" Cavaleria Rusticana "

Opera in één akte van Pietro Mascagni.

Libretto van J.Fargiono-Tozzetti en G.Menasci, naar het toneelstuk van Verga.

Inleiding.

In 1889 schreef de Italiaanse muziekuitgever Sonzogno, de jonge rivaal van Ricordi een wedstrijd voor een opera in één akte uit, het was niet de eerste keer dat hij dit deed. Ook in 1883 was een dergelijke wedstrijd uitgescheven waar Puccini zijn eerste opera " La Ville " had ingestuurd. Sonzogno hoopte echter vijf jaar later op meer succes en zijn hoop werd boven alle verwachtingen vervuld. De 26 jarige volkomen onbekende Pietro Mascagni won de prijs, met zijn " Cavaleria Rusticana " , die op 17 mei 1890 in het Theatro Constanzi in Rome in première zou gaan, met Gemma Bellincioni en haar man Roberto Stagno als Santuzza en Turiddu. Het succes was enorm en binnen de twee jaar was deze opera beroemd over de gehele wereld.

Rolverdeling.                       Stem.                    Eerste cast.

Santuzza                                         dramatische-sopraan                  Gemma Bellincioni

Turiddu                                                   tenor                              Roberto Stangno

Lucia, zijn moeder.                                    alt                                 Federica Casli

Alfio, voerman                                         bariton                             Guandenzio Salassa

Lola, zijn vrouw                                 mezzo- sopraan                        Annetta Guli

Tijd: halfweg 19° eeuw. 

Plaats: een klein dorpje in Sicilië.

Eén akt.

Het voorspel wordt onderbroken door een Siciliana welke door Turiddu achter gesloten gordijnen, met begeleiding van een harp wordt gezongen (aria:" O Lola ch'hai di latti la camissa " ).Het wordt geacht een aubade voor zijn nieuwe geliefde te zijn en is het enige fragment in de opera dat in een Siciliaans dialect wordt gezongen.

Het toneel stelt, als het doek open gaat een dorpsplein voor. Alfio komt op en zingt een temperamentvol voermanslied. (aria: " Il cavallo scalpita ") .Hij vraagt Lucia om een beker wijn, maar krijgt de zekerheid als zij zegt dat Turiddu naar de stad is om nieuw vat te halen, dat hij die 's morgens in de buurt van zijn huis heeft gezien. Santuzza doet Lucia teken dat zij moet zwijgen. De mis is intussen begonnen de poort is nu geopend en van binnen de kerk klinkt het ( " Regina Coeli " ) en het volk op het plein stemt in met het paaskoor voor ze naar binnen gaan  en Santuzza zingt geknield een solozang ( " Ineggiano il Signor non é morto " ). Als iedereen binnen is en Santuzza met Lucia  achterblijft, vertelt Santuzza  nu aan Lucia waarom ze moest zwijgen. ( aria:" Voi lo sapete o mama ") . Voor Turiddu militaire plicht vervulde, had hij zich verloofd met Lola, die echter tijdens zijn afwezigheid met Alfio is getrouwd. Om haar uit zijn hoofd te zetten  had bij zijn terugkomst betrekkingen met haarzelf aangeknoopt. Dit bleek echter niet naar de zin van Lola te zijn, die nu alle moeite doet om Turiddu terug te winnen. Het resultaat is dat Turiddu nu een vehouding heeft met Lola en Santuzza in de steek gelaten heeft. Zij dreigt hierdoor in grote moeilijkheden te geraken. Zij vraagt Lucia nu om voor haar te bidden in de Kerk die zij als zondaar niet kan betreden op Paaszondag. Santuzza zal zelf Turiddu opwachten om  nog eens met hem te praten. 

Hij komt direct hierna op, maar wordt voor de kerk door Santuzza tegengehouden (duet: Tu qui Santuzza ? ") .Hij wil eerst alles ontkennen maar wordt door Santuzza er op gewezen dat hij gezien is bij het huis van Lola. Dreigen nog smeken helpt en het wordt nog pijnlijker als op het hoogtepunt van de ruzie Lola zelf het plein opkomt, een Siciliaans volkslied zingend. ( "Fior di giaggiolo " ) . Ironisch vraagt ze of de twee samen de mis doorbrengen op het plein. Als Santuzza haar uitlegt dat ze zonder zonde de paasmis niet mag bijwonen , gaat Lola hooghartig de kerk binnen, na Turiddu een bloem te hebben toegeworpen. De ruzie wordt hierna voortgezet ( " No,no Turiddu ") die tenslotte zo een hoogtepunt bereikt dat Turiddu , Santuzza die zich aan hem vastklampt van zich afschudt en de kerk binnen gaat. Santuzza slingert hem de paasvloek na ( " A te la Ma la Pasqua ") .

De gelegeheid om zich te wreken komt spoedig. Alfio die zich kennelijk heeft bedronken in een andere herberg komt nu het plein op en vraagt hoever de mis is. Santuzza vertelt hem over de verhouding van zijn vrouw met Turiddu ( duet; " Turiddu mi tolse l'onore ") . Als ze echter het effect ziet dat dit verhaal op Alfio maakt, schrikt zij en krijgt ze berouw over haar daad. Zij kan de razende Alfio echter niet meer bedaren ( duet: " Ad esse non perdona ") .Het toneel blijft nu een aantal minuten leeg terwijl het beroemde intermezzo wordt gespeeld, dat de sfeer van het warme middaguur in het Sicialiaanse dorp weergeeft, met orgelklanken vanuit de kerk. ( koor: " A casa, a cassia amici " ) .Turiddu nodigt een aantal vrienden , waaronder ook Lola , uit om in de herberg van zijn moeder een glas te drinken. ( Brindisi: " Viva il vino spumeggiante " ) Alfio voegt zich bij hen, maar weigert het glas wijn aan te nemen, zeggend dat het voor hem vergif is. Direct wordt Lola door de vrouwen weg gebracht. De beide mannen dagen elkaar uit tot een duel, volgens Siciliaans ritueel, door zich elkaar omhelzend in het oor te bijten. 

Turiddu die een bang voorgevoel heeft, zegt van plan te zijn zich schuldig te zullen laten doden. Maar wat zal er dan met de arme Santuzza gebeuren ? Je doet maar wat je best lijkt, zegt Alfio laconiek en begeeft zich met zijn vrienden naar de plaats van afspraak om te duelleren. Turiddu roept zijn moeder om afscheid te nemen ( aria: " addio alla madre mama, ilvino e generoso " ). Hij doet of hij wat dronken is  en zijn roes wil gaan uitslapen, maar eerst wil hij haar zegen zoals zij hem die gaf toen hij soldaat werd. Verder vraagt hij haar om voor Santuzza te zorgen als hij niet mocht terugkeren. Mama Lucia begrijpt niets van dit alles en roept hem na als hij plotseling wegrent. Santuzza komt op en beide vrouwen werpen zich in elkaars armen. Er is een onheilspellende stilte, die verbroken wordt door een rauwe kreet van een vrouw die uit de verte roept dat Turiddu gedood is.

Waarom deze opera zo beroemd werd.

De bron voor het tekstboek dat door de librettisten werd gebruikt, was een volks toneelstuk met dezelfde naam geschreven door de Italiaanse auteur Giovanna Verga (1840-1922). Het uitstekende libretto naar het tekstboek van Targioni-Tozzetti ligt volledig in de lijn van de veristische handelingen van die tijd. Alle handelingen spelen zich af binnen amper één uur. De tegenstellingen tussen de paasmorgen en de doodsgedachte, ondersteund door orgelmuziek is dus uitstekend getekend.

Al kan de partituur niet onverdeeld geniaal worden genoemd, zij is toch doordrenkt van een dramatiek die het publiek ontegenzegelijk aangrijpt. De zangstemmen zijn even briljant behandeld als het orkest. Men mag zich afvragen dat de nog zo jonge componist in zijn begrensde omgeving op een leeftijd van 26 jaar een dergelijk meesterschap heeft kunnen schrijven. Het naturalisme in Italië verisme genoemd beheerste die tijd het theater, literatuur en de schilderkunst. Alles moet waarheid omvatten. De algemene belangstelling bestaat uit elementen die uit het werkelijke leven gegrepen zijn. Na het winnen van de wedstrijd kon men de première laten doorgaan op 17 mei 1890 in het Theatro Constanzi in Rome. De eerste uitvoering van " Cavaleria Rusticana " had een weergaloze bijval bij een jubelende schare theaterbezoekers, dit was het begin van een wereldroem, die na enkele jaren de geweigerde opera voor dezelfde wedstrijd  van Leoncavallo's " I Pagliacci " voor altijd aan elkaar zullen gekoppeld worden tot twee onafscheidelijke meesterwerken met evenveel emotionele impak op het publiek.

Historische uitvoeringen.

Vanaf het begin werd dit werk een roemrijk repertoirestuk. In hetzelfde jaar werd dit werk al opgevoerd in Berlijn en vanaf 1893 al in Londen in het " Shaftesburry Theatre " met Francesco Vignas als Turiddu en reeds een jaar later in " Covent Garden " Toen werd " Cavaleria " nog gecombineerd met Gounods  " Philémon et Baucis " met Emma Calvé als Santuzza en Fernando De Lucia als Turiddu in een Franse vertaling. Nog in 1893 ging de première aan de " Metropolitan " met dezelfde Franse bezetting met Emma Calvé en nu Francesco Vignas . Ook in Nederland had men al voorstellingen in 1897 aan de Italiaanse Opera  als Turiddu. De Hondt met Désré Pauwels. De Hondt organiseerde in 1907 zelfs een wedstrijd tussen de twee Cavaleria's want er bestond zelfs een tweede opera met hetzelfde onderwerp maar gecomponeerd door Monleone. Men was er in geslaagd beide op een avond op te voeren onder de leiding van de componisten. Natuurlijk viel de vergelijking uit ten voordele van Pietro Mascagni.

In België werd hij zowel aan de Munt van Brussel als te Gent op het toneel gebracht in het Frans. In 1893 met de gatsterende artiesten van de Muntschouwburg en voor het eerst te Gent met hun eigen gezelschap in 1895 met Fremeau als Santuzza, Olivier als Lola, Reynaud als Lucia en Charles Gautier als Turiddu en Duvernet als Alfio. De eerst Italiaanse voorstelling was op 25 maart 1906 met Gonetta als Santuzza , Esposito als Lola, Garagnanni als Lucia, Grandi als Turiddu en Pompa als Alfio. Er was zelfs een eerste Nederlandse versie in 1918. We vinden dat er te Gent tot 1980 in totaal 232 voorstellingen zijn geweest waarvan 187 Franse voorstellingen 35 in het Italiaans en 10 in het Nederlands .

Historische opnames.

Er zijn momenteel 125 complete opnames bekend en ik zal er terug enkele bespreken die de moeite zijn om te hebben.

1) een eerste historische opname van 1907 aan de Scala van Milaan , dirigent onbekend. Met Clara Joanna als Santuzza, Gernnaro De Tura als Turiddu, Renzo Minolfi als Alfio en Ines Salvador als Lola en Lucia door Nina Rambelli. Op Black disc. 14x enkel zijdig 78tr./platen zou ook verkrijgbaar zijn op CD: Opera record ?????

2) Een opname onder de leiding van de componist zelf ook aan de Scala van Milaan in 1940 met Lina Bruna Rasa als Satuzza, Benjamino Gigli als Turiddu, Gino Bechi als Alfio, Maria Marcucci als Lola en Giulietta Simionato als Lucia.Op Blackdisc HMV DB 3960-3970 ( 11 x 78tr./pl) of op 2 LP's + Pagliacci HMV ALP 1610-1612 ( 3LP's).

3) Een derde terug aan de Scala onder leiding van Tullio Serafin van 1953 met Maria Callas als Santuzza, Giuseppe di Stefano als Turiddu, Rolando Panerai als Afio, Anna Maria Canali als Lola en Ebe Ticozzi als Lucia. Op Black disc: Columbia 33CXS 1182 (2 lp's) of op Compactdisc: EMI CDS 7 47981-8 + Pagliacci (3Cd's)

4) Een merkwaardige opname wil ik ook nog vermelden aan de Nederlandse Opera onder de leiding van Carlo Rizzi met Carol Vaness als Santuzza, Zoran Todorovich als Turidda, Zejlko Lucic als Alfio, Tania Kross als Lola en Livia Budai als Lucia. op Compactdisc: Live rare opera + Pagliacci ( 2Cd's).

5) Nog één verkrijbaar op DVD onder de leiding van Jesus Lopez Cobos van 2007 aan Theatro Royal, Real Madrid. Met Violeta Urmana als Santuzza, Vincenzo La Scola als Turiddu, Marco di Felice als Alfio, Dragana Jugovic  als Lola en Viorica Cortez als Lucia. Op DVD Opus Arté OA 0983D+ Pagliacci (2DVD's) Een zéér mooie moderne stilistische uitvoering.   

Opera-film " Cavaleria Rusticana " van Pietro Mascagni 1968

Prachtige historische opera-film met Fiorenza Cossotto als Santuzza, Gianfranco Cecchele als Turiddu, Adriana Martino als Lola, Gianciacomo Guelfi als Alfio en Anna Di Stasio als Lucia, dit alles onder de leiding van Herbert von Karajan met het orkest van de Scala van Milaan van 1968.

Marcello Alvares als Turiddu en Eva Westbroek als Santussa in " Cavaleria Rusticana " van Pietro Mascagni.

Mama Lucia uit " Cavaleria Rusticana " van Pietro Mascagni

Pirozzi Fracasso en Taboc Chini als Santuzza en mama Lucia in " Cavaleria Rusticana "

Stefania Tolz en Jonas Kaufmann als Santuzza en Turiddu in " Cavaleria Rusticana "

  • Gemma Bellincioni (1864-1950)

    Biografie.

    Zij was een Italiaanse sopraan geboren te Monza op 18 augustus 1964 en overleden op 23 april 1950 te Napels. Was een der bekendste Italiaanse sopranen van de late 19° eeuw. Haar repertoire omhelsde vooral veristische opera's. Ook haar ouders waren operazangers en van hen kreeg zij haar eerste muzikale opleiding en zangtraining. Ze debuteerde in 1880 te Napels. Zij had een uitgebreide en lange carrière in Europa, Zuid- en Noord Amerika.
    Verdi was niet onder de indruk van haar stemtechniek ,maar bewonderde haar als actrice. Zij was uitermate geschikt om melodramatische werken te brengen. Het verisme was op haar lijf geschreven en zij bracht die muziek met passie waardoor ze zeer beroemd werd, vooral met de creatie van de rol van Santuzza in " Cavaleria Rusticana " van Mascagni tijdens de première te Rome in 1890. Ze zong daar tegenover haar echtgenoot Roberto Stagno die de rol van Turiddu voor zijn rekening nam. Zij hadden elkaar leren kennen op een tournee in 1886. Zij creëerde nog belangrijke rollen in veristische opera's onder andere de titel rol in Umberto Giordano's " Fedora " op 17 november 1898, haar man was toen al een jaar overleden. Haar podiumpartner was toen de jonge opkomende tenor Enrico Caruso. In 1906 zong ze Italiaanse première van Richard Strauss' " Salomé ". Ze kondigde haar podiumafscheid aan in 1911, maar zou opnieuw de hoofdrol spelen in de stomme-film versie van " Cavaleria Rusticana " dit was de eerste primitieve vorm van de operafilm onder de regie van Ugo Falena in 1916. Ze gaf nog concerten tot 1920, maar haar stem was toen al zéér vermoeid.In 1912 heeft ze een zangcursus geschreven die gepubliceerd werd in Berlijn en haar autobiografie werd in 1920 gepubliceerd in Milaan. De laatste jaren van haar leven bracht ze door in Napels waar ze overleed in 1950. Haar echtgenoot was toen al 53 jaar overleden. Ze heeft nog op het einde van haar carrière enkele opnames gemaakt in 1910 maar die hebben enkel historische waarde want haar stem was toen al sterk verzwakt en vermoeid.Die zijn ook te horen op verzamel CD's

  • Roberto Stagno (1840-1897)

    Biografie

    Hij werd geboren te Palermo op 18 oktober 1840 en overleden op 26 april 1897 te Genua. Zijn echte naam was Vincenzo Andrioli en zijn artiestennaam Roberto Stagno, hij was een zeer gewaardeerde Italiaanse tenor. Hij zong vooral realistische veristische werken uit het Italiaanse repertoire van 1890. Hij Stamde van een Siciliaanse familie van lage adel en kreeg zijn muzikale opleiding te Milaan, waar hij reeds optrad na het afwerken van zijn studie's, aan het Verdi Theater aldaar. Hij maakte zijn debuut in Lissabon - Portugal in 1862. Hij werd daar gevraagd om de beroemde tenor Enrico Tamberlik te vervangen in Madrid in de uitvoering van de opera " Robert le Diable " van Meyerbeer. In dertig jaar tijd zong hij een uitgebreid repertoire samen in Spanje, Italië, Frankrijk en Rusland. Hij bereikte wereldfaam als een der grootste tenoren en werd ook populair in Argentinië en New York waar hij zong aan de Metropolitan. Hij zong er op 22 oktober in 1883 de openingsgala als Faust in de opera van Gounod.Hij leerde daar zijn echtgenote kennen op één van zijn tournees door Argentinië in 1886. Het Amerikaanse publiek waardeerde echter de aanhoudende fibrato in zijn stem niet, waardoor hij niet meer gevraagd werd voor het volgende seizoen. Hij hervatte zijn optreden in Rome in 1890 en bereikte zijn grootste roem samen met zijn echtgenote Gemma Bellincioni in de creatie van Mascagni's " Cavaleria Rusticana ". Zij hadden samen ook een dochter die ook een beroemde operadiva zou worden Bianca Stagno Bellicioni ( 1888-1980). Zij publiceerde de autobiografie van haar ouders in 1945. Roberto overleed reeds op 57 jarige leeftijd aan nierproblemen en hart- en vaatziekte in Genua op 26 april 1897. Hij heeft geen opnames nagelaten. Hij werd vergeleken met een andere grote tenor een generatiegenoot Fernando De Lucia ( 1860-1925). Hij ligt samen met zijn echtgenote Gemma Bellicioni begraven in Livorno op het kerkhof Montenero.

Gemma Bellincioni 1886

Roberto Stagno

Een afbeelding uit de opera van Mascagni " Cavaleria Rustican " 1890 met Roberto Stagno en Gemma Bellicioni het opera duo van de laate 19° eeuw.

Bianca Bellicioni Stagno hun dochter (1888-1980)