" Charles Gounod " (1818-1893)

Charles Gounod (1818-1893)

Biografie.

Charles Gounod is een geboren  'Parisien' op 17 juni 1818 en overleden te Saint-Cloud op 18 oktober 1893. Hij was de tweede zoon van een kunstenaarskoppel zijn vader Luis Gounod was kunstschilder en zijn moeder Victoire Lemachois was een concertpianiste. Hij kreeg een basisopleiding in het lyceum van Saint- Clous en behaalde zijn diploma in 1835, van zijn moeder kreeg hij pianoles. Hij studeerde privé bij Antonin Rejcha en vanaf 1835 aan nhet conservatoire Nationale  de muzique van Parijs onder andere voor fuga bij Halévy en compositie bij Jean-François Lesueur en nog bij Luigi Cherubini en Pierre Zimmermann.

In 1839 won hij reeds de " Prix de Rome " en won daardoor een drie jaar durende studiereis naar Rome, waar hij woonde in de Villa Medici. Hij bestudeerde daar de muziek van de oude meester Giovanni de Palestrina en was daar zéér van onder de indruk zo erg zelfs dat hij als hij terug keerde naar Parijs gedacht heeft  om priester te worden . Hij studeerde theologie van 1846 tot 1849 aan St. Suplice en woonde vanaf 1847 in een karmelieten klooster.

De ontmoeting met de zangeres Pauline Viaerdot maakt dat hij afstand neemt van de religie en dat hij, zich aan meer met wereldlijke muziek gaat bezig houden . In 1852 huwde hij met Anne Zimmermann de dochter van zijn pianoleraar aan het conservatotium. Van 1852 tot 1860 was hij directeur van het " l'Orphéon de La Ville de Paris " . Van 1870 tot 1875 woonde hij in Londen, hij was er gevlucht voor de Frans-Duitse oorlog, waar hij het " Gounod Choir " oprichtte dat later het " Royal Choral Society " werd .

Gedurende zijn gehele loopbaan zweeft hij van de kerkmuziek naar de wereldlijke werken. Hij heeft een heel omvangrijk oeuvre van liederen , romances, koralen, motetten, missen , oratoria, toneelwerken, instrumentale zoals symfonieën, marsen en pianowerken.

Een eigen stijl.

Hij was een boegbeeld van de" Frans Nationale stijl " . Ten onrechte vond men hem in den beginne een imitatie van Palestrina en Händels werken dan toch voor zijn religieuze werken, maar in zijn latere wereldlijke werken werd hij evenzeer  afgeschilderd als een imitatie van Gluck, Spontini, Robert Schumann enz . Maar de eigenlijke kracht van Gounods werk was de bevrijding van de Franse muziek en van de Italiaanse en Duitse invloeden , dat herkende en waardeerden  voorl de patriottische kunstenaars zoals Saint-Saëns, Paul Dukas, Claude Debussy en Maurice Ravel.

Gounods muziek is vooral een lyrisch-sentimenteel stemmingspalet, gedragen door een overvloed van mooie zingbare melodiek. Meestal met een meesterlijke folklore achtige stijl. Dit bewijst zijn wereldberoemde " Ave Maria ".

Zijn grootste onderscheiding.

Door zijn leeftijdgenoten en zijn collega componisten werd hij enorm gewaardeerd, kon hij een royaal leven leiden in zijn " Villa in Montretout " . Zijn oeuvre bezorgde heem royale inkomsten, en de laatste jaren van zijn leven wordt hij nog geëerd als lid van de " Parijse Academie " en wordt hij nog Commandeur in het Legioen van Eer te Parijs.

Zijn Oeuvre.

Bestaat uit: 12 grote orkestwerken, 2 werken voor harmonie orkest, 23 missen, 11 cantates en gewijde muziek, 3 grote koren, 5 vocale werken, 3 kamermuziekstukken, 4 grote orgelwerken, 8 pianowerken , tussen 1851 en 1881 schreef hij 16 opera's en nog begeleiding voor twee toneelwerken.

Zijn Opera's.

1)  Sappho 16 april 1851.

2) La Nonne Sanglante 18 oktober 1854.

3) Faust (Marguerite) 19 maart 1859. 

4) Le Medicin malgré Lui 15 januari 1858.

5) Philémon et Baucis. 18 feruari 1860.

6) La Combe 3 augustus 1860.

7) La Reine de Saba 28 februari 1862.

8) Mireille 19 maart 1864.

9) Romeo et Juliette 28 april 1867.

10) Cinq-mars 5 april 1877.

11) Polyeucte 7 oktober 1878.

12) Le Tribut de Zamora 1 april 1881.

nog vier onvoltooide opera's: Le Songe d'Auguste (1853), Ivan Le terrible (1856), George Dandin (1873), Maître Pierre (1877) nog twee toneelwerken Ulise 1852 en Le Bourgois gentilhomme (1857)

Zijn  ontegensprekelijke repertoire stukken zijn " Faust, Mireille en Romeo et julliette, zijn oratoria " Mors e Vita " (1884) en niet te vergeten zijn wereldberoemde " Ave Maria ".