" La Muette De Portici "

Op dit programma blaadje is te zien dat " Lafeullade en Cassel " de tenor en de bariton waren op de beruchte 25 augustus 1930

Opera in vijf akten en vijf tonelen van Daniel François Esprit Auber ( 1782 - 1871 )

Libretto van Eugène Scribe & Germain Delavigne.

Inleiding.

Auber, die in Caen geboren is, was reeds meer dan dertig jaar toen zijn eerste werk op het podium verscheen. Enige komische opera's brachten wel succes, totdat hij in 1828 met " La Muette De Portici " de grote sprong lukte, zo groot zelfs dat het werk de oorzaak werd van een politieke opstand. Met één slag schaarde Auber zich in de voorste rijen der scheppers, van de nieuwe richting in de muziek. Deze opera vormde met Rossini's " Guillaume Tell " en Meyerbeers " Robert le Diable ", de triomfale doorbraak van " de Grand Opera " het echte Franse genre van de opera's met monsterbezettingen, grote koren, balletten en historische achtergronden, markant uitgewerkte spanningsmomenten en fonkelende melodieën.

Rolverdeling.                      Stem.                       Eerste cast.

Masaniello, Napolitaanse visser                  tenor                             Adolphe Nourrit

Fenella zijn zuster                                  balerina                          Lise Noblet

Alphonse, zoon van de onderkoning Napels  tenor                             Alexis Dupont

Elvira zijn verloofde                                 coloratuur sopraan           Laure Cint-Damoreau

Pietro, een vriend                                   bariton                           Henri-Bernard Dabadie

Borella, visser                                         bas                                Alexendra Prévost

Moreno, visser                                         bas                                Charles -louis Pouilley

Selva, officier                                          bas                                Ferdinand Prévôt

Lorenzo                                                  tenor                             Auguste Massol

Hofdame,van Elvira                                   sopraan                         Anne Lorotte

Tijd: 1647 Spaanse overheersing in Napels.

Plaats: Napels 

Akt.1

1° Toneel: in de tuinen van een paleis.

Alphonse zal in het huwelijk treden met de Spaanse princes Elvira. Hij heeft echter een liefdesaffaire gehad met een stom meisje Fenella, dat hij heeft gedumpt ( aria: " O toi jeune victime ") . Hij vraagt Lorenzo wat van haar geworden is, maar deze zegt dat zij verdwenen is en sinds een maand niets meer van haar heeft gehoord. Een kort ballet gaat vooraf aan de opkomst van Elvira, die in een grote coloratuuraria over haar geluk zingt. ( "O moment enchanteur " ) , er volgt hierop een ballet. Een hofdame komt Elvira vertellen dat een jong meisje bescherming zoekt tegen soldaten die haar achtervolgen. De officier Selva zegt haar, dat dit meisje in opdracht van de onderkoning een maand lang gevangen gehouden is , maar dat ze nu is ontsnapt . Elvira ondervraagt haar, waaruit blijkt dat het meisje niet kan spreken. Zij weet echter met gebaren kenbaar te maken dat zij onschuldig is en dat zij door iemand verleid is. Lorenzo komt dan Elvira halen om de kapel binnen te gaan. Fenella ( het stomme meisje) hoort buiten de klanken van een huwelijksplechtigheid en geeft in pantomime aan hoe wanhopig ze is. Als het bruidspaar naar buiten komt, vraagt Elvira haar bruidegom hun huwelijk met een weldaad te beginnen. Ze laat Fenella bij zich komen die in gebaren bekend maakt dat Alphonse haar verleider is. De eerste akte eindigt in een chaos waarin Fenella weet te ontsnappen.

Akt. 2

2° Toneel: aan de kust in een baai van Napels.  

Vissers komen bijeen en beramen een complot tegen de Spaanse tirannie, ze bereiden een poets voor en Masaniello zingt een vurige ( barcarolle: " Amis la matinée est belle ") . Zijn vriend Pietro komt hem zeggen, dat hij nog steeds geen spoor heeft van de verdwenen Fenella, Masaniello's zuster. ze zingen samen hun martiale ( duet: " Amour sacré de la patrie " ) , waarin ze zweren het juk der tirannie te zullen verwerpen. ( Het is juist dit duet dat de aanleiding is geweest tot de Brabantse of Belgische revolutie )

Fenella zelf komt nu op en vertelt haar trieste verhaal in gebarentaal. Haar verleider is intussen getrouwd, zodat zijn vergrijp niet meer is goed te maken. Masaniello roept de vissers samen en geeft het sein voor de start van de opstand. Pietro zegt dat de soldaten uit Napels onderweg zijn, maar Masaniello raadt hun aan, de wapens onder de visnetten en tussen de vruchten te verbergen. Op zijn teken zullen ze naar Napels vertrekken.

Akt.3

3° Toneel: een marktplein in Napels.

Te midden van de bedrijvigheid herkent de officier Selva, Fenella en wil haar arresteren. Masaniello verzet zich hiertegen en steekt de soldaat neer die Fenella wil boeien en tezelfdertijd geeft hij het sein voor de opstand. Terwijl Selva versterking is gaan halen, knielt Masaniello neer en smeekt Gods zegen af voor deze onderneming. Gewapend rukken ze dan op om Napels te veroveren.

Akt. 4

4° Toneel: Masaniello's hut in Portici. 

In een grote aria betreurt Masaniello, dat de hele situatie uit de hand gelopen is en het gepeupel zich schuldig heeft gemaakt aan plunderingen en moord. De onderkoning heeft zich in de citadel teruggetrokken van waaruit hij gevaarlijke uitvallen onderneemt. ( aria:"  O dieu toi qui m'a destine " ) Hij zingt de uitgeputte Fenella in 't slaap. ( berceuse: " Du pauvre seul ami fedele  " ) . Pietro dringt er op aan dat Masaniello als leider van de opstand terugkomt. Voor alles wil het volk het hoofd van Alphonse, maar Masansiello wil een einde maken aan het bloedvergieten. Fenella heeft het gesprek gehoord. Er wordt aan de deur geklopt, en Alphonse komt asiel vragen voor de gesluierde Elvira en zichzelf, niet wetend wie er in deze hut woont. Fenella is in tweestrijd: haar wraakgevoelens en haar oude liefde voor Alphonse. Elvira spreekt haar toe en weet de balans te doen keren. Plotseling komt Masaniello binnen en Fenella zegt dat dit twee ongelukkige vluchtelingen zijn die hij moet helpen. Masaniello stemt hier in toe, maar Alphonse wordt herkend door Pietro, die het bericht komt brengen dat de sleutel van de poorten van Napels aan de opstandelingen zijn uitgeleverd en ze nu aan Masaniello komen overhandigen. In het nu volgende ensemble eist Pietro hun onmiddellijke terechtstelling, terwijl Masaniello de heiligheid van zijn gastvrijheid verdedigt. Hij geeft Alphonse en Elvira de gelegenheid in een bootje naar het kasteel over te steken. Terwijl de Napolitaners Massaniello als hun leider huldigen beramen Pietro en de anderen een complot om hem ten val te brengen.

Akt. 5

5° Toneel: voor de poorten van het paleis.

De opstandelingen hebben zich in het paleis verschanst en houden er een orgie. Pietro zingt een ( barcarolle: " Voyez du haut de ces tirages ") Hij heeft Masaniello een langzaam werkend gif gegeven, omdat - zoals hij een vriend toevertrouwt - deze een nog grotere tiran dan de vorige dreigt te worden. Borella, die Alphonse en Elvira in veiligheid heeft gebracht, komt met de tijding dat Alphonse met een sterke troepenmacht een uitval  uit de citadel doet en op weg is naar het paleis. Bovendien is ook de Vesuvius uitgebarsten, wat de bevolking als een ongunstig teken opvat. Masaniello is de enige die hen kan redden, maar het gif doet al zijn uitwerking . Hij heeft een verstandsverbijstering en begint lachend de barcarolle uit de tweede akte te zingen, terwijl men op de achtergrond de vuurspuwende Vesuvius ziet. Fenella ten slotte weet hem tot zijn verstand te brengen en hem van de ernst der situatie te overtuigen. Aan het hoofd van de bende trekt Masaniello nu het naderende leger te gemoet, terwijl Fenella voor zijn behouden terugkeer bidt. Elvira komt aangesneld om haar uit het brandend paleis te redden. Masaniello heeft Elvira het leven gered, maar Alphonse komt met de tijding dat hij daarvoor door het gepeupel gedood werd. Hierdoor pleegt Fenella zelfmoord. 

De geboorte van een staat 1830.

In 1820 had Daniel Auber wel succes met zijn eerste komische werken, maar zijn definitieve doorbraak kwam wel met zijn meesterwerk " La muette De Portici " die in première ging op 28 februari 1828. Het was een grote historische opera in vijf akten. Deze opera is om overklaarbare reden een beetje in de vergetelheid geraakt. Toch wordt hij op regelmatige tijdstippen van onder het stof gehaald, om nog eens op het podium de bravoure van de Franse " Grand Opera " te kunnen ervaren. Dit totaal Franse genre vindt zijn origine bij componisten als Rossini, Meyerbeer, Berlioz Halevy en Auber. In de bezetting van de opera " La muette De Portici " tijdens de première de namen van de grote Franse tenor Nourrit, de bariton Labadie , Cinti Mamoreau als Elvira en de ballerina Lise Nollet nam de stomme rol van Fenella voor haar rekening.

De opvoering in het " Theatre de la Monnaie, in Brussel op 25 augustus 1830, was een teken tot de revolutie die België van Nederland uiteindelijk zou afscheiden. Het duet " Amour sacré de la patrie " gezongen door de Franse tenor Jean François Lafeuillade (1799-1872) als Massaniello en de bariton Cassel als Pietro, werkt dermate op de patriottische gevoelens van het toenmalige publiek in, dat dit de aanleiding werd tot de eerste ordeverstoringen.

Het moment waarop tijdens de uitvoering in 1830 de vlam in de pijp sloeg was toen het duet werd gezongen met volgende tekst.

" Amour sacré de la Patrie,

Rends-nous l'audace et la fierté;

A mon pays je dois la vie,

Il me devra sa liberté "

                               vertaling:

" Heilige liefde voor het vaderland,

Geef ons de moed en trots;

Aan mijn land dank ik mijn leven,

Het zal aan mij zijn vrijheid te danken hebben".

Deze woorden zouden uiteindelijk leiden tot de geboorte van de nieuwe staat " België "Voor de fatale opvoering aan de Munt in 1830, was er reeds te Gent een eerste voorstelling op 18 maart 1829 met Thibault een sopraan die zong te Gent van 1825 tot 1837, zij zou de stomme rol van Fennella vertolken. Masaniello de tenor Rodel en de bariton Richard zou Pietro zingen, Baztheli vertolkte Alphonse. Merkwaardig  te vermelden is nog dat de eerste vertoning na de politieke omwentelingen van 1830 plaats had op 25 maart 1833: wegens het Orangisme van het schouwburgpubliek.

De eerste vertoning in de huidige grote opera ( nu Opera Vlaanderen) was op 2 september 1840 met Dengremont als Fenella, Hurteaux als Elvire, Darexy als Masaniello, St.-Aubin als Pietro. Ter gelegenheid van het Belgische eeuwfeest 1929/30 werd de opera te Gent in concertvorm opgevoerd.  In Brussel werd opera in zijn volle glorie gebracht door Tilkin Servais ( bariton ) , Fernand Ansseau ( tenor ) en Clara Clairbert ( coloratuur sopraan ).

Ansseau en Servais maakten toen als souvenier een plaat met het duet " Amour sacré de la Patrie "  die U na het einde van deze beschrijving kan beluisteren als een eigen ontworpen video op de muziek van " La muette de Portici. Opname 30 augustus 1930. Vanaf 1840 noteren we een totaal van 108 opvoeringen te Gent waarvan 107 vertoningen in het Frans en één vertoning in het Duits.

Na een tijdelijk  minder succes is deze oude Franse Grand Opera weer aan herwaardering toe, en worden er regelmatig nieuwe producties gemaakt aan tal van buitenlandse operahuizen, maar nu onder moderne regievormen om deze opera een iets meer eigentijdse look te geven.

Historische opnames.

Zoals er niet dikwijls nog producties van deze opera op het podium komen, weerspiegelt dit zich ook in de discografie van dit werk. Ik heb momenteel maar twee volledige opnames kunnen vinden.

1) Een historische opname op EMI van 1986 met het orkest Philharmonique de Monte Carlo onder de leiding van Thomas Fulton met Alfredo Kraus, June Anderson, John Aler en Jean Philippe Lafont. op Compact disc. EMI 7243575257-2 (2CD's)

2) Een tweede live opname van 2011 onder de leiding van de Nederlandse dirigent Antony Hermus, met de Nederlandse sopraan Ruzzafante als Elvira, Diego Torre als Masaniello en de Nederlandse bariton Wiard Withold als Pietro op Compact disc. CPO 777694-2 ( 2CD's)

" La Mour Sacré de la Patrie "

De Opera " La Muette de Portici van Auber en het duet " Amour Sacré de la Patrie " lag aan de basis van de geboorte van België in 1830 want na het zingen van dit duet is de Belgische revolutie losgebarsten. Dit is een historische opname gemaakt gedurende de Belgische eeuwfeesten van 1930. Fernand Ansseau en Tilkin Servais waren in die tijd wereldvedetten.

Yves Saelens in " La Muette de Poritici " als Masaniello

Yves Saelens zingt hier een fragment uit " La Muette de Portici " als Madaniello opname van 2008. Dit is een van de weinige mooie fragmenen van deze opera die beschikbaar zijn .

Historische opname van 1986 " La Muette de Portici " met Alfredo Kraus in de hoofdrol.

" La Muette de Portici " Masaniello en Fenella.

De rol van Fenella in de opera " La Muette de Portici " is eigenlijk bedacht voor een danseres , maar in deze productie is het actrice Elena Borgini.

Ballet fragment uit " La Muette de Portici ".

De hoofdrol in deze opera is een stomme rol maar gespeeld door een ballerina . Hier zie je een balletfragment.

" La Muette de Portici " een productie Theatro Petruzzelli.

Daniel Auber 1860

Librettist Eugéne Scribe.

Nicolas Prosper, Adolphe Nourrit en Cornelie Falcon.

Oudste opname van " La Muette de Portici. 1899

Dit is waarschijnlijk de oudste luister bare opname van een fragment uit " La Muette de Portici " op een HMV. cilinder opname 1899 tenor onbekend.

Adolphe Nourrit

Biografie.

Zij vroege carrière.

Franse tenor geboren op 2 maart 1802 en overleden op 8 maart 1839. Was één van de meest gewaardeerde operazangers van de jaren 1820-1830. Hij zong ook te Gent in 1828/29. Hij had reeds aan de Opera Comique te Parijs tal van opera's gecreëerd van componisten zoals Rossini, Meyerbeer, Auber en Halevy.

Hier te Gent zong hij in Glucks Orphée op 17 oktober 1828.

Adolphe is geboren en opgegroeid in Montpellier, zijn vader Louis Nourrit (1780-1831) was ook een gekende tenor. Louis heeft heel veel invloed gehad op zijn kinderen want ook de broer van Adolphe, Auguste was een goed tenor. Zij studeerden samen bij hun vader. Adolphe ging nog gedurende 18 maanden zijn studie afwerken bij Manuel del Populo Vicento Garcia.

Hij startte zijn professionele opera carrière op nog geen 20 jarige leeftijd in 1821 als Pylades in Gluck's " Iphigénie et Tauride " In 1826 volgt hij zijn vader op als eerste tenor de Opera Paris, Hij zou daar vaste tenror zijn tot 1836.

Zijn grote roem.

Tijdens zijn loopbaan werd hij ook leerling van Rossini met wie hij regelmatig zou samen werken. Hij schiep alle belangrijke tenor rollen in de Franse opera's van Rossini, namelijk Neocles in " Le siege de Corinthe " (1826) Amenothep in " Moise et Pharaon " (1827) en Arnold in " Guillaume Tell " (1829) . Hij was ook de eerste Masaniello in Auber's " La muette de Portici " (1828), Robert in Meyerbeers " Robert le Diable " (1831), Eleazar in Halevy's " La Juive " (1835) en Raoul in Meyerbeers " Les Huguenots ( 1836). Adolphe was een schoolvoorbeeld van de Franse Fort-tenor met een krachtige stem en een grote hoogte.

Sommige bronnen vermelden dat hij ook de rol van Masaniello zong op de beruchte 25 augustus 1830 te Brussel tijdens de uitvoering van " La muette de Portici " en hij dus aan de basis lag, met het duet: " Amour Sacré de la Patrie " Niks is minder waar want het was een ander duo de tenor  " Lafeuillade " en de bariton " Cassel " die de opera opvoerden op deze beruchte 25 augustus van 1830.

Zijn pedagogische invloed.

 Nourrit was in die priode zo beroemd, niet alleen door zijn operacreaties maar ook door tal van buitenlandse gastoptredens te Brussel - Gent - Luik en voor belcanto concerten en liederrecitals van Frans Schubert georganiseerd door Franz List, Chrétien Urhan, Alexandre Batta in de Parijse Salons.  Hij werd zelfs benoemd tot " Professeur de Déclamation pour la Tragedie Lyrique " aan het conservatotium van Parijs in 1827. Hij had verschillende succesrijke studenten zoals de sopraan " Connelie Falcon ". Hij nam nogal vroeg afscheid van het operapodium namelijk op 1 april 1837.

Op zoek naar de Italiaanse zangstijl.

Zijn doel was om naar Italië te reizen om zich daar de Italiaanse zangstijl eigen te maken en te gaan studeren bij de virtuoze tenor Battista Rubini die juist met zijn podiumoptredens was gestopt en die zijn carrière ging afwerken als zangpedagoog. Eigenlijk was het een vlucht en zoektocht naar een nieuwe carrière.

Hij verliet Parijs in december 1837 en trok naar Napels met de componist Gaetano Donizetti. Hij studeerde een opera van Donzetti in " Poluito " voor een première in Napels, die echter niet zou doorgaan. Ondertussen had hij hard gewerkt om de overmatige nasale resonantie uit zijn stem te krijgen en zijn toonvorming te verbeteren. Hij was echter zijn stem gelijdelijk aan het verliezen. Zijn vrouw die hem in 1838 was nagereisd was geschokt door zijn verminderd stemgeluid. Hij werd ook regelmatig ziek door een leveraandoening ( mogelijks veroorzaakt door alcolisme ) Hij zou toch debuteren in Napels in een opera van Saverio Mercodante " Il guinamento " zijn comeback vond plaats op 14 november 1838 en met succes.

Zijn leverziekte stak terug de kop op en zijn mentale toestand verslechterde danig zelfs zijn geheugen liet hem soms in de steek.Toch wou hij nog een benefietconcert geven op 7 maart 1839. Maar had een zware desillutie over zijn eigen prestatie en was zeer teleurgesteld in de reactie van het publiek, waardoor hij de volgende dag zelfmoord pleegde door van het balkon van zijn hotel te springen. Zijn lichaam werd teruggebracht Frankrijk  om te Parijs begraven te worden. Zijn vrienden Mendelssohn en Frederick Chopin waren bewonderaars van Nourrit. Chopin zou op zijn begraving het orgel bespelen met een transcriptie van Schuberts " Die gesternte ". zijn vrouw zou enkele maanden later ook overlijden na de geboorte van hun jongste zoon. Ze zouden samen begraven zijn op de begraafplaats van " Montmartre " te Parijs.  

  • Alexis Dupont (1796-1874)

    Biografie.

    Franse opera tenor geboren in 1796 en aldaar overleden 1874. Hij zong aan de Opera Comique van 1821 tot 1823 en aan de Opera van Parijs van 1826 tot 1841. Hij creëerde opera's van Rossini, Auber, Halevy en Meyerbeer. Hij was bevriend met Berlioz en creëerde een rol in de opera " Romeo en Julliete " in 1839 en zong het " Requiem " van Mozart op de begrafenis van Chopin in 1849. Hij is waarschijnlijk geboren in Parijs, Hij is wel opgegroeid in Parijs en studeerde er aan het conservatorium in 1818. Hij begon zijn carrière als zanger en maakte zijn debuut aan de Opera comique in 1821 als Azor in Gretry's (Luikse componist) " Zemir et Azor " en daarna de rol van Charles in Auber's " Emma ou la promesse imprudente " (1821). In 1823 verliet hij de Opera Comique om verder opleiding te volgen in Italië. Na zijn terugkeer naar Frankrijk maakte hij zijn debuut bij de Opera van parijs in 1826 als Pylades in Glucks " Iphigéne et Tauride " en bleef er zingen tot 1841.
    In 1827 zong hij in Berlioz' cantate " La mort d'Orphée " Berlioz deed mee met dit werk voor de prijs van Rome, de examinatoren van de wedstrijd verklaarden het werk onuitvoerbaar en de prijs ging naar Ernest Guiraud. Berlioz wilde hier hun ongelijk bewijzen en regelde een openbare uitvoering voor mei 1828 met Dupont als zanger. Maar op het kritieke tijdstip was Dupont ziek en moest Berlioz zijn programma aanpassen met zijn " Messe Solonelle (1824) voor het concert. Dupont had de tenor solo gezongen in Berlioz' dramatische symfonie " Romeo & Julliete bij de première in 1839. In 1844 nam hij ook deel aan een monsterconcert georganiseerd door Berlioz met 1025 uitvoerders, Dupont was één van de 100 tenoren. Hij zou nog tal van opera's creëren van Meyerbeer, Rossini, Mozart, Ambrois Thomas, Charles Gounod, Adolphe Adam enz....
    Hij was gehuwd met een bekende ballerina Felice Noblet in 1817, ze werkte verder onder de naam Dupont, zij zou overlijden in 1877. Ze was de zuster van Lise Noblet, die de titelrol danste in Auber's "La Muette de Portici in 1829 waar ook haar schoonbroer een zingende rol had. Dupont nam afscheid van het operapodium maar bleef nog concerten zingen tot 1856. In dat jaar was hij ook betrokken bij een sex-schandaal voor het verkrachten van een 21 jarig meisje waarvoor hij werd veroordeeld tot 15 maand gevangenisstraf. Hij stierf te Parijs op 29 mei 1874.

  • Lise Noblet ( 1801-1852)


    Biografie.

    Marie-Elisabeth Noblet beter bekend onder haar artiestennaam, was een Franse ballerina aan de Opera van Parijs. Geboren te Parijs op 24 november 1801 en aldaar overleden september 1852 . Ze debuteerde in het ballet in 1819 in een " pas de deux " en zij danste de belangrijkste balletten van Pierre Gordel. Een belangrijk hoogtepunt in haar carrière was de titelrol Fenella uit de Opera " La Muette de Portici " van Daniel Auber. Ook haar zus Felice Noblet was ballerina deze was gehuwd met de Franse tenor Alexis Dupont. Lize was gehuwd met General Claparéde die nog gediend had bij Napoleon Bonaparte. Ze verliet het opera- en balletpodium met de dood van haar man in 1841. Zij zelf overleed 10 jaar later te Parijs.

  • Laure Cinti-Damoreau (1801-1863)

    Biografie.

    Geboren te Parijs op 6 februari 1801 en aldaar overleden op 25 februari 1863. Ze was een beroemde coloratuursopraan in de eerste helft van de 19° eeuw en werkte sterk samen met Rossini. Haar meisjesnaam was eigenlijk Laure-Cinthe Montalant. Ze volgde muziek, zang en piano aan het conservatorium te Parijs. Ze debuteerde te Parijs aan het Theater Italien in Martin Soler's " Una casa rara " op 10 januari 1816. Het theaterbedrijf ging failliet en ze verhuisde naar een andere locatie waar ze debuteerde als Cherubino in Mazart's " Le Nozze di Figaro " en als Rosina in Rossini's " Il Barbiere di Seviglia " in 1822 zong ze reeds te Londen aan het King's Theater. Ze keerde terug naar huis , werd ook leerling van Rossini en werd lid van de Opera van Parijs waar ze tot 1835 zou blijven. Ze creëerde tal van opera's van Rossini, Meyerbeer " Le jour de Reims " (1826), " Moise et Pharao " (1827) , " Guillaume Tell " (1829), " Robert le Diable " (1835) . In die periode gasteerde ze ook aan de Munt te Brussel en vooral te Gent waar ze optrad in opera's van Auber en Rossini onder andere in Rossini's " Il Barbiere di Seviglia " als Rossina op 17 en 26 december 1827. Maar in 1835 kreeg ze concurrentie van de opkomende dramatische sopraan Cornélie Falcon, en ze verhuisde naar de concurrerende Opera Comique te Parijs waar ze bleef tot 1841. Daar specialiseerde ze zich in het werk van Auber. Ze had in die periode ook een internationale carrière, ze ging op tournee naar Amerika in 1844 met de violist Alexandre Artot en gaf recitals tot 1848. Ze werd ook nog Professor zang aan het conservatorium van Parijs van 1833 tot 1856. Ze publiceerde een cursus zang " Classic Belcanto Technique. Ze stierf te Chattilly in 1863 en is ook begraven op de rustplaats van Monmartre.

Lise Noblet (1801-1852) Franse ballerina die de hoofdrol Fenella in de opera " La Muette de Portici " van Auber vertolkte tijdens de Parijse première 1828.

Laure-Cinti Damoreau (1801-1863) Franse coloratuursopraan die de rol van Elvire uit de opera " La Muette de Portici " van Auber vertolkte tijdens de première te Parij in 1828

Hector Berlioz (1803-1869) Frans componist en persoonlijke vriend van Alexis Dupont.

  • Fernand Prévôt (1800-1879)

    Biografie.

    Een Franse bas-bariton geboren op 2 mei 1800 en overleden 1879. Zijn achternaam wordt soms ook geschreven als Prévost. Hij werd geboren te Causadde ( Tarne Garonne) Hij studeerde ook aan het conservatorium te Parijs en won de eerste prijs vocalise en zang in 1823. Hij was de zoon van de operazanger Alexandre Prévost. Hij debuteerde eerst in het koor van de Opera van Parijs in 1818. En hij maakte zijn debuut als solist in Gretry's " Anacreon chez Polycrote " in maart 1824. Hij zong diikwijls in de opera's samen met zijn vader. Hij genoot wel van een vrij lange carrière in kleine rollen van belangrijke opera's. Hij verliet het podium in 1857 en overleed in Vulaines in 1879. Van zijn vader Alexandre Prévost vind men zéér weinig gegevens terug alleen weet men dat hij ook in Rossini's " Guillaume tell de rol van de Oostenrijkse Gessler heeft vertolkt en zijn zoon Leuthold een herder in augustus 1829

  • Eugéne Massol (1802-1887)

    Biografie.

    Jean Etienne-Auguste Massol beter bekend als Eugéne Massol was een Frans tenor geboren op 23 augustus 1802 en overleden op 3 oktober 1887, later evolueerde hij naar bariton. Hij studeerde ook aan het conservatorium van Parijs en won eveneens de eerste prijs zang in 1825 en in dat zelfde jaar maakte hij zijn debuut als Lucinius in Spontini's " La vestale " aan de Opera van Parijs. Hij zong vooral secundaire tenorrollen tot in de late jaren 1820. Nadien werd hij steeds meer aangetrokken om baritonrollen te brengen. In 1845 ging hij naar Brussel waar hij een toonaangevende bariton werd vooral in de titelrol van Verdi's Nabucco in zijn eerste optreden aan de " Theatre Royal de la Monnaie " Hij werd zelfs directeur van de Munt in Brussel van 1848/49. Hij zong in die periode ook te Londen aan de " Koninklijke opera in Covent Garden. In 1850 keerde hij terug naar Parijs en bleef daar als een van de belangrijkste baritons van zijn generatie tot hij afscheid nam van het podium in 1858. Hij stierf te Parijs op 30 oktober 1887. Hij creëerde niet minder dan 19 opera's van componisten zoals Rossini,Auber, Halevy, Meyerbeer en Verdi.

  • Henri Bernard Dabadie (1797-1853)

    Biografie.

    Franse bariton geboren 1797 in Pua en overleden Parijs 1853. Vertolkte vele Rossini en Auber rollen. Hij studeerde ook aan het Parijse conservatorium en debuteerde in 1819 als Cinna in " La Vestale " van Spontin. Later creëerde hij rollen in Rossini's " Guillaume Tell " en " Le Conte d'Ory " , en ook Pietro in " La Muette de Portici " van Auberion 1828. Hij zong ook in Italië waar hij Belcore in Donizetti's " L'elisir d'amore " zong in Milaan in 1832. Hij was gehuwd met de sopraan Louise Zulmé Leroux (1796-1877) Ze creëerde ook de rol van Sinaide in " Mosé in Egitto " en " Jemmy in " Guillaume Tell " van Rossini.

Eugéne Massol de Franse tenor die later bariton werd en zelfs directeur van de Munt schouwburg van 1848 & 1849 .
foto van 1850.