Célestine Galli-Marié (1837-1905)

Célestine Galli Marié creëerde de rol van Carmen in de gelijknamige opera van Bizet aan de Opera Comique te Parijs 1875. Ze zong deze rol ook te Gent in 1882.
Foto: privécollectie

Geboren te Parijs november 1837 en overleden te Vence op 22 september 1905. Zij was de Franse mezzo-sopraan die bekendheid kreeg als diva die de titelrol van Bizet's opera " Carmen " creëerde in 1875. Ze heeft de rol van ' Carmen ' niet alleen gecreëerd maar over  gans Europa bekend gemaakt en vertolkt. Ze gasteerde aan de meeste grote operahuizen zoals  Parijs, Straatsburg, Lissabon, Napels, Genua, Barcelona, Lyon, Dieppe, Londen, maar ook aan de Belgische operahuizen zoals Luik, Brussel en Gent (1882). Ze was zo beroemd door het werk van Bizet dat men haar naam gebruikte om de typische stem van Carmen, de Franse hoge mezzo, te benoemen, men sprak dan van de Galli-Marié stem, zoals van de Bariton-Martin. Een typische mode indertijd om een stemsoort te benoemen naar een belangrijk vertolker.

Ze groeide op in een belangrijke muzikale familie. Ze leerde zingen van haar vader Mécène Marié-de-l'Isle, hij had zelf een succesvolle carrière aan de opera en haar moeder was een professionele pianiste. Op 15 jarige leeftijd trouwde ze met een beeldhouwer Galli, die reeds in 1861 overleed en waarvan ze Galli-Marié als artiestennaam aannam.

Ze debuteerde in 1859 te Straatsburg en zong reeds in het Italiaans in Lissabon. Emile Perzin de toenmalige directeur van de Opera-Comique te Parijs hoorde haar tijdens een voorstelling van " Les Filles Bohémien " van Michaël William Bolfe in Rouen en bracht haar naar Parijs waar haar roem verzekerd werd na de creatie van de rol " Carmen " uit de gelijknamige opera van Bizet in 1875. Er circuleerde een verhaal dat ze tijdens de  33ste uitvoering van deze opera op 2 juni 1875 een voorgevoel had van Bizets dood terwijl ze kaartenscéne in de derde akte zong. Ze viel flauw toen ze het podium verliet, Bizet zou inderdaad die nacht overlijden , de volgende voorstelling werd afgelast vanwege haar malaise.

Ze zong aan de Opera-Comique tot 1885. Ze zong er de premières van Pergolezi's " La Serva Padrona " (1862), Thomas " Mignon " (1866) , Bizets " Carmen " (1875) ze creëerde er ook  nog Lazaville in " Don Ceras de Bazau ", Vendredi in " Robinson Crusoé ", de titelrol "Fantasio ", Lara in " Le Capiteine Henriot ", Fio d'Aliza, La Petite Fadette, Piccolino, Taven in Gounods Mireille, Rose Friquet in " Les dragons de Villars " Eind der jaren 1860 en de vroege jaren 1870 werd ze verliefd op de componist Emile Paladilhe en werden ze minnaars. Rond 1880 begon ze haar internationale carrière door een rondreis door Europa vooral met het vertolken van " Carmen " Zo werd ze  ook gevraagd te Gent op 10 maart 1882 om Carmen te brengen, vijf jaar na de première alhier door de Franse Mezzo Céline Mézeray op 9 maart 1877.  Zij zong toen aan alle grote Belgische operahuizen van Luik, Brussel, Gent en vermoedelijk ook te Antwerpen.

Ze keerde terug naar Parijs naar de Opera Comique om er haar afscheid van het podium te vieren op een benefietconcert voor een monument voor Bizet. Ze zong er aan de zijde van twee wereldsterren Nelli Melba en De Rezske. Dit zou haar laatste optreden worden. Ze ging haar verdere leven wijden aan het onderwijs en werd te Parijs zangpedagoge. Zo zou een van haar leerlingen, haar nicht Jeanne Marié-de-l'Isle, ook Carmen zal zingen te Gent in 1904 en 1910 naast de beroemde tenor Leon Campagnola als Don José. Ze stierf te Vence in de buurt van Nice in 1905.

Haar zussen Irma en Paola waren ook professionele zangeressen. Irma zong rollen in " L'amour Chanteur "  in 1864 en in " Les Bergers in 1865, zij maakte wel een tournee door de Verenigde Staten alvorens terug te keren naar de Opera Comique te Parijs, Paola, haar tweede zus was een vooraanstaande operettediva zong vooral premières van operettes van Charles Lecocq zij trok ook naar Amerika. Galli-Marié zong wel samen met haar zus Irma in " Madeleine " in het Théatre des Bouffes- Parissiens in 1869. 

   

Cécile Mézeray (1859-1913)

Cécile Mézeray ze debuteerde te Gent in de rol van Carmen op 9 maart 1877 en was hier te Gent de allereerste Carmen.
Foto: privécollectie.

Cecile Mézeray is een Franse mezzosopraan die het grootste deel van haar carrière zou doorbrengen aan de Belgische operahuizen, Luik, Brussel, Gent en vermoedelijk ook te Antwerpen. Te Gent zong ze de première voor België van " Carmen " . Ze was amper 18 jaar, op 9 maart 1877 en 14 dagen later zou ze de première aan de Munt te Brussel zingen. Te Gent zong ze aan de zijde van de tenor Séran als Don José en de bariton Isaac als Escamillo.

Haar vermoedelijke geboorte datum is ergens in 1859 andere bronnen spreken van 1837 ?????? . Ze was één van de drie dochters van de muzikant-dirigent Charles Mézeray geboren 1810 in Brünswick. Hij was verbonden aan de " Grand Théatre de Bordeaux ". Céline had niet alleen conservatorium gelopen voor zang maar ook voor harp. Ze zong Rosina in de " Barbier de Sevilla " in april 1877 en op 27 mei 1878 als Esabelle in " Le Préaux Clers " van Ferdinand Hérold. Ze verdiende toen reeds 3000 frank /maand, in 1878 zong ze ook in Donizetti's " La fille de Régiment ". In 1882/83 zong ze aan de Munt in " Jean de Nivelle " van Leon Delibes in 1885 bracht ze Catherina de Médicis in de première " Saint-Mégrin met groot succes men prees haar voor haar " impeccable talent ". Ze zong Rosina in de 100 ste voorstelling van de " Barbier de Sevilla " aan de Opera-Comique en aldaar ook de 500 ste voorstelling van " Mignon " Ze zong ook nog in menig andere opera's zoals Laurettes in " Richard Coeur de Lion " en in december 1880 Carmille in Zampa. In 1883 kwam ze in conflict met Carvalho de directeur van de Opera-Comique in verband met een zangrol en ze verliet de opera voor een korte tijd. Ze kwam terug in België zingen vooral te Luik en Brussel. We vermoeden ook sterk te Antwerpen in " Carmen " want we hebben noties gevonden in een cultureel tijdschrift van die tijd " l'Art des Artistes " van 1879 waarin staat dat ze vervangen werd wegens ziekte . Ze zou nog zingen tot 1890 nadien moet haar carrière gestopt zijn, want we vinden geen gevens meer terug . Ze verdwijnt in de anonimiteit haar vermoedelijke overlijdensdatum is 1913. Het is dikwijls zo in die tijd dat de zéér jonge begonnen diva's al na een korte zangcarrière waren uitgezongen en ze na een huwelijk het podium verlieten en verdwenen in de anonimiteit.   

Jeanne Marié-de-l'Isle (1872-1926)

Jeanne Marié-de-l'Isle nicht en leerling van Galli-Marié zong ook te Gent de rol van Carmen in 1904 en 1910 .
Foto: van 1904 privécollectie

Jeanne Marié-de-l'Isle ook een Franse mezzospraan die het grootste gedeelte van haar zangcarrière aan de Belgische operahuizen van Luik Brussel en Gent heeft gezongen. Haar moeder Marie Marguerite Desirée, haar vader Jean Baptiste Marié-de-l'Isle hij was de broer van Claude Marié-de-l'Isle die de vader was van Galli-Marié.

Jeanne was een leerlinge van Galli Marié haar nicht. Ze debuteerde in " Lakmé " als Mallika in 1896 en in " Cinderella " van Massenet als Dorothy in 1899. Ze debuteerde eveneens in " Carmen  " als Mercédes in 1900 te Gent. In 1904 zong ze de rol van Carmen in deze opera naast de beroemde tenor Leon Capagnola als Don José die hier te Gent debuteerde in " Tosca " en " La Bohéme " van Puccini. Ook in 1910 zou ze dit nog eens overdoen ook aan Leon Campagnola's zijde samen met de bariton Daniel Vigneaux die dan Escamillo zong. Ze werd gevraagd om aan de Opera Comique te Parijs te gaan zingen , ze deed dit van 1910 tot 1917. Ze creëerde ook nog de rol van de moeder in de opera " Louise " van Charpentier en zong nadien nog Charlotte in " Werther " en ook de titelrol in " Mignon ". Na de WO I nam ze afscheid van het podium en verdween ook in de anonimiteit ze zou in 1926 op 54 jarige leeftijd overlijden. 

Mina Bolotine (1904-1973)

Mina Bolotine zong ook te Gent de rol van Carmen in 1941/42.
Foto: van 1942 Operabilia

Opera Gent had zijn wereldster Rita Gorr, maar Antwerpen had een even grote diva wel 22 jaar ouder namelijk Mina Bolotine. Zij zong niet alleen aan de Belgische operahuizen maar ook aan grote Duitse  met een hoogtepunt in haar carrière toen ze gevraagd werd als Wagnervertolkster te Bayreuth.

Haar eigenlijke naam was Wilhelmina Verhoeven. Ze werd geboren te Antwerpen op 20 april 1904 en studeerde aldaar aan het conservatorium bij Aaltje Noorderweir-Reddingius voor zang , dramaturgie en toneel bij Scolari in Italië en bij Roentgen in Duitsland. In 1927 debuteerde ze aan de KVO Antwerpen als Reinhilde in " De Herberg Princes " van Jan Blockx. Ze bleef er ruim 10 jaar zingen aan het Antwerpse operahuis. Van 1937 tot 1954 zong ze ook aan de Munt van Brussel en van 1934 tot 1958 zong ze ook te Gent. Ze zong er vooral de Franse opera partijen. Ze zong zowel te Antwerpen als te Brussel in 1951 de premiére van Stravinsky's " The Rakes Progress " ze zong ook de moeder in   Menotti's " The Consul " ze zou te Brussel nog gasteren tot 1958. Tussen 1956 en 1959 zong ze aan de staatsopera van Hannover. Ze gasteerde  aan de Bayreuther Festspiele in 1854/55 als de derde Norn in de Nibelungenring. Ze was ook gast aan de Staatsopera te Berlijn, werd  gevraagd in Nederland, Spanje en Zwitserland. Ze kwam ook aan de bak als concertzangeres. Ze zong zowel rollen voor dramatische sopraan als voor     mezzosopraan . Venus in " Tännhauser ", Isolde in " Tristan ", Kundry in " Parsifal " Brünhilde in de " Ring " titelrollen in " Alceste " von Gluck, Orheus, de titelrol in "Carmen " van Bizet, Princes Eboli in Verdi's " Don Carlos ", Charlotte in " Werther " van Massenet, Marguerite in " Le Roy d'Ys van Lola en in Elektra van Richard Strauss.

Van 1959 tot 1961 had ze de leiding als directie van de KVO. Antwerpen en werd ze professor zang aan het conservatorium van Brussel. Eén van haar leerlingen was bariton Jef Vermeersch. Ze overleed op 13 juli 1973 te Antwerpen..  

Lucienne Delveaux 1916-2015

Lucienne Delveaux, deze Luikse alt debuteerde te Gent in 1947 en zong Carmen in het speelseizoen 1950/51.
Foto: Privécollectie

Deze Belgische mezzosopraan werd op 10 oktober 1916 in Luik geboren. Ze studeerde in haar geboortestad en maakte haar operadebuut op 20 oktober 1947 aan de Koninklijke Opera van Gent in de " Bruid der zee " van Jan Blockx. Daarna zong ze nog drie operaseizoenen te Gent, waarin ze in 1950 de titelrol van "Carmen " bracht .

Van april tot november in 1951 werkte ze in Nederland mee aan de operaconcerten van het Rotterdamse opera koor. In mei 1951 zong ze voor de AVRO radio in Hilversum Dalida en " Samson en Dalila ". Van Gent ging ze naar Antwerpen en nadien naar de Munt van Brussel. Daar zong ze in het operaseizoen  1953/54 de titelrol in " Carmen " ook de titelrol in " Orphée " von Gluck, Fricka in " Die Walküre " van Wagner en Charlotte in " Werther ". In het seizoen 1954/55 opnieuw " Carmen ", maar nu ook Dulcineé in " Don Quichotte " van Massenet en Magdalena in " Rigoletto " van Verdi. In 1959 was ze nogmaals terug aan de Munt voor één van haar belangrijkste rollen de Prieure in " Dialogues des Carmelites van Francis Poulenc een rol die ze in dat zelfde jaar zou brengen te Gent, Charleroi, Oostende, Luik en Luxemburg. Ondertussen liep haar carrière ook internationaal als een trein. In 1955/56 zong ze bij de l'Opera van Parijs de rol van Amneris in Verdi's Aida en Ortrud in Wagners " Lohengrin " In Gent bleef ze zingen tot het seizoen 1962/63 ze maakte ook tal van gastoptredens in Bordeaux, Toulouse, Straatsburg, Nantes, en in Nederland.

Ze vertolkte over haar ganse carriére niet minder dan 101 verschillende operarollen en evenveel opera's, waarvan de belangrijkste " Carmen " 119 x, " Amneris " 68 x, " Dalila " 50 x, " Herodiade " 48 x, " Azucena " 30 x, " Ortrud " 33 x, Orpheé 19 x, de 9 de Symphonie van Beetoven (de altpertij)  11 x, Brangäne 20 x, La belle Dulcinée 17 x, la mére in Louise 21 x en nog tientallen andere rollen voor een totaal van 1163 operavoorstellingen.

Ze zong ook nog concerten en oratoria uitvoeringen in Nederland, Oostenrijk en Noord-Afrika. Na 23 jaar podiumcarrière nam ze afscheid van haar operapubliek in België en Frankrijk en begon ze een tweede loopbaan in het onderwijs als professor zang van 1968 tot 1974 aan het koninklijk conservatorium van Luik en later tot 1982 aan de academie van Chênée. Haar stem is vastgelegd in de rol van Gertrude op een intregrale opname van " Hamlet " onder de leiding van André Cluytens in 1969 en verkrijgbaar op twee CD's in de serie Musique de Wallonie " ( MEW 0739-0740) een radio live opname. Ze overleed op 99 jarige leeftijd op 9 juni 2015 amper drie maand voor ze 100 jaar zou worden.