" Don Pasquale "

" Don Pasquale "

" Don Pasquala "

Don Pasquale "

" Don Pasquale "

" Don Pasquale "

Luigi Lablanche de eerste " Don Pasquale " 1843

Opera Buffo van Gaetano Donizetti met ouverture in drie akten en vijf tonelen.

Libretto van Giovanni Ruffini.

Inleiding.

In Parijs schreef Donizetti zijn " Don Pasquale " voor het " Theâtre Italien ". De tekst werd niet geschreven door Michéle Accusi en zeker niet door Donizetti zelf, maar door Giovanni Ruffini. Dit is in 15 onomstotelijk bewezen. Donizetti was zo vrij geweest  zijn eigennaam op het manuscript te zetten.

In 1843 had de première plaats met een bezetting die nu nog tot de meest legendarische ooit wordt beschouwd. Guilia Grissi, Giovanni Mrio, Antonio Tamburini en Luigi Lablanche, de vier grootste zangers van hun generatie. Na in de 19 de eeuw tot een van de meest geliefde opera's te hebben behoord, heeft " Don Pasquale ook een periode van verval gekend. Dit is nu volkomen verleden tijd en het is nu opvallend hoe tegenwoordig Donizetti's komische werken meer waardering genieten dan zijn tragische werken. Toch is men tegenwoordig bezig met het herontdekken van Donizetti's operawerk. Ook nog andere werken waaronder " Anna Bolena, Linda di Chamonix, Maria di Bohan, Tobert Devereux, Maria Stuarda, Maria de Rudens en Belisimo" behoren allen tot die herontdekte werken van Donizetti. Momenteel zijn  Italiaanse " Belcanto Opera's " terug in de mode. 

Rolverdeling.                    Stem.                         Eerste cast.

Don Pasquale, oude rijke vrijgezel ----------bas-----------------------------------Luigi Lablanche

Ernesto, zijn neef ----------------------------tenor-----------------------------------Giovanni Mario

Norina, een jonge weduwe ----------------sopraan -------------------------------------Giulia Grisi

Dr. Malatesta, dokter -----------------------bariton -----------------------------Antonio Tamburini

Carlino, notaris ---------------------------------bas -------------------------------Fedrico Lablanche

Tijd en plaats:   Rome omstreeks 1820.

Akt. 1

1° Toneel: een kamer ten huize van Don Pasquale. 

Don Pasquale loopt zenuwachtig op en neer, op de klok kijkend in afwachting van de komst van zijn, vriend dokter Malatesta. Deze komt even later binnen en deelt mede dat hij een bruid voor Son pasquale gevonden heeft. Don Pasquale heeft natuurlijk een neef die verliefd geworden is op een jonge weduwe, en Don Pasquale heeft iets tegen weduwen en daarom heeft hij zijn veto uitgesproken. Om zijn neef een poets te bakken gaat hij nu zelf in het huwelijk treden, deze daarmee ontervend. Malatesta beschrijft het bruidje in lyrische termen (aria: " Bella sicome un angelo ") . Don Pasquale is enthousiast en wordt nog enthousiaster, als hij hoort dat het niemand minder dan Malatesta's zuster Sofrina is , die haar opvoeding in het klooster voltooid heeft. Malastesta belooft haar mee te zullen brengen en Don Pasquale kan haar komst nauwelijks afwachten. ( aria: " Un foco insolito " ) Ernesto komt binnen , en laat verstaan dat hij niet zinnens is zijn geliefde Norina te laten vallen. Don Pasquale deelt hem nu zijn eigen huwelijksplannen mee, daarmee Ernesto bijzonder amuserend, tot deze hoort dat het de zuster van Malatesta is. Hij had de dokter ook tot zijn vrienden gerekend, en is verontwaardigd over dit dubbelspel. Dit alles maakt een eind aan Ernesto's verwachtingen. Berooid als hij is zal  Norina niet met hem kunnen trouwen en verzucht hij in zijn ( cavatine : " Sogno soave e casto ")

2° Toneel: een kamer ten huize van Norina. 

Gelijk Adina in " l'Elisir d'Amore " wordt deze heldin ook aan ons voorgesteld terwijl zij hardop een passage uit een romantische roman voorleest, en zich daarmee amuseert. Zij kent alle knepen en listen even goed als die dames van lang geleden ( recitatief: " Quel guardo il cavaliere"  en de aria: " So anch'io la vista magica ") Zij ontvangt een afscheidsbrief van Ernesto, en wil die juist gaan lezen als dokter Malatesta op bezoek komt. Deze  leest de brief voor. Ernesto schrijft haar over het huwelijk van zijn oom, en dat hij zelfs Europa zal verlaten. Malasteta zegt hen te willen helpen en ontvouwt zijn plan.

Norina zal de rol van Sofrina moeten spelen, om een schijnhuwelijk met Don Pasquale aan te gaan, om hem zo van zijn trouwplannen te genezen. Norina is daar direct voor te vinden en repeteert mat Malatesta de houding die ze moet aannemen, in haar nieuwe rol. ( duet: " Pronto co sou ") Norina speelt haar rol zo goed dat Malatesta haar een oprechte " bravo " toeroept. 

Akt. 2

3° Toneel: een salon ten huize van Don Pasquale.

Ernesto staat gereed om het huis te verlaten en op reis te gaan. Hij zingt hier zijn afscheidsaria vooraf gegaan door een koor solo: ( aria: " Cerchero lontana terra ") Helaas wordt het onmisbare cabaletta aan deze aria meestal gecoupeerd. Als hij vertrokken is komt Don Pasquale in grote tenue op, de laatste hand leggend aan zijn toilet in afwachting van de komst van zijn bruid en haar broer. Die komen even later, Norina zwaar gesluierd en onwaarschijnlijk naïef en verlegen. ( trio: " Via da brava ")  ze begint bijna te beven als ze merkt dat er een vreemde man in de kamer is, maar haar broer brengt haar zover dat ze zich laat voorstellen. Haar figuur en slanke hand brengen Don Pasquale al in koortsstemming, maar als zij, na veel aandringen, eindelijk haar sluier oplicht is hij absoluut sprakeloos. " Sofrina" stemt toe in een huwelijk, en Malatesta heeft direct maar voor een notaris gezorgd, die het ter plaatse kan sluiten. dit is een van zijn vrienden, in een vermomming. Malatesta dicteert hem de huwelijksvoorwaarden. Hij zet al zijn bezittingen op naam van zijn vrouw, en tekent het contract. Plotseling echter komt de notaris tot de ontdekking dat er een getuige te weinig is. Op dat moment baant Ernesto zich een weg door het de bedienden heen die hem de toegang beletten. Hij wil zijn oom een laatste vaarwel komen brengen, en deze zegt dat hij als geroepen komt om getuige te zijn bij zijn huwelijk. 

Ernesto herkent natuurlijk Norina als Sofrina, maar Malatesta fluistert hem in dat alles voor zijn bestwil is en dat hij die komedie moet meespelen. Het huwelijk wordt nu officieel gesloten, en de notaris verdwijnt. Don Pasquale wil zijn bruid omhelzen , maar deze zegt dat hij eerst toestemming moet vragen. Als hij dat heeft gedaan  zegt ze " neen ", tot luidruchtig plezier van Ernesto. Don Pasquale wil hem wegsturen , maar Norina zegt dat dit volgens het contract haar huis is zodat zijn kan ontvangen wie zij wil . Zij is omgeslagen als een blad, en van  de naïeve meisje van voor het huwelijkscontract blijft alleen een ware feeks over. Zij vergelijkt Ernesto's uiterlijk met dat van haar man en dat is niet ten voordele van  Don Pasquale. Als deze protesteert voegt ze er aan toe dat hij op zijn woorden moet passen , want dat ze anders haar handen weet te gebruiken. Ze roept de bedienden samen , en moet lachen als dat er maar drie blijken te zijn. De major-dome krijgt opdracht er een dozijn andere bij aan te nemen, en verder een koppel paarden te kopen, het huis geheel nieuw te laten installeren, en een pruikenmaker en een juwelier te laten komen. Don Pasquales  protesten wimpelt ze af met een herinnering aan zijn wrijwillig huwelijkscontract. Don Pasquale ziet in dat hij machteloos staat, en de akte eindigt met een finale die Rossini eer zou hebben aangedaan.

 Akt. 3

4° Toneel: terug in het salon ten huize van Don Pasquale.

Bedienden lopen bedrijvig heen en weer met pakjes voor Norina. Don Pasquale zit mistroostig de rekeningen te bestuderen. Hij vindt het  nu welletjes, en als Norina nu in haar mooiste outfit langs komt vraagt hij haar waar ze naar toe gaat. Naar de schouwburg zegt ze. Ze heeft daar volgens haar zijn toestemming niet voor nodig, en op dit late uur vind ze dat een oude man al lang in bed moest liggen. Er ontstaat  nu ruzie en tenslotte geeft Norina Don Pasquale een klap in het gezicht. Dit is volgens Don Pasquale het einde, laat haar gaan en zegt dat hij hoopt dat ze nooit meer terug zal komen.

Norina neemt nu beminnelijk afscheid van hem en wenst hem wel te rusten toe (duet: ' Via, caro sposino " ) Don Pasquale ziet nu nog een onopgemerkte rekening op de grond liggen, als ze weg is, maar ontdekt dat het een aan Sofrina gerichte brief is. En wel nog van een minnaar van haar, die met haar afspreekt  haar die nacht zoals gewoonlijk in de tuin te ontmoeten. Daar zal hij nu wel een stokje voorsteken. hij laat haastig zijn vriend Malatesta halen, en trekt zich op zijn kamer terug. de bedienden maken van die gelegenheid gebruik om in koor ( "Che interminalle anti reviem ") hun commentaar op deze vreemde gebeurtenissen te geven.

Malatesta arriveert samen met Ernesto, en spreken af wat te doen. Daarna heeft de dokter een gesprek met Don Pasquale, die zich bitter beklaagt. Don Pasquale is van plan zachtjes de tuin in te sluipen en de twee geliefden op heterdaad te betrappen en Malastesta doet alsof hij er volledig mee instemt. ( duet: " Cheti, cheti, immatinente ") Hij dringt er echter wel op aan dat alles discreet gebeurt, omdat het ten slotte zijn zuster is. De scéne eindigt met het stretta van het slot duet:" Aspetta, Aspetta, cara spo sina ") waarin Don Pasquale zich verkneukelt over de poets die hij zijn vrouw gaat bakken. Ook Malatesta is vrolijk over de wijze waarop Don Pasquale volgens zijn plannen in de val aan het lopen is.

5° Toneel: de tuin aan Don Pasquales huis.  

Ernesto zingt achter de schermen een serenade (  " Comé gentil ") , waarvan men beweert dat Donizetti deze pas de avond voor de première op wens van Giovanni Mario componeerde. Norina komt naar buiten en er volgt een verrukkelijk duet dat terecht door  Donizetti als " Notturino " betiteld wordt ( Tornami a dis che m'ami " ) . Don Pasquale en Malatesta komen onverwacht te voorschijn, maar Ernesto was op hun komst voorbereid en weet te ontsnappen. Don Pasquale eist echtscheiding, maar Malatesta raadt hem aan alles aan hem over te laten. Hij kent iemand die hem van Sofrina zal kunnen verlossen. Ernesto komt nu terug te voorschijn en als Don Pasquale hoort dat Sofrina de bewuste Norina is, wenst hij hem geluk met zo'n bruid, blij te weten dat zijn huwelijk nooit bestaan heeft. De opera eindigt met de moraal die Norina uitspreekt. ( La moeale in futto questo ") Men moet niet trouwen als men er te oud voor is. Deze moraal is feitelijk het slotrondo, zoals ook  Rossini er veel schreef. Helaas zien vele dirigenten dit niet in , en wordt deze aria dermate besnoeid dat er alleen een onbevredigde finale flard overblijft.

Historische opvoeringen.

De première had plaats op 4 januari 1843 en was door Donizetti gecomponeerd voor het " Theâtre Italien " te Parijs en is gestart met een legendarische bezetting voor die tijd die nu nog 160 jaar later tot de verbeelding spreekt. Grisi, Mario, Tamburini en Lablanche waren de beroemdste vertolkers van hun generatie en tijd. Ook hierdoor werd " Don Pasquale " een van de meest geliefde opera's van Donizetti. Daarom ook werd deze opera in heel korte tijd in vele grote operahuizen op het repertorium geplaatst zelfs nog binnen hetzelfde speeljaar. Aan de " Scala van Milaan op 17 april 1843, op 14 mei aan het " Kätnerorththeater " in  Wenen , op 29 juni 1843 aan " Her Majesty's Theatre " in Londen. De opera werd al vlug in het Frans vertaald door Gustave Vaëz en Alphonse Rorger en ging al op 11 augustus 1843 in première te Brussel aan de " Munt ", en op 9 november 1843 in de " Opera van Rijsel " en ook reeds op 7 januari 1845 in Australië in Sydney en op 12 oktober 1854 aan het " Royal Victoria Theatre. "

Door de opkomst van de veristische werken in de tweede helft van de 19 de eeuw en begin van de 20 ste eeuw werden de werken van Donizetti op de internationale podia een beetje verwaarloosd, maar werden ze in de 20 ste eeuw na 1950 weer herontdekt en is " Don Pasquale terug één van zijn populairtse werken. Zelfs zo populair dat we kunnen schrijven dat sedert 2012 deze opera over de hele wereld 401 voorstellingen in 75 producties in 66 landen heeft gekend en in de 21 ste eeuw dus in alle grote operahuizen tot het standaard repertoire behoort.

Historische voorstellingen in de lage landen.

Deze opera werd ook in Nederland vele malen uitgevoerd door de Italiaanse opera, het eerst als noviteit in 1913, met Albertina Cassani, in 1915 met Margherita Bevignani en Giuseppe Reschiglian. Latere opvoeringen in 1932 en 1934 met Attila Archi, Paolo Civil, Spartaco Mardchi en Armando Santolini. In 1954 op het Holland festival met Eugeni Ratti en Nicolai Monti als gasten.

In België vinden we reeds een heel vroege op 9 november in Brussel aan de " Muntschouwburg " op 9 november 1843. Ook te Gent vinden we al heel vroeg een productie op 29 februari 1844 in het Frans met Hillen als Louise (Norina ), Guillot als Don Pasquale, Martin als Octave( Ernesto) en Portehaut als le docteur ( Malatesta) en Royer als le notaire, deze versie hield repertoire tot 1877/78. Maar intussen waren er ook Italiaanse voorstellingen voor het eerst in het speelseizoen 1852/53 en vanaf 4 februari 1875 met Desirée Artot als Norina , onder de leiding Arditi toen een gastdirigent. Toen was er even stilte in de productie van deze opera we vinden wel nog een herneming in het Italiaans in 1908/09 met de legendarische sopraan Maria Galvani de Tejada als Norina, Quintina als Don Pasquale , Pompa als Malatsta, Cicolini als Ernesto en Antonini als de notaris.

Op 8 mei 1959 hebben we nog een herhaling door de Nederlandse Kameropera te Antwerpen als gastvoorstelling. Tussen te speelseizoen 1968/69 en 1978/79 hebben we ook nog 12 voorstellingen met als Norina's Hilda De Groote, Anna Maccianti, en Lia Rottier, als Ernesto's Andre Simon, Montalvo Belleri, Charles Burles en Vitorio Terranova, als Malatesta's vinden we Jan Joris, Marco Stecchi, William Elvin, en als Don Pasqualo Jean Laffont en Eric Garrett. Alles samen goed voor een 56 voorstellingen waarvan 32 in het Frans en 23 in het Italiaans en 1 in het Nederlands.

Discografie en cinégrafie.

Er zijn op het internet toch 66 geregistreerde opnames te vinden ,de oudste van 1932.

1) 1932 onder Carlo Sabajno met het orkest van de Scala van Milaan met Ernesto Bandini, Adelaide Saracini, Afno Poli en Tito Schipa op Black disc op Italiaanse HMV. (15 x78s) of op CD Arkadia cat; 78017 (2 Cd's).

2) 1952 onder Mario Rossi met het orkest va Torino met Sesto Bruscantini, Alda Nori, Mario Barriello, en Cesare Valetti op Cd Warner Forit Cetra: COLPC 1242 1-2of cat: 85738776-2 (2Cd's).

3) 1983 onder Riccardo Muri met het Philharmonisch orkest Ambrian Opera met Sesto Bruscantini, Mireilla Freni, Leon Nucci en Gösta Winbergh. Op EMCD cat; 747068 - 2

4) 2007 onder Maurizio Benini met het Metropolitan Opera Orkest met Simone Alaimo, Anna Netrebko, Mariusz Kwiecien en Juan Diego Flores op Cd Celestial ZAudio CEG 18 (2 Cd's). 

5) Onder Riccardo Muti met het orkest van " Giovanile Luigi Cheribuni " met Claudio Desderi, Laura Giordano, Mario Cassi, Juan Francisco op DVD Artheus Musik cat: 101303. 

" Don Pasquale "

Mooie productie van de opera " Don Pasquale " aan de Weense staatsopera met Allesandro Corbelli, Maxim Mironov, Pieto Spagnoli en Andrea Carroll. (2017)

" Don Pasquale "

De grote aria van Ernesto die eigenlijk achter de scene wordt gezongen hier gebracht door Juan Diego Flores.

" Don Pasquale "

Dit mooie duet " Tornami a dir che m'ami " uit " Don Pasqualo" gezongen door Flores en I.Rey.

Giulia Grisi de eerste Norina in " Donpasquale " van de première te Parijs in 1843.

Antonio Tamburini de eerste Malatesta tijdens de première van " Don Pasquale " te Parijs in 1943.