" Ernani "

Dmitri Hvroskovsky en Angele Meade.

Ernani

Dimitri Horostovsky

Opera van Verdi in vier akten en vijf tonelen.

Libretto van Piave, naar Victor Hugo's " Hernani "

Inleiding.

Ernani was Verdi's eerste opera die niet aan de Scala in première ging, maar op 9 maart 1844 in het theatro " La Fenice " in Venetië. De uitvoering moet middelmatig zijn geweest, want Verdi was verre van tevreden over de prestaties van de zangers. Elivra was de Duitse sopraan Löwe, Ernani een hese tenor Guasco. Toch was " Ernani " een van Verdi's vroege werken die altijd repertoire heeft gehouden en ook vroeg internationaal succes heeft gekend.

 

Rolverdeling         -   stem     -     Eerste cast.

Ernani -  heldentenor - Carlo Guasco

Don Carlos, koning van Spanje - Verdibariton - Antonio Superchi

Don Ruy Gomes de Silva - bas -Antonio Selva

Elvira, zijn nicht - sopraan - Sophie Löwe

Giovanna , haar hofdame - compromaria - Laura Saini 

Riccardo, stalmeester - tenor - Giovanni Lanner

Jago 2° stalmeester - bariton comprimario - Andrea Bellini

akt 1

1° Toneel: in de bergen van Aragon.

Een kort voorspel start de inleiding van de opera. De roverhoofdman " Ernani " , die in werkelijkheid de verbannen edelman Don Juan van Aragon is , maakt zich klaar om een ongewenst bezoek te brengen aan het kasteel van Don Ruy Gomes de Silva, daar die op het punt staat te trouwen met Elvira zijn geliefde. Deze scène bestaat uitsluitend uit het koor ( Evviva bevian)  en Ernani's aria ( Come rugiada al cespite ) met het stretta ( O tu che l'alma adora ) .

2° Toneel : Elvira's kamer in het kasteel.

Ondanks haar geplande huwelijk wenst zij niets liever dan dat Ernani haar zou komen bevrijden aria ( Ernani involami ) . Don Gomes de Silva is haar voogd, die er alles aan doet om haar tot zijn vrouw te maken. Behalve Ernani heeft hij nog een medeminnaar. Niemand minder dan de Spaanse koning " Don Carlos ", die in Elvira's kamer binnendringt. Hun duet (Da quel di che t'ho veduta ) wordt onderbroken door de komst van Ernani door het venster, waardoor dit een trio wordt. In deze pijnlijke situatie maakt de Silva zijn imposante entrée. In zijn aria ( Infelice e tuo credevi ) roept hij al zijn gasten samen om getuige te zijn dat zijn bruid maar liefst twee minnaars heeft. De caballetta van deze aria is lang niet meer gezongen, maar is de laatste deccenia terug in ere hersteld. De Silva heeft echter de koning niet herkend en als Riccardo hem als zodanig begroet, verandert de situatie totaal.

Don Carlos wordt als bruiloftgast uitgenodigd en hij laat Ernani doorgaan als iemand van zijn gevolg waardoor die kan vluchten.

Akt 2

3° Toneel : zaal in het kasteel van de Silva .

De gasten zijn bijeen voor de bruiloft en dansen een galop. Een pelgrim maakt zijn opwachting en wordt als gast ontvangen. Het is de vermomde  Ernani , zoals blijkt van zodra Elvira verschijnt in bruidstoilet. Door de mannen van de koning achtervolgd heeft hij hier toevlucht gezocht en als Catalaans edelman is de gastvrijheid heilig. Hij zal zijn gast desnoods tegen de koning verdedigen. Elvira weet Ernani mede te delen dat ze een dolk bij zich heeft waarmee ze zich, als het huwelijk voltrokken wordt, zou hebben doorstoken. De Silva ziet hun omhelzing en wil ondanks alles Ernani te lijf gaan, als plotseling de koning wordt aangemeld. Ernani wordt verstopt achter een levensgroot portret. Don Carlos eist de uitlevering van Ernani, maar de Silva weigert dit, zelfs wanneer Elvira als gijzelaarster wordt meegenomen. Groot ensemble ( Lo vedremo o veglio audace en Vieni meco sol di rose) . Als allen vertrokken zijn, haalt de Silva Ernani uit zijn schuilplaats, duwt hem een degen in de hand en daagt hem uit tot een duel, duet ( A te scegli , seguimi) . Ernani weigert en stelt voor dat zij met hereende krachten zullen pogen Elvira uit Carlos' klauwen te redden. Zijn leven is in ieder geval aan Silva verbonden. Deze hoeft slechts op een hoorn te blazen, die Ernani hem overhandigd heeft, en die zal zich van het leven beroven.

Akt 3

4° Toneel : grafkelder van Karel de Grote in Aken.

Op onverklaarbare wijze speelt deze scéne zich af in de Dom van Aken in de gewelven van een graftombe waar Karel de Grote zich bevindt. Don Carlos is hier aanwezig, daar zijn benoeming tot Keizer van het Heilige Duitse Rijk op handen is. Dit heeft zijn karakter in zijn voordeel veranderd. Hij zweert zijn enigszins wilde verleden af in de aria ( O dei verd' anni miei) en geeft te kennen dat hij het voorbeeld van zijn grote naamgenoot  wil volgen. Hij weet dat er een samenzwering tegen hem wordt beraamd, een samenzweringsscéne die cumuleert in het koor (si ridesti il leon di Castilla) . Zij loten wie Carlos zal doden en Ernani trekt het lot. Hij is daar trots op dat hij zelfs een aanbod van de Silva afwijst, die in ruil daarvoor van Elvira's hand wil afzien en hem de zelfmoordhoorn wil teruggeven. Kanonschoten verkondigen de verkiezing van Don Carlos tot keizer. Hij komt van achter de graftombe te voorschijn; tot ontzetting van de aanwezigen, die hem eerst voor de geest van Karel de Grote houden. Hij veroordeelt alle edelen onder de samenzweerders ter dood en de trotse Ernani, die daar als doodgewone roverhoofdman buiten valt, wenst daar ook bij gerekend te worden, terwijl Elvira smeekt om genade ( niemand weet hoe ze daar in Aken is geraakt) . Zijn nieuwe belofte indachtig besluit Don Carlos nu allen te begenadigen, septet (O sommo Carlo) en Don Carlos wil Elvira aan Ernani ten huwelijk schenken. Alleen Gomes de Silva is begrijpelijkerwijs niet tevreden met de gang van zaken.

Akt 4

5° Toneel: Ernani 's kasteel.

Een gemaskerd bal ter gelegenheid van het huwelijk tussen Elvira en Ernani. Het duet wordt gestoord door de klank van een hoorn. Ernani 's hoorn waarop de Silva blaast. Deze komt hem herinneren aan zijn gelofte en biedt hem de keuze tussen dood door een dolk of vergif. Zelfs smeekbeden van Elvira in het slottrio (Ferma crudele) kunnen hem niet op andere gedachten brengen. Ernani doorsteekt zich.

Historische opvoeringen en opnames.

Ondanks de middelmatige uitvoering van de permière op 9 maart 1844 te Venetië is dit vroege werk altijd populair gebleven zowel in Italië als op de internationale operapodia in Frankrijk ( Parijs) in Duitsland aan de Metropolitan enz ... Een van de meest memorabele bezettingen was aan de Scala te Milaan in 1881 met Tarango - Maurel - en Eduard de Reszke. Aan de Metropolitan te New York in 1903 werd de uitvoering verzorgd door Marcela Sembrich - Elio de Marchi - Antonio Scotti en terug Eduard de Reszke, later in 1921 met Rosa Ponselle - Giovanni Martinelli - Guiseppe Danise en Jose Mardones in het seizoen 1928-29 met Ponselle - Martelli - Tita Ruffo en Ezio Pinza.

Een merkwaardige uitvoering in Nederland in 1933 door de Italiaanse Opera  met Serafina Di Leo - Giovanni Breviario - Antonio Reali en Luigi Fenoni.

In België hadden we wel al heel vroeg een uitvoering op 3 augustus 1848 in de Minardschouwburg te Gent door het Italiaans gezelschap Montelli, van slechts het 4° bedrijf met Montenegro als Elvira , Borelli als Ernani  en Montelli als de Silva. De eerste integrale vertoning was in het Italiaans met Ardavino als Elvira , Chiantoro als Giovanna , Forti als Ernani, Caspani als de Silva, Crosa als Riccardo en Carpentieri als Jogo, op 19 april 1853. Een eerste Franse versie op 18 maart 1863 en zelfs in het Duits in het seizoen 1908-09.

Recenter waren er 3 opvoeringen in het speelseizoen 1968-69 met Carla Ferrario als Elvira, De Py  als Ernani, Gilbert Dubuc als Don Carlo, Tadeus Wiersbicki als Silva en Hoogland als Jogo met Julien Mestdagh als dirigent. Daarna is het niet meer herhaald.

Op plaat is het iets moeilijker alhoewel er reeds een opname moet zijn op 78 toerenplaten van 1904 op HMV in Engeland op 40 enkelzijdige schijven.

1) Nog op 78 toeren opname van 1930 met Antonio Melandi , Iva Pacetti, Gino Vanelli, Corroda Zambelli. Dir.Lorenzo Molajoli - koor en orkest Theatro alla Scala di Milano 78prm.Colombbia GQX10069-10073 op LP Cat:4407

2) Een tweede volwaardige opname 1950 met Ginno Penno , Caterina Manani , Guiseppe Taddei, Giacomo Vaghi . Dir. Fernado Previtali koor en orkest Sinfonia en Core di Roma delle Rai Audio CD: Warner Fonit Cat: 857382650-2

3) Een latere merkwaardige opname van 1957 met : Mario Del Monaco, Anita Cerquertti , Ettore Bastiannin en Boris Christoff. Dir. Dimitri Mitropoulos koor en orkest Coro Maggio Misicale Fiorentinno, Audio CD: Hr 4400 Cat: HR 4400/01

4) Tien jaar later in 1967 met Carlo Bergonzi - Leontine Price, Mario Sereni , Enio Flagello. Dir.Thomas Schipper , koor en orkest RCA Italiano Opera , Audio CD:RCA Victor Cat:GD 86503( UK) (USA) 6503-2

5) Nog een opname op CD 1969 met Placido Domingo, Raina Kabaivanska , Carlo Meliciani, Nicolai Ghiaurov. Dir. Antonio Votto, koor en orkest Theatro ala Scala Audio CD: Opera d'Oro Cat: ODO 1468.

6) Een eerst opname op DVD in 1983 met Placido Domingo, Mirella Freni, Renato Bruson, en Nicolai Ghiaurov. Dir.Riccardo Muti koor en orkest Theatro alla Scala live opname 4 januari 1983 - DVD cultuur Cat: D72913.

7) In hetzelfde jaar terug op DVD 1983 live opgenomen Metropolitan New York: met Lucciano Pavarotti, Leona Mitchell, Sherill Milnes en Ruggero Raimondi op 12 & 17 december 1983 . Dir.James Levine DVD.Pioneer  classics Cat: PC99-102D

8) Op CD in 1987 met Lucianno Pavarotti, Joan Shutherland , Lia Nucci, Paata Burchuladze . Dir.Richard Bonygne koor en orkest Welsh National Opera CD-Decca London.

9) De meest recente op DVD 2005 met Marco Berti , Susan Neves, Carlo Guelfi Giacomo. Dir. Antonello Allemandi, koor en orkest Theatro regio di Parma DVD dynamische opname 33496 Chicago Cristal edition.

Ik vernoem hier enkele van de belangrijkste opnames, omdat het bijna ondoenlijk is alle 62 op internet geregistreerde opnames te vermelden.

" Ernani " Giuseppe Verdi .

Mooie klassieke uitvoering van Cremona 2012, met Rudy Park als Ernani, Alessandro Luongo, Enrico Giuseppe Iori, Maria Billeri, Nadigo Petrenko, Saviero Pugliere en Gianlucao Magheri, onder de leiding van Antonio Pirolli.

" Ernani "

Fragmen uit " Ernani " met Angela Meade en Dimitri Hvorskovsky . Duet: " Da quel di che t'ho veduta ... "

De samenzweringsscène bij de graftombe van Karel de Grote in de Dom Van Aken 3° akt. Bologna 2012

Mario Del Monaco als ERNANI 1957 ( foto Charles Mintzercollectie/" operanostalgia.be " )

Giorgio Lamberto als ERNANI

Lenotine Price & Carlo Bergonzi " ERNANI " 1967

  • Sophie Löwe

    Biografie.

    Geboren op 24 maart 1815 en overleden op 29 november 1866 , zij was een Duitse operasopraan, voornamelijk actief in Wenen en Berlijn. Zij was ook de meest beroemde Duitse sopraan van haar tijd.
    Löwe werd geboren in Oldenburg, en was de dochter van de acteur Ferdinand Löwe (1787 - 1832) . Vanaf 1832 studeerde ze in Wenen onder Giuseppe Ciccimarra. In 1832 debuteerde ze aan het Kärtnertorttheater. Na een tour door het noorden van Duitsland kreeg ze een engagement aan de Berlijnse hofopera in 1837. Haar meest beroemde optreden was in Donizetti's " Maria Padilla " Milaan 1841 en als Elvira in Verdi's " Ernani " te Venetië 1844, en ook als Odabella in " Attila " ook in Venetië 1846. Ze trouwde in 1848 met de prins Friederich Adalbert von Liechtenstein, de vierde zoon, van Johann 1 Joseph, Prins van Liechtenstein en verdween van het operapodium . Ze stierf op 29 november 1866 amper 51 jaar oud.

  • Carlo Guasco

    Biografie.

    Is geboren op 16 maart 1813 en overleden op 13 december 1876. Was een beroemde Italiaanse operatenor die ook in andere Europese operahuizen heeft gezongen. Van al zijn wereldpremières die hij heeft gezongen zijn deze van de Verdi opera's "I Lombardi, Ernani, en Attila " de belangrijkste.
    Carlo Guasco is geboren in Solero, een klein stadje in de Piemonte regio van Italië. Al vroeg toonde hij talent voor muziek en zang, evenals voor de wiskunde hij volgde eerst een opleiding voor landmeter aan de universiteit van Turijn. Ondertussen studeerde hij piano bij zijn neef Giuseppe Guasco, maar toen een leraar compositie zijn stem hoorde moedigde die hem aan om zijn stem verder te ontwikkelen en zich te concentreren op zang en de landmeterij voor bekeken te houden. Hij moest echter de bezwaren van zijn familie overwinnen om zich aan het podium te wagen. Hij begon zijn studie met Panizza in september 1836. Na slechts een paar maanden maakte hij reeds zijn debuut aan de Scala van Milaan in de relatief kleine rol van Ruodi in de productie van Rossini's " Willem Tell " 1837 . Dit was een groot succes en vlug ging hij grotere tenorrollen vertolken. In verschillende opera's van Donizetti " Maria di Rohan " 1843, en Verdi's " I Lombardi " 1843, "Ernani " 1844, en " Attila " in 1846. In de loop van zijn carrière zong hij niet alleen in heel Italië, maar ook in Parijs, Londen, Madrid, Sint-Petersburg en Wenen.
    Guasco's stem was zeer geschikt voor de opera's uit zijn tijd, zoals van Rossini, Donizetti, Pacini en Mercadante die de kern van zijn repertoire vormden in het begin van zijn carrière. Maar op de openingsavond van " Ernani " was zijn stem vermoeid, Verdi was heel ontevreden en schreef dat hij een Guasco had gehoord met een verschrikkelijke schorre stem. Dit komt omdat hij de ganse dag had lopen schreeuwen bij de repetities, omdat er op toneel nog heel wat problemen moesten worden opgelost. Backstage was
    het een chaos van jewelste door decors die nog niet af waren , kostuums die nog ontbraken enz... Op de avond van de première was iedereen nog zenuwachtig en dit voelde slecht aan voor de stem. drie weken terug had hij zich nog terug kunnen trekken uit de productie. Ondanks alles was de openingsavond zowel voor Verdi als voor Guasco een onverhoopt succes. De kritieken waren lovend. De altijd uitstekende eerste tenor , Carlo Guasco, begiftigd met een prachtige stem zong en acteerde de titelrol met exquise kunst... iedereen was het er over eens dat hij nog altijd een zanger was van eerste orde en geen rivalen had die hem konden evenaren. In 1846 kreeg hij een contract voor Sint-Petersburg voor de grote Keizerlijke Italiaanse opera. Hij verscheen daar op het podium met groot succes in " Ernani , Maria di Rohan, Norma , I deu Foscari, I Lombardi, en Linda di Chamonix " opera's van Verdi en Donizetti . 1848 keerde hij ondanks een vernieuwd contract terug naar Italië en Solera, de stad van zijn geboorte. Hij nam een tijdelijke onderbreking van zijn carrière en wijdde zich aan activiteiten uit zijn jeugd in het bijzonder aan de jacht. Hij huwde in augustus van 1851 en op aandringen van zijn jonge vrouw nam hij zijn zangcarrière terug op. Hij aanvaardde het aanbod aan het Theater Italien in Parijs waar hij opnieuw succes oogstte met " Ernani " . Echter politieke onrust van de Franse coup van 1851, leidde tot halflege theaters, en was het werk voor impresario's en zangers heel moeilijk. in 1853 werd hem een contract aangeboden voor Wenen, waar hij afscheid heeft genomen van het podium. Hij keerde terug naar Solera, waar hij actief werd in de administratie van de stad. Hij doceerde ook zang aan het conservatorium en een van zijn meest opmerkelijke leerlingen was de dramatische tenor Giovanni de Negri, die later zou schitteren in Verdi's Otello.
    Carlo Guasco stierf te Solero op 13 september 1876 op de leeftijd van 63 jaar.