" I Lombardi alla prima Crociato "

Opera van Verdi in vier akten en elf tonelen.

Libretto van Solera gebaseerd op een episch gedicht van Tommaso Grossi.

Inleiding.

Zonder twijfel is dit libretto van Solera een van de meest verwarrende uit de opera geschiedenis. Dit is dus ook de reden waarom het werk praktisch niet wordt uitgevoerd, alhoewel het muzikaal niet moet onderdoen voor " Nabucco ". De première vond plaats in het " Theatro alla Scala " te Milaan in februari 1843.

De Opera " I Lombardi " zou door Verdi herwerkt worden in opdracht voor Parijs onder de naam " Jeruzalem " en in scène gezet worden vier jaar later in 1847. Deze verjongde versie wordt wel nog regelmatig opgevoerd.

Rolverdeling (Italiaanse versie) -  Stem - Eerste Cast.

Arvino, zoon van Lord Folco - tenor - Giovanna Severi.

Pagano, kluizenaar - bas - Prosper Deveris.

Viclinda, Arvino's vrouw - sopraan - Teresa Ruggeri

Giselda, Arvino's dochter - sopraan - Ermino Frezzolini

Acciano, Tiran van Antiochië - tenor - Luigi Vairo

Oronto, zoon van Acciano - tenor - Carlo Guasco

Sofia, Acciano's vrouw - sopraan - Amalia Gandaglia

Pirro, schildknaap - bas - Geatano Rossi

Tijd: 1096-97 1° Kruistocht.

Plaats: Rond Milaan, Antiochië en in de buurt van Jeruzalem.

Akt 1. De wraak.

1° Toneel:  een plein voor de kerk van Sant' Ambrogio Milaan

De twee zonen van Lord Folco, Pagano en Arvino hebben achtien jaar geleden om de hand van Viclinda gestreden. Pagano heeft Arvira hierbij bijna gedood en is daardoor verbannen en leeft als een kluizenaar. Hij is teruggekeerd en belooft op het plein voor de kerk van Sant'Ambrogio openlijk vrede en verzoening, in het bijzijn van haar dochter Giselda. In werkelijkheid begeert hij Viclinda nog steeds in de aria: (Sciagurata! Hai tu creduto) . Heimelijk plant hij opnieuw een aanslag op zijn broer Arvino.

2° Toneel: paleis van Folco.

Viclinda en Giselda maken zich zorgen om Pagano's ommekeer. Arvino vraagt hen om voor zijn oude vader te zorgen, die de nacht zal doorbrengen in Arvino's kamer. Giselda bidt hier. Aria (Ave Maria) Pirro , Pagano en zijn huurlingen bestormen het paleis en steken het in brand. Door het slechte zicht van de rook doodt Pagano de vader van Arvino. Hij ontdekt zijn vergissing, aria ( Orror!!! Mostyo d'averno oribile) als Arvino plots binnenkomt. Pagano wordt overmeesterd en terug verbannen.

Akt 2 Het verzet.

3° Toneel: Acciano's paleis in Antiochië.

In Antiochië maakt Acciano samen met zijn manschappen plannen voor de verdediging van de stad tegen de kruisvaarders. Op een of andere manier zijn zij er in geslaagd Giselda gevangen te nemen. Oronto, de zoon van Acciano, is op haar verliefd geworden arria: (La mia letizia ion fondere ). Sofia, zijn moeder, heeft zich in het geheim bekeerd tot het Christelijke geloof en ziet Giselda als een middel om haar zoon eveneens te bekeren aria: (Come potera in angelo) .

4° Toneel: een grot in de woestijn buiten Antiochië.

In de grot wacht een kluizenaar (Pagano) op de komst van de kruisvaarders. Pirro, die het vertrouwen heeft weten te winnen van Acciano en de poort van Antiochië bewaakt, nadert en vraagt de kluizenaar, die hij niet herkent als Pagano, hoe hij van zijn zonden verlost kan worden. Daarop antwoordt die dat hij dan de poorten voor de kruisvaarders moet openen. De kruisvaarders arriveren bij de grot. Pagano verneemt dat Arvino's dochter door Acciano gevangen genomen is. Hij verzekert hen dat ze er in zullen slagen Antiochië in te nemen.

5° Toneel: Acciano's harem.

De dames in de harem van Acciano bezingen het feit dat Giselda Orontes  belangstelling heeft weten te wekken. Giselda bidt , aria: ( O madre, dal cielo ) . Geschreeuw kondigt de komst van de kruisvaarders aan. Sofia stormt binnen en vertelt dat zowel Acciano als Oronto gedood zijn. Op dat ogenblik, komt Arvino samen met de kluizenaar binnen. Sofia zegt dat Arvino de moordenaar is van haar echtgenoot en haar zoon.

Akt 3 De bekering.

6° Toneel: het dal van Josafat, Jeruzalem in de verte.

De kruisvaarders hebben hun kamp opgeslagen in het dal van Josafat. Als Giselda zich verwijdert van de tent van haar vader, loopt ze de doodgewaande  Oronto tegen het lijf, die wel ernstig gewond is. Zij besluiten  te vluchten, het duet: ( Oh belle,a questa misera...) .

7° Toneel: Arvino's tent.

Arvino is woedend solo ( Che vid'io mai ?...) over het verraad van zijn dochter. Soldaten komen zijn tent binnen en vertellen dat Pagano in het kamp gezien is en eisen dat hij gevangen genomen wordt en terechtgesteld . Arvino stemt toe.

8° Toneel: een grot in de buurt van de Jordaan.

Giselda en Oronto vluchten naar een grot . Oronto is dodelijk gewond en Giselda beklaagt zich over Gods wreedheid in het duet: (Oh ciel...Traveggo ) . De kluizenaar doopt de stervende  Oronto. Giselda belooft Oronto dat ze in de hemel terug met elkaar verenigd zullen zijn. In het trio (Qual volutta transcorre ).

Akt 4 Het heilige graf.

9° Toneel: grot in Jeruzalem.

Giselda krijgt in haar droom een visioen. Oronto verschijnt en voorspelt dat de kruisvaarders bij de bron van Siloë water zullen vinden om weer op krachten te komen in de aria: ( Incielo benedetto) . Giselda ontwaakt en bezingt haar visioen in de aria: (Qual prodigo..Non fu songno.) .

10° Toneel: Lombardische tenten.

De kruisvaarders en de pelgrims zijn wanhopig omdat God hen in de steekt schijnt te laten. Ze denken dat ze in de woestijn zullen omkomen door dorst. Koor :( Osignore dal tetto natio) .Giselda komt hun het wonderlijke nieuws van de bron brengen, de kruisvaarders herwinnen hun vertrouwen na weer op krachten te zijn gekomen. Arvino is er van overtuigd dat zij Jeruzalem zullen innemen trio:Questa emai tenda....) .

11° Toneel: Arvino's Tent. 

De kluizenaar die ernstig gewond is geraakt wordt naar Giselda en Arvino gebracht. Daar onthult hij wie hij in werkelijkheid is. Hij bekent zijn schuld aan zijn vaders dood en vraagt Arvino om vergeving. Die doet dat en in het zicht van Jeruzalem sterft Pagano. De kruisvaarders danken God - Koor: ( Te lodiamo,gran dio di vittoria ). 

Historische voorstellingen en opnames.

" I Lombardi alla prima crociata ( De Lombarden tijdens de eerste kruistocht) is een opera die, in de periode dat Verdi hem gecomponeerd heeft, heel moeilijk te produceren was op het toneel. De technische mogelijkheden waren ook niet wat ze in de 21° eeuw zijn. Daarbij komt nog dat in het libretto waar 11 verschillende  scènes in voorkomen, dat ook de cast  bestaat uit twee tenoren, een prima donna die pas in de tweede akte te voorschijn komt, een andere sopraan  die de eerste akte moet zingen, twee bassen  een grote koorscène enz.. dat is de reden dat Verdi vier jaar na de Scalapremière in 1843, voor de Parijse première de gehele opera heeft omgewerkt met een nieuw libretto door Royer en Vaez. De opera kreeg nu de titel " Jeruzalem " zelfs de personages werden veranderd. Verder in het hoofdstuk bespreek ik deze nieuwe of verbeterde versie die tegenwoordig als standaard wordt uitgevoerd. Meestal zal het de Italiaanse vertaling zijn van de Franse versie van 1847. Deze vertaling werd voor het eerst uitgevoerd terug aan de Scala in 1850 onder de titel " Gerusalemme ".

Uiteraard is het dan ook moeilijk vroege complete opnames te vinden. Losse aria's en duetten en koren komen op grammofoonplaten voor. Vooral het trio ( " Qual volutta transcore " ), van de sterfscène van Oronto bestaan beroemde opnames door Aldo, Caruso, Journet, Rethberg, Gigli, en Ezio Pinza, we spreken hier over de jaren 1910- 1950 op 78 toeren .

Vanaf de jaren zestig in vorige eeuw komen er meerdere complete opnames :

1) Met Petri, Miriam Pirazzini, Maria Vitale en Gustavo Gallo. Dir.Mamo Wolf-Ferrari, koor en orkest Sinfonica delle Rai I Milanno . Audio CD Warner Fonit.

2) in 1969 met Umberto Grilli, Ruggero Raimondi, Anna di Stazio, Renatto Scotto en Luciano Pavarotti . Dir. Giandrea Gavazzeni, koor en orkest Opera Rome. Audio CD - Opera D'Oro ASIN:B00000FBRS.

3) in 1971 met Jerome Lo Monaco, Ruggero Raimondi, Desdemona Malvisi, Christina Deutekom en Placido Domingo. Dir. Lamberto Gardelli , Koor en orkest Royal Philharmonic Orchestra en de Ambrosion Singers. Adio CD Philips Cat: 000942602

4) Een recentere opname van 1996 met Richard Leech, Samuel Ramey, Patricia Racette, June Anderson en Luciano Pavarotti . Dir. James Levine koor en orkest Metropolitaan Opera New York. Audio CD. Decca Cat:455287-2

Ondertussen beschikken we over 22 geregistreerde opnames. Voorlopig èèn op DVD 2005, met als Dir. Richard Bonynge aan het Theater " Colom " Buenos Aires met in de hoofdrollen Amparo Navarro, Lopez Manzitti, en Katia Escalera.

" Jeruzalem "

Opera van Verdi in vier akten en acht tonelen.

Libretto van Alphonno Royer en Gustave Vaëz. Het is een vertaling en herziening van het Italiaanse libretto van Verdi's Opera " I Lombardi " uit 1843.

Deze uitvoering ging in première op 26 novenber 1847.

 

Muzikaal plaatste Verdi vele nummers in een lagere toonaard, geschikter voor de Franse stemmen. De muzikale hoogtepunten bleven behouden, de recitatieven werden volkomen omgewerkt, natuurlijk moest hij er voor Parijs een uitvoerig ballet bij componeren. Over het geheel genomen is " Jeruzalem " vooral wat libretto betreft tegenover " I Lombardi" een verbetering. Van deze Franse versie heeft men een Italiaanse vertaling gemaakt die dan drie jaar later in 1850 terug aan de Scala werd opgevoerd onder de naam van " Gerusalemme " In Nederland hebben we alleen noties van een Italiaanse versie opgevoerd in 1914. In België vinden we geen sporen terug van bepaalde uitvoeringen.

De nieuwe rolverdeling. - Stem -  Eerste cast.

Gaston Burggraaf van Beam - tenor - Gilbert Duprez

De graaf van Toulouse - bariton - Charles Portheaute

Roger, broer van de graaf - bas - Adolphe Louis Joseph Alizard

Helene, dochter van de graaf - sopraan - Julian van Gelder

Isaure, haar vriendin - sopraan - Müller

Adhemar de Monteil - bas - Hippolyte Bremont

Raymond, schildknaap - tenor - Barbot

Een soldaat - bas - Prevost

Een heraut - bas - Molinier

De Emir van Ramla - bas - Guignot

Officier van de Emir - tenor - Koenig

Historische opnames.

Van deze opera zijn er op het internet 11 opnames geregistreerd.

1) De oudste dateert van 1963 aan het Theater " La fenice di Venezia " onder Giandrea Gavazinni met Aragall, Solvoldi, Guelfi , Zebrini, Ghitti Fiorentini, Madelena Carbonari Begali , The golden Age of Opera EJS2B4 - (2 LP's).

2) De eerste Franse opname is terug onde de leiding van Giandrea Gavazinni een opname van 1975 orkest Rai Torino met Carreras, Cassis, Nimsgern, Moreale, Corradi, Riciarelli , Falcone, Cochieri, Micholopoulos. Black disc- BJR 1501/03 ( 3 LP's). Of CD Standing Room only SR0828-2( 2CD's).

3) Nog een Franse opname van 1998 met Marcelle Giordani, Marina Mescheriakova, Phillipe Rouillon, Roberto Scandiuzzi . Dir. Fabio Luisi koor en orkest " La Suise Romande Grand theatre de Genève. Audio CD : Phillips Cat:462613-2. Deze opname is ook te vinden bij Decca " de complete Verdi editie " - 2009

4) In 2000 met Ivan Momirov, Veronica Vlarroël , Alain Fondary, Carlo Colombara. Dir. Michel Plasson koor en orkest " Carlo Felice" . Het is een Franse live opname die zowel op CD od DVD beschikbaar is. a) op CD Première Opera Cat:CDNO 4922 - b) Op DVD TDK: Cat: DVUS-OPJER.

 

 

 

 

"I Lombardi "

" I Lombardi alla prima craciata " mooie voorstelling onder Calligari .

Een scène uit de opera " I lombardi " van Verdi

Een scène uit de opera " Jeruzalem " van Verdi

Scène uit de opera " Jeruzalem ' van Verdi

Scène uit de opera "Jeruzalem " van Verdi

Gilbert Duprez (1806-1896)

Biografie.

Geboren te Parijs op 6 december 1806 en overleden te Poissy op 23 september 1896. Hij was een Franse tenor, componist en zangpedagoog.

Hij studeerde zang, theorie en compositie bij Alexandre Choron en debuteerde aan te Odeon Parijs in 1825. Hij zou er de rol van Almaviva in " De Barbier van Sevilla " vertolken. Dit theater had in die jaren weinig succes en in 1828 hakte hij de knoop door. Kiezen voor succes als zanger of werken in een wasserij. Hij trok naar Arno in Italië om zijn geluk te proberen en aanvaardde er tal van kleine contraltino rollen zoals Iderno in " Semiramide " of Rodrigo in "Otello " van Rossini, of zelfs  als Gualtiero in de " Piraat " van Bellini, dat was zijn eerste onbetwist succes. In 1831 maakte hij deel uit in de première van de allereerste opvoering in Italië van Rossini's " Willem Tell ". Zijn Italiaanse carrière kwam eigenlijk maar van de grond na twee andere premières van Donizetti de " Parisina " in Florence in 1832, en vooral in 1835 met de rol van Edgardo in " Lucia di Lammermoor " van Donizetti aan de San Carlo in Napels. In 1837 keerde hij terug naar Parijs op zoek naar nieuw succes in de uitvoering van " Guillaume Tell " waar hij zijn nieuwe zangstijl demonstreerde door falsetpassages met volle borst te zingen. Hij zou echt doorbreken na het ontslag van zijn rivaal Adolphe Nourrit die eerst  naar Italië verhuisde in 1836 en later zefmoord zou plegen in 1839. Hij bleef in Parijs actief tot 1849 in opera's van Donizetti zoals " La favorita, Les Matrys, " in 1840 en voorheen in " Benvenuto Cellini " van Berlioz in 1838. Hij zou echter nog een belangrijke première zingen in Verdi's vernieuwde versie van " I Lombardi ", die speciaal voor Parijs was herwerkt onder de naam van " Jeruzalem " in een Franse versie die later zou vertaald worden voor Italië en dan terug werd opgevoerd aan de Scala in 1850 maar wel dan onder de naam " Geruzamel ".

Hij had nog een korte internationale carrière in Drury lane in Londen in 1843 en 1844. Duprez zou afscheid nemen van zijn publiek aan het eind van het decennium. Hij zou voor het laatst optreden voor het publiek in 1851 in Donizetti's " Lucia di Lammermoor " in Le Theatre Italien te Parijs.

Na het afscheid van het podium koos hij voor het onderwijs aan het conservatorium van Parijs, waar hij benoemd werd tot hoogleraar. Hij trachtte nog de opera naar de grote massa te brengen via de popularisatie van de operettes. Hij zou een aantal operettes lanceren maar met weinig succes. In 1880 zou hij nog zijn memoires pupliceren in zijn " Souvenir d'un chanteur " waar Duprez vertlelt over zijn grote vriend Donizetti, over zijn verbittering en ziekte. Duprez stierf in Poissy in Frankrijk in 1896 op 90 jarige leeftijd.

Zijn artistieke kenmerken.

Duprez ' artistieke leven kan men in drie verschillende momenten beschrijven. Een eerste in zijn beginperiode als hij nog op zoek was naar zijn eigen identiteit in de nasleep van de gevestigde waarden in de barok en klassieke periode gewijd aan Rossini met contratino tenorrollen. Voor hem zonder succes. Van daar zijn vlucht naar Italië waar hij een nieuwe zangstijl ontdekt eerst onder of naar het model van Givanni Battista Rubini, met het zoete elegische karakter, maar dan vond hij een andere bron van inspiratie: het baritonale van de tenorstem, met de invoering van de beruchte hoge "C" uit volle borst die op slag een nieuwe zangstijl betekende. De tweede periode uit zijn carrière is dan de terugkeer naar Parijs waar hij een nieuwe gevestigde waarde werd na 1837 waar hij grote roem kreeg en een gewaardeerd vertolker was tot aan zijn afscheid in 1851.

Zijn nieuwe zangstijl was voor hem  een beetje kunstmatig en geforceerd waardoor zijn stem vlug blijvende schade zou ondervinden. Ze nam af in kracht  waardoor hij zich vroegtijdig van het podium moest terug trekken in 1851 na amper een zangcarrière van twintig jaar. 

Zo zal hij in de derde periode van zijn leven zich kunnen wijden aan het onderwijs. Hij wordt benoemd aan het conservatorium van Parijs als hoogleraar en zal nog een vijftal publicaties schrijven.

1) L'Art du chant 1845

2) Souvenir d'un chanteur 1880

3) Les mélodies: études complémentaires 1888

4) Récréations de mon grand age in 2 volumes.

 

Gilbert Louis Duprez (1806 - 1896 )

Gilbert Duprez 1850

Gilbert Duprez & Rosine Stolz in Donizetti's " La Favorita "

Gilbert Duprez 1860

Gilbert Duprez op hogere leeftijd.