" La Bohème " van Giacomo Puccini

Opera in vier akten van Giacomo Puccini .

Libretto Giuseppe Giacosa en Luigi Illica naar de novelle van " La vie de Bohème " van Henri Murger.

Inleiding.

Over het ontstaan van Puccini's " La Bohème "  ligt een schaduw. Daar zijn verschillende hypotheses. Het was de toen reeds beroemde Leoncavallo, die Puccini wees op de mogelijkheden van Murgers novelle en aan de opkomende jonge componist het idee gaf dit verhaal eens te bekijken om die tot een opera te verwerken. Puccini speelde dit idee door aan zijn librettisten met de opdracht er zo vlug mogelijk werk van te maken.

Leoncavallo die zijn libretti van zijn opera's zelf schreef was op die manier in het nadeel wat het tijdspanne betreft. Puccini had zijn opera bij gevolg 15 maand eerder klaar dan Leoncavallo. " La Bohème " ging dan in première op 1 februari 1896 in het Theatro Regio te Turijn onder de leiding van de legendarische dirigent Arturo Toscanini.

Rolverdeling .                    Stem.                    Eerste cast .

Rodolfo, dichter ---------------------------------tenor  ----------------------------------Evan Gorga

Mimi, een bloemenborduurster ---------- lyrische sopraan ---------------------- Cesira Ferrani

Marcello, schilder ------------------------------ bariton ---------------------------- Tieste Wilmant

Musetta, zangeres -------------------------- mezzo sopraan ------------------------ Camilla Pasini

Schaunard, musicus ---------------------------- bariton ------------------------ Antonio Pini-Corsi

Colline, Phylosoof  -------------------------------- bas ---------------------------- Michele Mazzara

Benoît, huisbaas  ---------------------------------- bas -------------------------  Alesandro Polonini

Alcindoro, politicus ------------------------------- bas  ------------------------- Alesandro Polonini

Parpignol, speelgoed verkoper ----------------- tenor ------------------------------ Dante Zucchi

Sergeant ----------------------------------------------bas --------------------------------- Felice Fogli  

Plaats: Parijs Quartier Latin

Tijd: Kerstavond 1830

Akt 1

Toneel: een zolderkamer in het Quartier Latin.

 De kamer wordt bewoond door twee vrienden , de schilder Marcello en de dichter Rodolfo. Het is bitter koud die dag, en er is geen geld voor brandstof ( duet: "  Nei cieli bigi " ) , Marcello wil er zijn schilderij aan op offeren en Rodolfo redt de situatie door één van zijn gedichten in de kachel te verbranden, tot tevredenheid van de binnenkomende vriend de filosoof Colline. Even later komt  de vierde vriend van het Bohémien-kwartet, de musicus Schaunard, die een gelukkige dag had. Hij werd door een excentrieke Engelse lord geëngageerd om zijn papegaai ter dood te spelen, wat hem gelukt is en hij hierdoor goed bij kas zit. Hij heeft gezorgd voor brandhout, wijn, sigaren en levensmiddelen. De vrienden hebben zich juist aan tafel gezet om een glaasje te drinken , als er aan de deur geklopt wordt. Het is de huisbaas Benoit met de rekening voor de huishuur. Marcello nodigt hem met een briljant gebaar uit in hun gezelschap, en begint Benoit handig uit zijn tent te lokken. Benoit is gesignaleerd in een nachtgelegenheid met een aardige juffrouw. Door de wijn onvoorzichtig gemaakt beaamt Benoit dit, tot hij in zijn roes de naam van zijn vrouw noemt. Met geveinsde verontwaardiging, gooien de vrienden hem de deur uit. Als men getrouwd is hoeft men geen slippertjes te maken. Mevrouw Benoit zal een kostbaar wapen worden om voortaan de huishuur kwijtgescholden te krijgen. Schaunard stelt voor om buitenshuis te gaan eten in café "Momus ", Rodolfo moet echter eerst nog een artikel voor zijn krant maken zodat zijn vrienden alvast vooruit gaan.

Het artikel wordt echter niet afgemaakt, want van zodra Rodolfo alleen is wordt er aan de deur geklopt door het jonge meisje Mimi dat in de aangrenzende kamer woont, en wier kaars op de trap is uitgewaaid. Zij komt om licht vragen maar krijgt een flauwte zodra zij binnenkomt. Rodolfo brengt haar bij en steekt de kaars aan.  Ze keert terug naar haar woonkamer, maar komt onmiddellijk terug omdat ze haar sleutel kwijt is. Samen zoekt ze met Rodolfo op de vloer naar de gevallen sleutel en terug wordt Mimi's kaars uitgeblazen maar nu door Rodolfo. Het maanlicht is echter helder genoeg en Rodolfo steekt snel en stiekem de op den tast gevonden sleutel in zijn zak. Toevallig raakt zijn hand die van Mimi. Die zijn ijskoud en dat is voor Rodolfo de aanleiding om commentaar te leveren en zich voor te stellen ( aria: " Che gelida manina " ) . Het meisje stelt zich op haar beurt voor als Mimi. Zij woont naast hem, en borduurt kunstbloemen ( aria: " Mi chiamano Mimi " ). Hun gesprek wordt onderbroken door het geroep van zijn vrienden, waar hij blijft . Rodolfo nodigt Mimi uit om mee te gaan eten. Gearmd gaan ze de trap af met het duet. ( " O soave fan ciulla " ) De kamer blijft alleen achter in het maanlicht.

Akt 2

Toneel: een straat in het Quartier Latin met rechts het café "Momus" op kerstavond.

Het is kerstavond en er heerst grote drukte, met marktkraampjes. Het is een grove fout van Giacosa en Illica dat ze vergeten zijn hoe koud het in de vorige akte was, want daar is op dezelfde avond op straat niets meer van te merken. Bij " Momus " zit men zelfs op het terras te eten en te drinken. Schaunard koopt aan een kraampje een oude jachthoorn en Rodolfo een roze mutsje voor Mimi. Hij stelt haar voor aan zijn vrienden ( aria: " Questa é Mimi, gaia fioraca ") . Het menu wordt besteld, maar het gezellige samenzijn krijgt een sensationeel intermezzo door de komst van Musetta, de vroegere vriendin van Marcello. Zij is nu de maitresse van een oude rijke politicus, Aleindoro, en heeft Marcello en diens vrienden direct in de gaten. Het resultaat van deze ontmoeting is dat haar liefde voor Marcello weer boven komt en zij een plan heeft om zich van haar begeleidende  beschermer te ontdoen. Zij zingt eerst een gewaagd chanson ( Musetta's wals : Quando m'ez vo soletta per la via ") , en slaakt dan een doordringende kreet. Haar schoenen zijn te nauw beweert ze, en Aleindoro moet direct andere schoenen gaan halen. Als deze weg is voegt ze zich bij haar vroegere vrienden, en valt in de armen van Marcello . De kelner presenteert de rekening, maar Schaunards geld blijkt in de drukte door een zakkenroller gestolen te zijn.

Musetta weet echter wel een uitweg, laat alles op de rekening van Aleindoro  zetten en wordt daarna omdat ze niet zonder schoenen zou moeten lopen , door haar vrienden in triomf op hun schouders in een stoet weggedragen op de tonen van een militaire kapel die juist voorbij komt marcheren .

Akt 3

Toneel: de barrière " d' Enfer "  

Een tolhek in het zuiden van Parijs, op de weg naar Orléans. Het is februari, zeer vroeg in de morgen. De eerste bezoekers van Parijs passeren het hek: melkvrouwen en boerinnen. Links aan de binnenkant van de barrière staat een herberg, waarvan men in het uithangbord Marcello's " Dode zee " herkent, hoewel de titel nu " In de haven van Marseille is ! Hij is nog bezig nieuwe muurschilderingen aan te brengen en schijnt er zijn intrek te hebben genomen, we horen binnen de stem van Musetta, die haar lijfwals zingt met enkele zeer late gasten. Mimi komt op en vraagt een voorbijganger naar de herberg van Marcello. Zij laat hem naar buiten roepen en vertelt hem dat zij met Rodolfo gebroken heeft. ( duet; " Mimi ! sperano di trovarri qui " ) . Hij is zo jaloers dat het niet mogelijk meer is om met hem samen te leven. En na een ruzie is hij die nacht weggelopen. Rodolfo heeft inderdaad zijn intrek genomen bij Marcello en ligt er nu te slapen.

Marcello geeft Mimi wijze raad, en zij verbergt zich . Als Rodolfo wakker wordt en naar buiten komt, geeft hij zijn visie op de affaire ( aria: " Mimi é una civetta " ) Mimi is volgens hem een flirt, die nu aanlegt met een jonge graaf. Maar als Marcello hem terecht wijst, wordt hij ernstig en zegt hij opzettelijk met Mimi gebroken te hebben omdat ze zwaar ziek is , en hij niet in staat is voor haar te zorgen. Mimi staat in haar schuilplaats te hoesten en te snikken , en verraadt zo haar aanwezigheid. Marcello's aandacht wordt getrokken door luidruchtig gelach van. Mimi neemt nu bewogen afscheid van Rodolfo . ( aria: " Addio di Mimi dande lieta usci " ). Zij heeft zijn beweegredenen begrepen en de twee gaan als goede vrienden uit elkaar. In tegenstelling met Marcello en Musetta, die een hevige ruzie krijgen en op minder harmonieuze wijze met elkaar breken. ( kwartet: " Addio dolce svegiare ") . De akte eindigt echter met Mimi en Rodolfo, die elkaar beloven in de lente elkaar terug te zien.   

Akt 4

Toneel: hetzelfde zolderkamertje van in de eerste akte.

Weer zitten Rodolfo en Marcello te werken in de kou. Hun gedachten dwalen steeds weer af naar hun verloren liefdes. De financiële toestand is mogelijks nog slechter dan vroeger, want de binnenkomende Colline en Schaunard brengen deze keer geen uitkomst. Toch heeft iedereen een goed humeur, men wisselt grapjes uit en organiseer een bal. Op het hoogtepunt van de uitbundigheid komt Musetta buiten adem binnen, met het nieuws dat Mimi boven aan de trap in elkaar gezakt is. Musetta had haar op straat gevonden, waar zij , zeer ziek op weg was naar Rodolfo, daar zij bij hem wilde sterven. Mimi wordt binnen gedragen en op het bed gelegd. Zij komt bij en herkend haar vrienden, zij heeft nog steeds last van koude handen en haar dierbaarste wens  is altijd geweest een mof te hebben om haar handen te kunnen warmen. De vrienden kijken elkaar aan, er zelfs geen geld om medicijnen te kopen. Maar Musetta heeft geld en gaat met Marcello weg om een dokter en medicijnen en een mof te halen. Colline brengt ook een offer en besluit zijn onafscheidelijke overjas te verkopen , waarvan hij bewogen afscheid neemt ( aria: " Vecchio zi marra " ) Schaunards offer is meer psychologisch dan financieel. Hij laat de twee geliefden alleen omdat zij zo ongestoord kunnen praten. Die halen nu herinneringen op aan hun eerste ontmoeting in deze kamer (duet: " Sone ondati,fingero di darmine ") waarbij Mimi bekent wel degelijk geweten te hebben dat Rodolfo indertijd de gevonden sleutel in zijn zak gestopt had. Een hoestbui brengt Schaunard weer binnen  en direct daarop komen Musetta en Marcello terug. Deze laatste zegt dat de dokter in aantocht is. Musetta geeft Mimi de gekochte mof, en laat haar in de waan dat dit een geschenk van Rodolfo is. Tevreden slaapt Mimi in , haar handen hebben nu eindelijk warm. Colline komt terug , geeft Musetta het geld dat hij voor zijn overjas gekregen heeft, en vraagt hoe het met Mimi gaat. Op dat ogenblik ontdekt Schaunard dat Mimi overleden is. Rodolfo, die bezig was met een gordijn dicht  te trekken, om het zonlicht buiten te houden, ziet aan de gelaatsuitdrukking van zijn vrienden dat zijn geliefde dood is en met een wanhopige kreet gooit hij zich op het bed.

Historisch achtergrond.  

In de inleiding zien we dat er eigenlijk een wedloop tegen de tijd is ontstaan op het moment dat Leoncavallo in 1893 zijn libretto voorstelde aan de opkomende componist Puccini. Giacomo veinsde geen aandacht te hebben voor dit verhaal, maar zou achteraf zich toch verdiepen in het verhaal en zijn librettisten Giacoso en Illico de opdracht geven zo vlug mogelijk een bruikbaar libretto te schrijven met een zo sober mogelijk verhaal. Vandaar de hiaten in het tijdsverloop. Zij vergaten dat de eerste en de tweede akte zich op dezelfde avond afspelen waardoor het temperatuursverschil nogal opvalt.

De kloof tussen de tweede en de derde akte is te groot en de overgang van de derde naar de vierde heeft ook een onbegrijpelijke gaping. Het is bekend geworden dat Giacosa en Illico's tekstboek oorspronkelijk bestond uit vijf akten, maar Puccini er een oversloeg, in zijn haast Leoncavallo voor te zijn.

Deze wedloop leidde tot een breuk in de vriendschap tussen de twee componisten. Puccini schreef het werk in  " Torre del Lago " dicht bij Viareggio , waar hij tot zijn dood woonde in zijn Villa  die nu als museum kan bezocht worden. De eerste uitvoering had plaats in Turijn op 1 februari 1896 op dezelfde plaats waar hij drie jaar eerder zijn " Manon Lescaut " in première liet gaan, de opera waarmee Puccini's roem was begonnen. Het succes is ditmaal niet overweldigend , de pers was zelfs koel. Maar Puccini had in dit libretto wel het ideale onderwerp om zijn talent en kundigheid te laten zien. Hij geeft ieder personage een meesterlijke uitbeelding. Met dit werk is Puccini genaderd tot de stijl die vanaf nu zijn ongebreidelde eigen stijl zal zijn . In zijn " La Bomème " ligt een meesterlijke partituur voor ons met een reeks populaire geworden hoogtepunten. daartoe behoren de beide aria's van Rodolfo en Mimi samen met het slotduet in de eerste akte , de wals van Musetta in de tweede akte en het kwartet in het derde deel en in de vierde akte het duet tussen Rodolfo en Marcello als ook de sterfscène van Mimi.

Historische uitvoeringen .

De eerste uitvoering van " La Bohème " had plaats op 1 februari 1896 in het Theatro Regio te Turijn onder de leiding van de legendarische dirigent Arturo Toscanini met Cesari Ferrani van wie nog opnames bestaan als Mimi. Hoewel het bij het publiek een vrij groot succes kende , was de pers een heel andere mening toe gedaan. Maar de definitieve doorbraak zou er komen vijf maand later in juni 1896 te Palermo onder leiding van Leopoldo Mugnone, met Adelina Stehle als Mimi en haar man Eduardo Garbin als Rodolfo.  Er bestaat zelfs een historische opname met deze artiesten van het kwartet in de derde akte. In 1897 was er aan de Scala reeds een uitvoering met Angelia Pandolfini, Camilla Pasini en Frenando de Lucia. De eerste uitvoering aan de Metropolitan was in 1900 met Luigi Mancinelli en Melba. Te Parijs had de première plaats aan de Opera Comique in juni 1898, Julia Guirandon, Mile Tiphaine en  Adolphe Maréchal Er zou nog een legendarische opvoering volgen in 1904 met Faras, Caruso en Renaud in de hoofdrollen.

Opvoeringen in de lage landen.

Reeds in 1898 hoorde men in Nederland toen de nieuwe Italiaanse opera onder De Dondt, met Bice Adami, Florencio Constantino en Ferruccio Corradetti als Mimi en Marcello zij traden kort daarop in het huwelijk, hun dochter Iris Adami-Corradetti zou de rol van Mimi zingen in 1938.

In Gent vinden we een eerste  vertoning in de Franse versie op 29 januari 1900 met Anna Melchaissédee als Mimi, Montini als Musetta, Ariel als Rodolfo, Mounet als Marcello. In 1904 met Campagnola als Rodolfo en in 1905 met Clement. De eerste Italiaanse vertoningen waren op 4 april 1906 met Léry als Mimi, de Spada als Musetta en Capri als Rodolfo en Arrigetti als Marcello. Op 18 maart een eerste vertoning in het Nederlands met De Vos als Mimi, Bovy als Musetta, Hoessaert als Rodolfo en Everiste De Bouvere als Marcello. Van 1900 tot 1980 in totaal 329 voorstellingen waarvan 240 in het Frans, 63 in het Italiaans en 26 in het Nederlands. 

Historische opnames.

Van deze populaire opera en publiekstrekker bestaan duizende losse fragmenten op 78toeren platen in alle rollen zoals Mimi, Musetta, Marcello en Rodolfo als ook aria's en duetten. Iedere operavertolker die zichzelf respecteerde maakte wel een opname met muziek uit " La Bohème " van Puccini al of niet met begeleiding van piano of met orkest. Het is tevens onbegonnen werk om alle 285 volledige opnames te beschrijven. Ik zal het hier wagen de meest merkwaardige of deze met de meeste historische waarde te bespreken.

1) Een nog akoestische allereerste volledige opname op 78 toeren van 1917 aan de Scala van Milaan onder de leiding van Carlo Sabajno, met Remo Andreini, Aristide Baracchi, Ernesto Badini, Vincenzo Bettoni, Gemma Bosini en Adalgisa Giana. Black disc H.M.V. 21x dubbelzijdige 78 toeren platen. S-5018/5024.

2) Een bijzonder mooie Franse Versie onder leiding van Erasmo Ghiglia van 1960 met Alain Vanzo, Julien Giovanetti, Robert Massard, Adrien Legros, Renée Doria en Lyne Cumia. Ook blacb disc. PL Vogue LDM 30132 (1LP)

3) Een Italiaanse versie onder Erich Lensdorf van 1961 aan Theatro dell' Opera di Roma met Richard Tucker, Phillippo Maero, Robert Merill, Giorgio Tozzi, Anna Moffo en Mary Costa,Fernado Corena, Giorgio Onesti, Adelio Zagonora ook blackdisc RCA Victor LM 6095 ( 2 LP's) ook op compactdisc. RCA Victor series GD 83969 ( 2CD's).

4) Een vierde ook op DVD verkrijgbaar aan de Metropolitan oname 2006 onder de leiding van Placido Domingo met Rolando Villazon, Parick Carfizzi, Peter Coleman, John Relyea, Anna Netrebko en Anna Samuil op compact disc. Celistial Audio CA 617( 2CD's) en op DVD video Encore DVD2209  

José Carreras

Uit " La Bohème " van Puccini, een persoonlijke vriend José Carreras één van de drie tenoren die het concert van de eeuw kleur hebben gegeven. Hij zong te Gent een belcanto concert in het kader van het Festival van Vlaanderen in 1979.

Iris Hendrickx zingt " La Bohéme "

Deze jonge moderne Vlaamse Opera-Diva zingt hier de aria " Si mi chiamo Mimi " uit Puccini's " La Bohéme "

Een postkaart met een foto van de première in 1896 het kwartet uit derde akte van de opera " La Bohème " rechts foto van de componist Giacomo Puccini uit dezelfde periode van de postkaart.1896

Opera-film " La Bohéme " Puccini 1965

Opera-film van de opera " La Bohéme " van Puccini onder de leiding van Herbert von Karajan en de regie van Zeffereli 1965

" La Bohème " van Ruggiero Lenoncavallo

 

Opera in vier akten en vier tonelen. Libretto door de componist.

Naar de novelle van Henri Mugers " La vie de Bohème "

Inleiding.

Leoncavallo schreef zijn opera tegelijkertijd met die van Puccini. Ondanks dat het libretto van Leoncavallo veel beter was dan het tekstboek dat Puccini gebruikte, heeft de componist de opera later nog eens herwerkt en hij noemde zijn werk dan " Mimi Pinson ", maar ondanks het aanvankelijke succes verdween deze opera in de vergetelheid. Puccini's versie daarentegen werd een standaard repertoire, terwijl Leoncavallo's opera nog zelden wordt opgevoerd. Hier te Gent kenden beide werken zowel die van Puccini als de opera van Leoncavallo groot succes. Tussen 1900 en 1906 werden ze afwisselend gebracht met groot succes zowel in de Franse als de Italiaanse taal , met verschillende lokale gezelschappen aangevuld met buitenlandse vedetten die meestal ook te Parijs, Rijsel of aan de Munt verbonden waren . Ook hier verdween Leoncavallo's werk van het repertoire ten voordele van Puccini's werk. Na de laatste voorstelling in 1902 van Leoncavallo's " La Bohème " zou het 74 jaar duren voor de opera terug op het podium zou gebracht worden in 1976 . Hiernaast een zéér mooie foto van 1902 van de Franse tenor Victor Audisio in de rol van Marcello die in Puccini's werk een bariton is. Foto privécollectie.

Rolverdeling.                      Stem.                        Eerste cast. 

Rodolfo, dichter  ------------------------------- bariton ---------------------- Rodolfo Angelini-Fornani 

Marcello, schilder ------------------------------- tenor ------------------------------- Giovanni Beduschi

Schaunard, musicus  --------------------------- bariton ------------------------------- Jacques Isnardon

Mimi,bloemenmeisje ---------------------------sopraan --------------------------------- Rosina Storchio

Musetta --------------------------------------- mezzo sopraan ----------------------- Elisa Lison Frandin

Gaudenzio --------------------------------------- tenor ----------------------------------- Enrico Giordani

Colline, filosoof --------------------------------- bas ------------------------------------------ Lucio Aristi

Eufemia ---------------------------------------- comprimario ----------------------------- Clelia Cappelli

Barbemuche ,professor letterkunde ----------- bas -------------------------------- Giuseppe Frigiotti

Durand, congierge ------------------------------- tenor --------------------------------- Enrico Giordani  

Plaats en tijdstip: Parijs kerstavond 1837 ene 1838

Akt 1

1°Toneel: Café " Momus "

De eerste akte speelt in de biljartzaal van het café " Momus " waar de vrienden dineren in het gezelschap van Mimi en Musetta. De herbergier Goudezio probeert tevergeefs de bohémiens buiten te houden, aangezien ze nooit betalen  en altijd rotzooi trappen . Het is deze keer niet anders . Mimi heeft ook haar vriendin Musetta meegenomen die een Chausonnette zingt ( " Mimi Pinson la biondinetta " ) en zij wordt verliefd op Marcello. Als de rekening komt hebben ze natuurlijk geen geld en zo komen ze op komische wijze slaags met de herbergier. Uiteindelijk is het de letterkundige Barbemuche die uitweg biedt en de rekening betaalt op voorwaarde dat hij samen met zijn student tot hun gezelschap en vriendenkring mag behoren.

Akt 2

2°Toneel: Binnenkoer van Musetta's huis. 

De congièrge Durand deelt haar bij haar thuiskomst mee dat al haar meubels verkocht zullen worden op last van haar vroegere vriend bankier Alexis, omdat ze nu samen is met Marcello. Deze kan haar niets anders bieden dan zijn zolderkamer. (aria: Io non bo che una porina a stanzetta ). Haar vrienden organiseren daar ter plaatse een feestje  en het wordt er gezelling avondje buiten met veel burenhinder. Het lukt de student om samen met Mimi het gaotische gebeuren te verlaten. Deze akte eindigt in chaos en burenruzie.

Akt 3

3° Toneel: Op Marcello's zolderkamertje.

Musetta is het hongerlijden beu en besluit Marcello te verlaten. Mimi die op het nafeest van de tweede akte was verdwenen met de student is ondertussen teruggekeerd bij Rodolfo uit liefde voor hem. Ondertussen komt Marcello binnen die de afscheidsbrief van Musetta juist ontvangen heeft. Het schijnt op een verzoening uit te draaien , maar toch eindigt deze scéne in ruzie tussen de twee koppels. Het is op het einde van deze akte dat de grote tenoraria van Marcello gezongen wordt. ( aria: " Testa a dorata ") dit is de beroemdste aria uit de opera die bij vele beroemde tenoren op hun discografieën staat onder andere bij Caruso, Gigli, Björling,Carreras en Domingo enz...

Akt 4

 4° Toneel: Rodolfo's zolderkamer.

De laatste akte speelt ook op kerstavond maar een jaar later dan aan het begin van de opera, maar nu op Rodolfo's zolderkamer. De handeling is hier enigszins overeenkomstig met de laatste scéne in Puccinini's opera. Mimi keert terug bij Rodolfo want ze is doodziek en wil bij hem sterven. Het is Musetta die haar per toeval aantreft en haar bij Rodolfo binnenbrengt. Zij offert haar juwelen om brandstof te kopen om de zolderkamer te kunnen verwarmen. Als aan het slot de Kerklokken luiden sterft Mimi. 

Historische achtergrond.

Het is algemeen gekend dat Leoncavallo een grote onvoorzichtigheid heeft begaan om Puccini het libretto gebasseerd op Henri Murgers werk " La vie de Bohème " door te spelen. Puccini slaagde er in  zijn project een jaar eerder klaar te hebben  dan de traag werkende Leoncavallo, die dan ook zelf zijn eigen tekstboek schreef. Dit verklaart wellicht de grote schetsmatigheid van Puccini's werk, dat vrijwel geen couleur locale heeft, en dramatisch als droog zand aan elkaar hangt. Het libretto van Leoncavallo is veel samenhangender  en veel beter gestructureerd in vergelijking met Puccini's werk. Ook op muzikaal vlak is dit werk beter dan het voorgeeft, en aanvaard. Het behoort tot Leoncavallo's drie waardevolle werken die niet moeten onderdoen voor opera's van Puccini.

De première had plaats op 6 mei 1897 in het Theatro La Fenice te Venetië. In de eerste jaren hadden de beide " Bohèmes " evenveel succes. Maar geleidelijk aan verloor Leoncavallo's werk,aan populariteit. Aan de opera van Den Haag werd de " Bohème " van Leoncavallo een favoriet.

In België vinden we opvoeringen terug van een Franse vertaling in 1902 met Salmon als Mimi, César als Musetta, Audisio als Marcello, Henri Dons als Schaunard en Brialmont als Rodolfo. Er zijn toen dertien voortoningen geweest . Het zou dan verder nog 74 jaar duren voor deze opera in 1976 zou herhaald worden met drie voorstellingen in het Italiaans. Met Van Grootel als Musetta, Gambricci als Mimi, Hennervreux als Marcello, Haas als Rodolfo, Waltens als Schaunard, Wierzbicki als Barbemuche en Van De Walle als Colline . Goed voor drie voorstellingen met herhaling met dezelfde bezetting in 1978 ook voor drie voorstellingen. Zo komt het dat er toch te Gent van deze opera in het totaal 19 voorstelligen zijn geweest waarvan 13 in het Frans en 6 in het Italiaans.

Historische opnames.

Eveneens in de opnames is deze opera miskend. Er bestaan voorlopig maar 6 volledige opnames van tegenover 285 voor de opera van Puccini. De allereerste was pas in 1958 die dan is gamaakt ter gelegenheid van de herdenking van Leoncavollo's 100 ste geboortejaar.

1) In 1958 onder Francesco Molinari Pradelli aan het Theatro San Carlo di Napoli met Walter Monachesi, Malfada Masini, Isidoro Antonioli, Rosetta Noli, Ettore Bastianini, Antonio Sacchetti, Curzio Flemi en Giuseppe Forgione.Black disc. " The Golden Age of Opera " EJS 165 ( 2LP's) en ook op compactdisc. Hardy Classic HCD6012-2 ( 2CD's)

2) 1960 onder Alberto Zedda aan het Theatro Communale di Bologna met Orazio Gualtiero , Nedda Casei, Antonio Annaloro, Antonietta Mazza Medici, Guido Mazzini, Bruno Cioni, Giulio Montana, Cesari Masini-Sperti, Ottorino Begali, Anna Lia Bazzani. Op Blackdisc. Cetra LPC S-462/3 ( 3LP's)

3) Er is er één ook beschikbaar op DVD,video-opname van 2002 onder leiding van Marco Guidarini orkest Klangbogen Wien, met Urban Malberg, Katia Lytting, Mikail Davidov , Juanita Lascarro, Vittorio Vitelli, Steven Gallop, Luis Ledesma, Anthony Mee, Adrinch Simonian en Johannes Thausig. DVD Premiere Opera Ltd. DVD 66012008  

Scéne uit de opera " La Bohème " van Leoncavallo Foto uit de eerste akte van de première 1897.

  • Cesira Ferrani (1863-1943)

    Biografie.

    Haar echte naam was Cesira Zanazzio en ze was geboren te Turijn 1863. Ze studeerde muziek en zang aan het " Liceo Musicale " van Turijn onder Antoinetta Fricci. Ze maakte haar debuut in 1887 in het Regio Turijn als Marguerite in " Faust " van Gounod en zong in het zelfde jaar aan het Theatro Cariguono te Turijn de rol van Gilda in Verdi's " Rigoletto ". In 1892 verscheen ze aan het Theatro Carlo Felice van Genua als Amelia in Verdi's Simon Boccanegra en als Loreley in Catalani's " Loreley " onder Arturo Toscanini. Er volgen nog optredens aan het Theatro Comunale te Bologna en ook te Brescia. Op 1 frebruari 1893 zong ze de wereldpremière in Puccini's " Manon Lescaut " en op 1 februari 1896 zong ze ook de première in Puccini's " La Bohéme " in de rol van Mimi. Ze debuteerde aan de Scala debuteerde in 1894 en zou er nog 15 jaar lang optreden in opera's van Puccini, Francetti, Verdi, Mascagni en Leonvavallo. Ze gasteerde over de ganse wereld in Theatro Colon, te Buenos Aires, Spanje , Rusland, Cairo, Portugal enz.... Ze zou het podium verlaten in 1909 na schokkende mislukking van de première van Debussy's " Pellias en Melisande ook onder de leiding van Toscanini aan de Scala. Ze werkte nog verder als zangpedagoge. Ze zou overlijden op 80 jarige leeftijd te Polon bij Piemonte in Italië in 1943.
    Tussen 1902 en 1912 maakte ze enkele losse opnames van aria's uit " La Bohème " en " Manon Lescaut "van Puccini en van" Mefistophile " van Boito. Die zijn echter zeer zeldzaam te vinden .

  • Rosina Strochio (1876-1945)

    Biografie.

    Was een Italiaanse lyrische sopraan geboren op 19 januari 1876 te Venetië, die telkens de wereldpremière zong in opera's van Puccini, Leoncavallo, Mascagni en Giordano. Ze speelde de rol van Mimi in Leoncavallo's " La Bohème " (1897), " in 1900 de première van Leoncavallo's " Zaza, en " Stephana in Siberië " van Giordano in 1903. De rol van Madama Butterfly in de gelijknamige opera van Puccini werdtijdens de eerste première in januari 1904 een flop. In 1918 zou ze nog eens voor Mascagni een wereldpremière brengen van zijn opera " Lodoletta " . Ze studeerde aan het conservatorium van Milaan en zou er debuteren in de rol van Michaëla in de opera " Carmen " van Bizet in 1892 en drie jaar later zou ze al zingen aan de Scala. Haar carrière liep ook Internationaal als een trein en ze zong onder andere te Parijs, Moskou en in 1921 in Chicago en New York. Haar laatste publieke optreden was toch nog eens als Cio-Cio-San in " Madama Butterfly " in 1923 te Barcelona ondanks dat ze gezworen had dit nooit meer te doen na het debacle aan de Scala in 1904. Ze stierf aan het einde van de tweede wereldoorlog op 14 juli 1945. Er zouden terug opnames opgedoken zijn van de vroege beginjaren van de twintigste eeuw die nu toch zouden uitgeven zijn op CD.

" La Bohéme " Puccini.

De eerste Mimi in Puccinis " La Bohème " de opname is van 1903

" La Bohémé " Leoncavallo.

Rosina Strochio, de eerste Mimi in Leoncavallos " La Bohème " opname vermoedelijk 1910.