" Il Trittico "

Inleiding.

" Il Trittico is een triptiek van Puccini bestaande uit drie verschillende opera's, als éénakters en meestal worden ze alle drie op het podium gebracht, dit is tegenwoordig weer de mode omdat dit beantwoordt aan de intenties van de componist zelf. Puccini had eigenlijk voorzien dat die drie opera's " Il Tabaro, Sour Angelica en Gianni Schicchi " samen op één avond zouden opgevoerd worden. Vijftig jaar terug werd deze traditie niet altijd gerespecteerd.

" Il Tabarro " kwam wel als eerste klaar in 1914 nog voor zijn " La Rondine ". Het zou dus gemakkelijk geweest zijn  hem te doen opvoeren , maar Puccini sloeg alle aanbiedingen af tot alle drie de opera's zouden afgewerkt zijn. Tussen " Il Tabaro " en de tweede " Suor Angelica " verliepen ruim drie jaar die was af in 1917. De derde " Gianni Schicchi " de meest populaire van de drie was eigenlijk een komisch stuk en de compositie was af in 1918. De eerste uitvoering van de drie werken samen had plaats in New York op 14 december 1918 en amper vier weken later op 11 januari werd " Il Trittico " opgevoerd te Rome.

Vanaf dan hebben vele theaters, vooral de Duitstalige " Gianni Schicchi " van de twee andere éénakters losgekoppeld. Men is de laatste twee decenia geneigd de intentie van de componist in ere te herstellen en deze drie werken terug samen op het podium te brengen. 

Zo ook bracht " De Vlaamse Opera " de triptiek in het speelseizoen 2002/03 als afsluiter van een zevendelige Puccini cyclus samen op de scéne met Silvio Varviso als dirigent en Robert Carsen tekende voor de regie.

" Suor Angelica " de middenste was voor de componist zijn lievelingswerk onder de drie, hij beschouwde dit zelfs als het belangrijkste onder al zijn werken, toen was er nog geen sprake van " Turandot " die hij door omstandigheden niet zelf heeft kunnen voltooien. Gelukkig bestonden er ruwe muzikale schetsen en info dat zodat de opera door zijn leerlingen ruim tweejaar na zijn dood kon worden  afgewerkt en door Arturo Toscanini op het podium gebracht.

 

" Il Tabaro "

Opera in één bedrijf van Giacomo Puccini (1858-1924)

Libretto door Giuseppe Adami naar het toneelstuk " La Hauppelande " van Didier Gold.

Rolverdeling.

Michele, schipper - bariton.

Giorgietta zijn vrouw - sopraan .

Luigi een jonge scheepslosser - tenor (lyrico spinto).

Tinca onhandige scheepslosser -  tenor (buffo).

Talpa oudere scheepslosser - bas.

La Frugola, Talpas vrouw - mezzosopraan.

Plaats en tijd: begin van de twintigste eeuw te Parijs aan de kade van de Seine.

Synopsis.

Een bark ligt aangemeerd aan de oever van de Seine, met de Notre Dame op de achtergrond. Het werk is afgelopen en Giorgietta , de vrouw van de schipper Michel, biedt de scheepslossers iets te drinken aan. Bij de muziek van een draaiorgel op de kade wordt er zelfs een dansje gemaakt. Giorgietta begint te dansen met de onbeholpen Tinca, maar Tinca wordt verdrongen door de veel jongere Luigi . Giorgietta maakt een afspraak met Luigi en zal evenals de vorige avond met een vuurtje te kennen geven wanneer haar Michel slaapt. Talpa de ervaren scheepslosser verwittigt dat de schipper op komst is. Michel onderbreekt hun gesprek, hij heeft al enige tijd een vermoeden dat zijn vrouw hem bedriegt. Hij houdt nog evenveel van haar als op de dag van hun huwelijk. Met weemoed herinnert hij zich de avonden waarop zij na het werk nog aan dek zaten gehuld in zijn grote mantel.

Giorgietta wil daar niets meer van horen, zij wil alleen weten of Michel, Luigi in dienst zal houden. Zij wendt vermoeidheid voor en trekt zich terug in de kajuit. Michel blijft alleen op het dek achter. Als hij zijn pijp aansteekt denkt Luigi dat hij het afesproken teken ziet en sluipt aan boord. Michel springt op hem toe en wurgt hem. Giorgietta keert op het dek terug omdat ze lawaai hoorde. Sidderend van angst wil zij zich zoals vroeger in de mantel van Michel wikkelen en ontdekt ze het dode lichaam van Luigi. 

De geschiedenis.

Toen Puccini in 1913 de " Mantel " aan het verwerken was, dacht hij reeds aan een opera-avond met enkele éénakters. De voltooiing van zijn triptiek " Il Trittico " zou echter nog lang op zich laten wachten. Giulio Riccordi zijn uitgever vriend en raadgever was gestorven en toen hij zich met geestdrift op het toneelstuk van Diedier Gold stortte vond hij niet direct een geschikte librettist. Hij kwam uiteindelijk bij Giuseppe Adami terecht die hem volkomen begreep. Hij zou later ook een tekstboek voor " Turandot " schrijven. Zijn volledige triptiek zou uiteindelijk in première kunnen gaan te New York aan de Metropolitan op 14 december 1918 onder de leiding van Roberto Moranzoni met Luigi Montesanto als Michel, Claudia Muzio als Giorgietta , Guilio Crimi als Luigi, Angelo Bada als Tinca, Adamo Didur als Talpa en Alice Gentle als La Frugola.

Belangrijke aria's.

1) " Hai ben ragione ! meglo non pensare " Luigi "

2) " Nulla ! Silenzo ! " Michel " 

" Il Tabarro " Opera Lyon met Werner Van Mechelen.

Productie van Operahuis Lyon van " Il Tabarro " van Puccini met in de hoofdrollen Werner Van Mechelen als Michelle, Csilla Boross,en Thiago Arancam als Luigi.

" Suor Angelica "

Farrar en Perini in 1918

Opera van Giacomo Puccini i n één bedrijf .

Libretto van Gioacchino Forzano.

Rolverdeling.

Zuster Angelica - lyrische sopraan.

De prinses haar tante - alt sopraan.

Moederoverste - mezzosopraan .

Zuster ordebewaarster - mezzosopraan.

Zuster leermeester - mezzosopraan.

Zuster Genovieffa - sopraan.

Zuster Osmina - sopraan.

Zuster Dolmoina - sopraan.

Synopsis.

Plaats en tijdstip: In een Italiaans klooster in de zeventiende eeuw.   

Zeven jaar reeds verblijft Angelica in een klooster, maar met een vurig verlangen en onrust in haar hart. Ze heeft haar kind in de wereld moeten achterlaten. Het is lente want de zon laat heer warme stralen in de kloostertuin spelen en kleurt het water van de bron goud. Dan krijgt zuster Angelica een onverwacht bezoek. Een hooghartige ijskoude vorstin. Angelica moet een verklaring ondertekenen, waarbij haar zuster die in het huwelijk wil treden, ook volgens de rechter in het bezit wordt gesteld van haar wereldlijke goederen. " En mijn kind ? " vraagt Angelica moeilijk. Dat is twee jaar geleden gestorven luidt het antwoord zonder medelijden.

Angelica stort in elkaar en nadat de vorstin vertrokken is, zoekt Angelica kruiden om er een dodelijke drank mee te maken. In haar laatste visioen ziet zij een engel, die haar vol liefde een kind toereikt. Zalig sterft zij, terwijl in de kapel de zang van het nonnenkoor klinkt.

De geschiedenis.  

Er verliepen vier jaar tussen het afwereken van " Il Tabarro " en " Suor Angelica ". Na de tekstboek perikelen, zou hij in 1917 over het nodige materiaal beschikken om aan " Suor Angelica " en " Gianni Schicchi te kunnen verder werken. Voor de eerste openbare uitvoering speelde de componist het werk voor in het klooster waar zijn eigen zuster als non verbleef. Hij vertelt hoe hij was begonnen met de kleine scéne uit het kloosterleven, hoe hij daarna de grote scéne met de harteloze vorstin kwam en hij  de " mistap " van Angelica moest toelichten om haar toetreden tot het kloosterleven en het verlangen naar haar kind begrijpelijk te maken. Ik maakte alles duidelijk zo goed en voorzichtig mogelijk. Ik merkte  toen dat vele ogen vochtig werden. En toen ik besloot met het lied " O Madonna red mij, het smeken van een moeder" riepen de nonnen medelijdend en vol overtuiging: " Ja,ja arme vrouw " . En zo spraken de zusters in christelijke liefde  hun imaginaire zuster vrij.

Ook op dezelfde avond van " Il Tabarro " ging de premère van " Suor Angeleca " op 14 december 1918 door in New York aan de Metropolitan met als   dirigent Roberto Moranzoni en in de hoofdrollen Geraldine Farrar als zuster Angelica, Flora Perini als de vorstin, Rita Fornia als moederoverste, Cecil Arden , Mary Ellkis, Margerete Belleni en Marie Mattfirld als de overige nonnen.

Belangrijke aria.

" Senza mamma " - zuster Angelica.

 

 

 

" Suor Angelica " door Opera Zuid 2007

Een productie van Opera Zuid 2007 met in de hoofdrollen Francis Broekhuizen als zuster Angelica, Yvonne Schiffelers als de princes, en Helen Lepelaan als moeder overste de Dirigent is Ed Spanjaard.

Gianni Schicchi

Klas van de " Lyrische Kunst - conservatorium Gent. o.l.v. Erika Pauwels

Gianni Schicchi

sopraan Ly Ying Chun als Lauretta

Gianni Schicchi

Bariton Paul Claus als Gianni Schicchi

Gianni Schicchi

Voorstelling 1992

" Gianni Schicchi "

Opera van Puccini in één bedrijf.

Libretto van Giocchino Forzano.

Rolverdeling.

Gianni Schicchi - bariton.

Lauretta, zijn dochter - lyrische sopraan.

Zita, de nicht van Buoso Donati - alt.

Rinuccio, Zita's neef - lyriche tenor. 

Gherardo, Buoso's neef.

Nella, Gherardo's echtgenote - sopraan.

Gherardino, hun zoon - sopraan.

Betto di Signa, Buoso's zwager- bas.

Simone, neef van Buoso - bas.

Marco, Simones zoon - bariton.

La Ciesca, Marco's echtgenote - Mezzosopraan.

Maestro Spinelloccio, een dokter - bas.

Ser Amantio di Nicolao, een notaris - bariton.

Pinellino, een schoenmaker - bas.

Guccio, een schilder - bas. 

Synopsis. 

Plaats en tijdstip: Florence in 1299

In de kamer van de juist gestorven rijke Buoso Donati zijn de familieleden samen gekomen. Ze betuigen hun gehuichelde deelneming bij met het overlijden van Buoso Donati. Algauw fluistert er iemand dat Buoso zijn vermogen heeft nagelaten aan het klooster. De hele familie gaat in paniek op zoek naar het testament, opdat het niet in de handen zou vallen van de notaris. Eindelijk wordt er een document gevonden door Rinuccio, hij weigert het openbaar te maken aan zijn tante Zita, tenzij zij met zijn voorwaarde akkoord gaat. Als het in hun voordeel is moeten zij hem toestemming geven om met Lauretta de dochter van Gianni Schicchi te trouwen. Niemand geeft op dit ogenblik gehoor aan zijn voorwaarde er is naar niets anders belangstelling dan de inhoud van het testament te kennen. Daarom stuurt Rinuccio snel Gherardino op pad om Lauretta en haar vader te gaan halen. Zita stemt echter toch toe, het kan haar geen bal schelen met wie Rinuccio gaat trouwen , zolang het testament haar maar rijk maakt. Terwijl men Gianni Schicchi is gaan halen leest men het testament en het gerucht wordt bevestigd, iedereen is geschokt en ze weigeren Riniccio nu toestemming te geven om te trouwen met Lauretta. Rinuccio doet toch maar een nieuw voorstel om Gianni Schicchi te gaan halen omdat hij bekend staat voor zijn Intelligente oplossingen, die zouden kunnen helpen ook de suggestie wordt verworpen. Zita verbiedt hem die naam nog eens te noemen. Hij moet er niet aan denken een rijke Donati met de dochter van de arme Schicchi, dat is onmogelijk. De familie is het daar mee eens. Rinuccio doet toch  nog een poging de familie van Schicchi in een gunstig daglicht te stellen, maar niets helpt.

Als Gianni Schicchi en Lauretta toch arrveren krijgen ze een koude ontvangst. Schicchi ziet hoe teleurgesteld de familie is en hij gaat er dus vanuit dat Donati aan de beterhand is. Hij wordt echter geïnformeerd van de juiste toedracht. Hij probeert iedereen te troosten met het vooruitzicht van de erfenis. Zita legt de situatie nog eens uit en weigert terug in te stemmen met een huwelijk. Rinuccio smeekt Schicchi hem te helpen. Gianni Schicchi wordt echter boos door de koele ontvangst en weigert de familie te helpen. Zijn dochter weet hem echter te overhalen in de beroemde aria ( " O mio babbino caro "). Gianni Schicchi leest toch het testament en verklaart dat er niets tegen gedaan kan worden.

Maar plotseling verheldert zijn gezicht, hij weet een oplossing. De dood van Donati moet nog een tijdje een geheim blijven. Hij zelf zal in zijn plaats in het bed gaan liggen , terwijl de familie de notaris gaat halen  om een nieuw testament te laten schrijven. Er ontstaat een algemeen gejubel, maar Gianni Schicchi houdt hen toch eens duidelijk voor wat hen te wachten staat als deze zwendel uitkomt. In Florence wordt dat met verlies van de rechterhand en verbanning gestraft. Er wordt op de deur geklopt. Het is de dokter. Bliksemsnel wordt het nodige gedaan om Donati te laten verdwijnen en Gianni Schicchi neemt de plaats in van zijn dode vriend. Met zwakke stem antwoordt hij de dokter die door de familieleden wordt verhinderd te dicht bij het bed te komen. Trots op zijn 'geneeskunst' trekt hij terug. Terwijl men in spanning wacht op de komst van de notaris, probeert iedereen met vleierijen  de gunst van Gianni Schicchi te verwerven. Iedereen wil een zo groot mogelijk deel van de erfenis in de wacht slepen en aarzelt niet, de zoëven nog geminachte Schicchi de verlokkelijkste aanbiedingen te doen.

Dan komt de notaris met de door wet voorsgeschreven getuigen. De schoenmaker en de schilder. Met zwakke stem achter dikke gordijnen dicteert Gianni Schicchi het testament. De spanning stijgt ten top. In de eerste plaats maakt de stervende vijf lire aan het klooster over, het geen door de omstaanders met luide stem wordt toegejuicht. Dan verdeelt hij het roerende kleingoed onder de aanwezigen. En tenslotte verklaart hij tot erfgenaam van het paleis en de gronden de muilezel en een groot bedrag aan contanten aan zijn goede trouwe vriend Gianni Schicchi. De bloedverwanten die hun woede nauwelijks meester kunnen blijven, herinnert hij in zijn afscheid van " Florence " en ook wat hen te wachten staat wanneer zij ook maar enige ruchtbaarheid aan de zaak zouden geven. Als de notaris eindelijk weg is storten allen zich op de spitsboef. Maar deze heeft een grote verandering ondergaan, hij is nu de grote heer, die de ongewenste bezoekers het huis buiten jaagt, terwijl het jonge paar een kort maar, een echt melodieus liefdeslied aanheft.

In het slot grijpt Puccini terug naar de oude blijspelformule van " Comedia  dell'arte finale " . Gianni Schicchi treedt voor het voetlicht en vraagt het publiek of dit een goede besteding is van Donati's fortuin. Dante de grootmeester heeft hem voor deze streek naar de hel verbannen, maar hij hoopt op een milder oordeel van het publiek en vraagt of ze zich goed geamuseerd hebben , hem ten miste belonen met applaus.  

Muzikaaltestament. 

Eindelijk had Puccini het thema en de goede tekstdichter voor een levendige muzikale komedie gevonden. " Gianni Schicchi " laat ons een heel andere Puccini zien. De lyrische of sentimentele melodie duikt slechts sporadisch op en alleen daar waar de tekst aanleiding toe geeft, de rest is van een vloeiende parlandostijl voorzien. De verwezenlijking op het toneel is stellig  niet gemakkelijk. Een volkomen  op elkaar ingespeeld ensemble is voor de uitvoering een must. Elke zanger dient een volleerd acteur te zijn in de zin van de " Commedia dell' arte ". Het aanpassingsvermogen van Puccini en de gave zich telkens van een andere kant te laten zien, waren zéér groot. Het verisme of naturalisme lag nu achter hem. Zijn romantische, dat wil zeggen de door gevoel overheerste stijl, is bij Gianni Schicchi volledig op de achtergrond ten gunste van de echte buffostijl, waarvan ook in zijn meesterwerk " Turandot" nog sporen te vinden zijn.    

De geschiedenis.

Puccini voltooide zijn triptiek na de première van zijn operette " La Rondine " die met gemengde gevoelens werd onthaald. De eerste uitvoering van deze éénakter in zijn drieluik ging dus ook in première op de 14 december 1918 onder dezelfde dirigent Roberto Moranzoni met in de hoofdrollen de legendarische bariton Giuseppe De Luca als Chianni Schicchi, zijn dochter Lauretta kreeg vorm door Florence Easton, als Zita vinden we Kathleen Howerd terug, als Rinuccio de tenor Giulio Crimi, verder nog Angelo Bada, Marie Tiffany, Adamo Didur, Louis D'Angelo, Marie Sundelius, Mario Malatesta, Pompilio Malatesta, Andrés de Segurola.

Gianni Schicchi zou zich ontwikkelen als de populairste van de drie éénakters van de triptiek. Ook vandaar dat de eerste 15 jaar na de première deze opera volledig werd losgekoppeld van de andere twee, ten onrechte trouwens. Gelukkig is daar in de tweede helft van de twintigste eeuw verandering in gekomen  zodat de twee andere werken in ere zijn hersteld en ze terug meestal samen op het podium gebracht worden.

Belanrijke aria's.

1) " Firenze é come albero fiorita " - Riniccio.

2) " O mio babbino caro " - Lauretta. 

3)  " Si corredal notaio " - Gianni Schicchi.

Historische uitvoeringen in de lage landen.

De drie éénakters van Puccini, die hij de verzamelnaam " Il Trittico " gaf , waren door hem voorbestemd om steeds samen uitgevoerd te worden. Door omstandigheden heeft het bijna 5 jaar geduurd voor ze alle drie afgewerkt waren en al die tijd heeft hij er strikt op toegezien dat er geen enkele apart kon opgevoerd worden. De eerste gezamelijke opvoering kon dan gevierd worden op 14 december 1918 te New York aan de Metropolitan. Amper een maand later was er al een eerste voorstelling op het Europese vasteland te Rome in januari 1919 met in de belangrijkste rollen :Maria Laba, Edward Johnson en Carlo Galeffi. Londen volgde in 1920 met Ida, Quiatti, Tom Burke en Dink Gilly daarna in 1922 aan de Scale met Concato, Piccaluga en Noto. 

In Nederland moetsen we wachten tot februari 1930 onder Mario Parenti met Emilia Piave, Primo Montanari en Spartaco Marchi. Na de dood van Puccini heeft men Gianni Schicchi ten onrechte proberen los te koppelen van de andere twee éénakters. Maar dit heb dus niet kunnen vaststellen  met de historische voorstellingen in België, bij ons heeft men altijd de wil van de componist gerespecteerd.

In Gent vinden we de eerste voorstellingen vrij vroeg terug in zijn geheel als " Il Trittico " dus de drie éénakters uitgevoerd op één avond. Reeds op 26 januari 1923, men was hier dus wel bij de les, met Ida Lowens als Lauretta, Dina Mativa-Dony als Zita en Valés als Gianni Schicchi, in " Suor Angelica vinden we vinden we Jane Lefer als Angelique, Rosa Christiana als de prinses en Mativa als de Abdis  en in " Il Tabaro " waren de belangrijkste rollen voor Leopold Vander Goten als Michel, Jean Weber als Louis. Er zijn toen 8 voorstellingen geweest wel in een Franse versie. Er zijn  twee herhalingen bekend ook in het Frans in 1952  en 1958 Met als bekendste vertolkers Vina Bovy, Jan Verbeeck, Antoinette Bauters, Van Obbergh, Lia Rottier en  Plumat alles bij elkaar tot 1980 23 voorstellingen van de volledige triptiek.

Na 1980 zijn er ook aan de Opera Vlaanderen twee periodes geweest van telkens 12 voorstellingen voor zowel de Antwerpse - als Gentse opera in 1996 en 2003 dit als slot in een zevendelige Puccini cyclus van    1991 tot 1996 met een herhaling van de Triptiek in 2003 . In 1996 onder de muzikale leiding van Silvio Varviso en de regie door Robert Carsen. Met als voornaamste vertolkers Stephen Kechulius, Amy Johnson, Gerard Powers, Cheryl Barker, Rita Gorr, Xenia Konsek, Gordon Gietz, Sinéad Milhern. De latere versie in 2003 was een herhaling onder dezelfde muzikale leiding en dezelfde regie maar met als voornaamste vertolkers William Stone, Stephanie Friede, Jeffrey Dowd, terug Cheryl Barker, Ruthild Engert, Marceline Keirsbulck, Emil Wolk, Mauro Buda en Marie-Noëlle de Callataÿ. Deze laatste voorstelling is wel internationaal geprezen. De vertolking in deze twee periodes was in het Italiaans.

In Gent had in 1992 aan het conservatorium een uitzonderlijk voorstelling plaats door de leerlingen van de " Lyrische kunstklas 1992 onder de leiding van de docente Erika Pauwels met als acteurs bariton Paul Claus als Gianni Schicchi, de sopraan Lu Ying Chun als Lauretta, Mieke Anseeuw als Zita, Emanuel Vanden Berghe als Rinnuccio, Alain Dewildeman als Gherardo, Ingeborg Lamote als Nella, Frederick Meiresonne als Bettodi di Signa, Johan Vankeirsbulck als Simone, Maarten Heirman als Marco en Pascale De Turck als La Ciesca. Ook in een Italiaanse versie. Het is de enige keer dat ik Gianni Schicchi losgekoppeld uit de triptiek heb terug gevonden in deze toch merkwaardige voorstelling.

Opmerking: de diavoorstelling aan het begin van de beschrijving is van deze voorstelling in 1992 aan het conservatorium van Gent.   

Historische opnames.

Hier is het moeilijk om enkele voorstellen te doen omdat niet altijd te zien is of deze drie opera's als geheel of afzonderlijk uitgegeven zijn . Daarom zal ik  elke éénakter afzondelijk bespreken met soms een dubbele registratienummer. Elk voorstel is op CD verkrijgbaar.

1) " Il Tabaro " van 1955 onder de leiding van Vinzenzo Bellezza koor en orkest Opera Rome met Tito Gobbi, Margaret Mas, Ljuba Welitsch, Richard Tucker, Magda Olivera, Giacinta Prandelli, Piero de Palma, Plinio Clabassi. Op compact disc. EMI 764.165-2 (3Cd's) en op Naxos 8.111307. of Regis RRC 2263

2) " Suor Angelica " van 1957 onder de leiding van Tullio Serafin met Victoria De Los Angeles, Fedora Barbieri, Nina Doro, Carinna Vozza, Lidia Malimpieri, Santa Chissari. Ook op EMI 764.165-2(3 CD's) of op 212.714-2 (3Cd's) en op PRC1306.

3) " Gianni Schicchi " van 1962 onder de leiding van Lamberto Gardelli met Ferrando Corena, Renato Tebaldi, Agostino Lazzari, Lucia Daniëli, Renato Ercolani, Dora Carral, Giovann Foiani. op Decca 411.665-2 ( 3CD's).

4) Toch één opname als triptiek. " Il Triticco " opname van 1997 onder de leiding van Antonio Pappano door de London Symphony met Roberto Alagna, Angela Gherghiu, José Van Dam, Carlo Guelfi, Maria Guleghina op EMI Classics: Compact Disc 50999 5 598 59 2 (3CD's) + Bonus CD rom met libretto. 

 Cinégrafie.

1) " Il Tabaro " -2008 Juan Pons, Miroslav Dvorsky, Paoletta Marrocu, Anna Maria Chiuri, Carlo Bossi, Luigi Roni, Andrea Caré onder de leiding van Riccardo Chailly op Hardy HCD 4041(2 DVD"s).

2) " Suor Angelica " -2008 met Babara Frittoli, Mario Lipovsek, onder de leiding van Riccardo Chailly met het ensemble van La Scala Milaan. Hardu HCD 4041 (2DVD's).

3) " Gianni Schicchi " : 2010 met Antonio Corbelli, Marrino Giordano, Sally Matthews, Felicity Palmer, Mary McLaughlin met de Londense Philharmonie onder leiding van Vladinis Greronsky op Opus Arté OABD 7010D ( DVD).

 

" Gianni Schicchi door de Weense Staatsopera 2000

" Gianni Schicchi met in de hoofdrollen Leo Nucci als Gianni Schicchi, Angelica Kirchschlager als Lauretta en Juan Diego Flores als Rinuccio aan de Weense Sttatsopera productie van 2000 onder de muzikale leiding van Michael Boder.

Gianni Schicchi

Gianni Schicchi - aria " O mio Babbino caro " door Renato Scotto als Lauretta.
Gabriël Bacquier als Gianni Schicchi.