" Un Ballo in Maschera "

Opera van Verdi in vier akten en vijf tonelen.

Libretto van Antonio Somma, naar Scribe.

Inleiding.

Van deze opera van Verdi in vier bedrijven en vijf tonelen wordt nu soms het 1° en het 2° toneel samengevoegd tot één bedrijf waardoor hij opgevoerd wordt in drie bedrijven en vijf tonelen. De première had plaats in het Theatro Apollo in Rome op 17 februari 1859. Verdi zou tevens in dat zelfde jaar 1859 op 29 augustus voor de tweede keer in het huwelijk treden met de sopraan Giuseppina Strepponi ( zij creëerde de rol van Abigaille in zijn " Nabucco " opera in 1842 ) , waar hij reeds 15 jaar een relatie mee had.

Deze opera is gebaseerd op de moord, op de koning Gustaaf III van Zweden. Ander maal kreeg Verdi tegenwind van de censuur en kon hij zijn opera alleen redden door de handelingen buiten Europa te laten doorgaan en de historische personages te vervangen door nieuwe, zodat het politiek gevoelige thema werd verplaatst naar Boston in de V.S. waardoor de Europese gekroonde hoofden niet meer in een negatief daglicht kwamen te staan. 

Rolverdeling.                                  Stem.                             1° Cast

Riccardo, gouverneur van Boston.                     tenor                        Gaetano Fraschini

Renato, zijn secretaris                                     bariton                      Leone Giraldoni

Amelia, diens vrouw                             dramatische sopraan          Eugenia Julienne-Dejean

Oscar, page                                         coloratuur sopraan                 Pamela Scotti

Ulrica waarzegster                              alt of mezzo sopraan              Zelina Sbriscia

Sam, samenzweerder                                  bas                               Cesare Rossi

Tom, samenzweerder                                  bas                               Giovanni Bernardoni

Silvano, matroos                                       bariton                             Stefano Santucci

Rechter                                              tenor comprimario                  Giuseppe Bazzoli

Plaats: Boston 

Tijd : 18 ° eeuw.

Akt 1.

1° Toneel: audiëntiezaal in het paleis van Riccardo.

Riccardo bekijkt de gastenlijst van het eerst volgend gemaskerd bal en verheugt er zich over ook Amelia, de vrouw van zijn vriend en secretaris, te zien staan, waar hij heimelijk op verliefd is. In het: ( kwartet: " La rivedra nell' estani ) . Renato zijn secretarisch komt hem echter waarschuwen voor een op komst zijnde samenzwering ( in de aria: Alla vita ), maar Riccardo reageert er niet op.

De opperrechter komt met een klacht tegen de waarzegster Ulrica die van hekserij beticht wordt om Riccardo's handtekening te vragen om het vonnis te bekrachtigen. De page Oscar verdedigt haar in zijn ( arria: Volta la terra fronte alle stelle ) . Riccardo besluit de zaak zelf te onderzoeken en beveelt zijn hovelingen zich te vermommen om haar toe te gaan. Tussen de hovelingen lopen ook reeds de twee samenzweerders Tom en Sam.

Akt 2.

2° Toneel: een spelonk waar Ulrica zitting houdt .

Ulrica roept de koning van de afgrond op in haar ( aria: " Re dell' abisso, affrettati ") . Haar eerste klant is de zeeman Silvano, wie ze voorspelt dat hij vlug promotie zou krijgen. Riccardo komt vermomd als visser voor de hovelingen aan de spelonk toe en verstopt zich . Tweede klant is Amelia, ze vraagt hoe ze met de hopeloze liefde die ze voor Riccardo voelt moet omgaan in de ( aria " Ma dall'arido stelo divulsa ") zo komt Riccardo, die nog altijd in zijn schuilplaats is, te weten dat ook Amelia gekweld wordt door gevoelens voor hem. Ulrica raadt Amelia aan bepaalde kruiden te verzamelen op het galgenveld. Ondertussen komen de hovelingen vermomd als zeelieden aan. Riccardo heeft er zich onopvallend tussen gemengd. Hij vraagt in ( een barcarolle: " Di tu se fedeli il flutto m'aspetta ") hem de toekomst te voorspellen. Ulrica doet dit en zegt hem dat hij zal worden omgebracht door de eerste hand die hij zal schudden. Riccardo steekt lachend zijn hand uit naar verschillende omstaanders, tot schrik van Tom en Sam. De situatie wordt voor de samenzweerders gered door de komst van Renato, die niets vermoedend  de uitgestoken hand van Riccardo drukt. In het ( kwintet: " E scherzo od é follia ") Ulrica 's reputatie is gered, ze beseft nauwelijks aan welk gevaar ze is ontsnapt. Riccardo maakt zich nu bekend en wijst haar voorspelling als onzin af, maar Ulrica herhaalt toch haar waarschuwing. De akte eindigt met een algemene hulde aan de gouverneur.

Akt 3.

3°Toneel: het galgenveld om middernacht.

Amelia heeft al haar moed samengevat en haar angst bedwongen, ze is naar de plaats gekomen om haar kruiden te verzamelen zoals Ulrica gezegd heeft. Ze bezingt dit in ( de aria:" Ma dall' arido stelo divulsa ") Ze is verrast ook Riccardo hier aan te treffen. Hij zegt dat hij haar gevolgd is om haar te beschermen en wederzijds verklaren ze hun liefde in het ( duet: " Ah quol soave brivido ") Plots arriveert onverwacht Renato en Amelia bedekt haar gezicht met een sluier zodat hij haar niet kan herkennen. Renato verklaart dat Riccardo's leven in gevaar is want de samenzweerders zijn naar hem op zoek. Riccardo weet te ontsnappen nadat hij met Renato van mantel heeft gewisseld en vraagt de gesluierde vrouw veilig naar de stad te brengen zonder haar identiteit te onthullen. De samenzweerders komen op en vinden Renato met de gesluierde vrouw , in het ( kwartet: " Ve, se di notte) . Renato komt tot de conclusie dat ze overspel gepleegd heeft. Hij verzoent zich met de samenzweerders en sluit zich bij hen aan. 

 Akt 4.

4°Toneel: de bibliotheek bij Renato thuis.

Renato sleurt zijn vrouw binnen en heeft zich voorgenomen haar te vermoorden voor de ontrouw en de schande die zij hem bezorgd heeft. Ze geeft toe Riccardo te beminnen maar pleit onschuld in de ( aria: " Morro ma prima in grazia "). Zij vraagt haar zoon een laatste maal te mogen zien. Renato beseft nu dat zij eigenlijk maar het slachtoffer is en dat hij beter Riccardo kan uit de weg ruimen . Hij laat de samenzweerders komen en laat Amelia uit een vaas het lot met de naam trekken die de moordenaar van Riccardo moet aanwijzen. Renato wordt door het lot aangewezen. Op dat moment komt Oscar binnen met de invitatielijst voor het gemaskerd bal ( kwintet: " Da qual fulgor "), wat voor de samenzweerders een uitgelezen gelegenheid is om toe te slaan.

5° Toneel: het bal.

Riccardo verscheurd tussen liefde en plicht heeft besloten afstand te doen van de onmogelijke liefde en beslist zijn geliefde Amelia en haar man terug te sturen naar Engeland, in de ( aria: " Ma se m' é forza perdeti ") .

Op het bal probeert Renato er bij Oscar achter te komen welk kostuum Riccardo draagt. Eerst weigert Oscar, maar uiteindelijk antwoordt hij : een zwarte mantel met rood lint. ( aria: " Saper vorreste" ). Riccardo is er ondertussen in geslaagd te ontdekken wie Amelia is en brengt haar op de hoogte van zijn besluit. Amelia probeert hem te waarschuwen en terwijl ze afscheid nemen van elkaar steekt Renato Riccardo neer. De gewonde Riccardo onthult hoewel hij Amelia vurig liefheeft, zij nooit haar huwelijksband met Renato verbroken heeft. Hij vergeeft de samenzweerders en neemt afscheid van zijn vrienden en zijn land.

Historisch overzicht.

Ondanks het feit dat Verdi reeds lang de bekendste en beroemdste componist van Italië was had de censuur grote bezwaren tegen het einde van het in 1857 voltooide werk . Evenals in " Rigoletto " had Verdi weer een gekroond hoofd in een slecht daglicht gesteld. In Napels eisten de ambtenaren niet minder dan een compleet nieuw tekstboek. Verdi was daar onder geen voorwaarde toe bereid. In Rome ging men akkoord als de namen van de personages en de plaatsnamen aangepast werden. Daar kort daarvoor een aanslag op Napoleon III was gepleegd, mocht de moord op een vorst in geen geval op het toneel worden gebracht. Daarom heeft Verdi de handelingen naar Amerika verplaatst, een land dat noch heersers , noch aristocratie kende en zeker niet zou protesteren. Hij vond dus een gouverneur  van Boston uit en Amerikaanse namen Sam en Tom, van koningen werd er niet meer gesproken. Zo kon de wereldpremière plaats vinden op 17 februari 1859 aan het Apollo theater te Rome. Verdi had de leiding van het hele gebeuren en moest dertig keer voor het open doek verschijnen. 

Hoe " Un Ballo in Maschera " ontstond.

In 1792 werd de koning van Zweden , Gustaaf III als gevolg van een politieke samenzwering vermoord. Hij werd neergeschoten en stierf dertien dagen later aan zijn verwondingen. Het is deze geschiedenis waar Verdi's gemaskerd bal op gebaseerd is. Maar zoals gewoonlijk is er zéér weinig gelijkenis met het waar gebeurde historische verhaal.

In 1833 schreef de Fransman Eugène Scribe een toneelstuk over dit gegeven dat hij Gustaaf III noemde. Hij behield de oorspronkelijke namen  van sommige betrokkenen, de samenzwering en de moord op het gemaskerd bal. De rest van het toneelstuk, de romance, de waarzegster en de voorspellingen zijn vondsten van Scribe zelf. Het is zijn verhaal dat Verdi gebruikt heeft voor zijn opera. Het toneelstuk was in die tijd algemeen bekend en dus ook gebruikt door andere componisten. Onder andere de Franse componist Auber, wiens naam op ieders lippen lag, sinds het succes van " La Muette de Portici " die aan de basis lag van de Belgische monarchie. Auber schreef dus " Gustaaf III au le Bal Masqué ". In 1833 juist drie jaar na na de Belgische revolutie ging de première hiervan door in Parijs. Hoegenaamd niet onder de indruk van de bijval die zijn voorganger had geoogst liet Verdi van Scribes libretto een proza vertaling maken, die als basis zou dienen voor het Italiaanse tekstboek. Als literaire medewerker koos Verdi de advocaat Antonio Somma uit Rome, een begaafd literaire man met wie hij reeds een bewerking van " King Lear " had willen aanpakken. Somma wou als tekstdichter het liefst anoniem werken waardoor lange tijd gedacht werd dat het libretto van die opera door Piave was geschreven.

In 1857 was het tekstboek klaar en daar Verdi met Somma samen had gewerkt kon deze reeds veel delen van muziek voorzien, zodat hij in januari 1858 naar Napels trok om van de bestelde opera het een en ander voor te stellen. Er ontstonden echter onverwachte moeilijkheden toen de censuur er zich mee ging bemoeien. De koningen van Napels, die tot het huis van de Bourbons behoorden, beschermden angstvallig hun troon, die ze reeds herhaaldelijk hadden voelen wankelen. De zenuwachtigheid was nog vergroot door de aanslag die graaf Orsini op 14 januari 1848 op Napoleon III had gepleegd, en zo kon er voor de Napolitaanse autoriteiten, geen sprake zijn van het uitbeelden van een koningsmoord op het toneel. Men eiste van Verdi dat hij zijn libretto zou veranderen, maar zij stuitten op een radikale weigering van de componist. De hertog van Ventignana, die de leiding had van de commissie van het San Carlo theater vroeg veertigduizend dukaten schadevergoeding aan de componist, die echter zijn standpunt niet wijzigde.

Gelijk waar de meester verscheen was hij omringd door geestdriftige bewonderaars, wat niet belette dat hij in een brief aan Somma schreef " Welk een hel hier ". Tenslotte werd een vergelijk getroffen voor de handelsrechtbank en in plaats van " La vendetta in Pomino " zoals  " Un Ballo in Maschera " eerst heette kreeg hij opvoeringsverbod in Napels.

Natuurlijk had dit de omgekeerde werking tot gevolg, dan wat de censuurmensen hadden verwacht . Overal werd over de opera gesproken en vrij spoedig bood de impressario Joccovaci zich aan om het werk in Theatro Apollo te Rome in première te laten doorgaan mits een aanpassing van de plaats en de namen van de personages waar Verdi mee instemde. In deze vorm behaalde het werk een triomfantelijk onthaal en ging ze door op 17 februari 1859. Het werd een dag die Verdi niet vlug zou vergeten.

Historische uitvoeringen. 

Drie verschillende versies van " Un Ballo in Maschera " .

De oerversie waarmee Verdi en zijn tekstdichter Somma toen naar Napels trokken om hun werk voor te stellen had als titel " Vendetta in Domino " die later voor het voetlicht kwam als " Un ballo in Maschera ". Door de censuur moesten ze de actie verplaatsen en de personages aanpassen. Koning Gustaaf III van Zweden werd fel gehaat door de kleine landadel, in Verdi's gewijzigde opera werd Riccardo gouverneur van Boston. Graaf Akarström, die de vorst doodde werd Renato, een vertrouwensman van de gouverneur Riccardo. De samenzweerders graaf Horn en graaf Warting werden Sam en Tom.

De Italiaanse tenor Mario, die lange tijd te Parijs verbleef, zorgde voor een andere versie bij de première te Parijs. Hij deed de actie verplaatsen naar Napels der vijftiende eeuw, Riccardo werd gouverneur van de koning van Napels en Ulrica werd getypeerd naa een bekende Napolitaanse figuur.

In 1940 heeft de Metropolitan van New York het werk opgevoerd in zijn oorspronkelijke Zweedse versie, met Jussi Björling, Alexander von Sved en Zinka Milanov. Dit beeld vond navolging in Covent Garden te Londen en in de opera van Stockholm, die door Gustaaf III zelf werd gesticht.

Een ander wetenswaardigheid is de rol van Ulrica. Die werd voor het eerst in de geschiedenis van de Metrapolitan Opera bezet door een kleurlinge Marian Anderson in 1946. Een minder aangename anekdote voor de Amerikaanse opera-liefhebbers is dat tijdens de uitvoering van " Un Ballo in Maschera " de befaamde bariton in de rol van Renato zijn stem brak. Renato was dan ook de laatse rol die hij zong alvorens het operaleven vaarwel te zeggen.

Historische uitvoeringen in de lage landen.

Buiten het feit dat de allereerste voorstelling legendarisch was omdat ze onder de leiding stond van de componist zelf en hij na de laatste finale wel 30 open doekjes kreeg en dus een overgetelijke avond beleefde en op handen gedragen werd door het publiek, is er weinig geweten over bijzondere voorstellingen voor 1900. We weten wel dat deze opera In Nederland vrij vroeg reeds meerdere opvoeringen kende zelfs in het Italiaans. Ook in België te Gent was er reeds een eerste voorstelling in het Italiaans in 1864, de eerste Franse versie voor Gent was van 1871, dit was voor Gent in die tijd niet evident omdat het toen traditie was dat elk werk eerst in het Frans op het podium werd gebracht. Een eerste Duitstalige voorstelling kwam al op 1889 en een eerste Nederlandstalige vertoning in 1918. Deze opera werd een vast repertoirestuk vanaf 2 oktober 1953 eerst in het Frans later in het Italiaans met De Reuck, Brunin, Bockachek, Ferrario en Novelli in de rol van "Amelia". In de rol van "Ulrica" vinden we De Gruyter, Deveaux, Pauwels, Clery, Brown en d'Ares. Als "Riccardo" noteren we Nardelli, Kostov, Iaia, Du Pré en Lavrgin, als Renato zien we Laffont, Cattin, Dubuc, en Stecchi terug. In een totaal van 60 voorstellingen waarvan 23 in het Italiaans, 24 in het Frans, 3 in het Duits en 7 in Het Nederlands 

Op het internationaal forum vinden we natuurlijk wereldstemmen terug zoals Emmy Destinn, Claudia Muzio, Maria Caniglia, Zinka Milanov, Maria Nemeth, Gré Brouwenstijn en Maria Callas allen Amelia's. Voor Renato zijn er de vele grote baritons zoals Guiseppe Taddei, Gino Becchi, Leonard Warren, Ettore Bastianini, Renato Brusson, Jan Derksen en Tito Gobbi. Voor de rol van Riccardo komen Geatano Franschini, Alexandro Bonci in aanmerking . Hij was een van de grootste specialisten in deze rol die de schertsende toon in het kwintet zo volmaakt beheerste dat Toscanini, toen hij met Jean Peerce deze rol instudeerde heel New York afliep om een exemplaar van Bonci's plaat te zoeken , om deze te kunnen laten horen bij de stemstudie. Nog grote tenoren mogen we niet vergeten  zoals Tagliavini, Caruso, Benjamino Gigli, Jean Peerce, Carlo Bergonzi, Luciano Pavarotti, Gianni Iaia. In de rol van Ulrica vinden we tal van mezzo-sopranen terug Pia Tassinari Simionato, Fedora Barbieri, Rita Gorr enz.....

Muzikale Synthese.

Het melodrama wordt tragedie.

Kanttekeningen bij de muziek van " Un Ballo in Maschera " door Hans Gal .

 

Het voorspel tot deze opera is, zoals alle ouvertures en voorspelen of prologen van Verdi, uit het vocale gegroeid: het koor van de hovelingen waarmee de opera begint, de fugerende frase van de samenzweerders en de liefdesmelodie van Riccardo. Wanneer dit alles dan terugkeert in de eerste scène, gebeurt dit op een uiterst natuurlijke manier, met het effect van een symfonische reprise.   

De inleiding tot het tweede bedrijf, een stormachtige nachtfantasie, cummuleert in een cantilene uit een scène in het eerste bedrijf, een muzikaal idee die door haar soberheid des te indrukwekkender en aantrekkelijker is. Deze melodie weerklinkt op het ogenblik dat Amelia verschijnt en omringt haar als de aura van een heilige. Het is een echt melodramatische situatie: op een akelige plaats, om middernacht, verschijnt een aantrekkelijke, bezorgde vrouw, heen en weer geslingerd tussen plichtsbesef en een verboden liefde.

Ook bij Verdi zijn er kwalitatieve verschillen binnen één en het zelfde werk. Expositie-scènes zijn een riskante aangelegenheid, omdat het daarbij om voorbereiding gaat, om begeleidende omstandigheden, waarbij de fantasie van de componist nog niet ten volle gewekt is. Er is levendige , frisse muziek zoals het couplet van de page Oscar en het elegante slotensemble van de eerste scène; Ook de daarop volgende aria van de waarzegster is opmerkelijk.

Maar dat alles wordt secundair wanneer met het optreden van Amelia een heel andere, veel dieper expressief klimaat voelbaar wordt. Dat is pas de echte grote Verdi. Dit trio van Amelia, Ulrica en de verborgen Riccardo is het muzikale hoogtepunt van het bedrijf, ondanks de zéér sterke finale. Met haar optreden is Amelia duidelijk gekarakteriseerd als tragisch middelpunt van de opera, niet omdat dat de beloeling was van de componist, maar omdat hij het met zo'n grote intensiteit aangevoeld heeft. Uit deze episode stamt de melodie van Amelia die in de inleiding tot het volgende bedrijf  opgenomen werd, niet als leidmotief, maar als een onwillekeurige muzikale herinnering aan een moment met een zeer grote emotionele betekenis.

In de reeds vernoemde eerste finale gebruikt Verdi een combinatie, die hij later ook in de tweede finale van Aida ( de grote triomfscéne) zal toepassen, met een nog monumentaler effect overigens. Twee melodieën worden na elkaar geïntroduceerd, de eerste door het koor, de tweede door solostemmen, in een contrapuntische combinatie bereiken zij dan tegelijkertijd een dynamisch hoogtepunt. Geen enkele componist stond afkeurig van al het schoolse en academische van  Verdi, maar hij streefde voortdurend naar een steeds volledige beheersing van alle mogelijkheden van de compositietechniek en toonde altijd veel belangstelling voor het polyfone, voor zover het in overeenstemming te brengen was met zijn  onwrikbare principe van vocaliteit.

Melodische expressieve middenstemmen zijn typerend voor al zijn grote ensembles en dat is dan ook het resultaat van de genoemde technische kunstgreep. Het centrum van de hele scéne is Riccardo, die hier met vocale hoogtepunten van allerlei soort bedacht werd. Wanneer hij duidelijk alleen maar om zijn ontzetting te verbergen - zingt hoe dwaas het is om geloof te schenken aan voorspellingen, komt het basismotief van het werk zeer opvallend tot uitdrukking : de tragiek achter de maskerade. Riccardo en zijn hele hofhouding zijn verkleed. In het volgende bedrijf verwisselt hij met Renato van mantel en hoed om de samenzweerders op een dwaalspoor te brengen. Een gemaskerd bal wordt de plaats van de moord. Riccardo, het slachtoffer, draagt masker en domino, evenals de moordenaar Renato. In de muziek staat het ballabile, de lichte dansmelodie in een schril contrast tot de onderdrukte nood en wanhoop: de page Oscar laat zijn lichte, zorgeloze sopraan weergalmen over afgronden die hij niet vermoedt.

Ondanks de rijkdom aan dramatische momenten van deze scène, wordt zij toch nog overtroffen door het tweede bedrijf, het beslissende moment van handeling. Het is één van de bedrijven van Verdi die de absolute perfectie bereikt, een stroom van geïnspireerde muziek bij een opeenvolging van scènes die de toeschouwers in ademloze spanning houden, aria, duet, trio, finale: reeds uit deze uiterlijke indeling blijkt hoe de structuur telkens naar een hoogtepunt toegericht is. De slotscène van Amelia bij het begin van het bedrijf leidt naar een innige, doorvoelde aria: in deze aria , evenals in een ander lyrische uiting van Amelia in het volgende bedrijf, maakt Verdi gebruik van een vormprincipe dat tot het oudste erfgoed  behoort van de muziek van de " Nieuwe Tijd ": een concerterend solo -instrument begeleidt de zangstem en alterneert met die stem. De oorsprong van deze compositie techniek ligt in de  in de stille concertato van de vroeg 17° eeuw. Bij Bach en al zijn tijdgenoten speelt de aria met obligaat solo- instrument een belangrijke rol. Van Mozart is er een beroemd voorbeeld in " La Clemenza di Tito " (klarinet). Maar  ook  Rossini, Weber, Meyerbeer, en vele anderen maakten gebruik van deze techniek. Amelia zingt haar mooie monoloog samen met een althobo en in de scéne in het vierde bedrijf tijdens de smeekbede tot haar echtgenoot, neemt een cellosolo deel aan haar aria. Verdi heeft deze ariavorm steeds weer toegepast, in " La forza del Destino " , " Don Carlos " , " Aida " enz......

Telken  is het alsof de zangstem en het instrument elkaar wederzijds inspireren  en telkens is het resultaat een hoogetpunt van melodieuze schoonheid. Op de monoloog van Amelia volgt een schitterend liefdesduet, een moment waarop de geliefden zichzelf en de hele wereld vergeten. Dan neemt de tragedie een loop.

Renato komt met zijn waarschuwing, Riccardo vertrouwt hem de gesluierde vrouw toe, die door haar echtgenoot niet herkend wordt. Het is een precaire situatie, die plots grimmige ernst wordt wanneer Amelia zich tussen de getrokke n degens werpt en de sluier valt. En die ernst wordt dan weer verhuld door een spottend koor, dat de bedrogen echtgenoot - zo ziet hij zichzelf uiteraard - diep in de ziel snijdt. De vrolijkheid van de samenzweerders, hun honend gelach maken duidelijk dat er een moord op komst is. Deze burleske finale bij een noodlottige situatie is een onovertroffen hoogtepunt. 

 In het laatste bedrijf is er, ondanks de spanning van de nakende catastrofe, altijd nog plaats voord de lyriek die bij de opera hoort. Het vreselijke is dat Amelia niet in staat is te spreken, om zich te verantwoorden. Zij heeft niets anders op haar geweten dan een liefdesduet, maar zij voelt zich schuldig en daarom moet ze zwijgen. En Renato krijgt de gelegenheid om zijn gevoelens uit te zingen in een monologische aria, die men eventueel zou kunnen zien als een reminiscentie aan de oude stijl: de " flebile dolcenza " van Bellini wordt hier tot een hoogtepunt gebracht.

Maar het is heerlijke muziek met een prachtige baritonklank ( Verdibariton ) . En dan komt het tot een  slotscène , die van een ontroerende, plechtige grootheid getuigt. Hier is het melodrama voor de eerste keer  tragedie geworden.

Historische opnames.

Naast tal van losse fragmenten zijn er wel 165 volledige uitvoeringen op het internet bekend. De allereerste historische opname is echter in het Duits gezongen  en staat onder de leiding van Heinrich Steiner met orkest " Des Reichssenders Berlin. "

1) Een eerste Italiaanse versie is onder leiding van Ettore Panizza van 1940 aan de Metropolitan met Jussi Björling als Riccardo , Alexander Svéd als Renato, Zinka Milanov als Amelia, Bruna Castagna als Urica, Stella Andreva als Oscar, Arthur  als Silvano, Norman Cordon als Sam en Nicola Moscona. Black disc " The Golden Age of Opera " EJS GAO 230( 2Lp's- 1962)) en op compact disc Arkadia " The Golden Age " GA 2038( 2DC's)

2) Een tweede mooie opname uit 1970 met Luciano Pavarotti als Riccardo, Sherrill Milnes als Renato, Renata Tebaldi als Amelia, Regina Resnik als Ulrica, Helen Donath als Oscar , onze eigen José Van Dam als Silvano , Leonardo Monreale als Sam en Nicola Christou als Tom. dit alles onder de leiding van Brunos Baroletti met het orkest Santa Cecilia een prachtige uitvoering met een topcast. Black disc: Decca set 848-486 - (1971 - 3Lp's) en op compact disc: Decca (London) 460 752-2 ( 2 CD's - 1999).

3) Een derde meer recnte opname van 2005 onder de leiding van Antonio Pappano aan de Covent Garden Londen met Marcelo Alvarez als Riccardo, Thomas Hampson als Renato, Karita Mattila als Amelia, Elisabeth Fiorillo als Ulrica, Camilla Tilling als Oscar, Jared Holt als Silvano, Matthew Rose als Tom en Giovanni Battista Parodi als Sam. Compact disc: " Première Opera " CDNO 1795-2 ( 2 CD's 2005)

De muzikale kanttekeningen komen uit het programmaboek " De Vlaamse Opera " van een uitvoering te Gent op 20 juni 1992 ( première) " Un Ballo in Maschera " de Zweedse versie die tegenwoordig veel wordt opgevoerd.      

 

Uitvoering van " Un Ballo in Maschera " van Verdi te Gent op 24 oktober 1971.

Pavarotti als Ricardo en Lilian Watson als Oscar in " Un Ballo in Maschera " van Verdi 1980

Julia Koci als Oscar en Mark Walters als Renato in " Un Ballo in Maschera " Parma 2013

" Un Ballo in Maschera " De Munt Brussel 2015 de laatste productie voor de renovatie van het theater.

" Un Ballo in Maschera " Opera van Verdi - Het Bal

  • Leone Giraldoni 1824-1897

    Girladoni was terug een beroemde Italiaanse bariton. Hij creëerde titelrollen in opera's van Donizetti als " Il Ducca d'Alba " en van Verdi 's " Simon Bocanegra " en " Un Ballo in Maschera " Giraldino studeerde muziek en zang bij Luigi Ronzi te Florence en maakte zijn debuut in Pacini's " Saffo " in 1847 . Zijn debuut aan de Scala was in de rol van graaf Luna in Verdi's " Il Trovatore " 1855 . Tijdens zijn lange carrière zong hij over heel Europa ook te Parijs en Moskou er waren in beide steden een Italiaanse opera met een volledig Italiaans zanggezelschap.
    Zijn laatste optreden zou in Filoppo Marchetti's " Don Giovanni d'Oostenrijk " zijn aan het Theatro Constanzi in Rome 1885. Na zijn pensioen gaf hij stem en zangles eerst in Milaan en vanaf 1891 aan het conservatorium van Moskou waar hij aldaar zou overlijden in 1897.
    Hij behoorde tot een van de vooraanstaande generatie baritons, die in staat waren de veeleisende werken van de toen populaire belcanto opera's, waar veel technische vaardigheden voor nodig waren, te vertolken. Enkele van zijn collega's waren Graziani, Cotogri, Pandolfini, Pantaleoni . Hij was gehuwd met de bekende sopraan en violiste Caroline Ferni . Zij hadden samen een zoon Eugenio Giraldoni (1870-1924) die zelf ook een toonaangevende bariton zou zijn net als zijn vader. Zijn zoon zong de wereldpremière in 1900 van Puccini's " Tosca" als Scarpio. Leone Giraldoni is ook de auteur van twee naslagwerken één voor zang , uitgeven in Bologna in 1884 en één voor stem in Milaan 1891.

  • Eugenie Julienne-Dejeau 1815-1864

    Eugenie was als sopraan meer dan dertig jaar actief vooral in Parijs en Londen. Ze had een repertoire in opera's van Verdi, Donizetti, Halévy, Meyerbeer en enkele minder bekende componisten. Ze werd gevraagd voor de eerste voorstelling van " Un Ballo in Maschera " van Verdi voor het Theatro Apollo in Rome. Het klikte niet volledig met Verdi , maar door het publiek en de critici werd ze positief ontvangen. Ze zong tot op het einde van haar carrière. Het laatste document dat we kunnen terug vinden is een brief van Meyerbeer die zegt dat ze in 1863 zong aan het Theatre Italien te Parijs in oktober. Men vermoedt dat ze overleden is aldaar in 1864. Ze zong ook nog aan het Grand Theater del Liceu in Barcelona.

Leone Giraldoni bariton.

Carolina Ferni violiste en sopraan echtgenote van Leone Giraldoni.

Eugenio Geraldoni hun zoon ook een toonaangevende bariton net als zijn vader . Was in 1900 de eerste Scarpio in Puccin i's " Tosca "