" La Forza Del Destino "

Opera van Verdi in vier akten en zeven tonelen.

Libretto door Francesco Maria Piave naar het Spaanse drama " Don Alvaro o la fuerza di sino "

Inleiding.

Van " La Forza Del Destino " bestaan er eigenlijk zes versies. De oerversie van 1862 is geschreven in opdracht van Sint-Petersburg, echter niet gecomponeerd voor een Russische opera, maar voor een Italiaanse stagione aldaar. Het was vroeger de mode of de gewoonte dat grote operacentra naast hun eigen theaters ook een theater hadden waar nieuwe buitenlandse werken met buitenlandse vertolkers konden gebracht worden, onder andere in Parijs en Sint-Petersburg. Ook in ons eigen Gent werd de Minardschouwburg gebruikt om nieuwe Italiaanse opera's met een Italiaanse bezetting aan het publiek te laten toetsen, voor ze naar de grote theaters werden gebracht waar meestal Franse werken of vertalingen van Italiaanse opera's werden uitgevoerd. Voorbeeld " Nabucco " van Verdi is hier eerst in concertvorm gebracht in de Minard onder Italiaanse bezetting.

De eerste versie is tegenwoordig totaal in onbruik geraakt, nu wordt alleen de laatste verwerkte versie van Verdi gebracht van 1869 die op 20 februari aan de Scala van Milaan in première ging. Hoewel de nieuwe versie muzikaal de oude verre overtreft, is dit de opera van Verdi waar de hedendaagse uitvoerders het minst respect voor tonen. Men is nog altijd druk op zoek hoe men het werk moet brengen. Plaatsveranderingen, coupures, scéneverschuivingen, de ouverture laten vooraf gaan door een proloog en ouverture gebruiken als een intermezzo tussen de eerste en de tweede akte zijn tegenwoordig schering en inslag. Men zoekt nog altijd naar de juiste theaterspanningen  in dit werk. Iedereen heeft er een eigen mening over. Eigenlijk is ook Verdi constant op zoek geweest naar nieuwe spankracht in dit werk want hij heeft in de eerste 7 jaar voortdurend hernieuwingen bewerkt voor iedere nieuwe première in aantocht, in 1863 Rome, in 1865 voor Wenen, in 1866 voor Buenos Aires, in 1867 voor Londen en uiteindelijk in 1869 voor de Scala. Volgens mij is er maar één mening die telt, die van de componist zelf. 

Rolverdeling                         Stem                    Cast 1869

Marquis van Calatrava                        bas                     Giuseppe Vecchi

Leonora, zijn dochter                               sopraan                          Tereza Stolz

Don Carlos di Vargas, zijn zoon                  bariton                           Luigi Colonnese

Don Alvaro                                              tenor                            Mario Tiberini

Preziosilla, een zigeunerin                       mezzosopraan                 Ester Neri

Burgemeester                                        bas                                Luigi Alessandrini

Trabuco, ezeldrijver en koopman              tenor                             Antonio Tasso

Ant Guardiano                                        bas                                Marcello Junca

Pater Melitone                                       bas-bariton                     Giacomo Rota

Chirurg                                                  bas                               Vincenzo Paraboschi

 

Plaats: Spanje en Italië 

Tijd: midden 18° eeuw 

Akt. 1

1° Toneel: het paleis der Calatrava's in Sevilia.

De marquis wenst zijn dochter goede nacht. Hij weet echter niet dat Leonora heeft afgesproken met haar minnaar Don Alvaro om haar die avond zelf te komen schaken. Haar vader is tegen hun relatie omdat Don Alvaro een halfbloed indiaan is. Leonora twijfelt echter toch om deze grote stap te zetten (aria: " Me pelligrina ed orfana " ) zij wordt echter moed ingesproken door haar kamenier Cura. Alvaro komt via het balkon door het venster binnen. In het nu volgende duet ( Ah per sempre o mio bell'angiol ) merkt men dat Leonora nog niet zeker is en nog geen besluit genomen heeft. Hierdoor gaat kostbare tijd verloren, want er wordt alarm geslagen. De marquis heeft de indringer reeds ontdekt en komt met getrokken degen binnen, hij wil Alvaro door zijn bedienden gevangen laten nemen. Alvaro wil zich door de marquis laten doden want hij heeft er bezwaar tegen om als edelman door knechten te worden aangeraakt. Om zijn goede wil te tonen trekt hij zijn pistool en werpt het weg. Door de val gaat het wapen af en wordt de marquis dodelijk getroffen. Stervend vervloekt hij zijn dochter, die met Alvaro de vlucht neemt door het raam.

Akt. 2

2° Toneel: in de keuken van een herberg in Hornachuelos.

De vlucht van Leonora met Alvaro is echter mislukt want ze zijn elkaar kwijt geraakt. Enkele boeren, ezeldrijvers en koopmannen hebben zich samen met de broer van Leonora, Don Carlos verzameld in de keuken van  de herberg. Don Carlos is vermomd als een student uit Salamanca onder de naam Pereda. Hij is uit op wraak tegen Alvaro en Leonora. Tijdens het avondeten voorspelt de zigeunerin Preziosella de vele aanwezigen de toekomst. (aria: Al suo del tamburo ) Zij weigert iets te zeggen over de student, maar insinueert wel zijn geheim te kennen, die ze in zijn hand heeft gelezen. Pereda probeert tevergeefs de ezeldrijver Trabuco ( die Leonora's metgezel was in de vlucht ) te ondervragen over zijn meester. Deze laat echter niets los en geeft hem enkele pittige antwoorden. Alcade de leider van de groep handelaars die de student al van bij het begin niet vertrouwde, vraagt om hem zelf eens bekend te maken. Pereda eigenlijk Don Carlo komt met een fictief verhaal over de moord op de marquis en de schaking van Leonora in de familie van een vriend, en dat hij nu op zoek is naar deze vriend ( in de aria: San Pereda, san ricco d'onore ) Preziosilla gelooft hier niet veel van.

3° Toneel: Voor het Franciskanenklooster " Madonna degli Angeli " 

Leonora nog altijd op de vlucht heeft zich verkleed in pelgrimskleren, zij is uit de herberg hierheen gevlucht. Zij wil haar biechtvader abt Guardiano aan het klooster spreken en zit geknield aan een groot kruis waar ze ( de aria zingt : " Madre , pietosa vergine " )  tegen achtergrond van het gezang der monniken in het klooster. Zij luidt de bel, maar de portier pater Melitone laat haar niet binnen. Hij wil wel zijn superieur halen. Die komt naar buiten en is ontzet te merken dat de pelgrim een vrouw is. Hij heeft over haar drama gehoord en wil haar redden ( duet:  " Infelice delusa, rejetta ) . Daar zij echter weigert in het klooster te gaan, zal hij haar toestaan als een kluizenaar in een spelonk in de omgeving te leven, waar ze verder geen mens ooit nog mag aanspreken. Hij geeft pater Melitone de opdracht de monniken te halen, die hij zijn besluit meedeelt zonder de identiteit van de pelgrim prijs te geven ( inde aria: " Il sano nome di dio ") Op plechtige wijze wordt Leonora als kluizenaar ingewijd (aria met koor: " La vergione degli angeli ") .

Akt. 3

4° Toneel: een bos bij Vellitri in Italië, tijdens een oorlog van Italiaanse en Spaanse troepen tegen de Duitsers.

Don Alvaro heeft onder een valse naam ,  Frederico Herreros, dienst genomen en zich erg verdienstelijk gemaakt. Hij vraagt zich af wat er met Leonora gebeurd is, maar vermoedt dat ze op de vlucht moet gestorven zijn. ( aria: O tu chein seno agli angeli ) . Achter de schermen klinken hulpkreten en Alvaro redt een officier uit een benarde positie, ontstaan door spelbedrog. Deze stelt zich voor als don Felice de Borbos, hij is in werkelijkheid Don Carlo. De beide mannen kennen elkaar niet en zweren elkaar eeuwige vriendschap. Verder op begint een gevecht dat door de kampchirurg wordt gadegeslagen met een kijker. De beide mannen lopen er heen, maar Don Alvaro wordt echter zwaar gewond. Don Carlo belooft hem voor zijn dapperheid tot de orde van de Calatrava te ridderen. De gewonde is daardoor heftig ontsteld bij het horen van deze naam en zo Don Carlo's argwaan wekt. Alvaro vertrouwt hem een kistje toe met papieren, voor het geval hij zou sterven, maar laat Carlo beloven dit niet te openen in (duet: Solenne in quest'ora ) . Terwijl Alvaro in een tent geopereerd wordt is don Carlo ten prooi aan een dilemma. Hij vermoedt dat zijn nieuwe vriend de lang gezochte moordenaar van zijn vader en de onteerder van zijn zuster kan zijn, hij heeft de bewijzen in handen, maar heeft gezworen het kistje niet te openen. ( aria: " Urna fatale del mio destino ") . Hij doet het toch en ontdekt het portret van Leonora, juist als de chirurg komt zeggen dat de operatie gelukt is. Alvaro zal overleven maar door zijn hand sterven zingt Don Carlo (in het stretta: " Egli è salvo,oh gioia immensa ") .

5° Toneel: een militair kamp bij Velletri. 

De wacht doet zijn ronde en don Alvaro die genezen is wordt aangesproken door Don Carlo die naar zijn toekomst vraagt. Zou hij sterk genoeg zijn om een duel te kunnen aangaan ? Hij weigerdt. Met wie? Don Carlo maakt zich nu bekend en Don Alvaro hoort dat Leonora nog in leven moet zijn. Het voorstel om haar samen te gaan zoeken wordt door Don Carlo hooghartig geweigerd. Als hij haar ooit zou vinden zou hij haar ook doden. Dit wekt Don Alvaro's toorn en beiden geraken slaags ( duet: " Steale, il segretto fa dunque violato "). Zij worden door een patrouille gescheiden.Don Alvaro heeft zijn degen weggegooid en geeft te kennen zijn leven verder te zetten in het klooster. Na deze scéne volgt een grote feestelijke scéne; het kamp komt tot leven bedienden schenken wijn en Prezosilla leest nog altijd de toekomst in de handen .( arria: " Venite all'indovina ") . Maestro Trabuco is nu marktkramer geworden en doet goede zaken ( aria: " A buan mercato chi vuol comprare ") . De zigeunerin troost jonge rekruten die worden opgeleid, er wordt een tarantella gedanst en de familie-reünie wordt bekroond door de komst van een oude bekende pater Melitone die een boetepreek geeft vol pittige woordspelingen ( predica : " Tab toh poffare il mondo ). De woedende soldaten willen hem hiervoor te lijf, maar Preziosilla leidt hun aandacht af met haar tamboerimmitatie ( " Rattaplan, rattaplan, della gloria ") waarin allen a capella instemmen. 

Akt. 4

6° Toneel: binnenkoer van het klooster.

Een troep bedelaars komen voor de traditionele soepbedeling, die pater Melitone met tegenzin verricht. Abt Guardiano wijst hem hiervoor terecht. Pater Melitone wordt woedend van de reacties van het volk als ze hem vergelijken met hun favoriete monnik pater Raffaële, eigenlijk Don Alvaro, die een engel is.  Hij jaagt hen de poort uit en beklaagt zich bij abt Guadiano en vraagt wie Raffaële eigenlijk is met zijn doordringende ogen, er volgt een duet tussen de twee monniken. ( duet: " Del mondo i disiganni " ).

Een bezoeker meldt zich aan bij pater Raffaële. Het is Don Carlo, die zijn spoor eindelik hierheen gevolgd is . Hij probeert vruchteloos pater Raffaële (don Alvaro) uit zijn rol van monnik te lokken en tot een duel uit te dagen. ( duet: " Invano Alvaro ti celasti al mundo ") . Alle beledigingen worden zachtmoedig opgenomen. ( aria: " I minacci, i fieri accenti ") , tot eindelijk de maat vol is als Don Carlo hem een  mulat noemt. Hij grijpt nu één van de degens die Don Carlo voor dit duel heeft meegebracht, en beiden  snellen naar buiten om hun vete te beslechten.

7° Toneel: voor de grot in de nabijheid van het klooster waar Leonora woont. 

Zij zingt hier haar grote aria ( aria: " Pace, pace mio dio "!) Don Carlo en Don Alvaro vechten intussen achter de schermen hun duel uit, waarbij Don Carlo dodelijk gewond raakt . Men hoort hem om een biechtvader roepen en Don Alvaro komt de man uit de grot halen. Leonora kan door haar gelofte niet te voorschijn komen, maar luidt de alarmbel die abt Guardiano moet waarschuwen. Zij herkent echter don Alvaro en hij haar en beiden snellen naar de stervende don Carlo. Met zijn laatste krachten doorsteekt hij zijn zuster die door Don Alvaro wordt opgevangen. Deze vervloekt het noodlot, maar de inmiddels toegesnelde abt Guardiano brengt hem op andere gedachten en onder de zegen van de abt sterft Leonora ( in het trio : " Non imprecare, umiliati a lui " ) tot wanhoop van Don Alvaro. In de allereerste versie van 1862 pleegt Don Alvaro hier zelfmoord, door in een afgrond te springen. 

Historisch overzicht.

Verdi heeft constant met de spankracht van dit bloeddorstige drama van de Spaanse auteur Angel Pérez de Savedra, gevochten. De eerste versie was van librettist Maria Piave en bij de latere versie heeft hij de hulp ingeroepen van Antonio Ghislanzoni. Beiden hebben de meeste dramatische scénes van het toneel overgenomen en alles op elkaar gestapeld zodat Verdi voortdurend op zoek was om de handelingen opnieuw aan te passen. Iedere keer een nieuwe première kwam, ging hij dit werk herbekijken tot zes maal toe in zeven jaar tijd. De versie van 1869 zal uiteindelijk de meest gespeelde worden tot op heden. En toch zoeken regisseurs telkens naar andere wendingen om het verhaal te brengen. Men heeft al van alles geprobeerd zelfs de eerste akte te laten doorgaan voor een proloog en de ouverture als verbinding tussen de proloog en de dan nieuw ontstane eerste akte te plaatsen.

Het toneelstuk van Pèrez had in de jaren dertig van de 19° eeuw een dusdanig succes dat de de theaters in vele Europese steden het op de planken brachten. De eerste versie werd geschreven voor Sint-Petersburg. De meeste opera's van Verdi hadden meestal groot succes in Rusland vooral " Il Trovatore " . Verdi moest in de zomermaanden van 1861 zijn opera componeren onder zéér hoge tijdsdruk en men vermoedt dat hij hier fragmenten heeft gebruikt uit zijn nooit voltooide opera " King Lear ". Hij dirigeerde zelf de première in de Russische hoofdstad op 10 november 1862. De schitterende vertolking en de sprookjesachtige aankleding leverden het werk een stormachtige bijval op. Verdi was zelf niet helemaal tevreden met dit werk en trachtte bij iedere nieuwe première het werk te herschikken of aan te passen , zoals in Rome 1963, in Madrid in het bijzijn van de hertog Rivas, de schrijver van het toneelstuk, nadien in New York, in Wenen 1865, in Buenos Aires in 1866 en Londen 1867. Verdi riep in 1868 de medewerking van de librettist Antonio Ghiselanzoni in , die een totaal nieuwe versie maakte voor de Scala van Milaan die op 20 februari 1869 in première zou gaan met de beroemde sopraan Tereza Stolz als Leonora.

Muzikaal blijft " La Forza del Destino " evenals " Un Ballo in Maschera " een belcanto opera , zij het dan , dat de muzikale scènes in dit werk langer zijn en de dramatische verbindingen worden verkregen door thema's die op de wijze van het " leidmotief "  verwerkt zijn. Verdi schildert met bloeiende melodieën en stemmingen zowel de bonte wereldlijke taferelen als de vrede van het kloosterleven. In de weergave van de bovenaardse liefde van Leonora bereikt hij een stralend hoogtepunt in zijn werk. Het is een opera voor grote stemmen met bijzondere uitwerkingskracht.

Historische uitvoeringen.

Daar de meesten dit werk van Verdi als een overgang zien naar zijn latere volwassen werken " Don Carlos" - " Aida " - " Otello " en " Falstaff " vond dit werk een wisselende opgang mede door de talrijke aanpassingen, er is zelfs een periode van verwaarlozing vooral in de laatste decennia van de 19° eeuw. Er zou nog sprake zijn van een eerste maar legendarische productie aan de Metropolitan te New York met Rosa Ponselle, Caruso en De Luca in 1918. Het zal dan echter nog duren tot 1927 als Frans Werfel een compromis tracht te vinden tussen de verschillende handelingen bevoorbeeld: in de eerste versie pleegde don Alvaro zelfmoord, een onnodig detail vond hij, liet het vervallen ook liet hij het duel in de finale van de laatste akte op de planken gebeuren en niet meer achter de schermen. Ook van hem was de optie om het eerste bedrijf te laten doorgaan als een proloog. Het noodlot begint echter maar zijn kracht te krijgen op het einde van deze scène en het is daar dat het noodlotsmotief voor het eerst klinkt. En tevens fungeert de ouverture als een schitterend intermezzo.Toch permitteren vele regisseurs zich coupures en handelingen onnodig te verplaatsen die nefast zijn voor het verloop van het werk.

Ook in de lage landen kwam deze opera moeilijk op gang. De Italiaanse opera in Nederland vooerde hem maar voor het eerst op in 1897 met Luigi Colazza, Lunardi, Luigi Lucenti en Ferruccio Corradetti. Het werk bleef maar later repertoire houden in 1927, 1928, 1929 met Emilia Piave, Tullio Verona met Piero Biastini, later nog in theater Caré 1933/34 de laatste voorstelling met Francesco Federici. Als pater Melitone die tijdens de voorstelling instortte en kort nadien overleed. De Nederlandse opera bracht het werk terug op het repertoire in het speelseizoen 1955/56 met Gré Brouwenstijn als Leonora die deze rol wereldwijd zou vertolken.

In België of liever in Gent vind ik de eerste beschrijving van een Italiaanse voorstelling op 24 november 1908 met De Roma als Leonora, De Galan als Preziollo en de Colli als Alvaro, Pignataro als Carlo, Sabellico als Calatrava, Quintina als Guardiano en Pompa als Melitone. Dan moeten we wachten tot 18 oktober 1957 met Brunin als Leonora, Varly als Preziosilla en Nardelli als Alvaro, Cattin als Carlo, Derville als Melitone ook nog Gibaud als Guardiano. Later in 1970 onder de directie van Karel Locufier vinden we nog herhalingen met Van Quaille, Pauwels, Cappucilli, De Mulder, Giuseppe Savio, Eeckhout enz...De laatste herhaling met de legendarische Tiemessen als Leonora in 1976 en Du Pré als Alvaro en Stecchi als Carlo, Wierzbiecki als Guardiano en Hubert Waber als Melitone.

Historische opnames.

Ook in de volledige opnames werd dit werk van Verdi aanzien wordt als een overgang naar zijn latere meesterwerken. La Forza del Destino heeft 106 volledige opnamen, Don Carlos heeft er 165, Aida 261 en Otello 228. 

De opnames die ik wil aanhalen zie ik als strikt historisch  of als merkwaardig. De oudste is van 1938 onder de leiding van Oliviero De Fabritis deze is maar fragmentarisch en dus onvolledig.  

1) Als allereerste kies ik die onder leiding van Gino Marinuzzi 1941 met het orkest van Torino met Maria Caniglia als Leonora, Galliano Massini als Don Alvaro, Ebe Stignani als Preziosilla, Saturno Melitti als Melitone, Tancredi Pasero als Guardiano, Liana Avogardo als Curra, Giuseppe Nessi als Trabuco.  Op blackdisc Cetra CB20104- 18x78t. - Cetra OLPC 1236/1-3 (3LP's) op compactdisc  Arcadia 78020- (2CD's).

2) Een zéér mooie onder leiding van Tullio Serafin 1954 aan de Scala met Maria Callas als Leonora, Carlo Tagliabue als Carlo, Richard Tucker als Alvaro, Elena Nocilai als Preziosilla, Renato Capecchi als Melitone, Nicola Rossi als Guardiano, Rina Cavallari als Curra, Gino Del Signore als Trabuco, blackdisc (3LP's) Columbia 33cx1258-1260, op compactdisc EMI-(3CD's)747581-3 ( 1987 )

3) Als buitengewoon merkwaardige opname is deze van 2008 aan de Muntschouwburg te Brussel onder de leiding van Kazushi Ono met Eva Maria Westbroek als Leonora, Vassily Gerelo als Carlo, Zoran Todorovich als Alvaro, Marianne Cornetti als Preziosilla, José Van Dam als Melitone, Carole Wilson als Curra, Alain Colombe als Guardiano, Alexander Kravets als Trabuco. compactdisc Premiére Opera CDNO 2983(3CD's) 2008 Deze opname is ook op video beschikbaar recording in Theatre Royal de la Monnaie 

" La Forza Del Destino " een productie 2008 aan de Munt met José Van Dam

Deze productie aan de " Muntschouwburg " van Brussel met José Van Dam als broeder Melitone is van 2008 is een klassieke voorstelling van deze opera.

Carla Dirikov als Preziosilla in " La Forza del Distino "

" La Forza del Destino " scéne aan het theater regio Parma.

" La Forza del Destino " theater Colon 2012

" La Forza Del Destino " historische opvoering aan de Metropolitan te New York 1918 met Rosa Possele, Enrico Carusa en Giuseppe De Luca .

  • Tereza Stolz 1834 - 1902

    Zij was een Boheemse sopraan geboren te Elbekosteletz in 1834 en in Milaan overleden in 1902. Deze sopraan heeft het grootste deel van haar leven doorgebracht in Italië. Haar repertoire bestond grotendeels uit het werk van Verdi waar ze ook verschillende opera's van heeft gecrëeerd zoals " La Forza Del Destino " ," Aida " ,als eerste opvoering in Italië en zijn " Requiem " Ook van andere componisten zoals van Donizetti, Rossini, Bellini.
    Ze studeerde onder Josef Neruda en Giovanni Battista Gardigiani aan het conservatorium van Praag maar beëindigde haar studies in 1851 bij Vojtêch Caboun. Ze verhuisde naar Triëste naar haar broeder en studeerde daar nog bij Luigi Ricci. Deze componist zou later huwen met één van haar tweelingzusters Ludmila. Ze debuteerde in Tiflis en zou al vlug gevraagd worden in tal van grote Europese operahuizen zoals Odessa, Constantinopel, Nice, Granada en in 1864 terug naar Italië aan de Scala van Milaan waar ze leerling werd van Francesco Lamperti, ze was er vast verbonden van 1865 tot 1877.
    Haar privé leven zou geteisterd worden door de schandaalpers die een vermeende relatie met Verdi in geuren en kleuren heeft uitgesmeerd in een reeks artikels zelfs met brieven van Verdi's tweede vrouw Giuseppina Strepponi die na onderzoek vals bleken te zijn. Wat wel zeker is dat ze door het werken met de componist zéér close bevriend waren ook ten huize van Giuseppina en dat ze na de dood van Strepponi in 1897 verder voor Verdi zou zorgen tot aan zijn dood in 1901 om een jaar later zelf te overlijden in 1902 op 68 jarige leeftijd in Milaan.

  • Mario Tiberini 1826 - 1880

    Was een Italiaanse tenor en componist. Hij werd op 8 september 1926 geboren in San Lorenzo in Campo. Hij gaat op het internaat van Pergolo studeren en op zijn twintigste vertrekt hij naar Rome om er zang en muziek te studeren bij Lullias en Roxas van 1851 tot 1852 . Hij debuteert in Theatro Argentina in de rol van Idreno in Rossini's " Semiramide " . Gaat dan nadien in Napels en Palermo zingen. Zijn echte carrière komt echter maar van de grond na een tournee door Amerika ( Antillen, Venezuela, Verenigde Staten) van 1854 - 1857) hij vertolkt daar verschillende rollen en wordt een leidinggevende tenor . In 1858 keert hij terug naar Europa waar hij concerten geeft aan het Theatro Triumph van San Lorenzo in Campo zijn geboortestreek . Vervolgens wordt hij gevraagd in Spanje aan het Het Theatro del Lucea van Barcelona waar hij zijn toekomstige vrouw leert kennen de sopraan Angelina Volandris Ortolani . Ze huwen in 1859. Na hun huwelijk zingen ze samen met groot succes in de meeste Italiaanse operahuizen in een repertoire van componisten zoals Rossini, Bellini, Gounod, Meyerbeer, Donizetti, Marchetti en Verdi meer dan 70 rollen worden op de planken gebracht waarvan 17 in een wereldpremière. Verdi contacteert hem voor de rol van Alvaro in " La Forza Del Destino " en Riccardo in " Un Ballo in Maschera " . Mario wordt door zijn fans op handen gedragen voor zijn persoonlijke interpretaties en veelzijdigheid als toptalent en meesterlijk gebruik van zijn stem. Zijn carrière stopt op 1876. Hij zou sterven na een slepende ziekte in 1880. Hij wordt begraven op de monumentale begraafplaats van Milaan tussen grote Italiaans figuren.In zijn geboorteplaats zal men het theater waar hij debuteerde zijn naam geven. Het theater Triumph van San Lorenzo in Campo zal voortaan Theatro Mario Tiberini noemen. In 2005 is er een biografisch werk verschenen over Mario en zijn vrouw Angelina.