Alzira

Opera van Verdi, met proloog , twee akten en vijf tonelen.

Libretto - Cammareno

Inleiding.

Alzira had zijn première in Theatro San Carlo te Napels op 12 augustus 1845. Iedereen is het er zonder twijfel mee eens dat dit het minste werk is van Verdi. Verdi zelf vond het een van zijn slechtste werken , hij voerde zelfs geen verzachtende omstandigheden aan . Slechts de proloog en de finale schijnen enige betekenis te hebben.Dit is ook de rede waarom hij zo weinig is opgevoerd, men vindt er ook weinig informatie over.

Alleen in de moderne tijd is het de mode om vergeten werken terug op de planken te brengen en een nieuw gezicht te geven. Daarom kiezen sommige operacentra toch om enkele minder bekende werken in een nieuwe productie aan het publiek voor te stellen.

Rolverdeling                          Stem                    Eerste Cast.

Alvaro, Spaans Gouverneur in Peru          bas                           Marco Arati

Zamoro, Reruaans stamhoofd                  tenor                       Geatano Fraschini

Gusmano ,zoon van Alvaro                      bariton                      Filloppo Coletti

Alzira, Ataliba's dochter                         sopraan                      Eugenia Tadolini

Ataliba, Peruaans stamhoofd                   bas                           Michelle Benedetti

Zuma, dienares                                     mezzo sopraan          Maria Solvetti

Otumbo, Inca krijger                             contra tenor             Francesco Rossi

Tijd: 16° eeuw

Plaats: Peru 

Proloog.

Alvaro, de gouverneur van Peru is gevangen genomen door de Inca's, maar als Zamaro het stamhoofd uit de strijd terugkeert besluit deze hem vrij te laten. Zamoro vertelt de indianen dat hij was gevangen genomen door Gusmano de leider der Spanjaarden (aria : Una Inca Eccesso Orribile ). Otumbo vertelt Zamoro dat Alzira zijn geliefde, samen met haar vader Ataliba wordt gevangen gehouden door de Spanjaarden en hij dringt er op aan bij de indiaanse stammen een opstand uit te lokken ( aria: Risorto fra Le tenebre)

Akt.1

1° Toneel: Atilaba in het paleis van de gouverneur.

Als Alvaro is terug gekomen in Lima doet hij afstand van zijn functie ten voordele van zijn zoon Gusmano, ook wordt bekend gemaakt dat Zamoro het leven van Alvaro heeft gespaard. Gusmano toont ook zelf zijn  goede kant en beslist Ataliba een ander stamhoofd van de Inca's vrij te laten. (aria: Eterna la memoria ) Hij doet dit echter op één voorwaarde dat hij Alzira , de dochter van Ataliba, mag trouwen. ( arei: Quanto un mortal che dere ...)

2° Toneel: Ataliba in het paleis van de goeverneur.

Ataliba probeert zijn dochter van de politieke noodzaak te overtuigen om met Gusmano te trouwen. Zij houdt echter van Zamaro. Alzira vertelt haar vader over de verontrustende droom over Gusmano ( aria: Da Gusman sul fragil barca). Haar vader blijft echter overtuigen Gusmano te trouwen. Als plots de doodgewaande Zamoro binnenkomt en ze in elkaars armen vliegen en elkaar trouw zweren in het ( duet: Risorge ne'yuo armatran Gastro de giorni mei !)  komt Gusmano op dit moment binnen en laat Zamoro arresteren en wegleiden. Alvaro smeekt Gusmano om zijn zoon Zamoro te sparen maar vergeefs.

Akt. 2

3° Toneel: De vestingswerken van Lima. 

Zamoro kon ontsnappen en leidt een nieuwe aanval tegen de conquistadores. Hij wordt echeter terug gevangen genomen en Gusmano veroordeelt hem tot ter dood. Hij belooft  Alzira om Zamoro te sparen als zij met hem wil trouwen. Met tegenzin geeft ze toe. ( aria: Colma di Gioia ho l'anima) .

4° Toneel: Een grot in de omgeving van Lima.

De Inca's zijn verslagen en terneer geslagen, maar ze horen dat Zamoro andermaal is ontsnapt. Hij komt verkleed als een Spaans soldaat, maar hij is wanhopig ( aria: Irne lingi ancor dovrei) . Als hij hoort dat Alziro akkoord gegaan is met het huwelijk met Gusmano wordt hij woedend en zingt (de aria: Niet di cordarde larime)  en spoedt hij zich naar het paleis.

5° Toneel: Grote zaal in het paleis van de gouverneur.

Op het moment dat het huwelijk tussen Gusmano en Alzira gaat plaatsvinden springt Zamoro vermomd als Spaans soldaat naar voren en steekt Gusmano neer, Gusmano vergeeft Zamoro en geeft hem de hand van Alzira. Als Gusmano sterft, ontvangt hij een laatste zegen van zijn vader Alvaro.

Historische opnames.

Omdat dit werk zeer weinig wordt opgevoerd is het dus moeilijk om complete opnames te vinden. Toch hebben mijn  opzoekingswerk een 14 tal opnames kunnen registreren.

1) Het allereerste in het Duits gezongen van 1938 onder de dirigent Heinrich Steiner. Koor en orkest der Reichsender Berlin. Met Schwarzkoff - Glavitsch - Hülzen - Eshbach - Schütz - Burgwinkler en Gazabello. Audio CD - Myto een MCD 926,148 1CD ( release 1996)

2) Een tweede opname vinden we terug in een box met het volledige repertoire van Verdi een uitgave van 2011. De opname van Alzira is van 1983 met Ileana Contrabas, Francisca Ariaza, Renato Bruson, Jan Hendrik Rootering. Dirigent Lamberto Gardello koor en orkest Bayerse Rundfunk. Audio CD - Orpheus Cat: C05 7832.

3) Een nog zestien jaar jongere opname van 1999 met Marina Meschenakova, Ramon Vargas, Paolo Gavanelli en Slabodan Stankovic. Dirigent Fabio Luisi koor en orkest La Suise Romande en Theatre de Genève. CD Philips 464 620 ( 2CD's)

 

  

 

"Alzira " van Verdi in concertante uitvoering.

Alzira in een concertante vorm onder de leiding van Gustaf Khun met Francesco Faccini als Alvaro, Junko Saito als Alzira, Anna Lucia Nardi als Zuma, Thomas Gazheli als Gusmano, Yoshua Lindsy als Ovando, Yasushi Hirano als Atoliba en Joe Rsuchizaki als Otumbo . 2015

Scène uit de Opera Alzira Verdi cyclus 2000

Mooie volledige opname van Alzira opera van Verdi 1983

Titelblad van de wereldpremière 12 augustus 1845 Theatro San Carlo te Napels.

Alzira - Verdi cyclus 2000

  • Gaetano Franschini 1850

    Biografie.

    Geboren op 16 februari 1816 en overleden op 23 mei 1887. Hij was een Italiaanse tenor. Schiep vele rollen in de 19° eeuwse opera's, waaronder vijf voor Giuseppe Verdi.
    Hij was een typische helden tenor met baritonale kwaliteit (Domingo) , maar Verdi en Donizetti waardeerden vooral zijn vermogen om zacht en subtiel te zingen. Door de uitbreiding van Verdi's repertoire kwamen vele opera's van Donizetti een beetje in het gedrang en verdween het gros van Donizetti's opera's van het toneel. Donizetti was een veelschrijver maar van zijn 72 opera's hebben er maar hoogstens een tiental repertoire gehouden. Van Verdi al zijn opera's 27 stuks.
    Franschini zong meer dan honderd rollen en Verdi plaatste hem aan de top van zijn lijst van favoriete tenoren, en schreef voor hem de rol van Manrico in zijn " Il Trovatore " Franschini speelde ook een cruciale rol in het succes van de vele opera's van Verdi, Pancini en Mercadante.
    Gaetano Franschini geboren in Pavia 1816 , was de tweede zoon van Domenoco Franschini en Grazia Cremaschi. Franschini studeerde bij Felice Moretti. Zijn debuut had plaats op 4 april 1837 aan het Theatro dei Nobilli Cavalieri, nu beter bekend als Theater Franschini, met de rol van Lord Arturo in Donizetti's " Lucia di Lammermoor " in 1839 zong hij reeds de rol van Lago uit Rosini's " Otello " naast de legendarische Giovanni David in de titelrol. Zijn carrière nam een vlugge start. In dat zelfde jaar zong hij nog tal van nieuwe rollen in opera's van Donizetti, Mercadante en Bellini.
    Op 28 maart 1840 maakte hij zijn debuut aan de Scala als " Marino Faliero " Het was geen echt succes en hij werd uitgejouwd. Hij vertrok met de belofte er nooit meer te zingen. Hij werd ingeschakeld aan het Theater San Carlo te Napels, waar hij onder contract bleef tot 1853. Hij creëerde er tal van rollen in Opera's van Pain, Donizetti en Bellini.
    In 1845 begon hij Verdi rollen te vertolken zoals Zamoro in Verdi's " Alzira " , Hij was ook nog de eerste Dorado in " Il Borsato " in 1848 en Narrig in " La Adagia di legato " In 1849 en 1850 zong hij de titelrol in " Stiffelio ". Hij verzorgde verder nog premières in volgende Verdi opera's in 1859 " Un Ballo in Maschera ", Oberto, Ernani, Il Lombardi , I Masnadieri , Luisa Miller , Il Trovatori, in 1856 zong hij Henry in " Les Vespres Siciliennes " te Rome en in 1858 was hij Gabriele Ardono in " Simon Boccanegra " te Napels. Vanaf 1846 maakt hij ook zijn internationaal debuut aan de Kaertnerhor theater in Wenen waar hij Chalais zong in Donizetti's " Maria di Rohan " gevolgd door Verdi's " Ernani " en Donizetti's " Lucia di Lammermoor " en " Don Pasquale ". Verder vertolkte hij nog Verdi rollen in Londen vanaf 1847 en ook te Madrid vanaf 1863. Hij zong " la Forza del destino " aan het theater Italien in Parijs en ook nog " Ernani " en " Il Travatori " Franschini ging met pensioen in 1873 en nam afscheid van zijn publiek in Rome als Gennaro in " Lucrecia Borgia ". Zijn allerlaatste rol was Lyonel in Flotow's " Martha " . Hij stierf te Napels in 1887. De opera in zijn geboortestad is naar hem genoemd.

  • Eugenia Tadolini 1835

    Biografie.

    Eugenia,geboren op 9 juli 1809 en overleden op 11 juli 1872 was een Italiaanse opera-sopraan. Bewonderd om de schoonheid van haar stem en haar podium présanse. Ze was de favoriete zangeres van Donizetti. Haar eigenlijke meisjesnaam was Savorini . Tadolini was de naam van haar eerste echtgenoot, componist en zangpedagoog, en persoonlijke vriend van Rossini.
    Eugenia werd geboren in een welvarend middenklasse gezin. Haar vader Filippo Savorani was een hooggeplaatste ambtenaar, die er voor zorgde dat zijn kinderen een goede opleiding genoten voor die tijd met inbegrip van muzieklessen van Luigi Favi en Giovanni Grilli aan het conservatorium in Forli. Toen ze begon als sopraan werd ze door de critici beschreven als " zoete maar krachtige en charmante stem met een perfecte ontwikkeling van intonatie ".
    Ze werd echter gestuurd naar Bologna om te studeren bij componist Giovanna Tadolini ( 1785-1872), een bekend componist en dirigent en goed zangpedagoog. Deze samenwerking groeide uit tot een elatie en ze trouwden op 13 april 1827. Zij was 18 en hij 42. Ze zouden samenblijven tot 1843.
    Het volgende jaar maakte ze debuut in Florence. En in 1829 maakte ze een briljant debuut aan het Theater di Parma in de rol van Giulietta in Nicola Vaccia's " Giuletta e Romeo ". Het volgende jaar in Florence trad ze op in haar eerste twee Rosinni opera's, als Amenaide in " Tancredi " en als Bianca in " Bianca e faliero " . Tadolini's man was een goede vriend en bewonderaar van Rossini. In1830 zong ze samen met Rossini een duet op een soiree in het huis van Rossini uit zijn " I Barbièri de Sevillia " . Zij zong ook Zoraide in Rossini's " Ricciardo e Zoraide " in een première aan het Theatre Italien te Parijs op 23 oktober 1830. Ze zou later ook in 1836 de titelrol in Rossini's opera " Armida " zingen aan de Scala.
    Tegen de zomer van 1830 gingen Eugenia en Giovanni zich te Parijs vestigen om zowel op te treden bij het Theatre Italien als in het bedrijf van , Maria Malibran en Giuditta Pasta waar Giovanni Tadolini concertmeester was. Hun huwelijk liep echter op de klippen en het echtpaar ging scheiden in 1833 en de scheiding was een feit in 1834. Na de scheiding keerde ze terug naar Italië waar ze algauw gevraagd werd in alle grote operahuizen van Italië.
    Donizetti zei dat ze niet alleen een zangeres was maar ook een grote actrice. Zij was Donizetti's favoriete diva waardoor ze heel veel betrokken werd bij de wereldpremières van zijn opera's. Donizetti verwerkte in zijn opera's rollen die specifiek voor haar stem gecomponeerd werden in 1843: de titelrol in " Maria di Rohan " als Paolina in " Poliuto ", Leonora in " La favorita ", aan de Scala zong ze de titelrol in " Fausta ", Pia in " Tolomei Pia enL'esule di Roma ", Antonin in " Belisario ", Elena in "Marino Faliero " en de titelrol in "Maria Padilla ". Na Padilla zong ze twee titelrollen in " Don Pasquale " en " L'elisir d'amore ". Twee opera's van Donizetti die repertoire gehouden hebben. De grote diva's uit de 19° eeuw zongen veel opera's uit de belcanto periode van tal van componisten die nu in de moderne tijden van 21ste eeuw vergeten zijn. Componisten zoals Donizetti, Bellini, Mercandante, Rossini en zelfs Verdi schreven tientallen opera's voor de diva's uit hun leefperiode. De belcantoperiode in Italië was vol van de vedettecultus. Tadolini en haar vriendin Malibran verongelukte op 28 jarige leeftijd. Ook Tadolini had een vrij korte carrière tot 1852. Na 1835 begint ook haar internationale carrière. Ze zong in Wenen Adinda uit " L'elisir d'amore " en toen ze in 1842 deze rol terug zong in Napels componeerde Donizetti speciaal voor haar een compleet nieuwe cabaletta " Obblia le dins pene" die tot op vandaag nog altijd als defenitieve versie gelt. Na 1840 begon ook haar Verdi carrière met de titelrol in " Alzira " en " Ernani " en ook " Attila ", maar voor de rol van Macbeth in 1848 vond Verdi haar te goed, Hij zocht een sopraan met minder uitstraling en met een gesmoorde holle stem. Tadolini zong volgens Verdi tot in de perfectie met een verbazingwekkende , heldere , krachtige en doorschijnende stem. Voor " Alzira " zou Verdi zelfs de repetities uitgesteld hebben tot ze genezen was van de zwangerschap van haar tweede kindje. Vanaf 1842 zong ze te San Carlo op zijn minst 12 wereldpremières waarvan de meeste nu gegeten zijn. Met uitzondering van enkele Donizetti en Rossini werken. De meeste Verdi opera's hebben repertoire gehouden.
    Ook het publiek in Londen viel voor haar charmes. Ze zong er bij haar debuut in 1831 " Anna Bolena " van Donizetti. Het was geen overweldigend succes maar in 1848 kwam ze als een gevestigde ster op het podium in " Linda di Chamounix " naast Sims Reeves een lokaal idool bij Her Majesty's Theatre. Op 26 maart 1848 stond de Times vol lofwaardige kritiek.Na 1850 zou het bergaf gaan door haar vermoeid actief podiumleven en het verlies van haar eerste kindje en ook de nieuwe relatie met een Napolitaans edelman. Haar laatste optreden zou in Donizetti's " La favorita " en Mercandante's " La Schiava sracena " zijn. Ze zou zich in 1852 vestigen in Napels met haar enige overlevende kind. Ook haar tweede kind zou drie jaar later sterven aan cholera. In 1860 zou ze vluchten voor de binnenvallende troepen van Garibaldi.
    Tadolini vluchte ze met haar toenmalige prins naar Parijs. Ze zou er de twaalf laatste jaren van haar leven doorbrengen. In het begin woonde ze in een appartement op de Champs-Elysees, maar bang om in geldproblemen te geraken verhuisde ze naar een minder dure wijk op de Rue du Faubourg Saint-Honore. In 1872 kreeg ze tyfus en stierf aan de ziekte op 11 juli 1872 op 62 jarige leeftijd ze werd begraven op het Père Lachaise.

  • Marco Arati

    Biografie.

    Italiaanse bas die 40 jaar actief is geweest tussen 1840 en 1880. Zijn meeste optredens waren aan het Theater di San Carlo , af en toe verscheen hij ook in andere Italiaanse operahuizen. In meer dan 4 decennia realiseerde hij 48 rollen in wereldpremière voor werken van verschillende componisten zoals Alessandro Curmi, Peter Torregiani, Joseph Lillo , Giovanni Pacini, Donizetti, Verdi, Maria Batista, Vicenzo Capeccelatro, Savierio Mercandante, Joseph Puzoni , Errico Petrella , Ferdinand Tommasi, Ernesto Viceconte en nog vele anderen. Ook al was hij een van de meest vooraanstaande zangers van zijn tijd, is er zéér weinig bekend over zijn leven. De exacte plaats en datum van zijn geboorte is niet bekend, alhoewel men vermoedt dat het ergens tussen 1814 en 1819 moet zijn. Hij maakte zijn professioneel debuut aan het Theater di San Carlo in 1841 in de productie van Theodule Mabellini's " Rolla ". In 1844 zong hij de rol van Alvaro in Verdi's " Alzira " en in 1849 Wurm in Verdi 's " Luisa Miller ". Zijn laatste optreden in het Theater di San Carlo in 1882 was als Indra in Jules Massenet's " Le roi de lahore " . Verder is er van hem geen archiefstuk bekend dus ook zijn overlijdingsdatum niet.

  • Michelle Benedetti

    Biografie.

    Hij is geboren op 17 oktober 1778 te Loreto en overleden na 1828. Hij was een Italiaanse bas en zong vooral rollen van Rossini. Benedetti zong een wereldpremière Van Giuseppe Farinelli's " Calliroe " in 1808. Zijn carrière speelde vooral te Napels. Hij vertolkte verschillende rollen voor Rossini opera's waaronder Elmiro in " Otello " , Idraote in " Armide " en de titelrol in " Mosé in Egitto, Ircano in " Riccardo e Zoraide ", Fenico in " Ermio ", Douglas in " La donna del lago " en Leucippo in " Zelmira ". Voor Donizetti, creëerde hij in 1823 de rollen van Atkins in " Alfredo Il Grande " en de koning in " Gianni di Calais " in 1828 en voor Bellini in 1826 de rol van Clemente in " Bianca e Gerando ". Hij heeft ook nog gezongen in Parijs en Londen. Veel meer over zijn persoonlijk leven is er ook niet bekend.

Eugenia Tadolini 1838

Gaetano Fraschini