservatorium te Fontaineblau waar hij studeerde onder Jean de Reske. Endréze maakte zijn debuut in in 1925 te Nice in " Don Giovanni " van Mozart en later " in " Hamlet ". Te Parijs debuteerde hij in 1928 in " Le Roi D'Ys " als Kernac en zong er rollen in " La Traviata " en " Tosca ". In 1929 zong hij Valentin in " Faust ". Van 1930 tot 1946 zong hij in " Samson et Dalila ", " Les Huguenots", in " Lohengrin ", in " Tristan und Isolde ". De titelrol in " Rigoletto " , Jago in " Otello ", Amonasro in " Aida " en de titelrol in " Hamlet ". Hij creëerde ook tal van rollen in nieuwe opera's zoals " Guerceour "in 1931, kanselier Herzfeld in " Maximilien " in 1932, Prince d'Autriche in " Un jardin sur l'Oronte " ook in 1932, de Prins Metternich in " L'Aiglon " in 1937 te Monte Carlo en Parijs in 1939 en Conte Mosca in " La chartreuze de Parma " ook in 1939. Hij huwde met Jeanne Krieger-Beligne " Chef de Chant " bij de opera. Hij werd gearresteerd door de Duitsers in 1940 maar slaagde er in te vluchten en terug te keren naar Amerika. Keerde na de oorlog naar Parijs terug en wijdde er zich aan muzikaal onderwijs aldaar. Hij heeft ook tal van opnames gemaakt op Odeon onder de leiding van Gustave Cloés samen met Ninon Vallin in " Cavaleria Rusticana " en " Tosca " Zijn volledige discografie is terug uitgeven op Marston records maar op CD.

Vanni Marcoux (1877-1962)

Vanni Marcoux Franse bas-bariton in " Mignon " aria " Fugitif et Tremblant " opname van 1934.

Arthur Endrèze ( 1893-1976)

Amerikaanse bas was leerlong van Jean De Rezske maar had zijn loopbaan te Parijs zingt hier uit " La Traviata ", " Di Povenza il mar " , maar in het Frans gezongen. Opname van 1929