Nederlandse wereldsterren zingen Wagner.

Richard Wagner.

Als we spreken over de lage landen dan kan men niet buiten  Nederland. Ik ga terug enkele beknopte biogragieën bespreken, maar nu van Nederlandse operavedetten die de operageschiedenis ook op internationaal niveau hebben gekleurd. Terug heb ik info gehaald van enkele gespecialiseerde websites.

Ik vind het zeker terug de moeite om even bij die kleurrijke figuren even stil te staan.

1) Forgotten Opera Singers.

http://forgottenoperasingers.blogspot.be/ 

2) Musica et Memoria . http://www.musimem.com/ 

3) Opera Nostalgia .  http://www.operanostalgia.be/ 

4) 401 Dutch opera diva's. http://401dutchdivas.nl/ 

5) Malibran- Music " L'opera Fransais ".http://www.malibran.com/ 

6) Vlaams Wagner Genootschap. 

http://www.richardwagner.be/publicaties/De%20zangers%20zijn%20het%20belangrijkste.pdf 

  • Jacques Urles (1867-1935)

    Biografie.
    Deze Nederlandse heldentenor zong in 's werelds grootste operahuizen. Bayreuth, Leipzig, Weense staatsopera, Opera Dresden, Covent Garden, Boston, Metropolitan, Amsterdam en Antwerpen.
    Jacques Urlus werd geboren in Herkenrath nabij Aken in 1867, uit Nederlandse ouders. Zijn vader was meestergast in een ijzergieterij. Toen hij amper 1 jaar oud was verhuisde hij met zijn ouders naar Tilburg , waar hij lagere school liep. Op jonge leeftijd ging hij reeds mee als arbeider in de ijzergieterij van zijn vader. Veel later zal hij de beroemde aria zingen van Siegfried waarin hij een zwaard smeedt. Urlus krijgt er zijn eerste muzieklessen, vooral notenleer van een familielid in T,ilburg. Toen hij 15 was, verhuisde de familie terug, maar nu naar Utrecht. Jacques had het er moeilijk mee maar vlug veranderde dit toen hij zich aansloot bij de plaatselijke zangvereniging " Fidelio ". Op een zangconcert in de concertzaal van het Utrechtse conservatorium werd zijn zangtalent en zijn bijzonder mooie tenorstem ontdekt tijdens een solazang van een aria van Haydn. Urlus deed toen aan zelfstudie maar was uitzonderlijk getalenteerd. Zijn eerste professionele zangoptreden waar hij voor betaald werd was in 1890. Het zou nog vier jaar duren voor hij een contract krijgt bij de Nederlandse Opera terwijl hij nu wel zangles nam. In 1900 kreeg hij zijn eerste aanbieding voor Leipzig.
    Hij was de Wagner specialist van zijn generatie en zong " Lohengrin, Tannhäuser, Tristan und Isolde en Siegfried ". Zijn vertolking van " Lohengrin " in 1898 leverde hem een auditie op bij de toen nog levende weduwe van Wagner, Cosima Wagner, die toen de drijfveer was achter de " Bayreuther Festspiele ". Maar ondanks hij alle rollen in het Duits had ingestudeerd debuteerde hij er maar pas in 1911 in de rol van Siegfried in " Die Walküre ". Hij zong ook nog werken van ander componisten zoals Beethovens " Fidelio" , Mozarts " Die Zauberflöte " in Verdi's " Aida en Otello ", verder zong hij nog " Faust " en " Carmen ", " Samson en Dalila ", ook " Les Huguenots " en de Mattheus Passie van Bach.
    Vandaag wordt Urlus nog altijd als beste Wagnertenor van zijn tijd aanzien, hij zong met alle groten van zijn generatie. Zelfs met Erico Caruso zijn vriend en collega deelde hij 5 jaar zijn kleedkamer in de Metropolitan in New York. Urlus liet ons ook tal van historische opnames na op HMV en Edison Records die heden ook op Cd verkrijgbaar zijn uitgegeven door Martron Records en het Preiser Label. De volledige discografielijst vind je terug op de website van " 401 Dutch Diva's waar je de link vindt op de inleiding.
    In 1931 zou Urlus Tristan voor de laatste keer zingen in Amsterdam. Hij zou nadien nog wel enkele concerten zingen . Hij overleed op 6 juli 1935 na een operatie.

  • Henri Albers (1866 - 1926)

    Biografie.
    Deze Nederlandse bariton is geboren te Amsterdam op 1 februari 1866 in Amsterdam.
    Het zag er in het begin niet naar uit dat hij in de muziekwereld zou stappen. Zijn ouders zagen daar niets in. Hij werd klerk bij de consul-generaal van Frankrijk, want daar leerde hij zijn Frans, later werkte hij nog bij de Distillerie " Lucas Bols " aan de Rozengracht. Hij leert daar de acteur Bertus Smith kennen die ook in de Rozengracht woont. Die nam hem mee naar enige toneellessen bij Maria Kleine-Gartman en hij kon vervolgens mee spelen in de " Salons des Variétés " aan de Amstelstraat in Amsterdam. Zijn familie brak met hem en hij ging alleen op kamers wonen. Hij bleek over een buitengewone mooie stem te beschikken , zodat hij werd ingezet voor zangrollen. Zijn debuut was in Delft. Op een kermis speelde hij mee in " De dochter van de admiraal " zijn tegenspeelster was Marie van Westerhoven. De Groot, leider van een operette- en operagezelschap, merkte hem op en zo kreeg Albers op 15 mei 1886 een rol in " Le canard à trois becs " van Emile Jonas. het gezelschap ging verder onder de naam Hollandse Opera in de Parkschouwburg. Hij leert er Marguerite Jahu kennen een dochter van de leider van de Franse opera in Den Haag. Hij kreeg van haar zangles en zo stonden ze samen op het podium.
    Jules Massenet was bij één van die voorstellingen aanwezig en haalde hem naar Parijs om daar te zingen. Hij moet nog wel voort studeren bij Jean-Baptiste Fauré en later nog bij Bevegnani in Milaan. Albers is nu ook aan de slag in de Franse Opera van Antwerpen waar hij zong van 1891 tot 1894. Nadien werd hij gevraagd bij de opera van Bordeaux, maar maakte eerst nog een uitstap naar Covent Garden. In 1897 kwam er een Amerikaanse tournee van de grond waarbij hij ging zingen in San Francisco en ondanks hij bekend stond als een vertolker van het Franse repertoire zong hij daarnaast ook Italiaanse opera's en in het Duits uitvoeringen van het werk van Wagner. Zijn internationaal succes had hij te danken aan zijn mooie donkere baritonstem, en zijn acteerkwaliteiten die in deze periode een bij vele operazangers een zeldzaamheid was . Henri Albers heeft ook tal van plaatopnames gemaakt tussen 1903 en 1910 op Odeon en Pathé onder meer complete uitvoeringen van " Carmen , Rigoletto en Romeo et Julliete " Er zijn ook nog veel fragmentarische opnames gemaakt van " I Pagliacci , Cavaleria , Hamlet, Meistersinger von Nürnberg en Tannhäuser.
    Aangezien Henri Albers in Franrijk tijdens en na de eerste wereldoorlog nogal kritiek te slikken kreeg omdat Nederland tijdens de oorlog neutraal gebleven was, liet hij zich in 1920 tot Fransman naturaliseren. In Nedeland geraakt hij in de vergetelheid maar in België en Frankrijk bleef hij een gevierd kunstenaar tot aan zijn dood. In de herfst van zijn carrière zong hij nog alleen het Franse operarepertoire want hij was daarnaast ook zangpedagoog. Hij zou getroffen worden door een ernstige voedselvergiftiging en het te laat inroepen van medische hulp zou hem uiteindelijk fataal worden, hij overlijdt op 12 september 1926. Hij zong ook samen met de groten van zijn generatie zoals: Emma Calcé, Nellie Melba, Jan en Eduard de Reszké, Pol Plaçon en nog vele anderen.

  • Jos Orelio (1854 - 1926)

    Biografie.
    Joseph Oerelio (Jef voor de vrienden) werd geboren op 10 april 1845 te 's Hertogenbos. Heel vroeg kwam zijn talent al aan het licht. Hij mocht als lid van het kerkkoor met zijn mooie sopraanstem regelmatig solo zingen en als Jefke solo ging zong zat de kerk stampvol. Het zou nog een tijd duren voor Jos aan zijn eigenlijke zangcarrière begon, want Jos volgde onderwijzer studies, in 1874 werd hij hulponderwijzer te Dordrecht. Ook daar hield muziek hem bezig en ging hij er ook in een zangkoor zingen.
    Hij werd ontdekt door Wilhelmina Gips die toen een beroemde zangeres en zangpedagoge was, ze was zo onder de indruk van zijn stem dat ze hem gratis zangles gaf. Later volgde hij ook nog les bij Richard Hol, die hem introduceerde in de Utrechtse muziekschool waar hij leraar werd. Zijn eigenlijke doorbraak kwam in 1886 te Amsterdam waar hij toetrad tot het " Hollandsch Operagezelschap " ; tot dit gezelschap behoorde ook Henri Albers, Johan Schmier, Amelie van Zandt, Orelio's latere vrouw (1888). Zijn debuut was er in de operette " De Scheepskapitein " van Emile Jonas. Er kwamen algauw andere rollen in " Tsaar und Zimmerman " van Lortzing , " Zigeunerbaron " , Escamilio in " Carmen ", " Il Barbieri di Seviglia ", Jago in "Otello ", in " Il Trovatore " graaf Luna. Orelio was inmiddels een populaire bas-bariton geworden. Hij werd eerste bariton aan de Nederlandse Opera van De Groot. Orelio maakte een lange carrière en zong ook rollen in Willem Tell van Rossini, Alfio in " Cavaleria " van Mascagni, Hamlet en zong ook Wagnerpartijen zoals de Hollander in " Der Fliegende Holländer ", Han Sachs in "Die Meistersinger von Nürnberg. Hij zou uiteindelijk een repertorium van 70 verschillende rollen samenstellen. Hij trad behalve in Nederland ook in België, Duitsland, Engeland, Frankrijk en Rusland op. In 1904/05 maakt hij een succesvolle tournee door Nederlands Indië.
    Na het uiteenvallen van het Nederlandse Operagezelschap waarbij hij zong, ging Orelio's carrière bergafwaarts. Hij zou nog zelf een poging wagen om zelf een gezelschap op te richten, maar bij gebrek een zakelijk inzicht mislukt dit. Joseph Orlio zou op 25 maart 1926 te 's Gravenhage overlijden. In de herfst van zijn carrière maakt hij ook enkele opnames op Odeon en Pathé, helaas niet meer in zijn glansperiode.

Jacques Urles

Jacque Urles zingt Wagner - Siegfried " Smiedelied " opname 1915 op Edison in het Duits gezongen.

Een trio uit " Willem Tell van Rossini.

Dit is een bijzonder rare historische opname van 1906. We horen hier drie top vedetten aan de Opera De Paris aan het begin van de twintigste eeuw, op het toppunt van hun zangcarrière. In een trio uit de opera " Willem Tell " van Rossini . De rariteid van deze opname is dat hier twee phonoplaten digitaal aan elkaar gemonteerd zijn want in die tijd had men maar een maximum tijd van drie minuten opnametijd per speelkant. De opname duurt meer dan 6 minuten.
De vertolkers op de foto in volgorde van links naar rechts: Hippolyte Belhomme - Agusterello Affre en Hans Albers als Willem Tell.

De enige terug gevonden opname van Jos Orelio 1910

Een duet uit " I Pagliacci " samen met Caro Engelen-Sewing in het Nederlands gezongen opname van 1910

Cato Engelen-Sewing (1868 - 1961)

Cato Engelen-Sewing.

Biografie.

Catherina Engelen-Sewing beter bekend onder de naam Cato was één van de meest gevierde primadonna's , in Nederland,  van haar tijd . Ze zong zowel  het Franse als  het Italiaans operarepertoire, terwijl zij ook de Wagnerrollen vertolkte. Zij Beheerste de typische Italiaanse coloratuurtechniek, maar haar stem was ook buitengewoon geschikt voor het " Jugendische Dramatische " en lyrische genre. Ze zong weinig in het buitenland. 

Cato werd op 17 januari 1868 in Amsterdam geboren in een loodgietersgezin. Cato Engelen studeerde in 1883 aan het muzieklyceum te Amsterdam. Ze kreeg er zang van Heinze en pianoles van Koerman. Na een jaar kwam ze terecht in de soloklas bij de Weense pedagoge Anna Collin-Tobisch. Ze behaalde haar diploma op 29 januari 1887. Na de muziekschool volgde ze conservatorium te Amsterdam en vervolmaakte zich bij Johannes Messcheart. 

Haar ouders drongen er op aan om geld te beginnen verdienen en zij staakte haar opleiding om als freelance operazangeres op te treden . In 1890 werd ze ook aangenomen bij het Hollandsch Opera-Gezelschap onder de directie van Gorge de Groot.

Ze debuteerde op 9 april 1890 als Maritano in " Don Cesar de Bazon " van Massenet. In datzelfde jaar zong ze nog de rol van Marguerite de Valois in " Les  Huguenots " van Mayerbeer, ook  de rol van Ophélie in " Hamlet " van Thomas nam ze voor haar rekening net zoals de titelrol in " Lakmé " van Leo Delibes. Na " Mignon en Martha " van Flotow op 5 maart 1892 werd ze de primadonna van het gezelschap. Op 7 april 1892 huwde ze Johannes Engelen die er zanger-regisseur was . Uit dit huwelijk werden twee dochters en één zoon geboren. In 1893 zong ze Marguerite in " Faust " van Gounod en Gilda in " Rigoletto " van Verdi, in dat jaar kwam ook de rol van Eudossie in " La Juive van Halevy en Mathilde in " Guillaume Tell " van Rossini en ook Nedda in " I Pagliacci " aan de beurt. Door ruzie tussen de dirigent  Van der Linden en de directie  De Groot  kwam er een breuk in het gezelschap en de Nederlandsche Opera vereniging hield op te bestaan in 1894. In tegenstelling tot de meeste collega's bleven de Engelen de De Groot trouw. Het operagezelschap vond nu een onderkomen in de Amsterdamse Stadschouwburg. Hier kwam Cato volledig tot haar ontplooiïng . Door het groot aantal producties zong ze een groot aantal rollen en in het seizoen 1894/95 zong ze ook Senta in " Der Fliegende Holländer ", Elsa in " Lohengrin " van Wagner en zong ze ook Michaëla in " Carmen " van Bizet. In 1897 maakte ze haar debuut als Elvira in " Don Giovanni " van Mozart en Sieglinde in " Die Walküre naast Josef Orelio als Wotan en Jacques Urles als Siegmond ( de drie groten samen ).

Na een geschil over de bezetting verliet ze het gezelschap in 1898. Na enkele audities  belandt ze in Hannover waar ze een contract tekende voor 5 jaar, als coloratuursopraan. Op 15 maart debuteerde ze er als Philine in " Mignon " van Thomas en in de titelrol van " La Traviata " als Violetta ,van Verdi. Verder zong ze nog de rol van Rosina in  " Il Barbieri di Siviglia " van Rossini. In 1900 gasteert ze bij de Nederlandse Opera van Van Der Linden. Na gastoptredens bij haar vroeger gezelschap beslist ze onmiddellijk terug te keren  en verlaat Hannover. In 1901 gaat ze een verbinding aan met het Amsterdamse lyrische toneel waar haar echtgenoot mede oprichter en directeur is. Hier zingt ze het lichtere genre " Die Fledermaus " en " Der Bettelstuden ". In 1901 zal ze er 21 keer na elkaar de Koningin der Nacht en Mozarts " Die Zauberflöte " vertolken.  Ze moet echter nog een boete betalen van 500 Mark aan het Hoftheater van Hannover voor contractbreuk.

Ze zong nog in " Tannhäuser " van Wagner maar in 1903 ging zowel de Nederlandse Opera als het Lyrisch toneel failliet en samen met haar man vertolkte ze dan gastrollen in Antwerpen aan het lyrisch toneel want haar man was er al eerder regisseur geweest. Er bestond toen ook een operagezelschap van het Rembrandt Theater te Amsterdam, waar ze Santuzza  in " Cavaleria " zong.

In 1908 zou ze enkel opnames maken  naast de bariton Josef Oelio en de tenr Urles, voor het label Anker. In 1910 nam ze nog solo fragmenten op ook op hetzelfde label Anker. In 1912 nog enkele opnamen terug met Orelio maar nu voor het Label Pathé onder andere uit " Faust " en " Mignon" en " Les Huguenots".

In 1915 zou ze een grootse huldiging krijgen voor haar 25 jarige carrière en zong ze Suzanna in " Le Nozze di Figaro " van Mozart naast haar echtgenoot als Figaro. In 1916 stichtten ze toen samen met haar man de coöperatieve vereniging " De Nederlandse Opera " Hier zong ze zelfs de rol van Olympia ( de pop) in " Les Contes d'Hoffmann " van Offenbach. Toch kwam de onderneming niet van de grond en verhuisden ze terug naar Antwerpen . Ze zou er twintig jaar verblijven tot 1939.

Ze ging terug in Amsterdam wonen  om er zangles te geven. Ondanks haar 20 jaar verblijf in België was ze in Nederland nog altijd populair, en dat op haar hoge leeftijd. Ze werd nog af en toe gevraagd voor een concert. Haar laatste concert zou ze zingen  als afscheid aan haar trouw publiek op 6 maart 1948 in de Bachzaal te Amsterdam ter gelegenheid van haar 80 ste verjaardag van een carriére van meer dan 50 jaar op de planken. Ze overleed na een zware val en operatie aan haar bekken in 1961 op 93 jarige leeftijd.   

Cato Engelen-Sewing zingt Wagner.

Cato Engelen-Sewing zingt de Balkonscéne uit "Lohengrin " van Wagner, opname van 1913

  • Gré Brouwenstijn (1915-1999)

    Biografie.
    Geboren als Gerda Demphina op 26 augustus 1915 in Den Helder werd ze later bekend als Gré-Brouwenstijn. Ze studeerde zang te Amsterdam aan het muziek lyceum met Joop Stroomenberg. Ze maakt haar operadebuut in 1940 in de " Toverfluit " van Mozart . Ze sluit zich aan bij het Hilversum radiokoor waar ze al vlug soliste werd voor de opera uitzendingen. In 1946 sluit ze zich aan bij de Nederlandse Opera waar ze debuteerde als Guilietta in " Hoffmanns vertelingen ". In 1949 maakt Brouwenstijn haar debuut op het Holland Festival als " Leonare in " I Trovatore " van Verdi. Dit was het begin van een lange samenwerking met rollen in " Oberon, Otello, La Forze Del Destino, en Fidelio " van Beethoven . De rol van Leonore zou haar wereldfaam bezorgen. Ze wordt algemeen aanzien als de grootste Leonore van haar generatie, ze zong deze rol met groot succes bij de Weense Staatsopera, te Parijs, Stuttgart, Berlijn, Amsterdam, Buenos Aires, Londen en Glendebourn .
    Ze zong zelfs deze rol in het Nederlands op 21 december 1956 te Gent. Ze blijft er zelfs twee seizoenen tot 1958. Onder directie Locufier zou er een herneming zijn met haar terug als Leonore maar nu gezongen in het Duits voor het speelseizoen 1959/60.
    Vanaf 1954 tot 1956 verscheen ze in Bayreuth waar ze Elisabeth, Freya, Sieglinde, Gutrune en Eva vertolkte. In 1957 zou se Senta en Elso brengen maar deze voorstellingen zouden er nooit komen wegens onenigheid met de Wagner familie. Ze zou ook nog aan de Muntschouwburg van Brussel zingen in de opera's" Elektra ", en de "Rozenkavalier " van Richard Strauss, Elisabeh in " Tannhäuser " en Sieglinde in " die WalKüre ".
    Ze maakt haar Amerika debuut als Jenufa in Chicago. In 1960 zong ze te Parijs in " Don Carlos " van Verdi. Ze nam afscheid in 1971 met haar glansrol in 1971. Ze was gehuwd van 1948 - 1953 met Jan van Manrgem en vanaf 1956 met Hans van Swol. Ze overleed op 84 jarige leeftijd in 1999 te Amsterdam. Ze zong samen met de grootsten van haar tijdgenoten: Callas, Olivera, Rysanek, Varnay, Mödl, Birgit Nilson,Rita Gorr en nog vele anderen. Ze maakte tientallen historische opnames en complete uitvoeringen van " Il Trovatore "(1953), " Die Walküre " (1962) samen met Rita Gorr, " La Forza Del Destino "(1961), " Tannhäuser ", " Fidelio ", " Der Freischutz "," Cavaleria ". Solo opnamen Brouwenstijn zingt Verdi, Wagner, Beethoven " de 9 de Symphonie ( 1973) . Brouwenstijn zingt Wagner(1983). De Meistersinger von Nürnberg Wagner ( 1956) Don Carlos ( 1958) enz... Op de website van " 401 Dutch Diva's vind je een lijst van de volledige Discografie.

  • Christina Deutekom (1931-2014)

    Biografie.
    Stientje Deutekom beter bekend als Christina Deutekom geboren te Amsterdam op 28 augustus 1931 en overleden op 7 augustus 2014. Haar loopbaan begon kort na haar studies in 1962 aan het conservatorium van Amsterdam, bij de toenmalige vereniging " De Nederlandse opera " Ze kreeg maar kleine rollen toebedeeld bij dit gezelschap. Ondanks dat ze opzien gebaard had met de vertolking van de Koningin der nacht van Mozart in " Die Zauberflöte ".
    Tijdens een voorstelling van " Der Rozenkavalier " van Richard Strauss in Barcelona waar ze kleine rol van Marianne Leitmetzerin zong trok ze de aandacht van Elisabeth Schwarzkopf die toen de hoofdrol van de Marschallin zong in dezelfde productie. Christina was zich aan het inzingen met de aria van de koningin der Nacht !!!! Schwarzkopf was geschokt dat Christina maar deze kleine rol toegezegd kreeg en stelde haar voor aan haar eigen manager Rudi Rotherbergen. In 1967 debuteerde ze in die rol aan de Bayrische Staatsopern in München, de Wienerstaatsopera en aan de Metropolitan opera van New York. Christina werd op slag wereldberoemd en men noemde haar de Nederlandse nachtegaal. Ze behaalde zelfs in 1968 de " Grand Prix du Disque Lyrique voor de plaatopname met deze Mozartaria, dit was op slag haar internationale doorbraak. Ze zong die rol in alle grote operahuizen over de ganse wereld Londen, New York, Milaan, Berlijn , Wenen enz.... Aan de Scala werd ze in 1973/74 tot zangeres van het jaar uitgeroepen. Ze haalde nog tal van prijzen van het jaar in Verona , Venetië en Parijs.
    Ze bouwde haar carrière behoedzaam uit met naast de Koningin van de nacht met Mozartrollen uit " Die Entfürung aus dem Serail ", Donna Anna uit " Don Giovanni ", Fiordiligi uit " Cosi Fan tutte " en Vitellia uit " La Clemanza di Tito ". Ze bleek zich dus te specialiseren in het Mozart repertoire. Algauw zong ze ook in het Italiaans repertoire met de grote heldinnen van Verdi om te beginnen met Abigaille uit " Nabucco ", Lady Macbeth, Leonore uit " Il Trovatore ", Amelia uit " Un Ballo in Maschera" , Elina uit " Il Vespri Siciliani ", Obadelli in " Attila ", en tenslotte rollen in " Medea van Cheribini en Turandot van Puccini.
    Ze zong met alle grote wereldsterren van haar tijd. Franco Bonisoli, Franco Corelli, Mario Del Monaco, Luciani Pavarotti, Placido Domingo, José Carreras, Alfredo Kraus, Richard Tucker, Carlo Bergonzi en Nicolai Gedda. In 1974 opende ze het speelseizoen aan de Metropolitan aan de zijde van Domingo als Elena in Verdi's " Siciliaanse Vespers " Ze beëindigde haar carrière in december 1986 na hartklachten na de voorstelling van de opera " Armaya " in Bilbao. Ze zette haar tweede carrière op de rails als Jurylid op wedstrijden en gaf ook nog masterclasses en privé onderricht als zangpedagoge.
    In 1996 trad ze op 65 jarige leeftijd nog eens op als verrassing tijdens een opera gala in het concertgebouw van Amsterdam en zong ze Bolero uit " I Vespri Sicilanio en Anna Eliza's aria en " Liebe, die Himmel auf Erde " uit de operette " Paganini " tot groot enthousiasme van het publiek.
    Nadat ze in 2004 door een herseninfarkt werd getroffen trok ze zich volledige terug uit het openbaar leven. Ze zou nog éénmaal gevierd worden in 2011 tijdens een gala in Carré op initiatief van de operazanger Ernest Daniël Smidt en er traden internationale artiesten op. Op 2 augustus 2014 kwam ze ongelukkig te val en zou enkele dagen later overlijden. Ze laat ons een ganse dicografie na , de lijst is te bekijken op de website van " 401 Dutch Diva's " de link staat in de inleiding.

Gré Brouwenstijn zingt Wagner

Gré Brouwenstijn zingt " Allmächt'ige Jungfrau " uit Wagners " Tannhauser ".

Christina Deutekom " Koningin der Nacht. "

Christina Deutekom zingt Mozart - " Die Zauberflöte " Koningin der nacht. " Die hölle rache ".