" Falstaff "

Komische opera van Verdi in drie akten en zes tonelen.

Libretto van Arrigo Boito naar Shakespeares " The Merry Wives of  Windsor " .

Inleiding. 

Verdi had zich eigenlijk al op pensioengerechtigde terug getrokken op zijn landhuis in San'Agata toen de librettist van zijn opera " Otello " , Arrigo Boito, aan het begin van de zomer 1889 met een voorstel kwam: een opera op basis van William Shakespeares komedie " The Merry Wives of Windsor " . Verdi was niet de eerste componist die dit onderwerp van Shakespeare had gebruikt er waren er nog 5 voor hem. Peter Ritter (1794), Karl Ditters (1796), ook Antoinio Salierie had het onderwerp gebruikt onder de naam " Falstaff " in 1799 en in 1834 heeft Otto Nicolai zijn " Die Lustige Weiber von Windsor " gecomponeerd dit laatste werk was tot dan toe het meest bekende populaire werk.

Verdi was wel enthousiast over Boito's schetsen van " Falstaff " maar hield nog altijd rekening met zijn ongelukkige ervaringen bij zijn enige komische opera " Un Giorno Di Regno " van bijna vijftig jaar vroeger die op een totale fiasco was uitgelopen. Daarbij was in 1889  Verdi al 75 jaar en kwamen de kleine ongemakken van zijn hoge leeftijd ook de kop opsteken. Hij heeft zich toch laten overhalen op voorwaarde dat deze samenwerking op zijn tempo verliep en onder totale geheimhouding verliep zonder tijdsdruk. Verdi componeerde zijn laatste opera zuiver voor de lol.

Rolverdeling.                              Stem.                    Eerste Cast.

Sir John Falstaff                                       bariton                            Victor Maurel

Fenton                                                   tenor                               Eduardo Garbin

Ford, burger van Windsor                          bariton                             Antonio Pini-Corsi

Alice Ford, zijn vrouw                               sopraan                            Emma Zilli

Nanetta, zijn dochter                               lichte sopraan                   Adelina Stehle

Meg, page vriendin van Alice                     mezzo-sopraan                  Virginia Guerrini

Dame Quickly                                          alt                                   Giuseppina Pasqua

Dr. Cajus, Frans avonturier                        buffo-tenor                       Giovanni Paroli 

Bardolfo, knecht van Falstaff                     tenor                               Paolo Pelagalli

Pistola, knecht van Falstaff                       bas                                  Vittorio Arimondi

Tijd en plaats: Windsor tijdens de regering van Hendrik IV.

Akt. 1

1° Toneel: in de herberg " De kousenband " in Windsor

Zonder ouverture of voorspel gaat het doek al open op de drede maat. Falstaff heeft zijn intrek in de herberg " De Kousenband " genomen. Hij wordt door de verontwaardigde Dr.Cajus ter verantwoording geroepen. Falstaffs knechten, Bardolfo en Pistola hebben hem eerst dronken gevoerd en toen beroofd. Falstaff neemt eerst niet veel aandacht aan de klacht en verhoort daarna oppervlakkig zijn knechten die alles heftig ontkennen. Dr. Cajus gaat onvericht terzake heen, zwerend dat hij , ooit nog eens de herberg zou bezoeken, alleen nog zal drinken met eerlijke mensen. Een uitspraak waar Bardolfo en Pistola " Amen " zingen. 

De uitbundige stemming wordt echter wordt echter wel gedrukt door de rekening van de waard. En Bardolfo weet uit Falstaffs beurs niets meer te persen dan twee marken en een penny wat aan Falstaff een eerste uitbarsting ontlokt ( " So che se andiam la notte " ) . De heren kosten hem te veel geld. Weliswaar spaart Bardolfo hem olie uit doordat diens glimmende neus hem 's avonds tot lantaarn kan dienen, maar wat hij uitspaart gaat weer aan wijn op om die neus te laten glimmen. Wat zou er gebeuren als Falstaff zijn figuur zou verliezen? Hij heeft er echter iets op bedacht. Er is een zekere burger in de stad die Ford heet en deze heeft een mooie vrouw die de sleutel van de geldkist beheert. Die gaat hij het hof maken, want hij weet dat hij onweerstaanbaar is voor de vrouwen. En dan is er nog een andere een zekere Meg. Nu heeft hij beide dames een brief geschreven om met de beide dames een rendez-vous te maken. Bardolla moet nu de ene brief en Pistola de andere brief wegbrengen. Maar de beide heren voelen er zich te netjes voor " zijn ze misschien bandieten " ? Hun eer verbiedt hun dit te doen. Falstaff roept zijn  page en draagt, die op de brieven te bezorgen dan houdt hij een indrukwekkende rede ( L'onore ? Ladri ? ) Wat is er eigenlijk? Het is niets, een woord, wind ! En hij kuiste de twee knechten met de bezem de herberg uit.

2° Toneel: en straat voor het huis van Ford. 

Alice ontmoet haar vriendin Meg, waarbij zich dame Quickly voegt. De twee eerste dames hebben elk een brief ontvangen en vergelijken die met elkaar. Ze blijken behoudens de naam identiek te zijn ! Dat is iets dat ze hem betaald zullen zetten. Een acapella kwartet ( want de jeugdige Nanette is getuige van dit gesprek) volgt ( Quell 'otre ! quel tino). Intussen komt een groep mannen op, met Ford als middelpunt. Bardolfo en Pistola komen om Falstaffs plan te verraden , terwijl Fenton tegelijkertijd vruchteloos aan het woord tracht te komen om de hand van Nanetta te vragen. De twee groepen samen vormen een nonet. Van de verwarring maken Fenton en Nanettea gebruik om enkele woorden te wisselen. Het is echter een liefdesduetje met interrupties. De dames smeden een complot om Falstaff in de val te lokken. Dame Quickly zal hem bezoeken als boodschapster. Wederom volgt een vluchtig liefdesduetje tussen Fenton en Nanetta en daarna is het de beurt aan de mannen om een complot te smeden. Ford zal eveneens een bezoek aan Falstaff brengen, maar incognito. De vrouwengroep komt weer op en terug volgt een nonet. Het laatste woord is echter aan de vrouwen, en in dit geval kan men zeggen , wie het laatst zingt, lacht het best.

Akt. 2

3° Toneel: terug in de herberg " De kausenband " .

Bardolfo en Pistola komen weer vragen om in Falstaffs gunst te komen en kondigen haastig een bezoek van een vrouw aan.Dit is dame Quickly, die diepe revérence ( le revérenza ! ) haar entre maakt. Met veel plichtplegingen gevlei deelt ze Falstaff mee daty Alice Ford zoijn smeekbede verhoord heeft en hem bij zich thuis verwacht tussen twee en drie (Dallo due alletre ) , een tijd waarop haar jaloerse echtgenoot altijd van huis weg is. Falstaff is in de wolken. Er is echter een tweede boodschap ..... van Meg page. Enigzins onbehaaglijk vraagt Falstaff of de ene van de andere weet, maar Quickly stelt hem gerust. Vrouwen zijn nu eenmaal lichtzinnig en luchthartig! Met een nog dieper buiging gaat ze weer weg. Falstaffs humeur is op zijn vrolijkst mmar ook op zijn hoede ( Va, vecchio John, va per la tuavita ) . Maar zijn spreekuur is  nog niet ten einde. Buiten komt Bardolfo hem het bezoek van Signor Fontana aankondigen, die al eerder zoijn visitekaartje heeft afgegeven in de vorm van een groot kruik wijn. Hij wordt dan ook in audientie toegelaten , en blijkt niemand anders te zijn dan Ford. Deze steld zich voor als een bemiddeld persoon die niet op een zware beurs ziet als het gaat om iemand te helpen. Falstaff accepteet die beurs zonder plichtplegingen en krijgt te horen dat dan Fontena verliefd is op een zekere Alice ford. De dame is echter onwaarschijnlijk kuis, en beantcwoordt zijn avances met het zingen van madrigalen. Tja maar wat kan Falstaff daar aan doen ? Wel hij is een man van de wereld, en als hij nu eerst Alice zou weten te verleiden, dan zou het hek van de dam zijn, en kreeg ook Fonana de kans bij haar. Gemakkelijk verdiend geld ! Te meer dat Falstaff al kan medelen al een afspraak met haar gemaakt te hebben, tussen twee en drie. Dat wil zeggen over een half uurtje ! Ford-Fontana valt bijna uit zijn rol van verontwaardiging en verbazing. Terwijl Falstaff zich binnes kamers zich wat gaat opdoffen voor het rendez-vous, zingt Ford zij n grote monoloog over de jaloezie ( " E signo' o realta ....)- Hij prijst die eigenschap, zonder welke hij ongetywijfeld van symbolische hoorns voorzien zou zijn. Falstaff komt nu in zijn beste opschik terug en vraagt hem een eind te vergezellen. Beiden gaan gearmd de deur uit, hetgeen gezien door Falstaffs omvang niet gemakkelijk is.

4° Toneel: een vertrek in Fords huis.  

Op de achtergrond een groot erkerraam dat uitziet op de Theems. Alice is bezig het decor klaar te maken voor Falstaffs bezoek, Meg en Nanetta helpen haar daarbij. Dame Quicky komt verslag uitbrengen van haar bezoek aan Falstaff en geeft een smeuïg relaas . Alleen Nanetta is verdrietig, het geen t en slotte haar moeder opvalt. De rede is dat Ford haar wil uithuwelijen aan Dr.Cakjus, terwij ze haar hart aan Fenton geschonken heeft. Laat dat maar aan mij over zegt Alice, waardoor er unanieme vreugdestemming ontstaat. Deze scéne eindigt met een kwartet ( " Gaje comari di Windsor " ) Quickly signaleert dat Falstaff nadert van Falstaff, waarop de vrouwen zich terug trekken en Alice gitaar spelend achter laten. Falstaff maakt zijn entrée ( " Alfin ho colto ragyiante fior " )en begint Alice op een hoffelijke wijze het hof te maken. Weliswaar heeft hij nu een enorm gewicht, maar eens kon  hij door ringetje gehaald worden toen hij  nog page was ( " Quand'ero paggio ") . Kort daarop komt Quickly de deur binnenvallen met de melding dat Meg , Alice wil spreken. Falstaff verschuilt zich achter een kamerscherm en krijgt te horen dat Meg Alice komt waarschuwen dat Ford weet heeft dat Falstaff bij haar op bezoek is en nu met half Windsor achter zich aan op weg is naar zijn huis . Inderdaad komt Ford binnengestormd, gevolgd door Bardolfo en Pistola, Fenton , Cajus en een paar dozijn anderen. Hij verwijt zijn vrouw haar ontrouw, waarop deze niet reageert. Men begint een huiszoeking, waarbij onder andere een gereedstaande wasmand binnenste buiten gekeerd wordt. Achter het scherm kijkt niemand. De meute stormt nu de trap op om de slaapkamer te doorzoeken en van deze gelegenheid maken Alice en Mag gebruik om Falstaff in de zojuist geïnspecteerde wasmand te duwen. Fenton en Nanetta glippen achter het vrijgekomen kamerscherm en beginnen daar een vrijage, zonder zich van al dat rumoer iets aan te trekken.

De menigte stormt binnnen, intussen heeft Alice zich naar een andere kamer begeven, Ford merkt haar afwezigheid, en in een plotseling ingetreden stilte hoort men achter het wandscherm een luide kus. Daar zit ze dan toch met die dikke ridder te vrijen ! In een langdurig ensemble bereidt men zich voor op een verovering van het scherm, dat ten slotte wordt omgestoten en waarachter men Fenton en Nanetta vindt. Dan maar weer een andere kamer doorzoeken. Alice komt vlug te voorschijn en geeft haar knechten de opdracht de wasmand door het raam in de Theems te schudden. De terugkomende Ford en zijn aanhangers zijn nog juist getuige hoe Falstaff op deze wijze een onvrijwillige duikeling maakt. 

Akt.3

5°Toneel: voor de herberg.

Falstaff zit als een natte kater in de avondzon, te mijmeren over zijn avontuur. Hij ziet alles duister in, zijn zelfvertrouwen heeft een deuk gekregen ( monoloog: " Mon doladro " ). Een glas wijn dat hem door de herbergier gebracht wordt doet zijn optimisme echter herleven. Met een enorme crescendo-triller van het orkest hoort men hoe hij als grote kater begint te snorren. Een plotseling weerklinkende " Reverenza " aan zijn elleboog doet hem bijna in een slok stikken. Het is Quickly die de excuses van van Alice komt overbrengen. En weer laat Falstaff zich paaien. Hij leest het briefje en Quickly legt hem uit waar het volgende rendez-vous zal plaatsvinden. In het bos van Windsor, om middernacht.

Daar is een legende aan verbonden van de zwarte jager die daar werd opgehangen en nu als een geest verschijnt met een enorm gewei op zijn hoofd. Falstaff moet zich als die zwarte jager verkleden. Terwijl ze dit alles vertelt, lokt ze Falstaff mee de herberg in waarop Alice, die komt aangelopen de rest van de legende vertelt aan Ford, Meg, Nanetta en de anderen die in het complot zitten. Men zal zich namelijk als geesten, elfen en feeën verkleden en zo Falstaff een les leren. Nanetta zal de elffenkoningin zijn in een wit kleed met roze. Intussen beraamt Ford een complot in het complot, door aan Dr.Cajus te zeggen dat die van maskerade gebruik zal maken Nanetta aan hem uit te huwelijken. Cajus kent haar kostuum, zodat hij haar ook gemaskerd zal kunnen herkennen. Het doek valt terwijl men uit de verte de vrouwen nog laatste instructies aan elkaar hoort geven.

6°Toneel: het bos van Windsor om middernacht.

Bij de grote eik van Herne, " de Zwarte Jager " . In de verte weerklinkt hoorngeschal. Fenton, in afwachting, zingt een liefdesaria ( "dal labbro il canto estasiato vola " ), waarin de laatste frase door Nanetta beantwoord wordt. Hij wordt door Alice en Meg gemaskerd en over de snode plannen van Ford ingelicht. Door een kostuumverwisseling zal men de heren echter op een dwaalspoor brengen. Klokslag middernacht verschijnt Falstaff, als Herne verkleed. Hij hoeft niet lang te wachten voor hij voetstappen van Alice hoort, die op de voet gevolgd wordt door Meg. Falstaff kan echter wel twee vrouwen tegelijk aan, maar krijgt geen kans, daar beiden gillend weglopen. Een hele schaar bovennatuurlijke wezens zwermt het bos in en Falstaff verschuilt zich achter een grote wortel van de eik. Nanetta zingt, als elfenkoningin, een aria ( " Sol fil d'un soffio etesio " ) ,maar de tedere elfen zijn in de minderheid tegenover de kobolden en de andere wezens. Deze ontdekken Falstaff, en daar geen menselijke wezens hen mogen bespieden gaan ze hem straffen. Falstaff wordt omsingeld door stekende en knijpende en slaande wezens, die hem ten slotte als een biervat over de grond rollen. Een van de demonen ruikt verdacht veel naar brandewijn. In zijn ijver verliest deze zijn masker en zo herkent Falstaff in hem zijn knecht Bardolfo. In een meesterlijke tirade scheldt Falstaff hem de huid vol, wat aan de omstaanders een hartelijk " Bravo " uitlokt. Daar Falstaff het enorme gewei op het hoofd heeft, vraagt Ford hem ironisch wie nu de hoorns draagt. Falstaff kent hem nog altijd als Fontana, maar wordt nu ingelicht over diens identiteit. Falstaff troost zich met de gedachte dat iedereen nu wel om hem lacht, maar tenslotte is hij het die ze aan het lachen maakt. Hij is toch maar het middelpunt van de scéne. Ford zal de maskerade nu bekronen met een apotheose : het huwelijk van de elfenkoningin. Inderdaad komt zij in witte sluiers op, en wordt er in de echt verbonden met Dr. Cajus. Als de sluiers echter vallen, blijkt het niemand anders dan Bardolfo te zijn. Maar ondertussen heeft een ander gemaskerd paartje bescheiden gevraagd om tegelijkertijd ook in de echt verenigd te worden, wat Ford goed geluimd toestaat. Die twee waren Nanetta en Fenton. Reden voor Falstaff om op zijn beurt te vragen wie nu eigenlik de gedupeerde is? Ford neemt alle  nogal goed op en Falstaff stelt voor een slotkoor te zingen. Waarop Ford dan weer voorstelt daarna allemaal met Falstaff te gaan souperen. Het slotkoor is een grote fuga voor alle medewerkenden ( " Tutto nel mondo é burla ") , waarin het thema door Falstaff wordt ingezet en waardoor de opera eindigt met de moraal . " Wie het laatst lacht het best lacht" . 

Hoe Verdi tot een lyrische komedie kwam. door Mitchell Cohen

In 1862 had Verdi nog een geschenk aan Boito voor hun eerste geslaagde samenwerking. Halverwege de jaren zestig van de negentiende eeuw verzuurde hun contact, daar Verdi aanstoot nam aan een bijtend vers van Boito waarin hij de spot dreef met de hedendaagse Italiaanse opera. Verdi voelde zich ook gepikeerd, maar jaren later volgde toch een verzoening. Deze werd bespoedigd door een libretto dat Boito in 1887 schreef voor Verdi's " Otello " wellicht de beste vertaling van Shakespeare naar het operagenre dat ooit is geschreven. In 1889 probeerde de luchthartige maar uitgekookte Boito, die toen al 47 was, de kranige maat bejaarde Verdi ertoe aan te zetten om nog één werk te produceren. Een komedie, zo suggereerde hij zou de sluitstuuk moeten worden op een leven dat gevuld was met het schrijven van muziek voor tragedie. Verdi was enthousiast , maar aarzelde ook.

Er volgde een opmerkelijke briefwisseling. Verdi uitte zijn vrees dat het laatste bedrijf zoals Boito dat had geschetst de vaart van de voorgaande twee bedrijven niet zou kunnen volhouden. Er is een problematische wet van de komedie, schreef Boito met kennis van zaken: " een komedie ontwart de knoop; een tragedie breekt hem en hakt hem door ." In een tragedie ontkent de rampspoed een beweging naar een verschrikkelijk einde, de ontknoping.

Maar in komedies verslapt de aandacht voor het drama, omdat je : " een knoop niet kunt ontwarren zonder hem eerst los te maken, en als hij los is wordt de oplossing voorspeld en verdwijnt de aandacht eerder dan de knoop ! Er is dus een moment waarop het publiek zegt: ( het is afgelopen ) , hoewel het op het toneel nog niet zo ver is ! " Boito legt vervolgens uit hoe hij de komende handelingen samen met de liefde van Fenton en Nanetta zal gebruiken om de drie bedrijven met elkaa r te verbinden ( Boito aan Verdi 7 juli 1889). 

" Zo lang je rond dwaalt in het rijk der Ideeën is elk is elk vooruitzicht aangenaam ", schrijft Verdi aan Boito, maar als je weer op aarde belandt, bij de praktische problemen, steken twijfel en ontmoediging terug de kop op " .

Verdi maakte zich niet alleen zorgen over de dramatische wetten. Hij vroeg Boito of hij wel besefte hou oud hij was. Stel dat ik " Falstaff " niet af krijg. Hoe zit het met jouw werk ? Boito die overal bekendheid verwierf met zijn eigen opera " Mefistofeles " werkte al jaren lang zowel aan het libretto als aan de muziek voor een nieuwe opera " Nerone ", maar kreeg deze nooit af. Verdi was waarschijnlijk veel meer gespitst op dit project dan zijn woorden lieten vermoeden.

Boito schreef hem een brief waarin hij zachtjes maar liefdevol op het ego van de componist trapt: deze brief is geschreven in het vuur van het scheppingsproces. Boito zegt dat hij Verdi's besluit niet wil beïnvloeden en dat zal Verdi deugd gedaan hebben.

Het resultaat was een opera met als hoofdfiguur een man op leeftijd die zichzelf voor schut zet. Maar Verdi, die tijdens het componeren zelf tegen de tachtig liep, en Boito zelf, stonden niet voor schut, ze schreven een werk dat fris lenig is, het is geestig, een beetje triest, en daarmee op een plagerige manier wijs over de menselijke dwaasheden. Verdi schreef nog dat hij tijdens het componeren van bepaalde delen zat te grinniken. Toch vraag ik me af of Boito, toen hij Verdi voorstelde op humoristische wijze afscheid te nemen als kunstenaar, zich nog herinnerde dat Verdi ooit een tragedie over een hofnar had geschreven.

Boito zat niet al te zeer vast aan zijn eigen metafoor van de " knoop " toen  hij voorstelde dat een komedie de onvoorziene ontknoping van Verdi's oeuvre moest worden. Zijn brief gaat in feite over een leven dat nog niet is afgerond en nog steeds leven wordt ingeblazen door het verlangen naar een artistike omgang met het hele scala van menselijke ervaringen van het einde van "Otello ", tot het hilarische gestuntel van " Falstaff ", van liefde en verdriet , en de hoge desillusie die zich daar doorheen vlechten. Het eerste woord van Verdi's antwoord aan Boito was ( " Amen " ) en daarmee bedoelde hij nog één keer.

Wat betekent " Falstaff " muzikaal .  

Bij dit werk kan men, neen moet men van een groot wonder spreken. Zich op deze hoge leeftijd van een componist van bloedige en gruwelijke geschiedenissen, van brandende en vertederende hartstochten vol van grote en pathetische dramatiek, te kunnen veranderen in een blijspelcomponist van hoogstaand en bijzonder fijn gehalte, moet inderdaad als een "  wonder " worden opgemerkt. En toch volgt Verdi in deze opera de stijl van " Otello " de grote doorgecomponeerde vorm, de afbouw in liedvorm waarin ten gevolge van de zich snel en luidruchtige ontwikkelde komedie nauwelijks gelegenheid is tot aria's te vinden is, de taak van het orkest, dat de zang bijna gelijkwaardig terzijde staat. Verdi heeft in dit werk een soort parlandostijl ontwikkeld en tot hoge volmaaktheid gebracht, die begrijpelijker wijze in zijn talrijke tragische opera's geen plaats kon vinden. De figuur van Sir John Falstaff is met liefde getekend, hij heeft van de componist zoveel natuurlijke humor mee gekregen, dat hij de toehoorders , ondanks de hem aangeboren lachwekkendheid, voor zich neemt. Overigens berust het werk op ensembles, op vlot samenspel en samenzang van alle medewerkenden. In hoogste en laatste wijsheid is Verdi doorgedrongen tot een kristalheldere, bijna Mozartiaanse stijl, waarin elke frisse, elke melodie, elke toon fonkelt, glinstert en schittert. Voor de kenners betekent deze partituur een kostbaar kleinood naar vorm zowel als inhoud.

Historisch overzicht.

Zoals in de inleiding reeds vermeld zou Verdi niet de eerste componist zijn die dit onderwerp zou verwerken in een libretto. De kiem voor nog eens komedie was een simpele afspraak met Boito in 1879. Het zou nog tien jaar duren voor Boito een schets maakte. Verdi begon te componeren  in 1890, maar werd echter meerdere malen onderbroken. De toen bijna 80 jarige meester voltooide de partituur in september 1892. Op 9 februari 1893 vond in de Scala van Milaan de, stormachtige toegejuichte, première plaats. Het was de laatste in het leven van Verdi . Na een halve eeuw na zijn fiasco " Un Giorno Di Regno " bewees Verdi dat hij wel in staat was om een degelijke komedie te schrijven . Rossini had ooit anders beweerd en gezegd " dat Verdi nooit een degelijk blijspel zou kunnen componeren ".

Wagner had, tien jaar vroeger ,afscheid van de wereld genomen met religieuze mystiek. Verdi deed dit met een grenzeloos fijne ironie en superioriteit van een waarachtig wijs mens met een altijd welwillend en vriendelijk hart.

De première stond onder de leiding van Mascheroni. Met Victor Maurel in de hoofdrol van Sir John Falstaff. Het staat vast dat Verdi die speciaal voor hem schreef. Hij was dan ook een jaar of tien de grootste vertolker van die rol er bestaat zelfs een grammofoonplaat van hem waarop hij een aria zingt van één minuut " Quand' ero paggio " hij zingt dit twee maal eens in het Italiaans en eens in het Frans, want in 1894 had Victor Maurel ook de Parijse première voor zijn rekening genomen. Ook te New York zong hij de première aan de Metropolitan in 1895.

Historische uitvoeringen in de lage landen. 

In de lage landen zou het nog een tijd duren voor deze laatste opera van Verdi overwaait . In Nederland kwam hij voor het eerst op het podium komen in 1918. De residentie Opera-Vereniging voerde het rechtstreeks uit in het Italiaans onder de leiding van Henk Van Den Berg met Carel Butter van Hulst in de titelrol. Het zou terug duren tot 1931 voor er een herhaling komt met de meesterlijke vertolking van Mariano Stabile als Falstaff.

In België zou het duren tot 1954 dan vinden we de eerste noties van een productie aan de Gentse Opera met Jean Laffont als Falstaff en Vercray als Alice en Balhant als Nanetta. Het zou nog eens hernomen worden onder Locufier in 1958/59 in totaal 7 vertoningen in het Frans.  In 1964 nog eens in concertvorm in de grote opera in het kader van " Het Festival van Vlaanderen " deze keer in het Italiaans. Een laatste productie voor Opera Vlaanderen zowel voor Antwerpen als voor Gent in het Italiaans met Bruno Caproni als  Sir John Falstaff in het speelseizoen 2008/09.

Historische opnames.

Ondanks de pracht van het laatste meesterwerk van Veri is die toch minder populair bij het doorsnee operapubliek. t.o.v. van de andere werken van verdi. Dus ook de complete opnames laten dit blijken, amper 90 complete geregistreerde opnames op het internet.

1) Een eerste aan de Scala van Milaan onder de leiding van Lorenzo Napoli met Giacomo Rimini, Emilio Ghinardini, Roberto D'Alemo, Ria Tassinari en Aurora Buades op 78 toeren, maar ook op CD. Naxos records Cat: 8.110198-99 (2 CD's)

2) Een tweede onder Sir. Georg Solti in 19+64 met Geramt Evans, Robert Merill, Alfredo Kraus, John Hanigan, Piero di Palma, Giovanni Foiani, Ilva Ligbue, Merilla Freni, Guilietta Simionato en Rosalind Elios.

3) Een derde merkwaardige van 1987 de eerste op video aan de Munt van Brussel onder de leiding van Sylvain Cambreling met onze eigen José Van Dam als Falstaff, Laurence Dale, William Stone, Ugo Benelli, Mario Luperi, Barbara Madra, Elzbieta Szmytka, Benetti Pecchioli en Livia Budai. DVD video Warner Music Vision 5050467 4469 22 release 2004.  

 

" Falstaff " aria: " Eh, taverniere " Renato Bruson 1992

Victor Maurel als " Falstaff ". 1900

De in 2014 veronglukte acteur Oleg Bryzak als Falstaff

De listige meisjes van Windsor Alice, Dame Quickly, Meg en Nanetta.

Ambrogio Maestri als Falstaff.

Operafilm van " Falstaff " van 1971 met de legendarische Tito Gobbi als Falstaff.

Deze nogal theatrale operafilm met de legendarische Tito Gobbi kon ik niet laten voorbij gaan om U het verschil te laten zien wat de evolutie in de operafilmwereld op 8 jaar tijd heeft doorgemaakt t.o.v. de film met Bacquier uit 1979.

" Falstaff " van Verdi met Gabriel Bacquier opname 1979

In deze operafilm " Falstaff " van Verdi heeft George Solti de leiding over de Wiener Philharmoniker in de titelrol Gabriel Bacquier, Richard Stilwell als Ford, Max-René Casotti als Fenton, Peter Maus als Bardolfo, Ulrik Cold als Pistola, Karan Armstrong als Alice ford, Jutto Renate Iholff als Nanetta, Sylvia Lindersrand als Mrs.Meg Pege en Marta Szermay als Mrs. Quikly. Deze film van 1979 is voor Bacquier een hoogtepunt uit zijn rijkgevulde carrière. Voor mij een onovertroffen uitvoering.

  • Antonio Pini-Corsi (1858-1918)

    Biografie.

    Italiaans bariton geboren 1858 en overleden 21 april 1918. Had een krachtige en flexibele stem. Hij werd in een muzikale familie geboren in Zara. Ook zijn broer Gaetano was een succesrijke tenor.Hij studeerde in Cremona en debuteerde als Dandini in " Cenerantola " in 1878 en werd van dan af in alle grote operahuizen van Italië gevraagd en dit gedurende 15 jaar. Hij was gespecialiseerd in komische opera's van Rossini en Donizetti. Hij maakte zijn debuut aan de Scala in 1892 als Rolando in de première van Alberto Franchetti's " Christofer Colombo " In 1893 was voor hem de doorbraak in Verdi's " Rigoletto " naast de sopraan Nellie Melba als Gilda. Kort nadien kreeg hij de rol van Ford in Verdi's " Falstaff " Hij zong de rol ook nog in Genua, Rome, Venetië en Brescia. In 1894 begint zijn internationale carrière in Wenen aan de staatsopera en even later aan het Royal Opera House in Covent Garden met de opera " Manon Lescaut " van Puccini . Hij werd twee jaar vast verbonden aan Monte Carlo in 1895. Op 1 januari zou hij de rol van Schaunard brengen uit " La Boheme " van Puccini aan het Theatro Regio Turijn. In 1899 gaat hij op tournee gaan naar de Verenigde Staten en aan de Metropolitan zou hij Dr. Bartolo brengen uit Rossin i's " Il Barbiere Di Seviglia " Hij zong de komende jaren opera's van Mascagni, Donizetti, Puccini, Verdi en Rossini. In 1902 keert hij terug naar Italië om vooral aan de Scala te zingen, in Umberto's Giordano's " Siberia " (1903) , Franchetti's " La Figliadi Gorio " (1906) , Alfredo Catalani's " La Wally " (1905) en" Der Freischutz in 1906 van Weber.Hij zou van 1903 tot 1909 gasteren in Monte Carlo. Hij maakte nog een wereldtournee in 1909 naar Zuid Amerika naar Buenos Aires, Boston, New York om in 1915 te eindigen met " Don Pasquale " in Parma en Milaan. Na 40 jaar carrière was zijn stem niet meer zo krachtig en stabiel en dacht hij aan afscheid nemen. Hij stierf op 21 april 1918 op 58 jarige leeftijd. Hij had zelf nog enkele grammofoonplaten opgenomen in het begin van de 20° eeuw. Hij componeerde zelf een lied " Tu non mi vuoi pui bené " dat werd opgenomen door Enrico Caruso.

  • Emma Zilli (1864-1901)

    Biografie.

    Italiaanse sopraan geboren op 11 november 1864 in Fagagna en overleden in januari 1901 in Havana Cuba. Ze werd bekend en beroemd door de rol van Alice in Verdi's " Falstaff " in 1893. Emma was de dochter van een pianist Lucia Carlina die voor haar eerste muzikale opleiding zorgde. Na haar huwelijk met Giacomo Zilli in 1882 begon ze haar zangstudie en maak ze haar debuut in 1887 in de rol van Paolina in Rossini's " Poliuto " en speelt ook in " Attila " van Verdi. Ze zingt voor het eerst aan de Scala van Milaan in 1889 waar ze Cammille vertolkt in Herold's " Zampa " In 1892 zingt ze de première in de rol van Atenaide in " Tinindelli ". Na auditie bij Verdi werd ze uit 18 kandidaten gekozen voor de rol van Alice Ford in Verdi's " Falstaff " aan de Scala voor de première in 1893. Ze debuteert in 1894 aan Covent Garen Londen. In februari 1898 creëert ze de opera " Antony " van Vittorio Morsa met de tenor Emiliani en de bariton Pessina aan Theatro Communal Ferrare. Ze creëerde ook nog rollen " Manon Lescaut en Fidellia in " Edgard van Puccini. Op het hoogtepunt van haar carrière gaat ze op tournee door Zuid Amerika en wordt ze ziek aan de gele koorts en sterft in Havana Cuba in januari 1901.

  • Adelina Stehlé (1860-1945)

    Biografie.

    Oostenrijkse sopraan geboren in Graz op 30 juni 1860 en overleden te Milaan op 24 december 1945. Adelina was een lyrische sopraan specifiek voor het Italiaanse repertoire. Ze studeerde muziek en zang te Milaan en debuteerde in de rol Amina in " La Sunnambula " van Bellini in 1881 aan het Treatro Carbonetti. Ze debuteerde ook in 1890 aan de Scala van Milaan, waar ze ook auditie doet bij Verdi om de rol van Nannette te mogen zingen in zijn opera " Falstaff " in 1893. Dit zou lukken en zij zong dan samen met haar tweede echtgenoot Eduardo Garbin die de rol van Fenton voor zijn rekening nam op de première. Ze waren ook samen te zien in " La Bohème " van Puccini. Vanaf 1902 zouden ze samen een internationale carrière uitbouwen naar Zuid-Amerika, Berlijn, Wenen, Sint-Petersburg en Madrid. Hun belangrijkste rollen in die periode waren, Adriana Lecouvreur en Fedora. In de herfst van haar carrière stond ze ook onder de leiding van Arturo Toscannini (1867-1957) die algemeen beschouwd wordt als beste operadirigent aller tijden.Na haar afscheid aan het podium zou ze nog actief blijven tot het eind van haar leven als zangpedagoge. In 1804 zou ze ook nog enkele opnames opnemen op grammofoonplaat , maar daar zijn er maar twee van gepubliceerd dan nog twee duetten samen met haar man Eduardo Garbin uit " Adriana Lecouvreur ", " Ma dunque é vero " en nog één uit " La Bohème " een kwartet samen met Maria Camporelli, Eduardo Garbin en Mario Sammarco (1905)

  • Eduardo Garbin (1865-1909)

    Biografie.

    Italiaanse tenor geboren in Padua 12 maart 1865 en overleden in Brescia 1943. Hij werd bekend met de rol van Fenton in " Falstaff " van Verdi' tijdens de première in 1893. Hij studeerde muziek en zang in Padua zelf en debuteerde in het Vincenza Theater als Don Alvaro in Verdi's " La Forza Del Destino " in september 1891. Hij werd nadien gevraagd in bijna alle grote operahuizen in Italië. Vooral voor Verdi en Puccini werken samen met zijn vrouw Adelina Stehlé . Zij zongen ook rollen in Franse opera's. Meestal ook rollen in opera's van Boito, Bizet, Verdi, Leoncavallo, Mascagni, Montenezzi, Samara, Giardoni en Puccini. Ze trokken zich terug van het podium in 1912 na een uitvoering van " Carmen " van Bizet. Er zijn van hem een zestal opnames bewaard gebleven opgenomen tussen 1904 en 1910 waarvan ook twee samen met zijn vrouw. Een bijzondere om te vermelden is zelfs een uitvoering van Wagners " Lohengrin in het Italiaans gezongen van 1908. Na 1912 stapt hij zich samen met zijn vrouw in het onderwijs en werden ze zangpedagogen.
    De afbeelding hierboven is samen met de sopraan Amelia Talexis ( 1875-1911)

  • Virginia Guerini (1871-1948)

    Biografie.

    Italiaanse mezzo-sopraan geboren in Brescia op 20 februari 1871 en aldaar overleden in 1948. Ze maakte haar debuut aan de Garibaldi Theater in Treviso als Elsa in Richard Wagners " Lohegrin " in 1889. Het volgende jaar zong ze aan het Theatro Lirico Guiseppi Verdi als Laura in " La Giaconda " van Ponchielli en aan het Theatro Dal Verme in Milaan als Adalgisa in Vicenzo Bellini's " Norma ". In Liceu als Ortrud in " Lohegrin " en Laretta in Alberto Franchetti's " Asrael " in Turijn. In 1892 maakte ze ook haar debuut aan de Scala van Milaan in Bellini's " Norma " en creëerde ze de rol van Meg de page in " Falstaff " van Verdi in 1893. Aan de Scala zong ze onder andere rollen van Verdi zoals Emilia in " Othello " Ze had ook een internationale carrière in alle grote operahuizen in Zuid-Amerika, Rusland, Duitsland, Spanje en Portugal. Ze nam afscheid van het podium en zou in haar geboortestad overlijden in 1948.

  • Guiseppina Pasqua (1851-1930)

    Biografie.

    Josephine Pasen beter gekend onder haar artiestennaam Guiseppina Pasqua is geboren op 24 oktober 1851 en overleden op 24 februari 1930 was een Italiaanse mezzo-sopraan. Zij groeide op in een welgesteld Italiaans gezin van kunstliefhebbers . Ze volgde zangschool bij Luigia Abbadia een Italiaanse sopraan die het podium vaarwel had gezegd en zich toelegde op het onderwijs en werd zangpedagoge na haar zangcarrière. Ze debuteerde aan het Theatro Morlacchi als sopraan in 1869 als Oscar " Un Ballo in Maschera " van Verdi. In 1870 zong ze aan het Theatro Regio in Parma in opera's van Ferrarini, Usoiglio, Rossi, Balzoni en Ricci. Na 1870 evolueerde ze van sopraan naar mezzo-sopraan en werd ze bekend als Amneris in Verdi's " Aida " aan de opera van Bologna in 1877 en ook aan het Theatro La Fenice in Venetië 1881. In Bologna zong ze ook Leonora in " La Favorita " van Donizetti. In 1878 zong ze in concert het " Requiem " van Verdi aan de zijde van de sopraan Teresa Stolz en Ormando Maini. In 1893 zong ze Dame Quickly in " Falstaff " aan de Scala. In 1884 was ze Prinses Eboli in " Don Carlos " van Verdi samen met Francesco Tamanga aan de Scala. In 1895 zou ze terug " Falstaff " vertolken in Genua, Rome en in Trieste. Na 1895 vinden we van haar geen gegevens meer en we vermoeden dat ze zou overleden zijn in Brudrio op 24 februari 1930.