Eerste " Tosca " 1900

Maria Callas

Anna Moffo

Renata Tebaldi

Martina Serafin

" Tosca "

Top duo Maria Calas - Tito Gobbi

Opera van Pucinni in drie akten.

Libretto daar Ilica en Giacosa onder begeleiding van Sardou, naar het toneelstuk van Sardou.

Inleiding.

Puccini liep al met de gedachte tijdens de première van zijn " La Bohème " om het toneelstuk van Sardou te verwerken in een opera in 1893. Door omstandigheden bleef het bij vage gedachten en begon hij er maar aan in 1896 samen met zijn librettisten Luigi Ilica en Giuseppe Giacosa maar omdat het werk niet vlotte riep hij de hulp in van de schepper van dit verhaal Victorien Sardou. Na afloop verklaarde Sardou zelf dat deze operaversie hem beter beviel  dan zijn eigen origineel werk. Uiteindelijk was de opera klaar in 1899. De opera speelt zich af in Rome en daarom wilden de scheppers dat ook de opera zelf in première zou gaan te Rome . Wat ook gebeurde op 14 januari 1900 aan het " Theatro Constanzi " te Rome.

In de titelrol met de toen beroemde Roemeense sopraan Hariclea Darclée met aan haar zijde bariton Giraldino als Scarpia en de tenor Emilio de Marchi als Cavaradossi,( men had voor de première Caruso aangeschreven maar de brief is nooit aangekomen ). Darclée (1845-1923) heeft zelfs van haar aria " Vissi d'arte " toen een akoestische opname gemaakt met begeleiding op de piano, maar deze opname is zo zeldzaam geworden dat die niet meer te vinden is . Het zou de allereerste opname zijn op een enkelzijdige grammofoonplaat van 78 toeren, deze opname is door de verzamelaars heel gegeerd.

In tegenstelling tot Puccini's vorige opera's was " Tosca " op slag een doorslaand succes, zo groot zelfs dat nog geen jaar later er reeds een productie was aan de Metropolitan te New York. 

Rolverdeling.                          Stem.               Eerste cast.  

Tosca, zangeres  --------------------------------- Dramatische sopraan ---------- Hariclea Darclée

Mario Cavaradossi ------------------------------- lyrische tenor ------------------- Emilio de Marchi

Baron Scarpia ------------------------------------- helden bariton --------------- Eugenio Giraldoni

Cesari Angelotti consul -------------------------- bas ---------------------------------- Ruggero Galli

Spoletta agent ------------------------------------ tenor ---------------------------- Enrico Giordano

De koster ------------------------------------------ bas buffo --------------------------- Ettore Borelli

Een cipier ----------------------------------------- bas ----------------------------- Aristide Parasanni

Een herdertje --------  --------------------------- sopraanstem jongen --------------- Angelo Righi

Tijd en plaats: 1800 Rome.

 Akt 1:  in de kerk van sint Andrea della Valle 

Zonder orkestvoorspel, maar met drie zware akkoorden begint het drama. We bevinden ons in de kerk van sint Andrea della Valle in Rome. Aan de ene zijde is de kapel van de familie Attavanti, daar tegenover een schildersezel met een toegedekt schilderij.

Angelotti een politieke vluchteling rent binnen , hij is uit de gevangenis ontsnapt en zoekt de sleutel van de kapel, die zijn zuster markiezin Attavanti voor hem heeft verstopt. Nauwelijks is hij binnen of de koster verschijnt. Direct daarna komt Cavaradossi binnen, die in de kerk aan een Madonna beeld schildert. Hij heeft haar de trekken gegeven van de Markiezin die hij hier ook ontmoet. Hij aanschouwt zijn werk, dat hij vergelijkt met de medaillon van zijn geliefde, de beroemde zangeres Floria Tosca (aria:" Recondita armonia " ).Zijn aria besluit hij met een vurige liefdesverklaring aan Tosca. De koster slaat een kruis. Uit de kapel bespiedt Angelotti of de weg vrij is voor de vlucht. Met vreugde herkent hij zijn vriend Cavaradossi, die eveneens vervils is van haat tegen Scarpia, de tiran van Rome. Er klinken voetstappen en Angelotti, aan wie Cavaradossi zijn mand met proviand heeft gegeven, verbergt zich opnieuw. De gesloten deur en de verlegenheid van de schilder wekken de argwaan van Tosca, die haar geliefde tijdens zijn werk een bezoek kwam brengen. Cavaradossi kan haar geruststellen , zij maken een afspraak voor dezelfde avond, na de voorstelling waarin Tosca moet zingen. (aria: " non la sospini la nostracasetta " ). Maar Cavaradossi schijnt wat verstrooid te zijn en Tosca's argwaan ontwaakt opnieuw, temeer daar zij in de trekken van de madonna de gelijkenis met de markiezin van Attavanti ontdekt. Maar de schilder zweert haar slechts haar lief te hebben en belooft haar de zwarte ogen van Tosca te geven. (duet: " Qual occhio al mondo " ). Nauwelijks is Tosca vertrokken of Angelotti komt uit zijn schuilplaats tevoorschijn. Ze worden opgeschrikt door een kanonschot, zijn vlucht is ontdekt. Waarschijnlijk zijn alle straten reeds afgezet. Cavaradossi wijst zijn vriend de weg naar zijn landhuis waar hij zich in een put voor de politie kan schuil houden. Dan vult de kerk zich met een menigte die opgewonden is over een nederlaag van Napoleon. Ook Scarpia verschijnt om de vluchteling op te sporen . Hij vindt alleen de lege mand van Cavaridossi en een waaier met het wapen van de Avanti's. Lang staat hij voor het schilderij van de madonna en als Tosca terugkomt om haar afspraak met de schilder te veranderen maakt de duivelse Scarpia van de afwezigheid van de schilder gebruik om Tosca's razende jaloezie op te wekken. Haastig gaat ze weg om in het  landhuis van Cavaradossi het vermeende liefdespaar te verrassen. Ongemerkt wordt zijn opdracht van Scarpia gevolgd. intussen is het " Te Deum " begonnen. De plechtige klanken mengen zich met de brutale zang van Scarpia die zijn  beide doelen schijnt te halen, de voortvluchtige vijand vangen en de reeds lang begeerde Tosca bezitten.

Akt 2:   Palazzo Farnese . 

In de kamers van Scarpia spelen volgende acties af. Ongeduldig wacht Scarpia op zijn spionnen. Uit de aanpalende zalen waar een overwinningscantate met medewerking van Tosca wordt uitgevoerd dringen de klanken door tot bij Scarpia die zit te dagdromen en met zijn gedachten bij zijn complot zit. ( aria: " Tarda é la notte " ) . Spolenta brengt verslag uit . De vluchteling is niet gevonden , maar Cavaradossi wordt verdacht en is meegenomen. De schilder wordt voorgeleid en ontkent alles, Scarpia bedreigt hem met foltering. Steeds duidelijker wordt de stem van Tosca hoorbaar, woedend sluit Scarpia het venster. Het verhoor begint opnieuw, maar Cavaradossi verraadt niets. Dan verschijnt Tosca, een briefje van Scarpia heeft haar hier ontboden en zij werpt zich in de armen van Cavaradossi. Voor hij naar de folterkamer wordt gebracht kan hij haar nog toefluisteren, onder alle omstandigheden het stilzwijgen te bewaren. Scarpia nodigt de zangeres hoffelijk uit naast hem plaatst te nemen om een vriendschappelijk babbeltje met hem te maken. Maar al spoedig verandert de scéne in één der gruwelijkste en afstotende uit het operarepertoire. Tosca siddert als zij uit de aangrenzende folterkamer de kreten van haar geliefde hoort. Scarpia kent geen erbarmen. Hij geeft bevel tot steeds ergere martelingen. Eindelijk bezwijkt Tosca en verraadt ze de plaats waar Angelotti verborgen zit in de put in de tuin van Cavaradossi's woning. Bloedend verwond wordt Cavaradossi binnen gebracht. Met luide stem geeft Scarpia het bevel tot in hechtenisneming van Angelotti: Cavaradossi heeft het bevel gehoord en overstelpt zijn geliefde met verwijten. Een bode brengt het bericht van Napoleons overwinning bij Marengo. Met zijn laatste krachten richt de schilder zich op en zingt een triomflied over de vrijheid. Scarpio laat hem weg brengen. Dringend vraagt hij Tosca, zijn stem wordt week en begerig, heet avondmaal met hem te gebruiken. Tosca probeert met geld het leven van de schilder te kopen. Verachtelijk lacht de tiran. Van mooie vrouwen verlangt hij een andere prijs. Buiten kondigt dof tromgeroffel de dood aan . Tosca smeekt uit het diepste van haar hart. Scarpia is de overwinnaar en stelt het leven van Cavaradossi tegenover één liefdesuur met haar. (aria: " Gia mi docon venal "). Hoelang heeft hij nu op dit ogenblik gewacht? Tosca is de instorting nabij, en eindelijk is ze bereid het offer te brengen. Scarpia belooft haar doorgangpassen te geven, waarmee zij en Mario Cavaradossi Rome kunnen verlaten. Terwijl hij zich neerzet om de papieren in te vullen, knielt Tosca in ontzettende angst neer en aan haar ziel ontwringt zich het wereldberoemd gebed ( aria " Vissi d'arte,vissi d'amore " ) Alleen aan schoonheid wijdde ik mijn leven.

Spoleta treedt binnen met de mededeling dat Angelotti zichzelf om het leven heeft gebracht en voor de terechtstelling van Cavaradossi is alles klaar. Tosca's laatste tegenstand verdwijnt. Nu schijnt Scarpia zijn bevel te veranderen. De terechtstelling zal slechts in schijn plaats vinden en de schilder zal later met Tosca Rome kunnen verlaten. De zangeres heeft iedere beweging van de gehate vijand gevolgd zij is als een roofdier, dat met zijn laatste krachten vecht. Bijna zonder het zelf te merken heeft zij een mes van de tafel genomen. En als Scarpia zich tot haar wendt en naar haar toe gaat om haar in zijn armen te sluiten , stoot ze het mes in zij borst. Scarpia stort neer en smeekt nog met verstikte stem om zijn leven. Tosca ziet hem zonder medeleven aan. Ijskoud wacht ze de dood van Scarpia af tijdens een bijna verzoenende melodie. Aan de vingers van de dode ontneemt Tosca de vrijgeleide die haar en het leven van Cavaradossi moet redden. Zij neemt twee kandelaars en plaatst die naast het hoofd van Scarpia op de grond. Voor deze man sidderde heel Rome , fluistert zij nog voor ze de ruimte verlaat.

Akt 3:  deze scéne speelt zich af op de Engelenburcht. 

Grauw daagt de morgen. Een herder begroet de komende dag met een oud volksliedje. De klokken luiden overal. Cavaradossi heeft nog een uur te leven ( aria: " E lucevan le stellé ") Hij heeft papier gevraagd en schrijft een afscheidsbrief aan Tosca . Zijn herinneringen klinken door in een van de beroemdste tenoraria ooit gecomponeerd. ( " Oh ! dolce bari, o lanquide carezze....") . Tosca verschijnt , met kloppend hart. Haastig verteld zij wat voorgevallen is. Cavaradossi kan dit nauwelijks geloven en kijkt telkens weer naar haar tere handen en vraagt zich af of het mogelijk is dat deze mooie handen de " Tiran van Rome " hebben gedood. Zij zingen hier het laatste liefdesduet ( " Amore sol per te m'era il morire " ). Nu legt Tosca hem uit het met de schijnterechtstelling zal gaan gebeuren en dat hij eens al zijn toneeltalenten moet tonen . Het gesprek wordt door tromgeroffel onderbroken . Het doodscommando neemt zijn plaats in en Cavaradossi wordt voorgeleid. Eindelijk weerklinken de schoten en Cavaradossi stort neer. Tosca is bang dat hij te vroeg zal rechtstaan voor de soldaten nog zijn afgemarcheerd. Dan roept ze hem, eerst zacht, dan luider, dan steeds angstiger, ze komt naderbij en ziet het bloed dat uit zijn hart vloeit. Scarpia, de duivel heeft haar bedrogen: de terechtstelling is toch echt. Ze zit bij haar geliefde met zijn hoofd op haar schoot . De beulsknechten komen het lijk ophalen  en zij klimt snel op de muur van de burcht en springt zich in de diepte.  

Puccini's Tosca. Het einde van een tijdperk of het begin van een nieuw? 

Puccini is in dit werk dramatischer dan in " La Bohéme ", maar men moet toegeven dat het inderdaad ook minder ruimte laat voor poëzie. Wat telkens weer opvalt, is de sterke gevoelsinhoud van elke scéne afzonderlijk, ondanks de veristische stijl. De instrumentatie verdient afzonderlijk lof, nergens overstemt zij de zangers en toch is zij overal vol leven en kleur. Het werk bevat drie glansrollen , waarin belangrijke kunstenaars  alle registers van hun kunst moeten kunnen gebruiken.

Alle wereldvedetten of zangers die zichzelf respecteren hebben deze rollen op hun repertoire staan. Zelden worden de uitgebreide stemmogelijkheden , die voor dit werk nodig zijn , zozeer in dienst gesteld van de dramatiek als in deze opera.  

Eigenlijk sluit Puccini met zijn " Tosca " een tijdperk af. In de tweede helft van de negentiende eeuw, bloeitijd van de opera, verandert de wereld grondig ten gevolge van de revolutionaire bewegingen. De Franse revolutie, de vereniging van Italië, het één maken van Duitsland door Bismark, Engeland en Frankrijk zijn verwikkeld in koloniale oorlogen . In Amerika vijf jaar burgeroorlog en de afschaffing van slavernij, zij maken een buitengewone industriële en agrarische  ontwikkeling door, afgewisseld met zware economische recessies. De wetenschap maakt spectaculaire vooruitgang. Het comfort en de snelheid waarmee men Europa kan doorkruisen en de Atlantische oceaan oversteken , zijn zo groot dat zij de moderne tijd inluiden en ook de operadiva's aansporen de wereld rond te reizen om voor een steeds groter publiek te gaan optreden. Weldra zal de uitvinding van de fonograaf ook zijn steentje bijdragen om deze artiesten dichter bij een groter en ander publiek te brengen waardoor er een andere dimensie ontstaat. De brug die de belcanto-opera tussen de barok en de klassiek-romantische periode word verbroken door het veranderde maatschappijbeeld.

De werken van Rossini, Bellini en Donizetti zorgden voor de laatste opflakkering van het " Belcantogenre ". Bij de prima donna's en de tenoren vinden we de snelle loopjes terug, trillers, toonladders, watervallen van parelende noten, ijle klanken , fraaie variaties, kortom alle acrobatische hoogstandjes van de castraten verdwijnen. In het midden van de negentiende eeuw wordt de mooie zang niet meer als zodanig geapprecieerd, maar verleent men hem waarde als vehikel van dramatische inhouden. De opera is een muzikaal drama geworden , zij wil democratisch zijn en doet afstand van de conventies van een minderheidscultuur. Vanuit dat veranderd maatschappijbeeld, sluit Puccini niet alleen een epoche af maar luidt hij met zijn " Tosca " een nieuw tijdperk in waar de gevoelens en dramatiek belangrijker zijn dan het mooie zingen. En toch slaagt Puccini er in briljante melodieën te scheppen.

Historische opvoeringen in de lage landen.

Deze opera is imens pupulair en was vanaf zijn eerste opvoering een triomf, dat hij binnen enkele maanden al in verschillende operahuizen werd opgevoerd. Ik ga mij dus beperken tot de uitvoeringen in onze eigen regio's. Ook in Nederland werd het werk reeds vroeg in productie gebracht aan de Italiaanse opera,en bijna gelijktijdig plaatste ook aan de Franse opera het op zijn repertoire. In Nederland werd hij vooral pipulair door de interpretatie van Gemma Bellicioni die de opera zowel bracht aan het Italiaanse- als aan het Franse operahuis. in de jaren 50 en 60 van vorige eeuw was Gré Brouwenstijn een van beroemdste vertolkers " Tosca " in Nederland.

De Belgische première had aan de Munt in Brussel plaats reeds in 1904 met Claire Friché, Charles Dalmorés en de legendarische Nederlandse Bariton Henri Albers die de Franse nationaliteit had aangenomen en een volledige carrière opbouwde aan de " Opera Comique " te Parijs.(Franse versie) Ook te Gent had men vrij vroeg een première in het Frans in 1905 met Ginchan als Tosca, Campagnola als Cavaradossi en Bourgey als Scarpia. Vlug volgde de Italiaanse versie reeds in 1906 met Léry als Tosca, Battain als Cavaradossi en Arrighetti als Scarpia. Later volgden nog tal van " Tosca's " zoals Deulin, De Reuck, Mandrini, Patris, Vecray, Bruinin en Van Quaille, de meest legendarische was wel Huberthe Vecray in 1951 . Ook verschillende Cavaradossi's passeerden de podia zoals Thill, Pullini, Barra, Iaia, Nardelli Adami, Rossi, Lanni. De Scarpia's Tilkin Servais, Barrac, Prandy, Laffont, Dubuc, Marco Stecchi , Plumat, Mascherini enz... Deze opera houd in alle operahuizen repertoire, want dit is een onvergankelijk werkstuk van een geniaal componist Giacomo Puccini.

Historische opnames.    

Van de talloze complete opnames (250) ga ik deze aanhalen met de niet voor de hand liggende bezettingen, misschien iets minder gekend maar daarom niet minder goed, ik ga mij tevens beperken om de drie hoofdpersonages te benoemen.

1) De allereerste volledige opname is 1918 onder Carlo Sabjno, met Lya Remondini als Tosca en Carlo Broccardi als Cavardossi en Dario Zani als Scarpia. Black Disc HMV. 12 x dubbelzijdige 78 toerenplaten (24 kanten).

2) Terug onder Carlo Sabajno van 1929 ik vernoem deze opname omdat dit de oudste is die ook op CD beschikbaar is met Carmen Melis als Tosca en Piero Pauli als Cavaradossi en Apollo Granforte als Scarpia hij was ge beroemndste bariton van zijn generatie.  Black Disc: HMV: 14 x 78 toerenplaten ( 28 kanten ) of op compact disc: Arkadia 2CD 78002 ( 2CD's).

3) Onder Lorin Maazel van 1966 met orkest van Santa Cecilia en met Birgit Nilson als Tosca en Franco Corelli als Cavaradossi en Dietrich-Fischer-Dieskau als Scarpia deze Duitse Spiel-bariton was wel Mozart en Schubert specialist. Op Black Disc: Decca Met.341-342 ( 2LP's) en op compact Disc: Decca London- Grand Opera 440051-2 ( 2CD's).

4) 1969 onder de leiding van Roberto Benzi met het omroep orkest van Hilversum ( een Nederlandse bezetting ) met de legendarische Gré- Brouwenstein als Tosca , Ermanno Mauto als Cavardaossi en Jan Derksen als Scarpia de beroemdste Nederlandse Verdibariton van zijn generatie en we vinden ook reeds Marco Bakker terug als de koster. Op Compact Disc: Globe GLO 5127 ( 2 CD's).

5) 2006 deze opname is ook beschikbaar op DVD. Onder de leiding van Daniel Oren met Fiorenzo Cedolins als Tosca, Marcelo Alvares als Cavaradossi en Ruggero Riamondi als Scarpia het is opname aan de Erena van Verona. Op DVD video TDK DVWW OPTOF (2007) en op Blu-ray TDK DVBD OPTOSV (2008)

Cinégrafie.  

 1) Film van 1976 Italiaanse versie onder Bruno Bartoletti met Riana Kabaivonska, Placido Domingo en Sherill Milnes.

2) Film van 2001 onder Benoit Jacquet met Angela Gheorghiu als Tosca en Roberto Algna als Cavaradossi en Ruggeroa Raimondi Als Scarpia .

Angela Gheorghiu en Ruggero Raimondi Operafilm " Tosca " 2001

  • Hariclée Darclée (1860-1939)

    Biografie.

    Zij was een gevierde Roemeense sopraan geboren in Braila op 10 juni 1860 en overleden op 12 januari 1939 te Milaan. Zij was een van de meest gevierde sopranen van haar generatie. Zij had een dertigjarige internationale carrière. Zij was een krachtige sopraan met een mooie stem gekoppeld aan een fijne zangtechniek. Zij was daarbij ook extreem mooi en was op de scéne één en al elegantie. Ze creëerde tal van belangrijke rollen in opera's van tijdgenoten zoals Puccini, Mascagni en Catalani. Haar vader was van Roemeense adel Ion Hariclée en haar moeder was van Griekse komaf ook een adellijke familie Mavrocordatos. Haar jeugd bracht ze door met haar familie in Zuid-Roemenië. Ze was voor Puccini de perfecte Manon en werd wereldberoemd met de creatie van de rol van Tosca in Puccini's gelijknamige opera op 14 januari 1900. Ze begon haar studies voor concertzangeres in 1884 aan het concervatorium in Jasi. Ze zette haar studies verder te Parijs onder Jean Babtiste Fauré en ze trouwde met een jonge officier Iorgu Hartulari. Ze begon naam te maken in het Franco-Italiaanse romantische operarepertoire met een debuut aan de Opéra Comique te Parijs in de rol van Maguerite van Gounods " Faust ". In 1887 moest ze prima donna Adelina Patti vervangen wegens ziekte in Gounods Romeo en Juliette en in 1890 scoorde ze aan de Scala als Chimène in Massenets " Le Cid ". Dit was de start van haar internationale carrière met als hoogtepunt de creatie van de rol Tosca in de gelijknamige opera van Puccini. Van 1893 tot 1910 reisde ze de wereld rond voor optredens in alle grote belangrijke operahuizen te Moscou, St.Petersburg, Lissabon, Barcelona, Madrid, Buenos Aires, New York enz... Ze zong 58 verschillende rollen in 56 opera's waarvan 32 traditionele rollen en 12 rollen in wereld première in werken van 39 componisten. In 1921 zou ze het podium vaarwel zeggen ,haar zoon Ion Hartulari Darclée (1886-1969) zou een gevierde componist worden van operettes. In 1961 heeft men nog een biografische film gemaakt van haar leven tot en met de première van Tosca in 1900 . In 1905 zouden er enkele losse fragmenten zijn opgenomen van Tosca onder andere ' " Visi d'arte " onder een Roemeense platenfirma, maar die zijn spijtig genoeg verloren gegaan. Een paar opnames uit " Madama Butterfy zijn wel bewaard gebleven en worden zeer gezocht door verzamelaars van oude fonoplaten ook de opnames van Tosca zijn zeer gezocht maar uiterst zeldzaam te vinden ze bestaan zeker niet op CD of op LP. Er werd nog in 1995 een Internationaal tweejaarlijkse zangwedsrijd ingericht met haar naam voor jonge prima donna's.

  • Emilio De Marchi (1861-1917)

    Biografie.

    Deze Italiaanse tenor geboren op 6 januari 1861 en overleden te Milaan op 20 maart 1917 had een schitterende internationale zangcarrière in de tweede helft van de negentiende en ook nog voor een stuk in de twintigste eeuw. Tijdens zijn militaire dienst ontdekt hij zijn stem en ook zijn muzikaal talent. Na zijn muziekstudie debuteerde hij als Alfredo in " La Traviata " van Verdi aan het Theatro Dal Verme di Milano . Onmiddellijk kreeg hij opdrachten aan de meeste Italiaanse operahuizen. In 1890 kreeg ook zijn carrière internationale vorm in Spanje en Zuid-Amerika . Hij debuteerde aan de Scala van Milaan in 1898 in Boito's " Mefistofele " als Faust. Het hoogtepunt uit zijn carrière was de wereldpremière in " Tosca " als Cavaradossi op 14 januari 1900 naast de toen beroemde Hariclée Darclée en Eugenio Giraldino. De Marchi bracht de rol van Cavaradossi op het podium van alle grote operahuizen over de ganse wereld . Covent Garden Londen 1901, Metropolitan New York, 1902. In 1903 zong hij " Ernani " in New York en vanaf 1904 volgden de rollen van Alfredo, Rodolfo, Riccardo, Canio, Radames, Don José, Turridu enz...Na zijn terugkeer in Italië zong hij Max in " Der Freischutz " van Weber. Er zouden enkele losse fragmentarische opnames bestaan van hem van 1903 van Tosca samen met de sopraan Emma Eames en de bariton Antonio Scotti en ook nog enkele fragmenten uit Aida en Ernani en Cavaleria Rusticana aan de zijde van Emma Calvé. Hij zou te Milaan overlijden op 58 jarige leeftijd 1917.

  • Eugenio Giraldoni (1871-1924)

    Biografie.

    Deze Italiaans operabariton is geboren in Frankrijk te Marseille op 20 mei 1871 en overleden te Helsinki op 23 juni 1924. Hij was de zoon van een andere belangrijke bariton Leone Giraldini( 1821-1890) en de sopraan en violiste Carolina Fermi. Hij kreeg zijn eerste muzikale opleiding van zijn moeder en debuteerde in Barcelona als Escamillo in " Carmen " . In 1891 kreeg zijn carrière internationale glans en vanaf 1898 in Zuid-Amerika. Zijn grootste roem bereikte hij met de wereldpremière van " Tosca " waar hij de rol van Scarpia creëerde te Rome naast De Marci en Hariclée Darclée. Na 1906 zou hij ook in Rusland en in Polen op de planken staan en vanaf 1907 aan de Metropolitan zingen. In 1913 zou hij terugkomen naar Europa om aan de Opara Comique te Parijs de rol van Scarpia te brengen. Hij zong rollen van Don Carlo, Amonasro, Hamlet en in Berlio's Mephisto. Zijn rechtstreekse concurrent was de Siciliaanse bariton Mario Sammarco. Hij was een veristische operabariton vooral voor opera's van Leoncavallo, Umberto Giordano, Alberto Francetti, Mascagni en Verdi.Tijdens de eerste wereldoorlog trok hij zich terug van de internationale podia en zong hij nog alleen in regionale operahuizen in Italië. In 1921 trok hij naar Finland om er les te geven in aan het conservatorium van Helsinki. Hij zou er drie jaar later overlijden . Zijn laatste rol was de vader in "Louise " van Charpentier.

    PS: de carrière van zijn vader Leone Giraldini (1821-1890) wordt besproken in de opera " Ernani " van Verdi.

Angelo Gheorghiu '" Visi d'arte " uit Tosca 2009

Leo Campagnola (1875-1955)

Leon Campagnola (1875-1955) Frans tenor. De allereerste Cavaradossi te Gent op op 27 januari 1905. Hij zong te Gent in het vast operagezelschap van 1904 tot 1919. Opname van 1911 " E lucevan le stelle " .

Tosca van Puccini te Verona

Een klassieke uitvoering van deze opera " Tosca " in de arena te Verona met Eva Marton in de titelrol en een indrukwekkende Ingvar Wixell als Scarpia .

" TOSCA " het personage psychologisch bekeken.

Huberte Vecray als " Tosca " zong te Gent tussen 1949 en 1960

" TOSCA " de val van een " Prima Donna ".

" Tosca " herinnert , net zoals Cavaradossi en Scarpia aan een type personage uit de romantische opera, namelijk dat van de fiere ,liefhebbende jonge vrouw, die de naïeve tenor verkiest boven de ervaren bariton en deze keuze gewoonlijk met de dood moet bekopen. Ook " Tosca " ondergaat dit lot. Op essentiële punten verschilt zij echter van haar heldhaftige voorgangsters: zoals haar mannelijke tegenspelers is ook zij realistisch en psychologisch geloofwaardig geportretteerd door de auteurs van de opera: zij draagt sporen van het burgelijke leven, een maatschappij waarin een herderinnetje en een weeskind een gevierde " prima donna assoluta kan worden . Floria Tosca is een typisch femme-object; ze is niet enkel het object het voyeurisme en de begeerte van de sadistische Scarpia, maar van de gehele mannenmaatschappij, inclusief Cavaradossi. Zij is de vergoddelijkte uitzondering, de diva, de glamourcreatuur, die de regel van de vrouwelijke existentie in een door de mannen beheerste wereld bevestigt. " Tosca " is een emotionele, wilde creatuur waarvan alle mannen dromen, het puur vrouwelijke natuurrecht en dat moet ook zo lang mogelijk blijven, tot grote vreugde van alle mannelijke voyeurs. Zij zingt, bidt, bemint, weent, haat en lijdt, zoals een echte vrouw. Totaal ongeëmancipeerd, maar vitaal, onrustig en nerveus. Voortdurend onderweg, met heftige bewegingen en gebaren. De ongetemde tijgerin en de hemelse zang.

Engel en dier. Levenselixir voor gefrustreerde mannen .Wie bekommert er zich echter om haar innerlijke leven ? Wie heeft er belang bij om een blik te werpen achter de schitterende façade, achter het arsenaal van het ingestudeerde operaproces en valse gebaren ? Wie wil er haar kleine gevoelige ziel blootleggen en haar bevrijden van de last van een rol die zij 24 uur per dag moet spelen ? Niemand ook Cavaradossi niet. Het effect dat zij bereikt, is groot, maar haar macht is klein , onbestaande eigenlijk. Zij geeft zich over aan de roes van haar hoge vlucht, zoals de koordanser in het circus, die weet dat één verkeerde stap het einde betekent. Daarom is ze lange tijd zeer lief en let zij goed op de spelregels. Dat moet ze ook. Want noch haar intelligentie noch haar instinct is bijzonder sterk ontwikkeld. Ze heeft geen doorzicht in de politieke situatie, waarin zij een nauwkeurig bepaalde, systeembevestigde functie vervult, evenmin heeft ze ook maar een flauw vermoeden van de duivelse strategie van Scarpia, die haar uiteindelijk ook in het toneelspelen overtreft. Zij is een naïef, onzeker weeskind met het masker van de grillige prima donna, zo verliefd op het theaterspel dat zij zich geen ogenblik afvraagt voor wie eigenlijk de hele komedie in het derde bedrijf bedoeld is. Er zijn immers geen toeschouwers, behalve zij zelf. En tegenover zijn eigen executiepeleton hoeft Scarpia geen toneel te spelen. Het is enkel en alleen voor haar bedoeld. Alleen voor haar ensceneert hij de schijnbare schijnexecutie. Om haar , zo dramatisch en cynisch als maar enigzins mogelijk is , haar eigen ongelijk als toneelspeelster onder het oog te brengen en haar daardoor volledig te vernietigen. En daar slaagt hij ook in, ook al moet hij dat met zijn leven bekopen. Dat verandert niets aan de uiterst pessimistische strekking van de opera. Van het begin tot het einde is alles door Scarpia geënsceneerd " Tosca ' is echter op het einde niet meer in staat de vele zware tegenslagen die haar op korte tijd werden toegebracht psychisch te verwerken, door mannen achteraan gezeten, stort zij zich in de diepte. Na het verlies van haar geliefde, had zij ook nog moeten toegeven dat haar moedige daad zonder gevolg is gebleven. En dat ook haar offer hem niet zou gered hebben. Scarpia zou Cavaradossi in elk geval geëlimineerd hebben, ook al had ze zich twintigmaal aan hem gegeven. Dit brutale bewustzijn van de eigen machteloosheid , dit plotse psychisch neerstorten uit de ijle hoogte van de kunstenaar in het donker van een gruwelijke werkelijkheid, dit vreselijke ontwaken uit een kinderdroom bezegelt ook het concrete einde van " Tosca " in het stuk. Voor haar is er geen andere uitweg. Haar laatste uur heeft drie keer geslagen. Als vrouw een  mannenmaatschappij waarin zij slechts één keer haar menselijke waardigheid verdedigt, als kunstenares in een onrechtvaardig systeem, wanneer zij beseft dat zij zich prostitueert, als allegorie van het belcanto, dat op de drempel van de twintigste eeuw zijn catharisfuntie en transcenderende krachten volledig verliest. Met " Tosca " luidt Puccini het einde in van het driehonderd jaar oude belcantogenre. Kerkklokken , kanongebulder en geweersalvo's begeleiden niet enkel de rol van de prima donna, maar ook de laatste stuiptrekkingen van de tenor en het doodsgereutel van de bariton. Puccini heeft deze toestand zeker niet willen verdoezelen. In " Tosca " heeft hij ook de crisis van het genre mee gecomponeerd. Met alle gevolgen van dien voor het belcanto.

Daarom is het de hoogste tijd om de actualiteit en de moderniteit van " Tosca " te erkennen en als dusdanig te waarderen.

 

Auteur van de psycholgische analyse Attila Csampia.     

" SCARPIA " het personage psychologisch bekeken.

Jean Laffont als " Scarpia " Gent 1973
Foto privécollectie

" Scarpia " de dood per toeval, zonder gevolgen.

In de lange rij van burgerlijke folterknechten uit de opera , die onder leiding van Beethovens Pizzaro in hun eigen naam de vrijhied verkondigen staat " Scarpia " helemaal aan het einde, hij is ook de ergste van allemaal.

Zijn adellijke afkomst, baron, speelt daarbij geen rol. Tot ver in de twintigste eeuw waren vele belangrijke posten in de burgerlijke samenleving bezet door aristocraten. Zijn psyche vertoont letsels van de burgerlijke machthebbers. " Scarpia " is niet sadistisch omdat hij een politieman is, maar politieman omdat hij sadist is. In de figuur van " Scarpia worden alle operabooswichten geconcentreerd en consequent uitgetekend. Hij is een uiterst realistisch en psychologisch zeer subtiel case study van een sadistische persoonlijkheid die de macht in handen heeft, die voortdurend een gevoel van angst en verschrikking om zich heen creëert en daarbij uiterst intelligent en sluw te werk gaat, die een onverzadigbare behoefte heeft om andere mensen te kwellen, folteren, te vernederen en te vernietigen.

Puccini gunt " Scarpia nergens mooie of intacte zangpasages. Dat blijkt maar al te duidelijk uit zijn voortdurende uitbarstingen, intimidaties en heerszuchtige poses. Met de middelen van de muziek is er natuurlijk vat te krijgen op zijn persoonlijkheid. Maar zelfs wanneer hij de serieuze en elegante heer speelt , wanneer hij het gedrag van eerbiedwaardig man imiteert om een goede indruk te maken ( zijn eerste ontmoeting met Tosca ) , slaagt hij er niet in om ook maar één enkel oprechte muzikale toon te produceren. Zijn vleiende  complimenten, zijn hoffelijke discrete toon blijken bij nader toezien een extreme vorm van huichelarij en bedrog, zijn zanglijn is opzettelijk misvormd, melodisch armzalig, metrisch onbeholpen en tegen de sematiek van de tekst gericht. Het geheel herinnert soms aan het eentonig afdreunen van gebedsformules tijdens een kerkdienst, wat een verlammend effect kan hebben. Hier is het natuurlijk de bedoeling het slachtoffer willoos te maken, een rad voor de ogen te draaien, in de netten te strikken. Puccini plaatst onmiskenbaar een maatschappij kritisch accent wanneer hij  telkens weer muzikaal en dramatugisch verbindingslijnen trekt tussen de activiteiten van "Scarpia " en de riten van de katholieke kerk. De bloedige politieterreur van " Scarpia " en zijn perverse seksuele fantasieën gedijen het best op een gewijde bodem, omkaderd door heilige handelingen. Dat is in elk geval de bedoeling geweest van de componist en de librettisten in de gradioze slotscéne van het eerste bedrijf, waar het uit honderden kelen opstijgende " Te Deum " de muzikale achtergrond en het geestelijke milieu vormt voor de sadistische begeerten van " Scarpia ". En het blijft een open vraag of de Romeinse clerus misdaden ondersteunt, dult of gewoon maar negeert. De zegen van de kerk is voor hem in elk geval een goede dekmantel voor zijn beulswerk, slechts weinigen weten dat de folterkamer zich vlak naast zijn werkkamer bevindt.

Het was de bedoeling van de componist om de samenhang duidelijk te maken tussen psychische letsels en de sociale funtie van Scarpia, tussen sadisme en de willekeur van de politie. Zo gunt hij " Scarpia " tijdens de hele opera geen enkel intacte gevoelsuiting. Zelfs in de korte scéne aan het begin van het tweede bedrijf wanneer hij alleen is en ons een blik gunt in zijn innerlijk, zien we niets anders dan een zieke, grotendeels kapotte psyche. In dit credo laat " Scarpia " zich gaan in de roes van de almacht, die voortdurend moet doden om te kunnen leven, en de muziek doet niets om deze emesis op een of andere manier te vergelijken. Wanneer " Scarpia " in het tweede bedrijf, nadat hij met groeiende begeerte zijn rivaal bijna doodgemarteld heeft , eindelijk alleen is met zijn vrouwelijk slachtoffer, onthult hij ook haar zijn donkere ziel. Maar wat voor een serenade heeft Puccini voor deze scéne gecomponeerd ! Weer muziek met een spychoanalitische nauwkeurigheid, die de donkere erotische energieën van de minnaar " Scarpia " stapsgewijze in golven aan de oppervlakte brengt, alsof hij geen meester is over deze energieën, maar hun slachtoffer, het zwakke slachtoffer van zijn ontembare driften.  

"  Scarpia "  belichaamt een realistisch ziektebeeld het veel voorkomende type van de folterende politieman en machtspoliticus. Gewelddadige perverse, driftenstructuur, gepaard gaande met ijskoude, scherpe berekening. Een perfecte cynicus en een briljant tacticus, die zijn slachtoffers ook in zijn gedachten steeds een stap voor is. Tosca en Cavaradossi zijn naïef, te argeloos om Scarpia's valse spel te kunnen doorzien . Maar ze onderschatten ook zijn geestelijke kracht, zijn briljant verstand. Zijn onverwachte dood is weliswaar meer dan verdiend, maar zowel de bittere ironie, het pessimisme van de auteurs, deze dood blijft dramaturgisch zonder gevolg. En dit terecht. " Scarpia " komt om door een gelukkig toeval. Het is het rekwisiet dat regisseert. Politiek gezien heeft zijn dood geen gevolgen. Zelfs na zijn dood heeft " Scarpia " nog alle troeven in handen en heeft hij nog een lange arm. Het systeem dat hij vertegenwoordigt, functioneert perfect, ook na zijn dood. De gebeurtenissen die volgen, zijn inherent aan het systeem, maar is grotendeels onafhankelijk van individuele personen. Heldhaftige acties van individuen missen daarom hun uitwerking.

Elke maatschappij beschikt over voldoende potentiële " Scarpia's ". voor een echte kunstenaar is het moeilijk om dit te begrijpen, misschien moet hij het  zelfs verdringen om verder te kunnen werken. Tosca werpt zich op het einde van de opera van de Engelenburcht naar beneden, omdat zij niet kan toegeven dat de daad  zinloos was . Zij verkiest de zelfmoord boven het vreselijke bewustzijn.

 

Auteur van de psychologische analyse Attila Csampai 

" CAVARADOSSI " het personage psychologisch bekeken.

Karel Locufier als " Cavaradossi " in Tosca.
Foto privécollectie

" Cavaradossi " geen weg terug.

 Weliswaar is ook Puccini's " Tosca " een bijna perfect voorbeeld van de klassieke Verdiaanse drie-personen-dramaturgie, maar de nazaten van de romantische opera zijn hier veel realistischer en psychologisch nauwkeurig getekend, met een precisie die bijna vreemd is aan het operapodium. In de figuur van " Cavaradossi " is de afstamming van de negentiende eeuwse belcantotenor nog het duidelijkst te merken ook al is er niet veel overgebleven van de naïviteit en de onvoorwaardelijke bereidheid tot liefde van zijn voorgangers. Hij bemint " Tosca " ook met de ogen van een beeldend kunstenaar, zijn eerste arioso (" Recondita armonia ") toont ons heel duidelijk de esthetische-voyeuristische kant van zijn persoonlijkheid. Het kunstig-kunstmatige aan " Tosca ", haar estetisch aureool, haar prima donna poses fascineren hem evenzeer als haar passionele uitbarstingen, waarvan " Cavaradossi zelf niet weet of ze echt zijn of gespeeld, of ingebeeld. Als kunstschilder is " Cavaradossi " eerder een stille , precieze observator van zijn omgeving, als man een typische tenorfiguur, jeugdig, met een sterke fantasie en op erotisch vlak eerder een groot bewonderaar van de vrouwen dan een verleider. Zijn sociale belangstelling is dan ook niet bijzonder ontwikkeld. Ook wanneer hij in de opera door " Tosca " mee gesleept wordt in de mallemolen van de politiek en dus kleur moet bekennen, is " Cavaradossi " in de grond van zijn hart een a-politieke persoonlijkheid. Politiek interesseert hem niet, omdat hij niet naar macht streeft. Hij vertoont de trekken van een typisch upperclasskind, dat nooit gebrek heeft , dromerig en melancholisch, introvert, gevoelig, moreel standvastig en uitgesproken individualistisch. Voor maatschappelijke problemen  in de ogen van de reactionaire aristocratische heeft hij tot nu toe slechts een theoretische belangstelling gekoesterd, als een moreel en intellectueel thema. Daarom leek hij tot nu toe niet verdacht ook niet verdacht in de ogen van de reactionaire aristocratische clique die aan de macht is ook al is hij reeds dikwijls negatief opgevallen door zijn nadrukkelijke nonchalante manier van doen en zijn aangepaste kleding. En ongetwijfeld had " Cavaradossi " voor zijn ontmoeting met " Scarpia " uitstekende contacten met de kerk, de adel en de nu heersende politieke krachten. Hoe had hij anders in precaire politieke situatie zo'n belangrijke opdracht in de wacht kunnen slepen , dat hij " Cavaradossi ", in een kerk heiligbeelden schildert, terwijl terzelfdertijd " Scarpia " met de steun van de Romeinse clerus als een slachtoffer te keer gaat, daarin ziet de kunstenaar " Cavaradossi " aanvankelijk geen contradictie, ook al voelt hij er zich niet goed bij. De onverwachte ontmoeting met een prominente vertegenwoordiger van het verzet geeft hem dan de spontane mogelijkheid om zijn morele kritiek op het heersende terreurregime te spuien. Hij grijpt deze gelegenheid gretig aan om zijn eigen geweten te sussen. Welke ontwikkelde , verlichte en enigszins stabiele mens zou een dergelijke gelegenheid om zich menselijk te tonen zo maar laten voorbijgaan ? De beslissing om " Angelotti " te helpen komt bij " Cavaradossi "volkomen spontaan  en naïef tot stand , zonder enige politieke berekening.. Precies daarom komt in het tweede bedrijf zijn haat tegen " Scarpia " zo heftig aan de oppervlakte. Toch schakelt " Scarpia " hem niet om politieke redenen uit. De relatie tussen " Cavaradossi " en " Tosca " is slechts uiterlijk intact. Tussen hen bestaat er geen zuivere, volmaakte, absolute liefdesrelatie. Integendeel. Volgens de huidige maatstaven kan men hun relatie als passend in de tijd bestempelen. Eerder modern dan klassiek. Af en toe heftig opflakkerend, maar in feite los, gebaseerd op erotische aantrekkingskracht en esthetische belangstelling. " Tosca " is mooi . " Tosca " zingt mooi en " Tosca  " is een passionele vrouw. Dat is voor " Cavaradossi " genoeg. Hij wil niet zo ver gaan haar in al zijn geheimen in te wijden. Dat blijkt duidelijk uit het verloop van hun liefdesscéne in het eerste bedrijf. Hij vindt haar noch bijzonder intelligent, noch voldoende betrouwbaar. Dat anderzijds " Cavaradossi's " eigen gevoelens voor " Tosca " niet stabiel lijken en ook gevoelig zijn voor sterke visuele prikkels, blijkt duidelijk bij het begin van de opera uit zijn eerste arioso, waarin hij  - zoals Mozarts Tamino voor hem - bijna verliefd wordt op de beeltenis van de markiezin Attavanti. De jaloersheid van " Tosca " is dus helemaal niet ongegrond. Strikt genomen komt er in de hele opera geen echte enkele, ongestoorde liefdesscéne tussen " Cavaradossi " en " Tosca " voor. In het eerste bedrijf klinken " Cavaradossi's " liefdesbetuigingen een beetje geforceerd terwijl hij in het derde bedrijf, bij het onverwachte weerzien met " Tosca " zo passief en gelaten is , dat men de indruk krijgt alsof hij reeds in zijn lot - de dood - berust. Zijn reacties op het sensationele nieuws van " Tosca " - de dood van zijn vijand en rivaal en de hoop op een spoedige vrijheid klinken merkwaardigerwijze gedempt en terughoudend, alsof er in zijn innerlijk een spoor van twijfel is overgebleven. Volgzaam stemt hij met haar in, misschien alleen maar om haar niet opnieuw op te winden. En ook deze emotionele onzekerheid heeft Puccini heel vernuftig op muziek gezet: hij zag hier namelijk af van het obligate laatste smachtende liefdesduet en trachtte in plaats daarvan de werkelijke emotionele toestand van het zwaar beproefde paar in deze situatie muzikaal tot uitdrukking te brengen. Deze keer een dwangmatige, bezwerend, utopische toon van de korte unisono-hymne aan een betere nieuwe wereld geeft, in al zijn soberheid, een veel realistischere blik in de hopeloze toestand van hun innerlijke dan een liefdesduet dat ooit had gekund.

De tragiek van " Cavaradossi " ligt dan ook niet in het feit dat zijn relatie met " Tosca " verstoord wordt, maar in het volledige zinloze van zijn dood, die de absurditeit en de willekeur van een politiek systeem aan het daglicht brengt. Want tot het einde blijft " Cavaradossi " objectief en subjectief en politiek onbelangrijke figuur: sterven moet hij enkel omdat hij toevallig in het raderwerk van het politiek bedrijf is terechtgekomen en zich daarbij uiterst onverstandig gedraagt. " Scarpia " wil eigenlijk alleen maar het hoofd van Angelotti, van wie echt gevaar uitgaat, en wil dat " Tosca " zich aan hem geeft. Met de foltering van " Cavaradossi " bevredigt hij enkel zijn sadistische neigingen: op deze wijze kan hij '" Tosca " tot het uiterste prikkelen, haar aanzetten tot een zo groot mogelijke haat. " Scarpia " heeft deze haat nodig, hij wil door het voorwerp van zijn liefde verafschuwd worden: alleen dit verschaft hem de nodige seksuele prikkeling. De dood van " Cavaradossi " dient dus het eigen lustgevoel van " Scarpia ". Geen tragische dood in de betekenis van het woord. Maar wel actueel en zinloos. Het anonieme slachtoffer van een door neurotici beheert machtsapparaat.

 

Auteur van de psychologische analyse Attila Csampia

Tito Gobbi als " Scarpia " in Tosca van Puccini.

Adriana Pieczonka als Tosca en Lado Ataneli als Scarpia