" Otello " Verdi

" Otello "

Jan Verbeeck als Otello 1957.

Inleiding.

Opera van Verdi in vier akten en vier tonelen.

Libretto Arrigo Boito, naar Shakespeare.

Na de laatste compositie van Verdi " Aida " werd dit werk in de muziekwereld algemeen bechouwd als een onmogelijk te overtreffen hoogtepunt in de operageschiedenis. Verdi vond dat hij juist als Rossini , die toen al drie jaar overleden was en al gestopt met componeren van zijn 38 jaar, hij ook het recht had om het wat rustiger aan te doen. Hij zou een rustpauze inlassen die echter wel 13 jaar zou duren voor men Verdi terug aan het werk zou krijgen om iets nieuws te componeren. Verdi heeft in die rustperiode niet echt stilgezeten want verschillende van zijn vroegere werken heeft hij tijdens die periode herwerkt en verbeterd onder andere " Simon Boccanegra " die in 1881 terug in première zou gaan aan de Scala van Milaan.

In 1884 kon Boito, die zelf ook componist was, Verdi overtuigen met het ontwerp van zijn nieuw Libretto " Otello " . Verdi zette zich terug aan het werk en de partituur was af op 1 november 1886. De première  aan de Scala van Milaan gebeurde op 2 februari 1887 onder de leiding van Verdi zelf, bijna 17 jaar na de première van " Aida ". Zijn persoonlijke vriend Francesco Tamagno zou de rol van Otello vertolken, Victor Maurel, die hij ook reeds kende van de première van " Simon Boccanegra " , zou de rol van Jago krijgen en Romilda Pantaleoni nam de rol van Desdemona voor haar rekening. Het zou een weergaloze avond worden want Verdi kreeg hier een overweldigende huldiging van het operapubliek, hun lievelingscomponist was terug. 

 Rolverdeling.                         Stem.                   Eerste Cast.

Otello, een Moorse generaal                        tenor                          Francesco Tamagno

Desdemona,  zijn vrouw                               sopraan                      Romilda Pantoleoni

Jago, vaandrig                                            bariton                       Victor Maurel

Emilia Jago's vrouw                                     mezzo-sopraan             Genevra Petrovitsj

Cassio, kapitein                                          tenor                          Giovani Paroli

Rodrigo, edelman                                       tenor                          Vincenzo Fornari 

Lodovica, ambassadeur                                 bas                            Francesco Navarini

Montano, ambassadeur van Cyprus                 bas                            Napoleone Limonta

Een heraut                                                 bas                            Angelo  Largomarsino

Plaats: Cyprus

Tijd: vijftiende eeuw. 


Akt. 1

1° Toneel: op de kade van een haven in Cyprus.

Het is avond, en tijdens een hevige storm staat de bevolking gespannen een binnenlopend schip te volgen, dat hun nieuwe gouverneur aan wal zal brengen. Het is de Moor Otello die onlangs de Turkse vloot verslagen heeft. Ondanks het noodweer weet het schip veilig de haven binnen te varen.

Otello maakt een triomfantelijke intrede, ( aria: " Essultate, l'orgoglio musulmano ") . De orkaan is nu geluwd en de bevolking bereidt zich voor om deze gebeurtenis te vieren. Intussen spreekt Otello's vaandrig Jago, die gehoopt had dat het schip zou zijn vergaan, met de Venetiaanse edelman Rodrigo die een geheime bewonderaar is van Otello's vrouw Desdemona. Jago wil hem wel helpen in die hopeloze geheime liefde. De bevolking danst om een vreugdevuur ( koor: " Fuoco di gioia ") . Het gezelschap zet zich samen met luitenant Cassio aan een tafel in de herberg. Cassio is in Jago's plaats tot luitenant benoemd, vandaar de haat van Jago tegen Otello. Onder het zingen van een drinklied ( " Inaffia l'ugola, trinca tra canna ") weet Jago Cassio dronken te voeren. Er ontstaat ruzie en Cassio trekt zijn zwaard tegen de vroegere gouverneur, van het eiland Montano. Rodrigo slaat alarm en Otello komt zelf tussenbeide juist op het moment dat Montano  gewond raakt. Terstond wordt Cassio gedegradeerd, te meer dat door het tumult Desdemona ook uit haar slaap is gewekt. Hij stuurt de bevolking naar huis en draagt Jago op de rust te herstellen. Als Otello alleen achter blijft met Desdemona zingen ze samen het laatste grote liefdesduet dat Verdi componeerde. ( duet: " Gia nella notte desna" dit culmineert in de frase " Un bacio, un bacia encora " ) die op een navrante wijze in de laatste akte zal terugkeren. 

Akt.2 

2° Toneel: een zaal in het kasteel met op de achtergrond uitzicht een tuin.

Jago verzekert Cassio, dat hij spoedig in ere zal hersteld worden, en zo zijn liefdesaffaire met Bianca zal kunnen hervatten, mits hij de voorspraak van Desdemona bij Otello kan winnen. Hij heeft daar een uitgekiende gelegenheid voor, daar Desdemona gewoon is 's middags een wandeling te maken door de tuin. Het doel van deze onbaatzuchtige raad wordt onmiddellijk duidelijk uit Jago's grote monoloog ( " Credo in un dio crudel " ) die eigenlijk niet in Shakespeares stuk voor komt, maar die door Boito uit verschillende uitlatingen uit diverse andere Shakespeare werken is samengesteld. Uit deze alleenspraak blijkt de wraakzucht van Jago, die al zijn medemensen als marionetten in zijn hand beschouwt, ze aldus wil bespelen en zich evenals Goëthes " Mefisto " openbaart als een " Geist der stets verneint ". Desdemona verschijnt in de tuin en zij wordt onmiddellijk door Cassio benaderd en aangesproken. Jago observeert dit toneel vanuit de zaal en geeft hardop afkeurende commentaar dat de binnenkomende Otello opvangt. Deze vraagt naar de reden hiervoor. Jago geeft een ontwijkend antwoord en wekt zo Otello's jalloezie op door veel betekende vragen te stellen. Kende Desdemona Cassio niet al reeds voor haar huwelijk ? Zijn cynische insinuaties  brengen Otello ten slotte tot woede en hij beveelt Jago open taal te spreken. Deze waarschuwt hem voor jaloezie, " een monster met groene ogen " , maar het gif is al aan het werken. Een groep vrouwen en kinderen brengen nu Desdemona in de tuin een bloemenhulde en zingen voor haar onder begeleiding van mandolines en gitaren. Dit schouwspel herstelt Otello's vertrouwen in Desdemona, maar helaas wordt het onmiddellijk door haar zelf ondermijnd. Argeloos poogt ze een voorspraak voor Cassio te zijn. Hier wordt Otello's woede terug opgewekt. Zij wil zijn bezweet voorhoofd afvegen met een zakdoek, die door Otello op de grond geworpen wordt waar hij door Desdemona's kamenier Emilia wordt opgeraapt. Jago weet hem uit haar handen te trekken. Als beide vrouwen weggegaan zijn probeert Jago , Otello's gemoed te bedaren met de opmerking " denk er niet verder over na " . Dit veroorzaakt een geweldige woede uitbarsting bij de Moor, die hem verwijt zijn gemoedsrust verstoord te hebben. ( aria: " Ora è per sempre addio sante memorie " ) Hij pakt Jago bij de keel en werpt hem op de grond, bewijzen verlangend voor zijn insinuaties. Jago voert aan dat zichtbare bewijzen moeilijk te krijgen zijn, maar vertelt een gefungeerde droom van Cassio die hij heeft opgevangen toen hij met hem in een vertrek sliep en waarin deze zogenaamd met Desdemona over zijn liefde sprak ( aria: " Era la notte, cassio dormiva " ) ,het was maar een droom, zegt hij. Maar één die een feit onthulde, is Otello's antwoord. Jago komt nu met zijn grote bewijsstuk. Herinnert Otello zich een bepaalde zakdoek in Desdemona's hand gezien te hebben ? Het blijkt een liefdesgeschenk van hem geweest te zijn. Die zelfde zakdoek heeft Jago onlangs in het bezit van Cassio gevonden. Otello knielt neer en zweert zich te zullen wreken, waarop Jago aan zijn zijde knielt en zweert hem daarbij behulpzaam te zullen zijn. (duet: Si pel ciel marmoreo giuro " ) . 

Akt.3

3° Toneel : een grote zaal in het kasteel.

Een heraut kondigt het binnenvaren van een schip aan, met aan boord een gezant uit Ventië. Jago bespreekt met Otello een plan om Cassio uit zijn tent te lokken door zich in een gesprek een of andere uitlating over diens verhouding met Desdemona te laten ontvallen. Desdemona komt echter zelf op en Jago herinnert Otello snel aan de zakdoek. Het gesprek tussen Otello en Desdemona begint hoffelijk ( duet: " Dio ti giocondi o sposo " ) , maar terug begind Desdemona ontactvol over Cassio's degradatie. Otello vraagd haar een zakdoek om het zweet van zijn voorhoofd te wissen,en daarna om net die speciale zakdoek die hij haar eens gegeven heeft. Desdemona weet niet waar die is en is zo onhandig op te merken dat dit alles maar een voorwentsel is om niet over Cassio te moeten spreken. Otello dwingt haar nu om hem aan te kiken en haar onschuld te betuigen, hetgeen zij doet. Niettemin beldigt Otello haar en hij stuurt haar diep gekrenkt weg. Alleen gebleven zingt hij zijn grote monoloog ( " Dio, mi potevi scagliar tutti i mali ") , op het hoogtepunt waarop Jago aankondigt dat Cassio nadert. Otello verschuilt zich achter een pilaar en Jago begint een frivool gesprek met Cassio over diens beminde Bianca. Hij weet het gesprek zodanig te voeren dat ze de zaal op en af lopen, zodanig dat Otello maar flarden van het gesprek kan opvangen, waardoor hij vermoedt dat het over Desdemona gaat. Ook de zakdoek speelt in dit gesprek een rol. Cassio haalt hem voor de dag Jago vragend hoe deze in zijn kamer terecht is gekomen . Otello, die op dat moment het gesprek niet echt kan volgen, denkt dat Cassio pronkt met het liefdespand van Desdemona. Een trompetgeschal kondigt de komst van de ambassadeur aan, Cassio verwijdert zich en Otello deelt Jago mee dat hij dezelfde avond zijn vrouw zal doden. In plaats van gif suggereert Jago haar op haar eigen bed te wurgen. Hij zal er voor zorgen dat Cassio uit de weg wordt geruimd. Otello benoemt Jago vast tot diens opvolger.

Terug klinkt trompetgeschal en de gezant Lodovico maakt zijn entree. In de Franse versie volgt hier een ballet dat Verdi speciaal voor de Parijse première schreef, doch dit ballet wordt nog zelden uitgevoerd. Lodovico overhandigt Otello een brief uit Venetië, en terwijl Otello de brief doorneemt, uit de gezant zijn verwondering de afwezigheid van Cassio tegen Desdemona en Jago. Jago verklaart het probleem maar Desdemona spreekt de overtuiging uit dat hij spoedig weer op zijn plaats terug zal zijn, een opmerking die Otello hoort en die hem zo hevig opwint dat hij bijna zijn vrouw zou slaan. Hij beveelt Cassio te laten komen om de berichten uit Venetië te aanhoren. Deze zeggen dat Otello onmiddellijk moet terugkeren en dat Cassio in zijn plaats tot gouverneur benoemd is. Na voorlezing werpt hij Desdemona op de grond, van waar zij het grote ensemble inzet ( "A terra, si, nel livido fango " ) , waarin alle aanwezigen hun zeer verschillende gemoedstoestanden tot uiting brengen. Ten slotte beveelt Otello hem alleen te laten, zelf valt hij flauw. Terwijl de bevolking buiten de " Leeuw van San Marco " toejuichen, wijst Jago naar de bewusteloze Otello met de woorden . " Daar ligt de Leeuw ".

Akt.4

4° Toneel: het slaapvertrek van Desdemona . 

Geholpen door Emilia maakt Desdemona zich klaar om te gaan slapen. Door een voorgevoel gekweld, zingt zij daarbij een oud lied dat zij in haar jeugd door haar nanie had horen zingen. ( Canzone del salce : " Piangea cantando ") Zij neemt bewogen afscheid van Emilia, en bidt daarna haar avondgebed ( " Ave Maria ") Nauwelijks heeft ze zich neergelegd of Otello komt door een geheime deur haar slaapvertrek binnen. Hij kust de slapende Desdemona wakker ( hier wordt een pantomimische scéne gespeeld, die bevat waarschijnlijk de langste solo voor contrabas in de operaliteratuur.) en vraagt haar of zij reeds haar avondgebed heeft gezegd. Hij beschuldigt haar van ontrouw met Cassio en weigert haar argumenten over haar onschuld te aanhoren. Haar verzoek om Cassio te ondervragen wijst hij af met de opmerking dat Cassio al dood is. Hij wurgt haar, maar voor ze gestorven is wordt er opgewonden aan de deur geklopt. Het is Emilia die komt mededelen dat Rodrigo door Cassio gedood is. Desdemona heeft nog de kracht enkele woorden te stamelen. Zij zegt zichzelf gedood te hebben en sterft dan. Otello zegt dat zij nog stervend gelogen heeft. Hij zelf heeft haar gedood. Emilia roept om hulp en Lodovico, Jago en Cassio snellen toe. Emilia roept Jago ter verantwoording en het geheim van de zakdoek komt aan het licht. Op dat moment komt Montano binnen, met het bericht dat Rodrigo de hele intrige bekend heeft. Jago neemt nu de vlucht en Otello trekt nu zijn zwaard. Lodovico eist dit echter op. Otello die nu de ware toedracht inziet neemt afscheid van de gestorven Desdemona ( " Niun mi tema ") en trekt daarop een dolk waarmee hij zichzelf neersteekt. Hij sterft met de woorden uit het liefdesduet. ( " Un Bacio, un bacio ancora ") .

De muziekale invloed van " Otello " in het operalandschap.

De " Otello " van Verdi was eigenlijk niet de eerste opera naar het Shakespear drama . Reeds in 1816 had Rossini een opera rond dit drama gecomponeerd. Die had groot succes en was toen ook in die tijd een repertoirestuk tot de première van Verdi's meesterwerk plaats had aan de Scala van Milaan op 5 februari 1887. Verdi's Otello heeft meer dan een eeuw Rossini's Otello van het podium verdrongen. Gelukkig heeft deze Rossini opera terug herkenning gekregen zodat deze regelmatig terug opgevoerd wordt en we opnieuw kunnen genieten van deze twee totaal verschillende meesterwerken. Het succes op de eerste lijn werd ook wel een beetje gedragen door  de eerste vertolkers Francesco Tamagno die Verdi reeds kende van 1881 omdat hij toen in zijn herwerkte " Simon Boccanegra " heeft gezongen samen met Victor Maurel . Daar is tussen de componist en de twee megasterren een vriendschap voor het leven ontstaan. Tamagno had een tenorstem met een enorm volume en uithoudingsvermogen en had daarbij ook nog een sterk dramatisch talent. Het is niet te ontkennen dat Verdi bij het componeren wist hoe deze stem klonk. Dit verklaart ook waarom er nadien zo weinig  werkelijke volkomen bevredigende Otello's zijn geweest want een fenomeen zoals Tamagno komt slechts enkele keren in een eeuw voor. Ook de rol van Jago vertolkt door de grote Franse bariton uit deze periode Victor Maurel lag mede aan de basis van het overweldigende succes, hij was een der grootste acteurs die de operageschiedenis ooit heeft gekend. Hij was tevens ook zoals Tamango een   persoonlijke vriend van Verdi. Deze twee fenomenen zouden de eerste twee decennia deze nieuwe opera uitdragen over de ganse wereld, New York, Londen, Parijs, Sint-Petersburg, Milaan , Rome, Chicago, Buenos Aires enz... Deze twee sterren hebben ook weliswaar in de herfst van hun carrière voor de eerste losse opnames op 78 toeren platen gezorgd tussen 1903 en 1906.

" Otello " bewees dat Verdi na zijn " Aida " veel rijper geworden was, zonder aan inspiratie in te boeten. Het is het begin geweest van het " wonder der ouderdom ". In " Otello " is het Italiaanse muziekdrama tot volle groei gekomen, die zich reeds in " Macbeth " en " Simon Boccanegra " had aangekondigd. De aria op zich is nagenoeg verdwenen en toch is het werk zeer melodieus, waar nog aan het nummerprincipe herinnerde gesloten stukken voorkomen ( het " Credo " van Jago, Desdemona's lied van de wilgenboom en het " Ave Maria " ) zijn deze dramatisch volkomen gerechtvaardigd, en werken ze niet als een onderbreking , maar worden ze in de samenhang der gebeurtenissen opgenomen. De in vroegere opera's zo herhaaldelijk voorkomende ritmes en begeleidende figuren zijn verdwenen.

Het orkest is van een nimmer vermoede differentiatie. Verdi stond in dit werk op een hoogte , die slechts door de allergrootsten wordt bereikt . Dat blijkt uit zijn karakters: Jago is niet alleen volgens de tekst een schoft, hij is dit ook muzikaal. Otello is van een heldhaftige, rechtschapen karakter, maar de muziek laat zijn ziel afgronden blootleggen waarvan hij zelf geen vermoeden heeft en die hem in de kortst mogelijke tijd volkomen vernietigen. Desdemona is liefelijk zowel in haar voorkomen als in de muziek, innig en oneindig kuis en teder. Al deze verscheidenheid wordt uitgedrukt met zuiver muzikale middelen, die met de dramatische ontwikkeling tot een volkomen eenheid en geheel zijn samen gesmolten.

Historische uitvoeringen .

Grote Otello's zijn na Tamagno zeldzaam gebleven. Jean De Reszke had er de fysieke kracht en uitstraling niet voor. In Tamango's tijd waren de betere Oxilia en De Negri. De eerste twee decennia van de 20° eeuw werden beheerst door de Weense tenor Leo Slezak, die de beroemde Toscanini opvoeringen aan de Metropolitan Opera in 1906-19 zong met Francesca Alda als Jago en Pasquale Amato als Desdemona. Ook Giovanni Zenatello was een van de betere Otello's die waarscheinlijk met zijn 500 voorstellingen  tussen 1903 en 1930, deze rol het meest gezongen heeft. Tenoren zoals Martinelli en Lauri-Volpi poogden vruchteloos deze rol te veroveren. De bariton Renato Zanelli had met de rol van Jago kortstondig succes omdat hij op zeer jeugdige leeftijd stierf. Aurliano Pertile en Francesco Merli waren twee Italiaanse tenoren uit de jaren dertig van vorige eeuw. In latere tijden na de tweede helft van de 20° eeuw kennen we Ramon Vinay, Mario Del Monaco, James McCracken, Jon Vickers, Luciano Pavarotti en Placido Domingo als Otello toppers. De rol is dermate met Tamogno's stem en persoonlijkheid verbonden, dat alleen een dramatische tenor met een groot stemberijk hem naar behoren kan spelen. Enrico Caruso heeft ook tien jaar getwijfeld of hij de rol van Otello zou zingen. Toen er uiteindelijk een beslissing genomen werd om samen met Tito Ruffo ( als Jago) de opera te New York te brengen in het speelseizoen 1921/22 stierf Caruso in augustus 1921. Dus van Caruso bestaan alleen maar enkele losse aria's op 78 toerenplaten opgenomen tussen 1919 en 1920.

Historische opvoeringen in de lage landen.

In Nederland vind ik helaas minder voorstellingen terug, voor de tweede wereldoorlog vind ik enkele nota's over de bezetting van de titelrol met Tullio Verona, Giovanni Breviario en Vittorio Fullin als Otello. Men vindt er Fullin totaal onvoldoende en een stemloze Otello, daarentegen vinden we positieve reacties over Sara Sanderi als Desdemona. 

Na de bevrijding voerde de Nederlandse Opera dit werk verschillende keren op vooral in festivals en dan vinden we meestal Ràmon Vinay als Otello als gastoptreden en Sapio Colombo of Otakar Kraus en de meest ideale creatie van Desdemona was Gré Brouwenstijn.

Voor België en Vlaanderen heb ik er een beter zicht op. Voor Gent vinden we reeds een eerste vertoning op 22 maart 1906 in het Italiaans met Léry als Desdemona, Zerola als Otello, Arrighetti als Jago, Barrerra als Cassio. Deze opera is wel regelmatig repertoire blijven houden met hernemingen in 1964-65-68-70-73 en 1975. Met in de hoofdrol als Otello Todor Kostov, Nikola Nikolov, Timo Callio, José Tudare, de Jago's Jan Joris, Marco Stecchi, Gilbert Dubuc, en als Desdemona schitterden Ottilia Mére, Lia Rottier, Birgit Sarata en Maria Bochacheck. Vanaf 23 november 1934 vinden we ook Franse vertoningen terug met Burlet, Bastin, Fosti. Beroemde Desdemona's hadden we zowel in de Franse als in de Italiaanse versies met Bovy, Hendrickx, Vecray, Brunin, Malatrari en Van Qualle. Als Otello Verbeeck, Olivato, Marinesco, Lagares en als Jago Dubuc, Laffont, Borelli, Barsac, Peyrottes, Lindonni. In totaal goed voor 53 voorstellingen waarvan 34 in het Frans en 19 in het Italiaans.

Historische opnames.

Terug zijn er tal van opnames van dit meesterwerk van Verdi, 228 compleet geregistreerde opnames op het internet. Het is onmogelik ze hier alle te bespreken. Toch gaan we enkele merkwaardige opnames onder de loep nemen.

1) De allereerste volledige opname op 78 toeren platen van 1926 onder de leiding van Vicenzo Bellezza met het Covent Garden orkest. Otello is Giovanni Zenatello ( de beste Otello van zijn generatie ) , als Jago Giuseppe Nato als Desdemona Maria Carbonne, als Cassio Luigi Cilla, als Rodrigo onze eigen Gentse comprimaria tenor Octave Dua die te Gent zong tussen 1907 en 1947. Als Lodofico Eduard Contreail en als Montano Michel Samperi. Op Black Disc. HMV DB 953; HMV 955 17 x 78 t/dubbelzijdig in 1979 verchenen op LP Emi RLS 742 ( ALP 3787-3789) drie Lp's

2) Een tweede onder de leiding van John Barbirolli van 19+68 met de New Philharmonic Orchestra met het Ambrosian opera koor. Otello James McCracken, Desdemona Gwyneth Jones, Jago Dietrich Fischer - Dieskau, Cassio Piero De Palma, Rodrigo Florindo Audreolli en als Lodovico Alfredo Giacomatti. Op Black Disck HMV Angel SLS 940-1-3( 3LP's) en op compact disc EMI CMS 565296-2( 2CD's) 1994.

3) Een derde ook op DVD verkrijgbaar.  van 2001 opname aan de Scala van Milaan. Onder de leiding van Riccardo Muti (2001) . Otello Placido Domingo, Desdemona Barbara Fritolli, Jago Leo Nucci, Cassio Cesari Catani, Rodrigo Antonello Ceran, Lodovico Giovanni Battista Parodi, Montano Cesare Lanaen Emilia als Rossana Rinaldi. Compact disc. Premier Opera CDND 223-2 ( 2CD's) en op DVD ( video) TDK Mediactive- DV-OPOTEL.

 

Opmerking:

1) Bij de inleiding zien we een zeer mooie foto van de Antwerpse tenor Jan Verbeeck als Otello. Deze foto is terug te vinden op de website www.musimen.com/verbeeck Musica et Memoria .

2) Een volledige biografie is ook te lezen op de website: " Nostalgia " onder de rubriek " Jan Verbeeck een eeuw geleden geboren. www.operanostaligie.be 

3) Ook op de website van Karel Locufier zijn foto's en biografieën van Vlaamse opera vedetten te zien en te lezen. www.karellocufier.webnode.be 

Francesco Tamangno als Otello 1896.

Francesco Tamangno 1884

Mario Del Monaco als Othello 1960

" Otello " historische operafilm met Mario Del Monaco van 1957

" Otello " Operafilm 1957 met als Otello Mario Del Monaco, Renato Capecchi als Jago, Rossana Caerteri als Desdemona en Gino Meterna als Casio de dirigent is de legenderische Tullio Serafin. De verfilming is nog theatraal.

James McCracken als Otello 1968

Slotscène uit " Otello " aan Covent Garden Londen 1983

Deze slotscène is gespeeld door James McCracken als Otello en Kiri Tekanawa als Desdemona. Covent Garden 1983

Placido Domingo als Otello.

" Otello " Verdi

Het credo van Jago uit Otello van Verdi door Sherill Milnes 1978.

Maria Caniglia als Desdemona 1936