" Il Trovatore "

Hao Jiang Tian als Ferrando

" Il Trovatore "

Netrebko - Domingo

" Il Trovatore"

Alagna - Walewska

" Il Trovatore "

Dobora Zajick als Azucena.

" Il Trovatore "

Opera van Verdi in vier akten en acht tonelen.

Libretto van Salvatore Cammarano naar " El Trovator " van Antonio Garcia Gutièrres .

Inleiding.

In 1853 komen de twee volgende grote opera's uit Verdi's drieluik " Il Trovatore " en " La Traviata ". " Il Trovatore " echter is niet zo dramatisch overtuigend als zijn vroegere " Rigoletto ", maar bevat toch tal van mooie ontroerende melodieën. Het libretto is goed, de handelingen zitten goed in elkaar en de karakters worden goed getypeerd.

 

Rolverdeling .          Stem.          Eerste cast.

Graag Luna ------------------------------------- bariton ---------------------------Giovanni  Guicciardi

Leonora hofdame --------------------- dramatische sopraan --------------------------- Rosina Penco

Inez, haar vertouwelinge ---------------- comprimaria ---------------------------- Francesca Quadri

Manrico, troebadoer  ---------------------- heldentenor ------------------------------ Carlo Baucardé

Azucena , zigeunerin ---------------------- alt of mezzo --------------------------------- Emilia Goggi

Ruiz, Manrico's vriend ------------------------- tenor  ------------------------------- Giuseppe Bazzoli

Ferrando kapitein ------------------------------- bas  -------------------------------  Arcangelo Balderi

Plaats: Aragon en Biscaye

Tijd: vijftiende eeuw.

Akt. 1

1° Toneel : voorzaal van het kasteel aan het hof van Aragon.

Een groep soldaten op wacht, onder de leiding van kapitein Ferrando. Om de tijd te doden vertelt hij zijn mannen de dramatische geschiedenis van de familie Luna in de (aria: Abbietta Zingara ). Jaren geleden werd de oudere broer van de huidige graaf door een zigeunerin ontvoerd en omgebracht. Het kind was ziek, en men trof een oude zigeunerin aan,die beweerde niets kwaads van plan te zijn. Zij werd echter op de brandstapel terechtgesteld, waarop haar dochter het kind ontvoerde en op dezelfde plaats verbrandde

2° Toneel: de tuin van het kasteel.

De hofdame Leonora vertelt haar vertrouwelinge Inez hoe zij op een toernooi een geheimzinnige ridder leerde kennen en liefhebben, die haar nu 's nachts serenades brengt (aria: Tacea la notte placida met cabaletta di tale amor che dirsi) . Hij doet dit ook deze nacht, achter de schermen ( aria: Deserto sulla terra ) , tot woede van zijn rivaal de graaf Luna, die zich verborgen houdt in de tuin. Leonora ziet in het donker aan voor Manrico, en vliegt hem in de armen, juist als Manrico ook in de tuin verschijnt. Die daagt Luna uit tot een duel ( trio: Di geloso amor spezzato ).

Akt. 2

3° Toneel: zigeunerkamp in de bergen van Biscaye. 

In de vroege morgen maken de zigeuners zich gereed voor hun dagtaak, het beroemde zigeunerkoor zingend. Hun aanvoerster Azucena heeft visioenen terwijl zij in het kampvuur staart. ( aria: Stride la vampa) . Zij is de zigeunerin die indertijd het kind van de Luna's geroofd heeft. Zij vertelt dit verhaal aan haar zoon Manrico, de troebadoer uit de eerste akte, Azucena verzorgde zijn verwondingen die hij opgelopen had tijdens een duel met de graaf Luna. In haar vertelling (cabaletta: ell'era in ceppi)  beschrijft ze hoe zij het kind kidnapte en verbrandde, maar hoe zij in haar verbijstering haar eigen kind in de vlammen gooide. Manrico is dus niet haar zoon , maar van wie dan wel? Zij stelt hem gerust: ze is in de war en weet niet wat ze zegt. Op zijn beurt moet Manrico verslag uit brengen over zijn lotgevallen. ( Duet: Mal reggendo all aspto assolto) . Azucena verwijt hem dat hij om onbegrijpelijke reden het leven van graaf Luna heeft gespaard. Een bode komt met het nieuws dat Leonora, in de waan dat Manrico gedood is, in het klooster zal intreden. Manrico snelt er heen om haar dat te beletten, ondanks de protesten van Azucena, daar hij nog niet helemaal van zijn verwondingen genezen is. ( Duet: Perigliarti ancor languente).

4° Toneel:  voor het klooster. 

Behalve Manrico heeft ook graaf Luna het plan opgevat Leonora  te beletten om in het klooster in te treden. Op haar komst wachtend zingt hij ( aria: Il balen del suo surriso, gevolgd door de caballeta met koor : Per me ora fatale) Leonora nadert begeleid door Inez. De graaf verspert haar de weg, maar plotseling verschijn Manrico ook op het toneel, die door Leonora eerst als een geest wordt aanzien. Opnieuw dreigt er een gevecht te ontstaan tussen de twee rivalen. Er ontstaat een ware slag tussen Luna's volgelingen en Manrico's soldaten. Deze laatsten weten hun voorman te ontzetten zodat ze kunnen vluchten.  

Akt. 3

5° Toneel: een legerkamp voor de vesting Castellor.

Graaf Luna belegert de vesting waarin Manrico zich samen met Leonora heeft terug- getrokken. Soldaten korten de tijd met dobbelen ze zingen hier het beroemde (soldaten koor : Or co dadi ) In de Franse verie voor Parijs volgt hier een ballet, dat in alle Italiaanse voorstellingen wordt weggelaten. Een groep soldaten komt op met een gevangen genomen zigeunerin. Het is Azucena en zij wordt door Ferrando en de graaf Luna ondervraagd ( arria: Giori poveri vivea ) Zij verspreekt zich en wordt aanzien als de moordenares van het gekidnapte kind en de moeder van Manrico.

6° Toneel: een zaal in het belegerde kasteel.

Ondanks hun benarde toestand treden Manrico en Leonora in het huwelijk . Manrico zing hier zijn grote liefdesaria ( Ah si ben mio coll' ensere) . Normaal komt nu een kort duetje met orgelbegeleiding, maar in de meeste opvoeringen wordt dit weggelaten. Ruiz komt met het bericht dat Azucena gevangen genomen is. En Manrico slaat alarm om zijn moeder te gaan redden ( in het stretta: Di quella pira ) die eindigt met een hoge C die Verdi eigenlijk niet zo heeft gecomponeerd.

Akt. 4 

7° Toneel: in een gevangenistoren van het kasteel. 

De poging van , Manrico om zijn moeder te redden, heeft geen succes gehad en hij is gevangen genomen in de toren van het kasteel. Ruiz wijst Leonora het venster van zijn cel aan en zij zingt ( de aria: d' Amor sull'ali rosee ), achter de schermen klinken de tonen van een miserere en Manrico zingt in zijn kerker een afscheidslied , dat door Leonora met ontroering wordt aanhoord, (Ah che la morte o'gnora) . Leonora besluit zich op te offeren en Manrico's leven te redden. Als de graaf haar komt zoeken doet zij hem een voorstel om zijn vrouw te worden, mits hij Manrico in vrijheid stelt ( Duet: Mira d'acerbe lagrime ) met stretta ( Vivra contende algiubilo) . Zij besluit tijdig zelfmoord te plegen door vergiftiging.

8° Toneel: de gevangenis waar Manrico en Azucena verblijven.

Manrico tracht zijn moeder moed in te spreken en zingt haar in het slaap (duet: Ai nostri, monti ) Leonora komt hem het nieuws van zijn bevrijding brengen, maar als Manrico daarvoor de prijs hoort, verwijt haar ontrouw. De slapende Azucena herhaalt in haar droom de melodie van het voorgaande duet. Het gif begint te werken. Leonora sterft in de armen van Manrico op het moment dat de graaf Luna opkomt. Hij laat Manrico onmiddelijk ter dood brengen. De ontwakende Azucena ziet dit en deelt de graaf mee dat hij eigenlijk zijn eigen broer heeft laten doden, en dat haar moeder eindelijk gewroken is. 

Historisch overzicht.

Verdi en zijn librettisten.

Verdi volgde nauwkeurig de nieuwste theater- of toneelstukken die mogelijks als onderwerp voor zijn opera's konden gebruikt worden. Hij was gecharmeerd door " El trovator " van Antonio Garcia Gutierres .

 Via zijn vriend Cesare De Sanctis leerde hij de jonge auteur Salvatore Cammarano kennen die voor Verdi het libretto zou schrijven.Verdi zou de jonge auteur alle vrijheden toekennen als die maar het nieuwe stuk ten goede zouden komen. Tijdens de première van " Rigoletto "  in 1851 was Verdi al bezig met de basis voor zijn twee volgende opera's " Il Trovatore " & " La Traviata " . Door allerlei omstandigheden werden de werkzaamheden  telkens op de lange baan geschoven . Eerst door ziekte en overlijden van zijn moeder. Ook moest Verdi tijdens de ontwikkeling van zijn nieuwe opera heel veel energie steken in de controverse omtrent Strepponi ,zijn nieuwe toekomstige vrouw. Verdi had tijdens een van zijn premières van zijn opera's de sopraan Giuseppina Strepponi leren kennen en leefde met haar samen. Hun vrije relatie werd in het landelijke Italië van de 19° eeuw als een schandaal beschouwd. Dat is ook de reden waarom ze samen naar Parijs verhuisd zijn.

Verdi begon het stilletjes op zijn heupen te krijgen dat het werk van Cammarano maar niet vooruit ging. Uit brieven van De Sanctis blijkt dat in april 1851 Verdi dreigde de samenwerking met Cammarano stop te zetten en de opera " Il Trovatore " volledig op te geven , ook omdat  op dat ogenblik het Theatro San Carlo , waarmee de eerste contacten waren gelegd , niet bijzonder meer gebrand leek om deze nieuwe productie op te voeren. Verdi waarschuwde zijn medewerkers contact op te nemen om de opera op te voeren in Rome met de steun van de impressario Jacovicci , die Verdi reeds in november 1851 benaderd had . Die aanvaardde de voorwaarden van de componist. Als de censors het libretto goedkeurden en Verdi akkoord ging met de twee primadonna's die het gezelschap aanbood, kon er begonnen worden de opera voor te bereiden voor januari 1853.

De moeilijkheden waren echter nog niet van de baan  aangezien de librettist Cammarano zwaar ziek werd, juist op het moment dat Verdi met Strepponi naar Parijs ging wonen, waardoor hij maar laat op de hoogte was van diens overlijden. Hij schrijft in een brief aan zijn vriend De Sanctis het volgende.

Het bericht komt als een donderslag. Ik kan niet vertellen hoe bedroefd ik ben. Ik heb zijn dood niet vernomen door een brief, maar uit een stom theaterkrantje. Arme Cammarano ! Wat een verlies.

Cammarano had juist een week voor hij stierf, Manrico's aria " Di Quello pira " voltooid. Verdi vroeg zijn vriend De Sanctis een nieuwe dichter te zoeken om Cammarano 's werk aan de hand van diens achtergelaten schetsen verder af te werken. Verdi schrijft Bardare, dat hij aan de schepping van zijn arme vriend niets mag veranderen zelfs niets in de kleinste details uit respect voor zijn nagedachtenis. Bardare was dolgelukkig dat hij voor de grootmeester Verdi mocht werken en zou nog later tot 1880 15 libretti voor opera's schrijven.

Ook ter ere van Cammarano zou Verdi in zijn visie van vernieuwing ten opzichte van " Rigoletto " een stapje terugzetten en schrijft aria's in de traditionele vorm ( cantabile, cabaletta en stretta's). Ook zal hij terug plaats geven aan het koor met het bekende soldaten- en zigeunerkoor . Voor het dubbelzinnige personage van Azucena zal  Verdi een uitzondering maken, zij krijgt de meest uitzonderlijke en origineelste zangpartijen van de opera.

Toch blijft Verdi in zijn vernieuwing zichzelf. De stijl van de componist wordt duidelijk gemaakt in zijn eenvoudige, altijd imposante directe en eerlijke dramatiek, die ook met een op zichzelf staande primitieve melodie in een heel gewoon ritme een sfeervol resultaat weet te bereiken. Voeg daarbij zijn nooit falende  intuïtie, zijn altijd volmaakte zangmelodieën, zijn steeds rijker en afwisselender wordende instrumentatie, dit zijn de meest herkenbare positieve eigenschappen. 

Zoektocht naar de primadonna's in het operagezelschap.

Naast de allerlaatste details in de tekst en het componeerwerk moet er ook dringend aan een de samenstelling van de bezetting van de verschillende rollen gewerkt worden.

Verdi dacht eerst aan Teresa Giuli-Borsi voor de rol van Leonora , maar daar de opera in Rome zou gebracht worden begon hij ook  Rosina Penco's voor- en nadelen af te wegen. Rosina zou onder de leiding van Verdi prima werk kunnen brengen. Zij had ook enkele sterke punten maar  ook enkele gebreken. Zij was om te beginnen een zeer aantrekkelijke vrouw, maar in de omgang de duivel in persoon. Het was absoluut zeker dat zij het aan de stok zou krijgen met de andere primadonna die Azucena zou vertolken, de mezzosopraan Emilia Goggi, een veteraan uit de Lanari- stal die in tweederangstheaters veel gezongen had met Raffaele Mirate.

In plaats van de tenor Raffaele Mirate, die Verdi graag als Manrico had gehad, accepteerde hij de jonge tenor Carlo Baucardé. Giovanni Giuccardi die een paar jaar voordien zijn debuut had gemaakt in de regio Emila, zong de rol van graaf Luna. Verdi zou zich samen met zijn vriendin Strepponi voor een tijdje in Parijs vestigen om er zijn opera's " Il Trovatore " en " La Traviata " af te werken tot eind 1853. 14 januari 1853 de avond van de première te Rome wordt een onverhoopt succes. Hier start de opera als een internationaal repertoirestuk dat binnen de kortste keren alle internationale grote operapodia zou veroveren.

Historische uitvoeringen en opnames.

De première van " Il Trovatore " had plaats in het Apollo Theater in Rome op 14 januari 1853. De tenor Carlo Baucardé was de eerste Manrico, Signora Rosina Penco de eerste Leonara, Emilia Coggi de eerste Azucena en Giovanni Giucciardi de graaf Luna. Reeds op 17 mei 1855 volgde de eerste opvoering in Londen aan het Covent Garden met Tamberlik,Grozziani , de Duitse sopraan Buerde-Ney en Pauline Viardot-Garcia. In dezelfde maand werd " Il Trovatore ook reeds in New York aan de Academy of Music opgevoerd. Hoewel Leonora op het repertoire dramatische sopranen staat, wordt zij ook door coloratuur zangeressen gezongen zoals Tetrazzini en The Galli-Curci. De beroemdste vertolkers zijn echter de donkerder gekleurde sopranen zoals Ponselle, Muzio, Sani, Bonisenga, Callas. Azucena is de glansrol voor iedere mezzo of altsopraan. Manrico is een heldentenor met grote hoogte die glansrijk de hoge C aan kan, dit is echter al meer dan 100 jaar een traditie want Verdi heeft dit zo niet gecomponeerd. Zelfs Toscanini heeft zich daartegen niet verzet. De graaf Luna is de typische Verdibariton met een donker getimbreerde lyrische baritonstem

Nederland. 

In Nederland was " Il Trovatore " al een repertoirestuk in 1897 met Engelen-Sewing , Irma Lozin, Désiré Pauwels reeds beroemd. Ook later bleef het een kasstuk met onder andere Louis Morrison (Antwerpenaar) als Manrico. In latere jaren 50 van vorige eeuw was Gré Brouwenstijn een der meest beroemde Leonora's, terwijl Jo van Meent, Lily van der  Veen en Anny Delorie uitblonken als Azucena.

België. 

 In Gent zal de eerste voorstelling zijn in het Frans op 7 maart 1860 met Isnard als Leonora, Hilaire als Azucena, Tallon als Manrico Bussine als graaf Luna en Zelger als Ferrando. Een eerste Italiaanse versie kwam er op 21 april met Carlota Marchisio als Leonora en haar zuster Barbara Marchisio als Azzucena, Prudenza als Manrico, Zocchi als Luna en Tasti als Ferrando. Er zou in 1884 nog een merkwaardige voorstelling zijn met Jean Noté, zijn operadebuut in de rol van graaf Luna. In de 20° eeuw betraden nog vele primadonna's het podium in de rollen van Leonora en Azucena met onder andere: Huberte Vercray, Geri Brunin, Alberta De Reuck, Marcelle Dupont, Gré Brouwenstijn, Erika Pauwels als Leonora en als Azucena Lucienne Delvaux, Rita Gorr, Mina Balotine  en Lise Aubin. Als Manrico hebben we Guido Olivati, Jan Verbeeck, Frans De Guise, Todor Kostov en als graaf Luna Jean Laffont, Gilbert Dubuc, Peter Gottlieb, Mino Cavallo. Het is verder onmogelijk alle wereldsterren op te noemen die rollen van Luna, Manrico, Leonora, Azucena, en Ferrando op het podium hebben gebracht.

Historische opnames.

Het is onmogelijk alle volledige opnames van deze opera te omschrijven want momenteel zijn er 196 op het internet geregistreerd. Ik zal slechts die behandelen die als opname enige historische betekenis hebben.

1) Een eerste van 1929 met Apollo Granforte, Aureliano Pertile, Maria Carena, Irene Minghini, Cattaneo, dirigent - Carlo Sabajno koor en orkest Theatro alla Scala. Audio CD Membran/Quadromania Cat: 222182-444

Merkwaardigheid : de tenor Aureliano Pertile was de opvolger van de megaster Enrico Caruso aan de Metropolitan te New York.

2) 1969 met Sherill Milnes, Placido Domingo, Leontyne Price, Fiorenzo Cossoto, Bonaldo Giacotte, dirigent Zubin Metta koor en orkest New Philharmonia. Audio CD RCA Cat: 74 321-39504-2.

Speciaal aan deze opname: Zubin Metta dirigeerde hier de allereerste niet ingekorte versie van " Il Trovatore " Leontine Price zingt verleidelijk en Fiorenza Cossoto is een waanzinnige zigeunerin, Placido Domingo als Manrico en Sherill Milnes als graaf Luna staan aan de start van hun carrière en leveren ook een buitengewone prestatie.

3) 1988 met Sherill Milnes, Luciano Pavarotti, Eva Marton, Dolora Zajick, Jeffrey Wells, Mark Baker, Loretta di Franco, John Bills, dirigent James Levine , koor  en orkest Metropolitan New York. DVD video Deutsche Grammophon ( DG-073002-9) Dit is één van de vroegste DVD opnames. 

 

Opmerking:  als studiebron werd ook gebruikgemaakt van het programmaboek " De Vlaamse Opera " seizoen 1998-99 " Il Trovatore " in de rubriek - Verdi en zijn libretisten. 

" Il Trovatore "

Mooie klassieke voorstelling van 1975 aan de staatsopera van Berlijn.
Met Franco Bonisolli, Viorica Cortez, Riana Kabawanska, Giancarlo Luccurdi

" Il Trovatore "

Historisch fragment met Mario Del Monaco, Leyla Gencer en Ettore Bastianini onder de leiding van Fernando Previtali. " Asi ben mio.....Di quella Pira "

Hao Jiang Tian als Ferrando. De openings aria " Abbietta Zin gara " in de opera " Il Trovatore " van Verdi.

Olga Romanko als Leonora in Verdi's " Il trovatore "

Alvares en Radvanovsky als Manrico en Leonora in Verdi's Il Trovatore "

Een historische Leonora Antoinetta Stella een geweldige Leonora van de jaren zestig en zeventig uit de vorige eeuw

  • Giovanni Guicciardi bariton

    Een Italiaanse bariton geboren op 12 januari 1819 en overleden op 4 oktober 1883. Hij was een toonaangevende bariton tussen 1850 en 1862 in Italië en Portugal, hij zou in die periode niet minder dan 10 nieuwe rollen creëren in alle grote Italiaanse operahuizen waaronder in 1853 graaf Luna in Verdi's " Il Travatore " . Hij zou in zijn vrij korte carrière een aanzienlijk fortuin aanleggen dat hij na zijn pensioen zou gebruiken om in zijn geboortestad een muziekschool te financieren en er zelfs gratis les te geven. Hij zou ook een home oprichten om oude en verarmde muzikanten op te vangen. Hij overleed op 64 jarige leeftijd in San Polo d' Enza op 4 oktober 1883

  • Carlo Baucardé 1858

    Italiaanse tenor geboren in 1825 en overleden in 1883. Hij heeft in heel Italië hoofdrollen vertolkt en tevens ook in Londen, Madrid, Parijs en zelfs in New York. Zijn bekendste is in 1853 de rol van Manrico in Verdi 's " Il Trovatore " en in Donizetti's " Poliuto ". Hij is geboren te Florence en was van Franse afkomst. Eerst was hij werkzaam als kok bij de hertog van Toscane waar hij niet alleen de aandacht trok aan het kookfornuis maar ook met zijn zangtalent. Hij volgde muzikale opleiding te Florence en in 1847 zou hij debuteren in Mercandante's " Il Bravo ". Tussen 1848 en 1850 zong hij veel te Napels aan het Theatro San Carlo. Hij zong ook in drie opera's van Verdi " I Lombardi " , " Macbeth " en in " I Masnadièri ". Zong ook de première van Donizetti's " Poluito " en in 1850 de première van " La Favorita. Zijn debuut te Londen in 1850 was ook in Italiaanse opera's. In Turijn zong hij ook twee wereldpremières van Bellini en Donizetti 's " I Puritani" in 1852. Te Rome zou hij zijn beroemdste rol vertolken in Verdi's "I Trovatore " namelijk Manrico. Hij werd gekozen in de plaats van tenor Raffaele Mirate die nochthans succes had geboekt in " Rigoletto. Carlo werd bejubeld en beroemd voor zijn aria " Di Quelle Pira " door de hoge G te vervangen door de hoge C , wat sedertdien een traditie is gebleven . Hij werd in 1854 ook aangetrokken om die rol in Parijs te vertolken aan het Theatre- Italien. Baucardé was gehuwd met een prominente prima-donna Augusta Albertini (1827-1898) Zij traden veel samen op onder andere in de wereldpremière van " Aroldo" ook van Verdi in 1857. Ze gingen ook samen op toer en zongen aan de Academy of Music in 1860. Baucardé zou zich vrij vroeg terugtrekken van het podium en zou stoppen in 1863. Hij stierf in zijn geboortestad Florence op 22 januari 1883.

  • Rosina Penco 1850 dramatische sopraan.

    Rosina Penco was een Italiaanse operasopraan geboren te Napels op 8 april 1823 en overleden in Therme van Porretta op 2 november 1894.Haar carrière kende echter een vreemde start. Ze debuteerde in de Scandinavische regio in 1847 en in 1848 aan het theater van Kopenhagen en later in Stockholm. Ze kreeg zeer goede kritieken van Verdi en Donizetti en haar carrière verplaatste zich naar Duitsland, ze zong in Berlijn in Lucia di Lammermoor van Donizetti. In 1850 in Dresden en Enfurt gaf ze een reeks concerten. Haar debuut in Italië was te Napels in 1851 in " Luisa Miller " van Verdi. Ze vertolkte ook enkele werken van minder bekende regionale componisten zoals Errico Petrella en Giovanni Battesini. Ze onderscheidde zich echter vooral in het Verdi repertoire. Haar echte doorbraak was echter de rol van Leonora in Verdi's " Il Trovatore " op 19 januari 1853. Door dit succes werd ze een van de belangrijkste sopranen van haar geratie en zong dan ook in alle grote operahuizen van Italië zoals Florence, Rome, Genua, Triëst, Livorno en Bergamo enz ... Door haar succes in het werk van Verdi begon haar carrière internationaal van de grond te komen. Ze werd gevraagd aan alle grote Europese theaters zoals Londen, Parijs, Madrid en St. Petersburg. Haar meest succesvolle jaren waren tussen1853 en 1858. Ze kreeg grote reputatie en kritiekschrijvers vergeleken haar met de grote donna Malibran die toen al 20 jaar overleden was. Ze verliet het podium in 1875 en stierf in 1894 in Bagni Della Porretta het huidige Porretta Terme.

  • Emilia Goggi mezzo-sopraan

    Italiaanse mezzo-sopraan geboren op 10 oktober 1817 en overleden op 29 augustus 1857. Ze was een toonaangevende mezzo-sopraan aan de Italiaanse en Spaanse operahuizen. De rol van Azucena in de wereldpremière te Rome maakte haar beroemd. Ze heette eigenlijk Emilia Goggi-Marcovaldi. Zij is geboren uit een gemengd huwelijk van twee adellijke families aan het eind van de 18° eeuw. Op zesjarige leeftijd toonde ze reeds haar talent voor muziek en werd ze ingeschreven aan het concervatorium di Santa Caterina waar ze studeerde bij Giuseppe Orlandi. Ze maakte haar eerste publieke optreden op 18 jarige leeftijd in Bellini's " Norma " Ze studeerde verder met Antonio Giuliani in Florence . In 1841 maakte ze haar debuut in Venetië in de rol van Adalgisa in Bellini's " Norma " In 1845 zong ze de rol van Abigaille in Verdi's " Nabucco " en in 1846 als Elvira in Verdi's " Ernani ". In 1853 werd ze gekozen voor de donkere kleur in haar stem voor mezzo- rollen zoals Azucena in Verdi's " Il Trovatore ". Ze zou die rol ook later nog in 1854 te Napels en in 1856 te Pisa zingen. Ze zong ook nog werken van andere componisten als Guilio d'Este, Cervero. Ze overleed plotseling op 39 jarige leeftijd in de voorbereiding van een zang toer door Engeland in 1857.