Nathalie Dessay 1998

John Tessier en Audrey Luna opera Montreal.

" Lakmé "

Mady Mesplé als Lakmé 1970 zong te Gent 1955

Een opera comique in drie akten van Leo Delibes.

Libretto van Edmond Gondinet en Philipe Gille naar het werk van Pierre Loti 's " Le mariage de Loti " 

Inleiding.

Leo Delibes wordt heden misschien niet meer tot de groten der Franse operageschiedenis gerekend, maar was toch tientallen jaren lang een vaste waarde en had zijn plaats in het internationale opera- en balletrepertoire. Leo Delibes werd bekend met zijn opera " Lakmé " maar het meest met zijn balletmuziek " Sylvia " en " Coppélia " die heden nog tot de geliefde  klassieke repertoire stukken behoren. Ook zijn opera " Le roi l'a dit " wordt nog af en toe eens opgevoerd, maar de rest van zijn toneelwerk behoort tot het vergeten repertoire, hij schreef in het totaal zes opera's en nog enkele operettes die geen al te groot succes kenden. Zijn loopbaan bracht hem als organist naar Parijs, hij werd er koordirigent aan de grote opera, tenslotte werd hij benoemd tot professor aan het conservatorium en werd hij lid van de " Académie de la Musique ". Hij had nog veel aanzien tijdens zijn leven en overleed te Parijs in 1891 amper 6 jaar na de première van zijn mooiste werk " Lakmé "

Rolverdeling .                       Stem.                   Erste Cast.

Nilikantha, priester ------------------------------bas-bariton ---------------------Cobalet

Lakmé, zijn dochter -------------------------coloratuur-sopraan----------------- Marie van Zandt

Gérald, Brits officier --------------------------------tenor -----------------------Alexandre Talazac

Féderic, Brits officier -----------------------------bariton ------------------------------------Barré

Ellen, verloofde van Gérald-----------------------sopraan ------------------------------------Rémy

Rose, vriendin van Ellen--------------------------sopraan----------------------------Molé- Truffier  

Miss Bentson ---------------------------------mezzo-sopraan -------------------------------Pierron

Hadji, slaaf --------------------------------------------tenor ----------------------------Chennevière 

Mallika, bediende van Lakmé -------------mezzo-sopraan -------------------------Elisa Frandin

Plaats: India midden van de negentiende eeuw.

Akt. 1

Een weelderige bloementuin bij een tempel in India. De brahmaan Nilikantha mag van de Britten zijn functie als priester niet uitoefenen, maar desondanks komen getrouwen bij hem bidden. Hij is er echter van overtuigd dat Brahma hem zal wreken als hij de stem van zijn dochter hoort, die een aria zingt ( " Blanche Dourga "). Hij moet naar een bijeenkomst in de stad in de stad en laat zijn dochter achter onder de hoede van de twee bedienden Mallika en Hadji. Lakmé gaat in de rivier baden met Mallika en zij zingen samen een duet ( " Dôme épais de jasmin " ). Lakmé doet voor zij met Mallika in de boot stapt haar juwelen af en legt die op een bank. Die worden gevonden door een gezelschap Engelsen : twee meisjes Ellen en Rose met hun galante Britse officieren Gérald en Féderic, en de chaperonne Miss Bentson. De officieren waarschuwen de dames dat hier een gevaarlijke brahmaan woont en dat de meeste van de fraaie bloemen giftig zijn. Ze vertellen hun dat de brahmaan een dochter heeft die hier eveneens woont, en in een kwintet geven de dames daar hun commentaar op. Zij willen dat Gérald een schets maakt van die sieraden, waardoor deze achterblijft, terwijl de anderen verder gaan. Terwijl hij bezig is de juwelen te tekenen vraagt Gérald zich af hoe de eigenaars er zouden uitzien., aria: ( " Fantassie aux devins mesonges " ). Hij ziet Lakmé en Mallika terug komen en verbergt zich. Lakmé stuurt Mallika naar binnen en vraagt zich af waarom ze zich plotseling en tegelijk zo bedroefd en toch gelukkig voelt, aria: ( " Pourquoi dans les grands bois ") . Plotseling wordt zij Gérald gewaar, en zij roept om hulp. Als Hadji en Mallika toesnellen zegt zij echter dat ze zich vergist heeft en dat er niets aan de hand is. Dan spreekt zij de vreemdeling aan en zegt hem dat één enkel woord van haar zijn dood zou betekenen. Ze stuurt hem weg , met de raad alles te vergeten wat hij gezien heeft.

Maar Gérald maakt haar hartstochtelijk het hof, op een wijze die, naar hij zegt, geen hindou het ooit zou durven doen, duet: ( " C'est le dieu de la jeunesse ") . Hun liefdesduet wordt echter onderbroken door de terugkomst van Nilikantha die nog net een glimp van de vluchtende Gérald opmerkt, en wraak zweert voor de ontheiliging van zijn tempel.

Akt. 2

Een marktplein in de nabij gelegen stad, waar een grote bedrijvigheid heerst. Miss Bentson die belaagd wordt door zakkenrollers, wordt uit haar benarde positie verlost door Fédèric. Na een ballet komt Nilikantha op vermomd als een bedelaar, met Lakmé aan zijn zijde. Hij wil hier de Engelsman vinden die zijn tempel ontwijd heeft. Aria: ( " Lakmé ton doux regard se voile " ). Intussen is ook Gérald, met zijn verloofde Ellen gekomen en Féderic deelt hem mede dat hun regiment de volgende dag vertrekt om tegen een opstandige stam op te rukken.

Nilikantha's idee om de vreemdeling te identificeren is zijn dochter op de markt te laten zingen. Ongetwijfeld zal dit hem dichter bij de vreemdeling brengen . Hij dwingt Lakmé dus een ballade te zingen de klokjesaria ( " ou va la jeune Indou ") het verhaal over de paria-dochter die in het woud een vreemdeling het leven redde door met haar klokjes de wilde dieren die hem belaagden te verdrijven . De vreemdeling bleek Vishiou, de zoon van een Brahma te zijn, die haar als dank mee naar de hemel nam. De ballade blijft echter zonder resultaat Nilikantha laat Lakmé verder zingen, en nu pas laat Gérald blijken dat hij haar herkend heeft. " Lakmé " bezwijmt onder de emoties, en Féderic weet Gérald mee te trekken. Nilikantha heeft hem nu echter terdege geobserveerd, en neemt zich voor hem te doden, tijdens de processie die later op de avond zal doorgaan. Hij laat zijn  dochter onder de hoede van Hadji achter, die haar tracht te troosten. Hadji belooft Lakmé, haar bij alles te zullen helpen. Gérald komt terug en wederom volgt een uitvoerig liefdesduet: ( " Ah, c'est l'amour endormi "). Lakmé bekent nu ook haar liefde en zegt dat zij verborgen in het woud een hut van bamboe heeft waar zij elkaar kunnen ontmoeten. aria: ( " Dans la forêt près de nous ") . De processie komt nu nader, met interesse gadegeslagen door Engelse toeristen en officieren. Féderic zegt Gérald dat hij blij is dat ze de volgende morgen  zullen moeten opbreken. Die affaire met het hindoumeisje is  niet naar zijn  zin.  Als de processie bijna voorbij is, wordt Gérald door Nilikantha's volgelingen omsingeld, en door Nilikantha zelf neergestoken. Lakmé snelt op hem toe en nadat zij gezien heeft dat hij slechts gewond is , laat zij hem door de trouwe Haji naar de bamboehut brengen.

Akt. 3

De bewuste hut in het woud. Gérald ligt te slapen, en Lakmé zingt een wiegenliedje voor hem ( berceuze: " Sous le ciel tout étoilè " ).Gérald wordt wakker en begint zich te herinneren wat er gebeurd is. Hij is Lakmé dankbaar voor wat zij heeft gedaan , aria: ( " Ah viens, dans la forèt profonde "). Gezang achter de schermen doet haar opmerken dat dit minnaars zijn die het heilig water komen halen dat eeuwige liefde zal schenken aan wie er van drinkt. Zij gaat heen om een beker te halen. Nauwelijks is zij weg of Fréderic komt te voorschijn, die Géralds schuilplaat ontdekt heeft. Hij herinnert hem er aan dat het regiment die dag zal opbreken, maar Gérald is betoverd door Lakmé, en wil hier blijven. Zelfs de naam van Ellen , zijn verloofde, doet hem niets meer. Zijn soldaten eer is wel iets anders. Als Fréderic erover begint en hem nogmaals herinnert dat hij binnen een uur bij zijn regiment moet terug zijn, belooft Gérald te zullen komen. Inderdaad hoort men in de verte de klanken van een mars. Als Lakmé met haar heilig water terugkomt, merkt ze direct dat de stemming veranderd is. Ondanks Géralds verzekering van het tegendeel weet zij dat haar liefdesaffaire reeds ten einde is. Ongezien plukt zij een blad van de Catera en bijt hierop. Samen met Gérald drinkt zij van het heilige water, duet: ( " Tu m'as donné le plus doux réve ") Zij zweren elkaar eeuwige trouw en nauwelijks is dit gebeurd, of zij zegt hem dat ze weet dat hij die eed zal houden, omdat zij stervende is. Nilikantha heeft nu ook hun schuilplaats ontdekt, maar Lakmé kan hem nog juist met haar laatste krachten zeggen dat Gérald heilig is, omdat hij van de heilige bron gedronken heeft. Zij sterft en wordt naar Nilikantha 's woord tot het eeuwige leven verheven.  

Historische achtergronden en merkwaardige opvoeringen.

Delibes had feitelijk twee carrières. In het eerste deel componeerde hij zijn  beroemde balletten zoals " Coppelia " , " Sylvia " en " La source ". In het tweede deel wendde hij zich tot de opera, beginnende met de opera comique " Le roi l'a dit ( 1873), gevolgd door " Jean Nivelle " (1880) en " Lakmé " ( 1883) zijn beroemdste werk in dit genre. Een onafgewerkte opera " Kassya " werd afgewerkt door Massenet en voor het eerst opgevoerd in 1893 twee jaar na zijn overlijden.

De première van " Lakmé " had plaats in Parijs aan de Opera Comique op 14 april 1883, met Marie Van Zandt ( een Amerikaanse sopraan met Nederlandse roots), met Talazac en Cobalet in de hoofdrollen. Van Zandt creëerde de opera ook in Londen  in 1891 en aan de Metropolitan in New York. Het werk heeft doorlopend op het repertoire gestaan van de Opera Comique. Het werk bleef populair zowel in Londen als in New York waar het steeds weer werd opgevoerd met coloratuursopranen van grote klasse. Onder de beroemdste vertolkers van de titelrol vinden we Galli-Curci, Barrientos, Paseto, Lily Pons, zij zou ook de eerste volledige opname op plaat verwezenlijken, Tetrazzini, Yvonne Brethier enz.....

Opvoeringen in de lage landen.

Ook aan de Nederlandse opera onder De Groot en Van Der Linden had het werk bijval en kwam het regelmatig op het repertoire met Cato Engelen-Sering in de titelrol. De laatste tachtig jaar is Lakmé echter nog zelden op het podium gebracht.

In België des te meer opgevoerd zowel in Brussel, Luik, als te Gent en Antwerpen met Guila Bardi, Mady Mesplé, Françoise Garner, Lucy Tilly en Nathalie Dessay onder de bekendste vertolkers van Lakmé. Tilly is een van de bekendste vertolksters van de klokjesaria die door menige coloratuursopraan op CD wordt gezet. Te Gent vinden we een eerste opvoering reeds in 1889 met Lise Landouzy als Lakmé en Duzas als Gérald, Séguin als Nillikantha. Dit was echter een gastgezelschap. De eerste opvoering met hun eigen gezelschap had plaats in 1890 met Pelosseals Lakmé, Séran als Gérald en Darmand als Nilikantha. Ook in 1902 met Clément als Gérald, in 1904 met Campagnola als Gérald en in 1906 met de Beglische sopraan Julienne Marchal. In 1920 werd reeds de honderdste voorstelling gevierd met Lucy Berthrand als Lakmé, Burdino als  Gérald en Gustave Dutoit als Nilikantha, ook Vina Bovy heeft Lakmé gezongen  in 1933. Na de bevrijding vinden we nog beroemde Lakmé's zoals Lucy Tilly (1946) Dina Norman ( 1957) Christiane Gruselle (1964, Wilma Driessen (1965) Mady Mesplé (1966) Françoise Garner ( 1971/72) en Deborah Cook (1979).

Historische opnames en Cinegrafie.  

Ondanks het succes in de eerste helft van de twintigste eeuw wordt deze opera de laatste decenia niet vaak meer opgevoerd en vinden we dan ook weinig volledige opnamen, amper 6 en ook op Youtube is er weinig goed luister en kijk materiaal te vinden.

1) Een eerste die we als historisch kunnen beschouwen is er een van 1940 met Lily Pons als Lakmé, Armand Tokatyan als Gérald en Ezio Pinza als Nilikantha een opvoering aan de Metropolitan van New York onder de leiding van Wilfrid Pelletier op een Golden Age : live uitvoering nummer onbekend de eerste publikatie op 78toeren plaaten en later op LP's niet gevonden of er een CD uitvoering bestaat.

2) Een tweedde heel mooi is van 1970 met Mady Mesplé als Lakmé, Charles Burles als Gérald en Roger Soyer als Nilikantha met het orkest du Theatre National de l'Opera comique onder Alain Lombard, op Black disc. Emi C165-10975/77 (3 Lp's)

3) Een derde met een topcast van 1998 met Natalie Dessay als Lakmé, Gregory Kunde als Gérald en José Van Dam als Nilikantha koor en orkest du Capitole de Toulouse onder Michel Plasson op EMI classics 56999+09484825. (dubbel CD) + CDR met libretto.

4) Eén opname op DVD van 2012 met Emma Matthews als Lakmé, Aldo di Toro als Gérald en Stephen Bennett als Nilikantha, aan de Opera en  Ballet van Australië onder Ammanuel Joel-Hornak. op Blu-ray: OPOZ56020DVD .      

De klokjes aria uit " Lakmé " door Lily Pons 1935

Het enige historische document dat ik kon vinden van de klokjes aria uit " Lakmé " door de beroemde Lily Pons zij zou ook de eerste volledige opname van deze opera opnemen in 1940.

Marie Van Zandt (1858-1919) de in New York geboren Amerikaanse sopraan met Nederlandse roots was de aller eerste Lakmé in de gelijknamige opera Van Leo Delibes in 1883

F.Pelosse eerste Lakmé te Gent 1891
foto: privécollectie.

Séguin deze bariton zong te Gent van 1865 tot 1891 en was de eerste Nilikantha in de opera " Lakmé " te Gent in 1890.
Foto: privécollectie

Nathalie Dessay in de klokjes aria van Lakmé

Nathalie Dessay in de klokjes aria van Lakmé opname 1995

Bloemen duet uit Lakmé

Twee toppers van nu Garanca en Netrebko zingen het bloemen duet uit Lakmé.

  • Maria Van Zandt (1858-1919)

    Biografie.

    Deze Amerikaanse sopraan met Nederlandse ouders werd geboren in New York op 8 oktober 1858 . Haar moeder Jenny van Zandt was ook een sopraan die aan de Scale te Milaan en in NewYork aan de Academie of Music gezongen had. Maria studeerde zang te Milaan bij Francesco Lamperti en debuteerde aan de opera van Turijn in Mozarts " Cossi fan tutti " als Despina. Door het grote succes deet ze nog hetzelfde jaar haar debuut te Londen aan Covent Garden. Ze wou echt naar Parijs en op 21 jarige leeftijd krijgt ze reeds een contract aan de Opera Comique in de opera " Mignon " van Thomas d'Ambroise . In 1883 zal ze de wereldpremière zingen in Leo Delibes opera Lakmé, aanvankelijk met groot succes. Er ontstaat commotie tussen voor en tegenstanders met de nodige intriges uitgesponnen in de pers. Ze besluit een 4 tal maand van het podium weg te blijven od te verdwijnen en wordt vervangen door de sopraan Cécile Mézeray die later in 1886 de première zou brengen te Gent . Ze komt 4 maand later terug met een succesvolle comback als Rosina in Rossini's " Il Barbieri di Seviglia ". haar carrière kantelt nu in de positieve zin daar ze kennis maakt met Alphonse de Rotschild, die in het theater loges afhuurt voor de uitnodiging voor privé bezoeken van zijn familieleden. Zo wordt haar succes avond na avond verzekerd. In 1891 debuteerd ze aan de Metropolitan als Amina in Vincenzo Bellini's " La sonnambula " . Ze keert terug naar Parijs aan de Opera Comique waar ze Lakmé creëerde en vertolkt er nu " Mignon " ook een succesrijke opera in die periode. Ze wordt bevriend met Massenet en wordt zijn favoriete sopraan , dit was niet zijn eerste favoriete, ze zingt de wereldpremière van zijn " Cendrillon in 1899. Na die periode verminderd ze haar podiumprestaties geleidelijk maar gaat ze nog reglmatig voor belcanto concerten in de Parijse salons onder andere bij Madame Lemaire in haar " Hotel particulier " waar ook componisten zoals Marcel Proust, Camile Saint Saëns , dikwijls te gast zijn . Ze leert er een Russische Graaf kennen , Micha de Tcherninoff waar ze mee in het huwelijk treed, na haar huwelijk neemt ze afscheid van haar publiek en gaat ze met haar man in Cannes wonen waar ze op 61 jarige leeftijd overlijd op 31 december 1919 .

  • Alexandre Talazac (1853-1896)

    Biografie.

    Deze Franse tenor geboren te Bordeaux op 6 mei 1851 overleed te Parijs op 26 december 1896. Hij studeerde aan het conservatorium de Music te Parijs en debuteerde in 1877 aan het " Theatre Lyrique ". In 1878 maakt hij zijn debuut aan de " Opera Comique " in de titelroal van " Les contes d'Hoffmann " van Offenbach op 10 februari 1881. Hij creëert de rol van Gérald in " Lakmé " op 14 april 1883, en Des Grieux in Manon op 19 januari 1884 en Milio in " Le Roid'Ys op 7 mei 1881. Hij neemt ook de première van " Samson en Dalila " op zich op 31 oktober 1891 aan het Theatre Lyrique. In 184 zal hij voor het erst internationaal gaan aan het Royal Opera House in Londen als Alfredo in " La Traviatata " van Verdi. Hij zal er ook " Faust " brengen en " Les Pêcheurs des Perles " .Hij komt ook aan de Munt te Brussel zingenen aan het Theatre National San Carlos in Lissabon. Hij is ook actief op concerten en liederrecitals. Hij zong ook Tamina in Mozarts " Toverfluit ", Fernand in " La Favorita " en Edgardo in " Lucia di Lammermoor van Donizetti, hij zong ook nog Raoul in " Les Hugenots ". Hij had een hoge tenorstem (tenor forte)en was een briljante vertolker en acteur. Hij was gehuwd met de Franse sopraan Hélène Fauvelle in 1880 waarna ze haar carrière stopte. Ze kregen samen een dochter Odette Talazac (1883-1948) die een zeer gewaardeerde filmactrice werd die tussen 1928 en 1948 in meer dan 60 films optrad. Hij stierf op amper 45 jarige leeftijd in 1896.