" Simon Boccanegra "

Opera van Verdi in drie akten en vijf tonelen.

Libretto van Piave, naar Gutierrez .

Inleiding.

Voor het eerst begint Verdi met een proloog in plaats van met een ouverture. Dit is een soort flashback, de eigenlijke gebeurtenisssen in deze opera gaan 25 jaar later verder. De eerste versie van deze opera ging in première op 12 maart 1857, maar was geen succes en zou in meer dan 20 jaar niet meer worden opgevoerd. Verdi is dit werk echter altijd blijven koesteren en met de hulp van de latere librettist Arrigo Boito zou dit werk volledig herwerkt worden en in première gaan op 24 maart 1881, 24 jaar later . Deze tweede versie zou eigenlijk de definitieve worden. Het is ook deze tweede versie die hier zal beschreven worden.

 

 

Rolverdeling                   Stem        Cast 1857         Cast 1881

Simon Boccanegra doge van Genua --- bariton --------- Leone Giraldoni ------------ Victor Maurel

Maria zijn dochter " Grimaldi " -------- sopraan --------- Luigia Bendazzi ------------ Anna d'Angeri

Jacopa Fiesco edelman " Grimaldi "----- bas --------- Giuseppe Echeverria ---- Eduoard de Reszke

Paola Albiani goudsmid ------------------ bariton ------- Giacomo Vercelini -------- Federico Salvati

Gabriel Adorno Genuaans edelman ---- tenor ---------- Carlo Negrini --------- Francesco Tamango

Pietro hoveling  --------------------------- bas ------------- Andrea Bellini ----------- Giovanni Bianco 

PLaats: Genua en omgeving.

Tijd: de proloog speelt af in 1339 en de eigenlijke handelingen 25 jaar later.

Proloog.

Een plein in Genua voor de kerk van Sint- Lorenzo. 

Paolo en Pietro bereiden de benoeming voor van de doge van Genua. Simon Boccanegra, een zeerover die de Noord- Afrikaanse piraten heeft bestreden, komt hiervoor in aanmerking. Dit is eigenlijk een politiek statment voor de aristocratische tegenpartij.

Boccanegra gaat hiermee akkoord vooral omdat hij nu de positie heeft om met zijn liefde te kunnen trouwen, de dochter van de Genuaanse edelman Jacopo Fiesco. Hij echter wil dit beletten ondanks dat Simon reeds een kind bij haar heeft.

Fiesco komt op, overmand door verdriet omdat zijn dochter overleden is. Hij bezingt dit in een beroemde aria (Il lacerato spirito) hij wordt hierbij begeleid door een onzichtbaar koor op de achtergrond. Fiesco vertelt echter niet aan Boccanegra dat zijn dochter overleden is en wil zich met Boccanegra verzoenen op voorwaarde dat die hem zijn kleindochter laat opvoeden. Maar het kind is al op onverklaarbare wijze spoorloos. Als Boccanegra zijn geliefde gaat opzoeken ontdekt hij dat ze is overleden. Men hoort zijn vertwijfelde kreet. Als hij terug buiten komt begroet het volk hem als de nieuwe doge tot grote woede van Fiesco.

Akt 1

1° Toneel: tuin aan het paleis der Grimaldi's buiten Genua. 

De doge heeft veel van zijn politieke tegenstanders verbannen en hun bezittingen geconfisceerd. In het kasteel van de Grimaldi's smeedt Fiesco, die een andere identiteit heeft aangenomen onder de naam van Andrea Grimaldi, een complot om het bewind van de doge omver te werpen. In hun onwetendheid hebben de Grimaldi's de dochter van Boccanegra geadopteerd nadat ze als een wees in het klooster was terecht gekomen. Zij hebben haar Amelia genoemd, omdat ze hoopten dat zij erfgenaam kon worden van de familiebezittingen, daar hun zonen verbannen zijn. Amelia wacht op haar geliefde Gabriele Adorno , aria: ( Come in questoro bruna) . Als hij verschijnt, waarschuwt ze hem voor een politieke samenzwering. Ze zingen hier het duet : ( Vierri a minor la cerula gevolgd door een stretta Si, si dell'ara il giubilo) . De komst van de doge wordt aangekondigd. Amelia vreest dat ze gedwongen gaat worden om met Paolo te trouwen en dringt er bij Adorno op aan om bij haar vader om haar hand te vragen. Deze stemt toe en onthult dat Amelia eigenlijk maar een arme vondeling is. Dit maakt niets uit bij Adorno en beide mannen sluiten hier vriendschap in het duet: ( Vieni a me, ti benico.) . Dan verschijnt Boccanegra. Hij vergeeft Amelia's verbannen broeders. Desondanks weigert ze om met Paolo te trouwen en vertelt over haar adoptie en toont een medaillon waarin de afbeelding staat van haar moeder. Simon Boccanegra herkent hier zijn vroegere geliefde en realiseert zich dat Amelia zijn lang verloren dochter is. Het duet: ( Figlia, a tol nome io palpito ) . Zij besluiten dit nog geheim te houden. Als Paolo hoort dat zijn voorgenomen huwelijk niet kan doorgaan wordt hij woedend en onyvoerd hij Amelia.

2° Toneel: de senaat.

De doge probeert de senaat te overhalen geen oorlog te voeren. Ze duiden Adorno aan als moordenaar van Lorenzino, die geprobeerd heeft Amelia te ontvoeren in opdracht van een vooraanstaand edelman. Adorno bekent , maar wil doen uitschijnen dat Boccanegra zelf de verantwoordelijke is en gaat hem te lijf met een dolk. Amelia weet dit te verhinderen aria: ( Nell'ora soave) Boccanegro grijpt tijdig in en laat Adorno arresteren aria: ( Plebe ! patrizi popolo ) Hij vermoedt echter dat Paolo de verantwoordelijke is en vervloekt hem.

Akt 2

Paolo bespreekt zijn plan om Boccanegra te vermoorden met Fiesco, maar deze weigert om mee te werken. Paolo vertelt dan aan Adorno dat Amelia de minnares van de doge is, hopend dat Arondo in een bui van woede Boccanegra zou vermoorden. Adorno zit nu vol van tegenstrijdige gevoelens en als Amelia verschijnt, barst Adorno in woede en jaloezie uit. aria : ( Sento avvampar nell'anima ) . Adorna beschuldigt haar nu van ontrouw. Zij zegt dat ze alleen van hem houdt, maar verzwijgt dat Boccanegra haar vader is, vooral omdat Adorno's familie door de doge is vermoord. Adorno verstopt zich als Boccanegra binnen komt. Amelia bezweert nu dat ze voor Adorno zou willen sterven. Daarop wil Boccanegra Adorno genade schenken. Hij drinkt nu een glas wijn waarin een slaapmiddel is gedaan en valt in slaap. Als Adorno hem vervolgens probeert te vermoorden houdt Amelia hem tegen. Boccanegra ontwaakt en onthult het geheim dat Amelia eigenlijk zijn dochter is. Adorno smeekt nu om vergeving in de aria: Perdon, Amelia...Indomito ) en belooft aan de zijde van Boccanegra te zullen strijden.

Akt 3

Boccangega heeft zijn tegenstanders overwonnen. Paolo is ter dood veroordeeld omdat hij de leiding had in de opstand tegen de doge. Fiesco is uit de gevangenis vrij gelaten. Paolo vertelt Fiesco dat hij er in geslaagd is Boccanegra te vergiftigen. Fiesco confronteert Boccanegra , die stervende is met de waarheid. Deze herkent immers zijn oude vijand, maar is gelukkig dat Amelia zijn kleindochter is. Fiesco voelt berouw en vertelt Boccanegra over het gif. Adorno en Amelia net getrouwd, vinden haar vader en grootvader die zich met elkaar verzoend hebben . Boccanegra vraagt Adorno hem op te volgen en nadat de doge gestorven is roept Fiesco hem uit als nieuwe doge.

Historisch overzicht.

Door de triomf van Verdi's drieluik in de jaren 1851-1863 had Verdi in Italië geen opera's meer in première gebracht. De opdracht kwam van het Theatro Fenice te Venetië in 1856. Verdi koos daarvoor de geschiedenis van Simon Boccanegra. Hij ontwierp het scenario en Piave schreef het libretto. De compositie werd tegen het einde van 1856 voltooid en kon in première gaan op 12 maart 1857 in Venetië. Het werd een totale mislukking en het werk ging voor 24 jaar in de koelkast. Dit werk lag Verdi echter nauw aan het hart en toen hij de getalenteerde dichter-componist Arrigo Boito leerde kennen heeft Verdi hem kunnen overtuigen de oude versie van Simon Boccanegra eens grondig onder handen te nemen. Nog voor zijn grote werken Otello en Falstaff was Simon Boccanegra  volledig herwerkt. Zowel kwa muziek en tekst werd het beter. Arai's werden beperkt en de recitatieven werden uitgebreid waardoor een beter verband ontstond tussen de onderlinge handelingen. Het werk had een nieuw leven  en een definitieve vorm gekregen. Onze bespreking gaat dus ook uit van de tweede versie die sedertdien repertoir heeft gehouden en nu nog regelmatig wordt opgevoerd. Deze nieuwe versie ging dan in première op 24 maart 1881 aan de Scala van Milaan. De  hernieuwde cast bestond uit vedetten die nu nog altijd in de operawereld tot de verbeelding spreken. De titelrol van Simon werd vertolkt door Victor Maurel, Edouard de Reszke als Fiesco, Francesco Tamangno als Adorno en Anna d'Angeri als Amelia. Na vele jaren van verwaarlozing was Simon Boccanegra een nieuw leven begonnen die zal verder gaan tot heden  in de 21° eeuw.

Historische uitvoeringen en opnames.

Deze opera is maar populair geworden na 1881 en vooral na 1890. De herontdekking kwam maar traag op gang. De eerste internationale opvoeringen laten nog op zich wachten. Amerika voor het eerst in 1932 aan de Metropolitan onder Serafin met Lauwrence Tibett, Ezio Pinza, Giovanni Martinelli en Maria Müller. Aan de opera van Berlijn was het Franz Werfel die het ijs brak, maar we weten allen dat in die tijd Italiaanse opera's in Duitsland in het Duits gezongen werden en dit vind ik een verkrachting van het toneelgebeuren. Een definitieve herleving  kwam in het Verdi-jaar 1951 in Rome onder Francesco Molinari-Pradelli met in de hoofdrol Paolo Silveri in die tijd de Verdi-bariton bij uitstek. Met deze bezetting bestaat zelfs een complete opname op LP door Cetra ( zie discografie).

In Nederland vind ik geen sporen van een of andere uitvoering . In België is de eerste uitvoering in 1963 onder Németh met Géri Brunin als Amelia, Lucien Cattin als Simon, Jan Tamaru als Paolo, Guus Hoekman als Fiesco en Pierre Lanni als Adorno er zouden drie vertoningen zijn. De eerstvolgende herneming kwam er in 1966 onder Jef Nachtergeale met Jaqueline Van Quaille, terug met Lucien Cattin, Richard Pluma, Tadeus Wierzbicki en Pierre Lanni. Deze voorsteling met bijna dezelfde bezetting zou hernomen worden in 1977 maar dan met de Franse diva Françoise Garner goed voor alles samen 9 voorstellingen.

Historische opnames.

Aan opnames is er wel geen tekort er zijn er 81 geregistreerd we gaan ze nattuurlijk niet alle bespreken. Enkel diegene die ik als historisch en bijzonder beschouw.

1) De allereerste opname dateert van 1935 onder Ettore Panizzo aan de Metropolitan  met Lawren Tibett, Ezio Pinza, Elisabeth Rethberg, Giovanni Martinelli en met Alfredo Gandolfi. Origineel op 78 toeren. ook op LP " The golden Age of Opera EJS177 ( 2LP's)

2) Een tweede belangrijke  was in 1951 onder Francesco Molinarie-Pradelli met, het orkest Rai Roma met Paolo Silveri, Mario Petri, Antoinetta Stella, Carlo Bergonzi en Walter Monachesi. Opname door Cetra LAR1231( 3LP's) en ook op compact disc Fonit Cetra (2CD's) . Paolo Selveri was de belangrijkste Verdibariton van zijn generatie.

3) Nog een merkwaardige opname uit 1966 met de Nederlandse sterbariton Jan Derksen in de rol van Paolo Albiani . Alles stond onder de leiding van Fulvio Vernizzi met in de hoofdrol Peter Glossop, Ugo Trama, Orianna Santunione, Angelo Mori en Jan Derksen de grootste Nederlandse bariton van zijn tijd, op compact disc " Jan Derksen zingt Verdi Simon Boccanegra compleet + Don Carlos + Otello + Falstaff allen hoogtepunten 4CD's uitgave in 2004.

4) Een vierde de eerste op DVD in 1995 onder Michelangelo Velni aan de opera Colon ( Buenos Aires) met José van Dam als Simon Boccanegra, Ferrucio Furlanetto, Karita Mattila, Lando Bartolini en Luis Gaeto Premier Opera DVD 5257( 2005) . 

" Simon Boccanegra " van Verdi

Gast voorstelling van opera gezelschap van de Scala van Milaan aan het Bolsoi Theater van Moscouw in 2016 onder de leiding van Frederico Tiezzi met in de hoofdrol Leo Nucci als Simmon Boccanegra.

Thomas Hampson als Simon Boccanegra

Leo Nucci als Simon Boccanegra.

Renato Brusson als Simon Boccanegra

George Petean als Simon en Maria Agresta als Amelia.

" Simon Boccanegra " Verdi

Nog een mooie versie van een productie aan het " Theatro Di San Carlo di Napoli " met in de hoofdrol als Simon Boccanegra Ambrogio Maestri. 2017 .

Opvoering van de Verdi-opera " Simon Boccanegra " met de legendarische bezetting voor Gent op 2 oktober 1977

  • Luigia Bendazzi 1829-1901

    Italiaanse sopraan geboren 1829 en overleden 1901. Ze was leerlinge bij M.Attridge te Milaan en later in Bologna bij M.Dallara. Ze debuteerde aan Theatro San Benedetto in Venetië in " Ernani " van Verdi en op 21 maart als Amelia Grimaldi in de wereldpremière van Verdi's " Simon Boccanegra " in Sint-Petersburg 1857. Ze zong nog creaties van componisten zoals Vincenzo Moscuzza, Vicenzo Batista, Achil Peri, Francis Tessarin, Angelo Vilanis en Giovanni Pacini. Ze huwde met de muzikant Bendictus Secchi. Na haar huwelijk werd het een beetje stil rond Luigia ze zong nog vermoedelijk tot 1870.
    Ze maakte dus deel uit van het gezelschap dat " Simon Boccanegra " als oerversie op de planken bracht te Sint-Petersburg.

  • Carlo Negrini 1826-1865

    Italiaans baritonaal tenor geboren te Piacenza in 1826 en overleden te Napels in 1865. Hij studeerde muziek en zang te Milaan en zette zijn studies verder in Parma. Tussen 1845 en 1848 zong hij in het operakoor van Parma. In 1850 breekt hij door als solist en wordt hij aangetrokken voor de Scala van Milaan om " I Lombardi " van Verdi te vertolken . Hij zong in verschillende operahuizen in het Noorden van Italië. Componist Errico Petrella schreef voor zijn stem enkele rollen
    die hij in Barcelona zou brengen. Hij zong ook de rollen wereldpremière van " Simon Boccanegra " Te Sint-Petersburg waar hij deel uitmaakte van het volledige Italiaanse gezelschap. Dit gezelschap stond onder de leiding van de componist Verdi zelf.
    Juist toen zijn carrière van de grond geraakte en hij ingehuurd werd bij het Theatre Italien in Parijs, kreeg hij een beroerte en overleed te Napels in 1865 op amper 38 jarige leeftijd. Nigrini was een tenor die voor zo 'n korte carrière zéér geliefd was bij zijn publiek.

  • Victor Maurel 1848 - 1923

    Frans bariton met internationale reputatie, geboren in Marseille in 1848. Hij studeerde toneel en muziek aan het conservatorium van Parijs. Maakte zijn debuut aan de opera van zijn geboortestad Marseille in 1867. Ook in dat zelfde jaar stapte hij op het podium te Parijs. Hij gaat ook naar Amerika waar hij optreedt aan de academie voor muziek in New York later zal hij ook langs de Metropolitan passeren en vast deel uitmaken van het gezelschap van 1894 tot 1899.
    In 1873 veroverde hij het Royal Opera House in Londen tot 1905. Aan de opera van Parijs was hij eerste bariton van 1879 tot 1894.
    Maurel werd geprezen voor zijn uitzonderlijk acteertalent en make-up vaardigheden. Zijn stem had kwaliteit maar kreeg nog concurrentie van andere grote Franse baritons zoals Jean Lassalle (1847-1909) en Maurice Renaud(1861-1933) . In 1887 creëerde Maurel de rol van Jago in Verdi's " Otello "aan de Scala van Milaan en in 1893 in de titelrol van " Falstaff " de twee laatste werken van Verdi. Maurel maakte nog geschiedenis toen hij door de componist Leoncavallo gevraagd werd om de eerste Tonio in zijn " Pagliaci " te zingen. Maurel was net als vele van zijn collega's gespecialiseerd om te Parijs zowel Franse als Italiaanse werken te brengen en zowel in het Italiaans als in het Frans te zingen. Dit is ook een van de redenen waarom de Franse en Belgische operazangers zolang de lievelingen waren van het New Yorkse operapubliek. Er waren weinig Amerikanen en Italianen die goed de Franse taal meester waren.
    Maurel werd ook voor Duitse operahuizen gevraagd, zelfs door Richard Wagner en in 1873 zong hij voor het eerst " Lohengrin " in Parijs. Hij was ook een beroemde " Don Giovanni " in de gelijknamige opera van Mozart. Maurel zou nog blijven zingen tot het begin van de 20° eeuw (1903)en zou dan ook nog in de herfst van zijn carrière enkele plaatopnames maken van enkele Franse liederen, aria's uit Otello, Falstaff en Don Giovanni waardoor we toch enkele indrukken kunnen opdoen van zijn zangtalent. Dit is bij de meeste vedetten van zijn generatie, omdat de grammofoonindustrie op het einde van de 19° eeuw nog in zijn kinderschoenen stond en maar pas een betekenende evolutie heeft doorgemaakt tussen 1910 en 1925. Voor deze periode waren nog akoestische opnames, na deze periode kwamen de elektronische opnames van de grond waardoor de kwaliteit zienderogen verbeterde. Na zijn pensioen zal hij zich nog wijden aan het onderwijs en nog verschillende goede leerlingen begeleiden Francis Ingram, Herbert Heyer en Thomas Quinlan. Hij overleed op 75 jarige leeftijd in 1923 te New York.

  • Francesco Tamagna 1850-1905

    Italiaans tenor die met groot succes zong door gans Europa en Amerika. Hij is geboren in een groot gezin in Turijn in 1850 en overleed te Varese in 1904.Tamagna was de zoon van een wijnverkoper en zijn ouders wilden hem een vak laten leren, maar zijn muzikale begaafdheid stond al vroeg vast en hij koos om zangles te volgen bij de dirigent/componist Carlo Pedrotti in Turijn aan de lokale muziekschool waar hij al vlug in het lokaal koor werd ondergebracht. In 1873 voltooide hij zijn muzikale studies. Hij werd hierdoor ontslagen van verplichte militaire dienst en debuteerde in het theater van Turijn waar zijn leraar Pedrotti directeur was. Al vlug werd hij bekend en kreeg hij de rol van Riccardo in Verdi's opera " Un Ballo in Machera " in 1873 in het theatro Bellini in Palermo. Meteen kwam zijn carrière in een flow en kreeg hij contracten in Ferrara, Venetië, Barcelona en maakt zijn debuteerde hij aan de Scala van Milaan in 1877 . De Scala was toen het belangrijkste operahuis van Italië, hij werd er kernlid van het gezelschap. Zijn stem bloeide open en hij kreeg er al de belangrijkste opera's voor geschoteld. Zijn stem had een enorm bereik, hij flirtte met de hoge A, B, en C's hij zong ze met het grootste gemak en verwende op die manier zijn publiek. Tamagno zong in 32 jaar tijd 55 verschillende opera's en sacrale werken over de ganse wereld Italië, Frankrijk, Spanje, Argentinië, Monte Carlo, Verenigde staten, Boston, Baltimore, Washington, Philadelphia, San Francisco, New York, Londen en Parijs. Zijn belangrijkste creatie was wel de titelrol in Verdi's " Otello " in 1887 op het hoogtepunt van zijn loopbaan. Verdi had die rol speciaal voor zijn stem gecomponeerd . Hij kende Tamagno omdat hij reeds in 1881 de hoofdrol in Simon Boccanegra had gezongen.Tamangno was tevens een persoonlijke vriend van de componist. Tamagno heeft ook lang genoeg geleefd om het opkomende nieuwe talent de grote Enrico Caruso te kennen en had in 1898 reeds voorspeld dat die jonge man de beste tenor van de volgende generatie zou worden.
    Tamango zijn gezondheid werd ondermijnd door een hartkwaal waardoor hij afscheid zou moeten nemen van het podium. Na 1900 zou hij alleen nog concerten zingen en opnames maken voor de opkomende platenindustrie . Hij zou tussen 1903 en 1904 nog enkele opnames maken. Zijn laatste optreden was in 1903 in zijn glansrol " Otello " , amper twee jaar voor zijn dood. Hij zong samen met de grootste vedetten van zijn generatie Maurel, De Reszke, Melba, Patti, Plançon , Battistini om er maar enkelen te noemen. Er is nog een concertoptreden geregistreerd in België in 1904 te Oostende. Hij zou overlijden in zijn Vila " Mirabella " in Verese op 31 augustus 1905 aan de gevolgen van een hartaanval.
    Bij zijn biografiebeschrijving op Wiki-Pedia heeft men de gelegenheid zijn stemmogelijkheden te bewonderen in zijn glansrol " Otello " de aria " Num mi tena " de dood van Otello. Een opname van 1903 en eigenlijk een van de mooiste die ik al gehoord heb van in dit vroege opnamestadium .Ze is voor die tijd uitzonderlijk goed bewaard gebleven en is nog van goede zangkwaliteit in vergelijking met die van sommige van zijn collega's, hij was daar ook nog maar 53 jaar. Deze opname is dan ook nog zéér genietbaar.

  • Eduard de Reszke 1853-1917

    Was een Poolse bas geboren 22 december 1853 in Warschau. Hij was begiftigd met een indrukwekkende natuurlijke stem en had buitengewone theatrale vaardigheden wat hem de meest illustere operazanger van zijn generatie maakte die in Europa en Amerika actief was.
    Eduard werd geboren in een gegoede Poolse familie in Warschau, waar alle kinderen al heel vroeg een muzikale opleiding genoten. Hij bracht 4 jaar door in Italië en studeerde er zang en muziek bij een gepensioneerde bariton Fillipo Colletti. Later zou hij naar Parijs trekken bij Giovanni Sbriglia die ook leraar was van zijn oudere broer Jean. Aanvankelijk zag hij het niet zitten om operazanger te worden, maar door toedoen van zijn zuster Josephina en zijn broer Jean aanvaardt hij toch de uitnodiging aan van de Parijse opera en debuteert hij er in 1873. Hij zou er samen met zijn broer Jean twee decennia lang zingen. In 1876 bood Verdi hem aan om zijn eerste voorstelling van Aida te Parijs te zingen. Ook zijn zuster Josephina zou samen met haar twee broers optreden te Parijs echter niet voor lang want zij zou stoppen na haar huwelijk. Niet alleen Parijs maar ook Londen lag aan zijn voeten Hij zou er tussen 1880 en 1900 300 voorstellingen geven aan The Royal Opera House Covent Garden. Hij had een breed repertoire van rollen in Franse, Duitse en Italiaanse opera's, waaronder werken van Wagner, Verdi, Rossini, Bellini, Donizetti, Poncelli, Gounod, Meyerbeer, Ftotow en Mozart. In diezelfde periode veroverde hij ook het Amerikaanse publiek in New York aan de Metropolitan . Hij was er de publiekslieveling. In die periode was zijn enige Franse concurrent de elegante Bas Pol Plançon (1851-1914), maar Plançon heeft nooit Wagner vertolkt. Hij zong ook in Chicago en vanaf 1879 ook aan de Scala van Milaan tot 1891. In 1903 trok hij zich terug van het theater. Hij zou nog een tijdje les geven in in Londen. Na het uitbreken van de eerste wereldoorlog keerde hij terug naar zijn landgoed in Polen in Garnek in de buurt van Czestochowa. Afgesneden van zijn broer en zusters en door de gevechten stierf hij op 25 mei 1917 aldaar.
    Rond 1903 zou hij in Amerika nog enkele opnames maken voor Colombia.Zijn stem was toen reeds sterk vermoeid zodat de opnames eigenlijk geen succes waren, er zijn zelfs enkele opnames terug gevonden van het prille begin van de grammofoonindustrie in 1898 maar op wassen rolletjes met live opnames maar die zijn bijna niet meer te beluisteren en hebben enkel nog historische waarde. Hij had een repertoire van 80 rollen maar op het einde van zijn carrière droeg zijn stem de gevolgen van 30 jaar ongezonde levensstijl en onverantwoord gebruik van zijn stem

Victor Maurel Franse bariton einde 19° eeuw

Francesco Tamagno in zijn twee glansrollen " Otello " en " Aida " als Radames.

Eduard de Reszke