" Don Carlos " Verdi

Roberto Alagna als Don Carlos

" Don Carlos "

Opera van Verdi in vier akten en zeven tonelen.

Libretto van Mery en du Locle.

Italiaans bewerking door Ghislanzoni, naar Schiller.

Inleiding.

Verdi componeerde deze opera in het Frans voor de Parijse Opera. De opera werd dan op 11 maart 1867 voor het eerst opgevoerd. Nog datzelfde jaar zou er een première zijn voor een Italiaanse vertaling te Bologna. Verdi zou 15 jaar later een nieuwe versie componeren met een akt minder dan de Franse versie. " Don Carlos " en die gaat in première op 10 januari 1884 aan de Scala van Milaan. In het begin van de 20° eeuw en tot op heden zou de tweede  Italiaanse versie vast repertoire houden, maar vandaag is het de mode om oude werken terug op te voeren in de oorspronkelijke versie wat dus ook gebeurt met  " Don Carlos " Verdi, waardoor tegenwoordig ook de Franse versie regelmatig op de planken verschijnt en in het Frans gezongen wordt, wat de originaliteit ten goede komt. Voor de jaren tachtig van vorige eeuw werd de eerste versie niet meer opgevoerd. Vandaag laat men meer en meer de allereerste Franse versie herleven, zodat ze regelmatig in productie komt en zelfs meer dan deze van 1884. Ik zal hier dus wel de eerste versie van 1867 beschrijven , maar op de plaats waar Verdi in 1884 veranderingen heeft ingebracht zal ik dit vermelden in  cursief geschreven tekst, ook zal ik waar mogelijke zowel de Franse als de Italiaanse aria's en duetten aanduiden.

Rolverdeling                         Stem                    Cast 1867  

Philips II van Spanje                                  bas                          Louis-Henri Obin

Don Carlos zijn zoon                                  tenor                       Jean Morère

Rodrigo, de Posa                                       bariton                     Jean-Baptiste Faurè

De Groot Inquisiteur                                  bas                          Joseph David

Elisabeth de Valios                                    sopraan                    Marie-Constance Sass

Princes Eboli                                            mezzosopraan           Pauline Guéymard Lauters

Monik                                                      bas                          Armand Castelmary

Thibault page                                           sopraan                    Leonia Levielly

Heraut                                                    tenor                       Mermant

Akt. 1   Dit bedrijf werd in de versie van 1884 verwijderd.

1° Toneel: Het bos van Fontainebleau in Frankrijk in de winter .

Na een korte prelude horen we een koor van houthakkers en hun vrouwen. Ze klagen over de oorlogen met Spanje en het harde leven in het bos. Prinses Elisabeth de Valois, dochter van de koning van Frankrijk arriveert met haar hofhouding. Ze stelt het volk gerust en zegt dat haar huwelijk met Don Carlos de zoon van de koning van Spanje er wel zal voor zorgen dat de oorlog met Spanje beëindigd zal worden, waarna ze vertrekt. Don Carlos die zich had verstopt komt uit het bos te voorschijn. Hij is verliefd geworden op Elisabeth en bezingt dit in (zijn aria: " Je l'ai vue ." / " Io la vidi " ) Als ze terug komt, doet hij zich voor als iemand van het gevolg van de graaf van Lerma, maar onthult dan toch zijn ware identiteit en zijn gevoelens voor haar, die ze beantwoordt ( duet: " De quels transports poignants et doux " /" Di quale amor, di quanto ardor "  ). Een kanonschot kondigt de vrede aan tussen Frankrijk en Spanje. Thibault haar page vertelt Elisabeth dat ze niet met Don Carlos zal trouwen , maar wel met de koning van Spanje Philips II zelf, dus zijn vader. De graaf Lerma bevestigd dit. Elisabeth voelt zich verplicht akkoord te gaan in naam van de vrede. Ze vertrekt naar Spanje en laat Don Carlos gebroken achter.

Akt. 2  In de versie van 1884 is dit de eerste akte.

2° Toneel : het klooster van Sint-Just in Spanje. 

Monniken bidden voor de ziel van Keizer Karel V. Zijn kleinzoon Don Carlos komt binnen gekweld omdat hij de vrouw die hij liefheeft niet kan huwen omdat zijn vader er mee getrouwd is . ( In de versie van 1884 zingt hij hier de aria " Io la vidi" opgehaald uit het verwijderde eerste bedrijf van de Franse versie ).

Een monnik , die gelijkenis vertoont met de vroegere keizer, biedt hem troost aan door vrede te sluiten met god. Don  Carlos zijn vriend Rodrigo de Markies van Posa is net terug gekomen uit Vlaanderen ( aria "J'étais en Flandres ") . Hij vraagt de infant om hulp namens het volk van Vlaanderen, dat lijdt onder de bezetting . Don Carlos vertelt hem over zijn liefde voor Elisabeth die nu de vrouw is van zijn vader. Rodrigo moedigt hem aan Spanje te verlaten en naar Vlaanderen te gaan. De twee zweren elkaar trouw. ( duet: " Dieu, tu semas dans nos âmes " / " Dio, che nell'alma infondere ") Koning Philips en zijn nieuwe echtgenote komen eer bewijzen aan het graf van Karel V, terwijl Don Carlos treurt over zijn verloren liefde.

3° Toneel: een tuin in de buurt van Sint-Juste.

Princes Eboli zingt haar sluierlied ( aria: " Au palais de fées "/ " Nel giardin del bello ") over een Moorse koning en een verleidelijke gesluierde vrouw die zijn verwaarloosde echtgenote blijkt te zijn . Elisabeth komt binnen. Rodrigo geeft haar een brief uit Frankrijk ( eigenlijk een geheime brief van Don Carlos ), op zijn aandringen aanvaardt Elizabeth een ontmoeting met Don Carlos. ( arria : " Carlo ch'è sol il nostro amore " )  Eboli hoopt ondertussen dat Don Carlos van haar houdt.

Wanneer ze alleen zijn vraagt Don Carlos aan Elisabeth om de koning te vragen hem naar Vlaanderen te sturen. Daar stemt ze mee in, wat Don Carlos er toe aanzet opnieuw zijn liefde te verklaren, die zij weerstaat, omdat ze nu zijn stiefmoeder is en hij wettelijk haar zoon. Nauwelijks is Don Carlos weg of de koning wordt aangekondigd. Hij vindt zijn koningin alleen wat tegen de etiquette is om een koningin zonder gevolg achter te laten. Hij geeft haar hofdame hiervan de schuld  en zendt haar terug naar Frankrijk, waardoor Elisabeths laatste vriendin haar moet verlaten . Ze nemen hartstochtelijk afscheid van elkaar ( aria: " Oh ma chére compagne " / " Non pianger, mia compagna "). De koning geraakt in gesprek met Rodrigo . Hij  weigert in te gaan op zijn  pleidooi voor Vlaanderen. Wel schenkt hij hem zijn vertouwen en waarschuwt hem voor de Groot inquisiteur. ( Deze dialoog werd door Verdi maar liefst drie keer herzien. ) 

Akt. 3 In de herziene versie van 1884 is dit het tweede bedrijf.

4° Toneel:  's avonds in  de tuin van de koningin in Madrid.

Elisabeth is vermoeid en probeert zich te concentreren op de aangekondigde kroningsceremonie van Philips II. Om haar afwezigheid ongemerkt te laten wisselt ze van mantel en masker met prinses Ebolie. ( Hier werd in de Franse versie het ballet " La peregrina " uitgevoerd onder de choreografie van Lucien Petipa, maar werd in de versie van 1884 weggelaten ) . Don Carlos komt op. Hij heeft een briefje ontvangen voor een ontmoeting met Elisabeth, maar in werkelijkheid is het prinses Ebolie die opkomt waaraan hij zijn liefde verklaart. De vermomde Ebolie realiseert zich dat hij denkt dat ze de koningin is. Don Carlos is met afschuw vervuld als hij ontdekt dat Elisabeth eigenlijk prinses Ebolie is en nu van zijn geheim op de hoogte is. Als Rodrigo nu ook opkomt dreigt ze er mee de koning te vertellen dat Don Carlos en Elisabeth geliefden zijn. ( trio: "Terna per te, fabio figione " ). Carlos kan Rodrigo verhinderen dat hij Eboli zou neersteken. Vol haatgevoelens verlaat Eboli het toneel. Rodrigo vreest nu het ergste en vraagt Don Carlos diens geheime politieke documenten in verband met Vlaanderen  toe te vertrouwen. 

5° Toneel: plein voor de kathedraal van Valladolid .

Het volk is samengekomen om de kroningsplechtigheid van de koning en de koningin te vieren, terwijl de monniken de door de inquisitie ter dood veroordeelden aanvoeren. De koninklijke processie volgt en de koning richt zich tot het volk als Don Carlos aankomt met enkele Vlaamse afgevaardigden  die bij de koning komen pleiten voor vrijheid van hun land. Het volk en de hofhouding voelen mee met de afgevaardigden, maar de koning gesteund door de monniken , gebiedt ze te arresteren. Don Carlos trekt daarop zijn zwaard tegen de koning. De koning gebiedt nu ook de arrestatie van zijn zoon, maar zijn bevelen worden niet opgevolgd tot Ridrigo naar voren komt en Don Carlos ervan overtuigd zijn zwaard in te leveren. Hij wordt hierdoor beloond  door de koning. De verbranding van de ter dood veroordeelden begint en als de vlammen aanwakkeren beloofd eeen hemelse stem de verlossing voor de veroordeelden. 

Akt . 4  In de herziene versie van 1884 is dit het derde bedrijf.

6° Toneel:  de studeerkamer van de koning Filips II van Spanje.

De koning is alleen in de studeerkamer en beklaagt er zich over dat Elisabeth nooit van hem zal houden, dat hij door zijn positie gedwongen is zelfs zijn zoon te veroordelen en dàt tot hij rust zal vinden in zijn graf. (aria : " Elle ne m'aime pas ". / " Ella giammai m'amo " ). De oude blinde groot inquisiteur wordt aangekondigd. De koning vraagt hem of de kerk bezwaar zou maken als hij zijn zoon ter dood veroordeelt, waarop de inquisiteur aantwoordt dat god zelf zijn zoon heeft geofferd. Als de koning hem niets meer te vragen heeft kaart hij de koning zelf de  nog ergere misdaden van de Posa Rodrigo aan, die hij een reformist vindt en als de koning protesteert, suggereert hij dat zelfs de koning door de inquisitie ter verantwoording kan geroepen worden. De inquisiteur verlaat de studeerkamer en koning Filips ontdekt dat zelfs hij machteloos staat tegenover de wensen en verlangens van de kerk.

Elisabeth komt nu opgewonden binnen, gealarmeerd door de diefstal van haar juwelenkistje. De koning laat het haar zien en wijst op het portret van Don Carlos zijn zoon dat hij in dat kistje gevonden heeft. Ze verklaart onschuldig te zijn voor overspel en valt flauw. Eboli en Rodrigo komen de kamer binnen en er ontwikkelt zich een ( kwartet: " Maudit soit le soupçon infâme " / " Ah, sii maledatto, sospetto fatale ") . De koning beseft dat hij zijn echtgenote onrecht heeft aangedaan. Rodrigo besluit tot actie over te gaan, al kan dit zijn dood betekenen. Eboli voelt berouw omdat ze Elisabeth verraden heeft tot wanhoop van Elisabeth. 

( Dit kwartet werd in 1884 door Verdi herzien de dames verlaten samen het podium na hun duet : " J'ai tous compris " ,dit werd uiteindelijk nog geschrapt voor de première. )

Eboli bekent niet alleen dat zij het juwelenkistje ontvreemd heeft omdat ze op Don Carlos verliefd is, maar dat ze bovendien de maîtresse is geweest van de koning. Elisabeth vervloekt en laat haar de keuze: ballingschap of het klooster . Als Eboli alleen is verkiest ze het klooster boven ballingschap in haar ( aria: " O don fatal " / " O don fatale " .) Ze probeert nog Don carlos te redden van de inquisitie .

7° Toneel: een gevangenis. 

Don Carlos is in de gevangenis beland, Rodrigo komt hem opzoeken en vertelt hem dat hij gespaard zal worden, maar dat hij in zijn plaats zal moeten sterven, omdat hij beschuldigd wordt van hoogverraad daar de geheime documenten die nogal politiek gevoelig liggen bij hem zijn gevonden. (aria: " C'est mon jour suprème " / " Per me giunto è il di supremé ")  Hij zegt dan dat de koning elk moment kan reageren en inderdaad er klinkt een schot uit een musket en Rodrigo valt dodelijk gewond neer, stervend vraagt hij zijn vriend Vlaanderen te redden en over een gelukkig Spanje te regeren. ( aria: " Ah , je meurs, l'âme joyeuse ". " Io morro, ma lieto in core " ) . 

Na de dood van Rodrigo verchijnt de koning Filips in de gevangenis en geeft zijn zoon zijn vrijheid terug. Don Carlos wijst die echter af. ( Het duet tussen de koning en Don Carlos werd ook door de première geschrapt, en later gebruikt in het " Lacrimosa in zijn Requiem. ) De klokken luiden  Elisabeth, Eboli en de groot inquisiteur arriveren terwijl het volk de vrijlating eist en de koning bedreigt. Ebolie maakt van de chaos gebruik om samen met Don Carlos te ontsnappen. Terwijl de groot inquisiteur het volk op de knieën dwingt en de orde wordt hersteld. ( Na de première  eindigde enkele producties met de dood van Rodrigo, in 1884 voorzag Verdi een verkorte versie, ook omdat hij vond dat anders niet duidelijk werd hoe Eboli haar belofte om Don Carlos te redden kon nakomen.) 

Akt . 5   In de herziene versie van 1884 is dit het vierde bedrijf.

8° Toneel: aan het klooster van Sint-Just aan het graf van Keizer Karel V.

Elisabeth knielt voor het graf van Karel V. Ze is vast beraden Don Carlos te helpen zijn plicht in Vlaanderen te vervullen maar wil zelf streven . ( aria: " Toi qui sous le néant "/ " Tu che le vinatà " ) Don Carlos verschijnt en ze nemen afscheid in het ( duet: " Au revior dans un monde ou la vie est meilleure " / " Ma lassu ci vedremo in un mondo migliore " . Dit duet werd ook door Verdi zelf twee keer herzien.) .

Koning Filips II en de groot inquisiteur komen op en de koning verklaart dat een tweevoudig offer zal plaats vinden en de inquiositeur bevestigt dat de inquisitie haar plicht za doen. Een korte rechtspraak volgt ( weggelaten in 1884 ) . Don Carlos die god aanroept, trekt zijn zwaard tegen de wachters van de inquisitie om zich te verdedigen, wanneer er van het graf van Karel V een monnik verschijnt om Don Carlos naar het klooster te begeleiden. Iedereen is er van overtuigd dat het Keizer Karel V zelf is.

Tussen historie en legende een muzikale uitwerking.

Historisch valt er van dit werk van Verdi alleen dit te vertellen, dat hij in opdracht van de Parijse Opera dit werk op een Franse tekst heeft gecomponeerd, die door Joseph Mèry wertd geschreven naar het drama van Friedrich Schiller en dat Camile du Locle het heeft afgewerkt. Verdi is aan de compositie begonnen in 1865. Deze twee librettisten werkten minder op de politieke aspecten van dit werk, maar legden het accent meer op de menselijke tegenstellingen, hartstochten en conflicten. Ze voegden hier en daar iets van hun eigen ondervindingen aan toe, zoals de creatie van een nieuw personage " Rodrigo  de markies van Posa " die in de plaats van Don Carlos zal sterven en de massa scéne van de verbranding der ketters die veroordeeld werden tijdens de inquisitie. Ze maakten een goed opera libretto waarin lyriek en drama voldoende in evenwicht waren en er plaats gemaakt werd om voor de opera van Parijs een ballet te componeren naar aloude traditie. Verdi wou uiteindelijk eens een " Grand opera "  componeren volgens de regels van Meyerbeer. 

Het werk kon in première gaan op 14 januari 1867 echter met minder succes bij het publiek dan verhoopt. De Italiaanse  vertaling die Verdi bewerkte voor Bologna zou nog hetzelfde jaar een betere beurt maken. 15 jaar later zou hij een totaal herziene versie bewerken voor de Scala van Milaan die in première ging op 10 januari 1884. Onthouden we dit dat de vertolkers van de titelrollen tijdens de Parijse première, Marie Sasse als Elisabeth ook gezongen heeft in de Gentse opera van 1863 tot 1864.

" Don Carlos " is vol van de prachtigste muziek en nergens zijn zoveel boeiende en melodische volmaakte aria's te vinden. Bovendien komen er ook spannende koorgedeelten en ensembles vol kracht en  grootheid in voor. Echte operamuziek van een nooit eindigende inspiratie vervult elk van de in sfeer en stemming zéér verschillende scènes. Belcanto en dramatiek zijn in dit werk geheel met elkaar versmolten. Geen der andere meesters is in staat geweest, Verdi's kunst tot karakteriseren bij benadering te evenaren. De aria's van prinses Eboli en ook deze van koning Filips zijn onvergelijkbare stukken operamuziek.

Historische voorstellingen in de lage landen.

Ondanks de wat moeilijke start in de vroegste periode van dit werk kende het succes na de verwerking van de nieuwe versie van 1884 met in de hoofdrollen Bavarini en merkwaardig toch als Rodrigo de Fransman Lhérie die de eerste Don José in Bizet's " Carmen " geweest was, maar later bariton werd. Dit vinden we tegenwoordig nog, kijk maar naar Placido Domingo de eens zo grote tenor zingt nu op hogere leeftijd baritonrollen. Door dit succes worden er overal voorstellingen gepland van dit werk.

Maar merkwaardig genoeg moeten we in de lage landen wachten tot 1943 voor Nederland aan de Nederlandse opera met Koeman, Horna, Van de Meent en Van der Veen. Ook na de oorlog beleefde deze opera maar een sporadische opvoering. In 1957 werd daar verandering in gebracht met Gré Brouwenstijn als Elisabeth samen met Mimi Aarden, Johan Van Der Zalm, Siemen Jonsma en Guus Hoekman. Volgens Leo Riemens zou deze opera in België meerdere voorstellingen  beleven in Antwerpen en Brussel, maar ik kon toch maar een eerste officiele voorstelling vinden  op 22 november 1957 te Gent, de eerste Franse versie met Brunin als Elisabeth, Delvaux als Eboli, Gibaud als Filip II, Nardelli als Don Carlos en Deville als Rodrigo. Een volgende voorstelling onder de directie van Karel Locufier in het Italiaans terug met Brunin als Elisabeth en Delvaux als Eboli , Jan Verbeeck als Don Carlos, Germain Ghislain als Koning Filips. In 1963 in het kader van het Festival van Vlaanderen met Boris Christoff. Het stuk zou nu repertoire houden en herhalingen kennen in 1968 - 1973 - 1977. Tot in 1977 in totaal 26 voorstellingen waarvan 11 in het Frans en 15 in het Italiaans. In 1977 zouden het galavoorstellingen worden. Voor het eerst een productie met een dubbele reeks voorstellingen en totaal vernieuwde decors naar ontwerp van Vermeire. De vertolkers  onder de leiding van Atanas Margaritov waren in die tijd allen buitenlandse vedetten. Dimiter Petrov, Anne Edwards, Brunos Sebastian, Michele Vilma, Marco Stecchi. Korte carrière beschrijving uit de theaterkrant " Theater magazine " 9° jaargang n° 2 oktober 1977 van de toenmalige vertolkers. ( Te zien na het einde van de de discografie .)

Historische opnames.

1) Er zijn momenteel 165 volledige opnames geregistreerd, maar als aller eerste is een Duitse versie van 1941. De eerste geloofwaardige versie is een Italiaanse van 1950 reeds op compact disc verkrijgbaar releas van 2008 . Aan de Metropolitan onder de leiding van Fritz Stiedry, met als Don Carlos Jussi Björling, Filips II Cesare Siepi, Rodrigo Robert Merill, Elisabeth Delia Rigal, Eboli Fedorines Barbieri en als groot inquisiteur Jerom Hines. Op compact disc: Archives WHRA 6021 ( 3 Cd's).

2) Een tweede opname die ik kan aanbevelen is een productie van de originele versie van 1867 na 129 later terug te Parijs in 1996 aan het Theatre du Châtelet onder de leiding van Antonio Pappano met het Orchestre de Paris, met als Don Carlos Roberto Alagna, koning Filips II José Van Dam, Rodrigo Thomas Hampson, Elisabeth Karita Mattila, Eboli Waltraud Meier en de groot inquisiteur Eric Harvarson. Compact disc: Emi CDS 556152-2 ( 3Cd's) ook verkrijgbaar op DVD MVC ARTS - 0630-16318-2.

3) Een derde mooie versie aan het " Royal Opera House of Covent Garden ", terug onder de leiding van Antonio Pappano in 2008. Merkwaardig aan deze opname is dat het de herziene versie is die Verdi had herwerkt in 1884 zonder de Fontainebleau scéne maar later terug deze scène invoerde in de Italiaanse Versie van 1886. Don Carlos is hier Rolando Villazon, Filips II is Ferruccio Furlanetto, Rodrigo is Dimitris Tiliakos , Elisabeth Marina Poplavskaya, Eboli Sonia Ganassi en de groot inquisiteur terug Eric Halvarson. Beschikbaar op Compact disc: Première Opera CDMO 2932-4 ( 4 Cd's) 2008 ook beschikbaar op DVD bij Emi Classics 50999 63160994( 2 DVD's) 

" Don Carlos " Productie aan de Scala van Milaan.

Historische opname van " Don Carlos " live te Milaan aan de Scala. Met Samuel Ramsey als Pilips II, Luciano Pavarotti als Don Carlos, Paolo Coni als Rodrigo, Danielo Desi als Elisabeth de Valois, Luciana D'Intino als prinsec Eboli en als dirigent Ricardo Muti .

Placido Domingo en Jena Jurinac als Don Carlos en en Princes Eboli 1968

" Don Carlos " José Van Dam als Filips II

Marina Poplavskaya en Roberto Alagna in Don Carlos.

" Don Carlos " Verdi

Jonas Kaufmann en Thomas Hampson zingen het duet " Che Nell'alma Infondere Amor . 2013

De foute Don Carlos .

" Don Carlos " Theater Magazine " 9° jaargang oktober 1977 privé collectie.

Beschrijving van de cast van gala voorstelling 1977 te Gent " Don Carlos " . " Theather Magazine " 9° jaargang n° 2 oktober 1977. Privé collectie

Marie Constance Sasse

 

Biografie.

Was een Belgische sopraan geboren in Oudenaarde 26 januari 1834 en overleden te Parijs op 8 november 1907. Ze had een aantrekkelijke, flexibele en krachtige stem. Ze was een toonaangevende sopraan tussen 1860 en 1870. Ze creëerde tal van grote opera's van Wagner " Thanhauser ", Verdi " Don Carlos " en Meyerbeer's " L'Africaine.

Ze was van Oudenaarde, haar vader was een militair ze studeerde aan het conservatorium van Gent bij Auguste Gevaert, later te Milaan met Francesco Lamperti. Ze debuteerde in Venetië als Gilda in Verdi's " Rigoletto " in 1852 op 18 jarige leeftijd.  Ze gebruikte in het begin van haar carrière haar eigen naam Sax maar kreeg moeilijkheden met de instrumentenbouwer Adolphe Sax . Na een proces werd ze verplicht een andere artiestennaam te kiezen en in 1859 trad ze op onder de naam van Marie Constance Sasse, in de titelrol van Rosine in Mozarts " Figaro's Bruiloft  "  Impresario en regisseur Léon Carvalho ontdekte haar in een café chantant in Parijs en Brussel waar ze na de dood van haar vader was gaan werken om aan de kost te komen. Carvalho was op dat moment directeur van het " Theatre Lyrique " te Parijs en zo werd ze onmiddelijk geïntroduceerd bij het Parijse publiek in de rol van Eurydice van Glucks " Orphée ". Ze werd verder begeleid en opgeleid door de componist Hector Berlioz die een persoonlijke vriend was van Carvalho. Van dan af liep haar carriére als een trein en zong ze ook te Brussel en in Gent 1863/1864. Ze ging ook op tournee naar Italië en zelfs Sint-Petersburg. Ze werd gevraagd voor rollen in opera's van Gounod, Meyerbeer, Weber en Verdi. Ook Wagner nam contact met haar voor de rol van Elisabeth in zijn " Thanhauser " die in première ging te Parijs. Wagner was zelfs bereid om zijn partituur aan te passen aan haar stemberijk. Voor Verdi zong ze de rol van Elisabeth de Valois in zijn " Don Carlos " in 1867. Verdi was niet heel tevreden over de prestatie vooral over de rivaliteit tussen haar en Pauline Guéymard-Lauters die de rol van prinses Eboli zong, zodat hij juist voor de première hun duet schrapte om een podium conflict te vermijden. In 1861 zong ze de Franse versie van " Il Trovatore " en in 1863 Rachel in Halevy's " La Juive ".

In haar memoires beschreef ze het werken met Verdi als hard, wreed en vernederend. Ze gaf de voorkeur aan Wagner of Meyerbeer. Ze vermeldde toch ook nadat Verdi was gekalmeerd er terug constructief kon gewerkt worden en dat deze lessen ook voor haar van onschatbare waarde waren voor haar verdere successen in haar carriére. Ze zong ook nog Ophélie in " Hamlet " van Thomas en Valentine in Meyerbeers " Les Huguenots "(1868) en in 1870 in Auber's " La Muette de Portici " de opera die aan de basis van het ontstaan van België lag. In 1869/70 zong ze aan de Scala van Milaan en te Sint-Petersburg in 1870/71.

Ze werd ook gevraagd door Cairo om de eerste Amneris te zingen in Verdi 's " Aida " wat uiteindelijk niet doorging. Ze huwde in 1866 met de bas Armand Castelmary, maar het volgende jaar liep haar huwelijk reeds op de klippen en ze waren reeds gescheiden in 1867.

Ze zei het podium vaarwel in 1877 en ging zich weiden aan het onderwijs en het schrijven van haar memoires " Souvenirs d'une artiste " Ze vluchtte nog uit Parijs voor de Frans-Pruisische oorlog naar Italië maar keerde later terug naar Parijs, waar ze totaal verarmd overleed op 8 november 1907 en.  Ze ligt begraven aldaar op de begraafplaats van " Père la Chaise "

  • Louis Henri Obin 1870

    Deze Franse bas geboren in 1820 en overleden te Parijs in 1895 begon zijn opleiding voor muziek en zang te Rijsel en later in Parijs bij de tenor Louis Antoine Ponchard, die ook Jean Baptiste Fauré en Rosine Stolz onder zijn hoede had.
    Hij maakte zijn debuut in 1844 aan de opera van Parijs in de rol van Lord Seyton voor de creatie van Marie Stuart door Meyerbeer en in het zelfde jaar had hij ook de rol van Rodrigo in Rosini's Otello. In 1850 zong hij Bocchoris aan de Opera Comique in Auber's " L'enfant prodigue " en in 1852 hij zong hij Brongi in " La Juive " van Halevy.
    In 1855 zet hij echter zijn definitieve stempel op de operageschiedenis door voor Verdi de rol van Procida te vertolken in " Les Vêspres Siciliennes " te vertolken. In 1865 zong hij in Meyerbeers " L'Africaine" en in 1867 de wereldpremière van Verdi 's " Don Carlos " als Filips II. Hij zal nog enkele rollen vertolken als Moses en en in Mozart's " Don Giovanni ".
    In 1871 wordt hij hoogleraar aan het Parijse conservatorium. Hij begeleidde nog enkele belangrijke leerlingen die toonaangevend zouden zijn voor de nieuwe of volgende generatie zoals Marcel Journet en Jean-François Delmas. Hij zou overlijden te Parijs op 75 jarige leeftijd in 1895.

  • Jean Morére 1860

    Deze Franse tenor is geboren te Couladère in 1836 en overleden in Toulouse in 1887. Hij was actief tussen 1861 tot 1871. Hoogtepunt in zijn carrière de titelrol in Verdi's " Don Carlos " in de Franse Versie van 1867 te Parijs, en aan de Munt in Brussel.
    Hij studeerde muziek aan het conservatorium van Toulouse en later muziek en zang te Parijs bij Paul Loïget. Hij studeerde af in 1861. Hij debuteerde aan de opera van Parijs in de rol van Manrico in Verdi's " Il Trovatore " in 1861 en zong er ook de wereldpremière van Victor Sieg's cantate " Ivanhoe " in 1864. Hij creëerde dus de rol van Don Carlos en ook de rol van Riccardo in Verdi's " Un Ballo in Maschera " bij de opera van Marseille in 1864. Hij zong aan de Munt te Brussel van 1865 tot 1870 waar hij Vasco Da Gamma zong in een productie van Meyerbeers " L'Africaine " in 1865 en ook de titelrol in " Robert le Diable " in 1870. Morére leed aan een zenuwinzinking en in 1871 in de nasleep van de Frans-Pruisische oorlog trok hij zich terug van het podium
    Hij heeft jaren in het sanatorium in Toulouse geleefd waar hij uiteindelijk als zenuwzieke is overleden in 1887 . Zijn vrouw was een jaar eerder overleden zij lieten drie kinderen na een volwassen dochter en twee zonen van 10 en 5 jaar.

  • Jean Baptiste Fauré - Hamlet

    Franse bariton geboren in 1830 en overleden in 1914 hij was tevens componist en kunstverzamelaar. Hij componeerde een aantal klassieke liederen. Hij is geboren in Moulins en was er in zijn jeugd koorknaap. Hij studeerde aan het conservatorium te Parijs en in 1851 debuteerde hij er aan de Opera Comique als Pygmalion in Victor Masse's " Galathée ". Hij zou nog 7 jaar baritonrollen vertolken in opera's van Adolphe Adam, Auber, Thomas en Meyerbeer. In 1860 maakt hij zijn debuut aan het Royal Opera House in Londen hij zou er vast blijven zingen van 1869 tot 1878. Hij zou daar ook optreden in Her Majesty's Theatre en het Theatre Royal Drury Lane. Hij vertolkt er " Don Giovanni " van Mozart," L'etoile du nord ", " Les Huguenots " en " La Favorite " . Tussen 1865 en 1869 creëerde hij opera's van Meyerbeer, Verdi en Thomas.
    Hij zou zijn loopbaan beëindigen in Marseille en Vichy in 1886. Over zijn ganse actieve carrière zong hij in totaal 42 verschillende rollen , zowel in Franse als in Italiaanse opera's.
    Als componist componeerde hij ook enkele werken die repertoire zouden blijven houden. " Santa Maria " , " Les Rameux " en Crucifix " die door de megaster Enrico Caruso op plaat zijn opgenomen. Hij schreef ook nog twee naslagwerken over " La Voix et Chant " in 1886 en " Au jeune Chanteurs " in 1898 en gaf ook les aan het Parijse conservatorium van 1857 tot 1860. Zijn belangrijkste leerlingen waren de bas Pol Ploçon en Jean Lassale twee operazangers die in het begin van de 20° eeuw plaatopnames hebben gemaakt, alzo beschrijven ze de belangrijkste zangstijl en techniek van hun leraar Fauré. Hij stierf in 1914 aan een natuurlijke dood tijdens de beginmaanden van de grote wereldbrand van de 20° eeuw. Hij was ook gehuwd met de sopraan Caroline Lefèbre ( 1828-1905).

Marie Sasse deze Oudenaardse sopraan zong te Gent van 1863 tot 1864 alwaar ze studeerde aan het conservatorium van Gent.
Foto privé collectie.

  • Paulione Guéymard-Lauters

    Deze Belgische mezzosopraan is geboren in Brussel in 1834 en vermoedelijk overleden in Parijs in 1908. Zij debuteerde aan het Theatre Lyrique te Parijs in 1854 en zou er vast blijven tot 1861. Ze zong aan de Munt in Brussel. Ze was gehuwd in 1858 met de tenor Louis Guéymard maar ze waren reeds gescheiden in 1868. Ze heeft rollen gecreëerd in opera's van Verdi, Thomas, Bellini en Gounod. Er was in 1867 een grote rivaliteit met een andere Belgische sopraan Marie Sasse waardoor Verdi het zelfs nodig vond hun duet in " Don Carlos " tussen Elisabeth en Eboli te schrappen voor de premiére, dit om een scéne incident tijdens de première te vermijden.
    Van na haar scheiding in hebben we zeer weinig informatie gevonden er is een vermoeden dat ze tot 1876 zou gezongen hebben. Sommige bronnen vermelden het overlijden na 1876 ? , er is één bron die spreekt dat ze zou overleden zijn in 1908 in een opera encyclopedie over de opera's van Verdi gepubliceerd door Julien Budden in 1988.

  • Armand Castelmary

    Eigenlijk Comte Armand de Castan, Armand Castelmary is zijn artiestennaam. Geboren in Toulouse in 1834 en overleden in New York in 1897. Hij had een indrukwekkende carrière en begon in 1863 aan de Parijse opera in drie belangrijke premières Don Diego in " L'Africaine " van Meyerbeer in 1865 en de monnik in " Don Carlos " van Verdi in 1867 en Horatio in " Hamlet " van Thomas.
    Hij debuteerde in 1869 aan Covent Garden in Londen. Hij zong er regelmatig in opera's van Mascagni " Isidore Lara en Massenet. In 1866 was hij gehuwd met de Belgische sopraan Marie Sasse, maar was al terug gescheiden in 1867. Zijn debuut in Amerika was in 1870 op tournee met een Frans operagezelschap naar New Orleans. Hij zou later terug naar Amerika trekken samen met Tamagno, Melba naar de Metropolitan van New York en zou schitteren in de rollen van "Mefistofeles " van Boito, " Robert le diable " van Meyerbeer , Sir Tristan in " Martha " van Flotow . Tijdens deze voorstelling zou hij in elkaar storten en overlijden aan een hartaanval op 10 februari 1897.

Louis Henri Obin als Moses. 1870

Jean Morére. 1865

Jean Baptiste Fauré 1891.

Pauline Guéymard Lauters Beligische mezzo sopraan geboren te Brussel. In de rol van Valentine in " Les Huguenots " van Meyerbeer 1864 .