Nabucco

Opera met grote ouverture , vier akten,  en zeven tonelen.

Libretto van Solera.

 

Inleiding.


" Nabucco " was de eerste opera van Verdi die een groot succes heeft gekend en die hem internationaal beroemd maakte. De permière had plaats aan het Theatro alla Scala op 9 maart 1842, met Guiseppina Strepponi als Abigaille en Ronconi als Nabucco. Het koor (slavenkoor) " Va pensiero " moest gebisseerd worden en behield tot op heden zijn ongeëvenaarde populariteit.

De opera volgt het lot van de joden als ze worden aangevallen, veroverd en vervolgens verbannen uit hun vaderland door de Babylonische koning Nabuccodonosor. De historische gebeurtenissen worden gebruikt als achtergrond voor een romantisch en politiek complot. Voor het eerst krijgen we ook een grote inleidende ouverture.

Rolverdeling                                 Stem                          Eerste Cast.

Nabucco, koning van Babylon.- heldenbariton - Giogio Ronconi

Abigaille, zijn slavendochter. - dramatische sopraan - Guiseppina Strepponi

Fenea, zijn dochter - lyrische of mezzo-sopraan - Giovannia Bellinzaghi

Ismaël, neef van de koning - tenor - Corrado Miraglia

Zaccarias, hogepriester van de Joden  -  Bas - Prosper Dérivis

Anna, Zacharias zuster - sopraan - Teresa Ruggeri

Abdallo, Babylonisch soldaat - tenor - Napoleoni Marconi

Hogepriester Baäl - bas - Gaetano Rossi

Tijd: 587 voor Christus.

Plaats: Jerusalem & Babylon

 

Akt 1

1°Toneel:  in de tempel van Salomon.

Het joodse volk is hier verenigd, als laatste toevluchtsoord bij de belegering van Jeruzalem door Nabucco. Zij klagen in een groot openingskoor (Gli arredi festivi) over de val van de stad. De hogepriester Zaccarias spreekt hen moed in zijn aria (Sperate o figli) . Hij herinnert hen eraan dat Jehova hun voorouders ook gered heeft uit Egypte.

Ismaël komt met het bericht dat de stad gevallen is en Zaccarias vertrouwt hen Fenea toe, de dochter van Nabucco die door de joden als gijzelaarster wordt gebruikt. In het Cabaletta van zijn aria (Com notte a sol fulgente) roept Zaccaria Jehova's bescherming in.

In de volgende korte scène tussen Ismaël en Fenena leren we dat dat Ismaël vroeger gezant was der joden in Babylon, en hoe Fenena hem daar het leven gered heeft, toen haar jaloerse halfzuster Abigaille hem in de kerker had geworpen. Bij die gelegenheid zijn ze verliefd geworden. Ismaël verklaart nu Fenena te zullen redden. Plotseling verschijnt nu Abigaille, die als amazone aanvoerster is van het Babylonische leger, met haar manschappen in de tempel. Zij fluistert Ismaël toe dat zij hem nog steeds bemint, en dat zij in staat is voor zijn wederliefde zijn leven en dat van zijn volk te redden. Verontwaardigd wijst Ismaël dit voorstel af.

Vluchtende Levieten en vrouwen kondigen de komst van Nabucco aan en even later rijdt hij te paard de tempel binnen. Zacharias dreigt Fenena te zullen doden indien het allerheiligste geschonden mocht worden en Nabucco besluit eerst lankmoedig te veinzen omdat zijn toorn daarna des te krachtiger kan worden gevoeld in het grote ensemble ( Tremin gl'insani) .

Even later beledigt hij Jehova, maar als Zaccarias Fenena wil doorsteken, wordt hij door Ismaël daarvan weerhouden. Daar zijn dochter nu onbedreigd is, beveelt Nabucco de vernieling van de tempel en de verbanning van de joden naar Babylonië.

Akt 2

2° Toneel: een zaal in het paleis van Nabucco in Babylon.

Nabucco zelf is afwezig wegens een nieuwe veldtocht. Hij heeft Fenena tijdelijk aangesteld als regentes gedurende zijn afwezigheid, tot woede van Abigaille. Deze zingt een grote aria (Anch'io dischiuso un giorno ) waarin zij uit een oud document ontdekt dat zij wel de dochter van Nabucco is maar haar moeder een slavin was, waardoor zij tot die kaste behoort. Teneinde het bekend worden van die schande te voorkomen, besluit ze Fenena te laten vermoorden om zelf aanspraak te kunnen maken op het regentschap. De hogepriester van de Baäl komt hier meedelen dat Fenena als regentes een besluit heeft laten uitvaardigen om de joden in vrijheid naar hun land te laten terug keren.

3° Toneel: een binnenplaats van het Palmeis.

Zacharias komt op met een leviet die de wetstafels draagt. Hij zingt hier de aria (Tu sal labbro die vegenti)  waaruit blijkt dat Fenena zich tot het Judaïsme heeft bekeerd. Hij gaat haar vertrekken binnen. De levieten komen nu op deze plaats bijeen en stoten Ismaël uit hun midden: koor met tenor solo (Maledetta dal Signor) omdat hij een landverrader is, die de gegijzelde vijandin het leven heeft gered. Zaccarias komt echter met zijn zuster Anna uit Fenena's vertrek en deelt mede dat zij nu ook een jodin is, waardoor Ismaël ook geen verrader kan zijn. Abdallo een oude trouwe officier van Nabucco komt op dat ogenblik aangerend met de onthutsende mededeling dat er geruchten zijn dat Nabucco gesneuveld is en dat het volk Abigaille tot vorstin uitroept. Zij komt zelf met Baälpriester en een menigte op en verlangt de kroon van Fenena. Op hetzelfde ogenblik komt Nabucco te voorschijn, grijpt de kroon en zet die op zijn hoofd ensemble ( S'appressan gl'instanti ) .

In zijn overmoed verklaart Nabucco nu zichzelf tot een godheid en dwingt iedereen voor hem te knielen. Een bliksemschicht slaat hem de kroon van het hoofd en het blijkt dat Nabucco door de schok gek is geworden aria (Chi mi togl il regio scettro ) . Abigaille raapt de kroon op en zet die op haar hoofd.

Akt 3

4°Toneel: de troonzaal van het paleis.

Abigaille is een vorstin naar het hart van de Baälpriesters. Hun opperpriester eist van haar dat zij alle joden zal laten ombrengen. Hiervoor heeft ze echter een machteging van de krankzinnige Nabucco nodig. Deze wordt bij Abigaille voorgeleid en in een groot duet ( Donna chi sei ?poogt ze hem ertoe te bewegen zijn handtekening onder het dicreet te zetten. Nabucco doet dit, maar ontdekt erna dat hij hier ook het doodvonnis van zijn dochter Fenena heeft getekend. Als Abigaille hem eraan herinnert dat zijzelf ook een dochter van hem is, gooit hij haar afkomst voor de voeten. Abigaille verscheurt het document voor zijn ogen. Vergeefs smeekt Nabucco in het stretta en duet ( deh perdonna, deh perdonna ) om Fenena's leven te sparen. Hij wordt op bevel van Abigaille gevangen gezet.

5° Toneel: Aan de oever van de Eufraat.

De verbannen joden bezingen in het beroemde koor ( Va pensiero su sull'ali dorate) hun heimwee naar hun vaderland. Zaccaria spreekt hun moed in en voorspeld de vernieteging van Babylon in de aria ( Del futura nel buio discerno) .

Akt 4

6° Toneel: Het vertrek waar Nabucco gevangen zit.

Zijn verstand begint terug te komen en hij realiseert zich dat hij gevangen is. Buiten hoort hij het volk de naam van Fenena uitroepen, maar de hoop dat deze ter hulp zal komen verdwijnt als hij hoort hoe men naar haar dood verlangt. In zijn wanhoop wendt hij zich tot de god der Hebreeërs en doet een belofte zich tot hel te zullen bekeren indien hij voor de redding van zijn dochter zou zorgen cabaletta ( O prodi mei seguitermi ) .

7° Toneel: de binnenplaats van het paleis.

De ter dood veroordeelde joden worden binnengeleid en Fenena zingt een laatse gebed ( Oh, dischino e il firmamento)  . Nabucco komt met zijn getrouwen op en redt hen koor en ensemble (Immenso Jehovah) . Het afgodsbeeld van Baäl valt in stukken uiteen, Abigaille wordt dodelijk gewond binnengebracht en smeekt stervend om vergiffenis voor haar zonden. De opera eindigt met de verklaring van Zaccarias verder als dienaar van Jehovah zal regeren.

Historische opvoeringen en opnames

Nabucco is de eerste opera die Verdi zou beroemd maken ook op internationaal niveau. De première had plaats op 9 maart 1842 met Guiseppina Strepponi die Verdi's latere levensgezellin zou worden, ze zouden huwen in 1859. De rol van Abigaille was haar op het lijf geschreven en zou later blijken één van de zwaarste operapartituren voor dramatische sopraan te zijn.

Het slavenkoor van " Va pensiero " moest gebisseerd worden, ondanks het verbod op bisnummers in de Scala. Het slavenkoor behield tot op heden een ongeëvenaarde populariteit. Ondanks de schoonheden van het ganse werk beleefde het in een latere periode verwaarlozing. Het beleeft in de twintigste eeuw een wederontdekking.

De eerste was bij de Verdifeesten in 1913 waar het aan de Scala werd opgevoerd en nieuw leven ingeblazen.. De cast was : Cecilia Gagliardi - Lina Garavaglia - Arbatono Sabatini - Carlo Galeffi en Nazzareno de Angelis. In Parma was de bezetting : Giamina Russ - Nini Frascani - Robert Lassalle - Guiseppe Bellautoni en De Angelis. Van toen af behoort " Nabucco " terug tot de regelmatige repertoirewerken in Italië en over de ganse wereld.

In Nederland werd de opera omstreeks 1850 opgevoerd met Rosa de Vries en Van Os. Daarna duurde het tot 1936 voor het werk opnieuw boven water kwam met als bezetting Alida Vane - Rhea Toniolo - Giovani Voyer - Carlo Galeffi en Gregorio Melink. Het succes was overweldigend en moest de volgende jaren herhaald worden nu met Clara Jacobo - Manu Falliau - Sivio Costa - Lo Guidice - Luigi Montesanto en Andrea Mongolli tot en met het seizoen 1938-39.

In België was de enige uitvoering in de 19° eeuw op 16 oktober 1854 met Clari als Abigaille en Carpentier als Nabucco. Het was zelfs maar een concertuitvoering van de derde akte met de uitvoering van het bekende slavenkoor. Men zou nadien moeten wachten tot 1966 en later ook nog tot 1973 & 1977 om het terug op het toneel te zien met Marco Stecchi en Carla Ferrario, Maryse Patris en Tadeusz Wiersbicki in de hoofdrollen, samen goed voor 12 voorstellingen . In 2011 een prachtige voorstelling van " Nabucco " Te Brussel in Vorst Nationaal een moderne voorstelling gelinkt aan de jodenvervolging van het Nazi - Duitsland tijdens de tweede wereldoorlog. Onder de regie van Frank Van Leacke (Gentenaar) met Emilio Marcucci als Nabucco en de Beligische sopraan Martine Reyers als Abigaille en de Belgische bas Piet Vansichen als Zaccaria. 

In Engeland verbood de censuur in de 19° eeuw, de uitvoering wegens Bijbelse teksten. Covent Garden heeft de opera meer dan zestig jaar niet opgevoerd ondanks het succes bij de Welsh National Opera Company die hem de laatste jaren seizoen na seizoen opvoerde met onder andere Serafina Di Leo als Abigaille.

In Duitsland was het werk niet bekend tot in 1952 de Stedelijke Opera van Berlijn het opvoerde waar het zo een succes had, dat het de meeste aantal voorstellingen van het seizoen behaalde met Christl Göltz - Marko Rotmuller en Arnold van Mill ( Nederlandse bas)

De laatste decenia behoort " Nabucco " tot het vaste repertoire van ieder zelfrespeterend operahuis.

Stadschouwburg Antwerpen , 2000

Opera Royal de Wallonie Luik , 2007

Metropolitaan , 2001 - 2003 - 2004 - 2005

Arena Verona , 2002 - 2003 - 2007 - 2008 - en 2011

Scala 1987

Opera Australië 1996

Weense Staatsopera 2001

Genua's Theatro Carlo Felice 2004

San Francisco opera 1982

Sarasto opera 1995

Lodens Royal opera House 1996

National Theater Tokyo 1998

Theatro Colon 2000

Sandiego 2009 - 2010

Israëlische opera op hun 25 jarig bestaan 2010

Bolshoi Theater elk seizoen sinds 2006 enz.....

In de begin jaren heeft de opera " Nabucco " veel concurrentie gehad van Verdi's latere werken zoals " Ernani " en " Luisa Miller "

1) De allereerste volledige opname op plaat (LP) vastgelegd was nog op Cetra (1951) onder Fernando Privitali met Caterina Mancini - Gabriëla Gatti - Beatrice Preziosa - Mario Binci - Paola Silveri - Antonio Cassinelli - Albino Gaggi - Licinio Francardi.  Opmerking: de rol van Fenena wordt door een lyrische sopraan gezongen zoals Verdi het voorschreef. Bij modernere uitvoeringen is het de traditie geworden deze rol door een mezzo te bezetten. Audio CD Warner Font 857382646-2

2) Een tweede mooie opname dateert van 1965 met: Tito Gobbi - Elena Souliotis - Carlo Cava - Bruno Prevedi Dora Carol - Dir. Lamberto Gardelli - Koor en orkest Weense staats opera . Audio CD. Decca Cat: 417.407-2

3) Een volgende opname is van 1982 met : Piero Capucilli - Ghena Dimitrova - Evgeny Nesterenko - Placido Domingo - Lucia Valentini - Dir.Guiseppe Sinipoli - koor en orkest Duitse opera Berlijn. Audio CD: DG Cat: DG410512-2

4) Op DVD 1984 met Renata Bruson - Ghena Dimitrova - Paata Burchuladze - Bruno Beccaria - Raquel Pierotti - Dir.Riccardo Mutti - Koor en orkest Scala van Milaan. DVD Warner Cat:5050467-0944-2-0

5) Terug op DVD 2002 met : Juan Ponz - Maria Gulehina - Samuel Ramey - Gwyn Hughes Jones - Wendy White - Dir. James Levine - Koor en orkest Metropolitaan. DVD:DG live opname Cat: B000609M6S

6) Nog op DVD 2004 met : Alberto Gazzale - Susan Neves - Orlin Anastassov - Yasuharu Nakajima - Annamaria Popescu - Dir. Riccardo Frizza - koor en orkest Theatro Carlo Felice. DVD: dynamische live opname Cat:33465

7) Ook op DVD - 2004 met : Renata Brusson - Maurizio Frusoni - Lauren Flanigan - Carlo Colombara - Monica Bacelli - Dir.Paolo Carignani - koor en orkest Theatro San Carlo Napels DVD: Brilliant Classics Life opn ame Cat: 92270

8) Nog op DVD 2077 met Leo Nucci - Maria Guleghina - carlo Colombara - Fabioa Sartori - Nino Surguladze - Dir. Daniël Oren - koor en orkest Arena Verona . DVD: Decca ,life opname cat: DDD 0440 074 3245 7HD.

Op het moment dat ik deze informatie aan het schrijven ben, zal er wel terug een nieuwe versie op de markt verschijnen. In de wereld van de digitale opnames  is het onmogelijk om dagelijks up to date te zijn. Ik ga er van uit dat de genoemde  uitvoeringen een voldoende keuzemogelijkheid bieden om over een goede betrouwbare opname in U discotheek te beschikken.

Momenteel zijn er 78 geregistreede opnames beschikbaar op het internet. Men heeft nu ook nog een vroegere volledige opname ontdekt van 1949 live opgenomen aan de Scala met Gina Bechi als Nabucco en Maria Callas als Abigaille. Dit is een zeer zeldzame opname  omdat bekend is dat Maria Callas deze rol in gans haar carrière maar drie maal heeft gezongen. De grote aria " Anch'io dischiuso un giorno " is te beluistern op mijn facebook tijdlijn.

Cavatine van Zacharias uit " Nabucco " 2000

Zacharios gezongen door Alessandro Teglia. 2000

" Nabucco " aan de Scala 1987

" Nabucco " van Verdi pruductie aan de Scala van Milaan in een productie van 1987.

De Nederlandse bariton Ernst Daniel Smid (1953) in de rol van " Nabucco " 2006

Enrico Di Giacomo als Nabucco in de gelijknamige opera van Verdi. Openluchttheater Parlermo

Opera " Nabucco " Danio Solari als Nabucco en Maria Guleghina als Abigaille 2000

Bologna Theatro Communale 2013 " Nabucco " met Vladimir Stoyanov als Nabucco ,Anna Pirozzi als Abigaille ,Sergio Escobar als Ismaele, Veronica Simeori als Fenena en Dmitry Beloselskiy

  • Giorgio Ronconi (1810-1890)

    Biografie.

    Italiaans opera bariton geboren te Milaan op 8 juni 1810 en overleden te Madrid op 1 augustus 1890. Hij werd gevierd voor zijn briljante acteerwerk en zijn boeiende podiumpresanse. In 1842 creëerde hij de titelrol in Verdi's " Nabucco " aan de Scala.
    Ronconi kreeg de eerste muzieklessen van zijn vader Domenico Ronconi die dan een leidende tenor was. Giogio maakte zijn operadebuut in 1831 te Pavia als Valdeburgo in Bellini's " La Straniera " . Al vlug zong hij aan de Scala. Van 1830 tot 1840 creëerde hij zeven wereldpremières in Donizetti opera's.
    1833 Cardenio in " Il furioso all'isola di San Domingo "
    1833 in de titel rol in " Torquato Tassa ".
    1836 als Enrico in " Il Camanello ".
    1837 als Nello Dello Pietra in " Pia de Tlomei ".
    1838 als Carradon Wakdorf in " Maria de Rudenz ".
    1841 als Don Perdo in " Maria Padilla ".
    1843 als Enrico hertog van Chervreuse in " Maria di Rohan "
    Hij trouwde met de sopraan Elguerra Giannoni in 1837 te Napels in Italië. Zij had reeds een internationale carrière als concertsopraan in Londen en Wenen. Op de operapodia kende ze minder succes. Haar man was op dit moment onmisbaar in verschillende grote operahuizen in Italië waardoor zij ook werd ingeschakeld om kleine rollen te vertolken.
    In 1842 verscheen hij voor het eerst in Londen aan haar Majesty's Theatre, in de rol van Henry Ashton in Donizetti's " Lucia Di Lammermoor ". Het succes van Ronconi buiten Italië was fenomenaal en hij werd een van de meest invloedrijke operakunstenaars van zijn generatie. Tot in de vroege jaren zeventig van de 19° eeuw.
    Hij bleef verbonden aan het Londense Royal Opera House Covent Garden van 1847 tot 1866. In Wenen gasteerde hij in 1843. Te Sint Petersburg van 1850 tot 1860 en New York van 1866 tot 1872.
    Hij had geen grote stem maar ze was mooi van kleur en had een goei techniek en vond zo een goed evenwicht tussen muzikaliteit en zijn acteertalent waardoor hij bij zijn publiek op handen gedragen werd. Hij was net zo thuis in komedie als tragedie. De twee werken waar hij steeds mee zal herinnerd worden zijn Verdi's " Rigoletto " en Rossini's " Figaro".
    Aan het einde van zijn zangcarrière kreeg hij een aanbieding als zangpedagoog aan het Koninklijk Conservatorium te Madrid en daar richtte hij een zangschool op in Granada in Spanje.
    Ponconi lag ook aan de basis van het begeleiden van verschillende grote Verdibaritons. De meest gewardeerde tijdgenoten en rechtstreekse opvolgers waren: Felice Varesi, Leone Giraldino, Francesco Graziani en Antonio Cotogni allen waren specifieke Verdibaritons.
    Ronconi stierf te Madrid op 79 jarige leeftijd.

  • Prosper Dérivis (1808-1880)

    Biografie.

    Nicolas-Prosper Dérivis was een Franse operabas die geboren is op 28 oktober 1808 en overleden op 11 februari 1880.
    Hij bezat een rijke diepe stem met grote draagkracht . Hij kon gemakkelijk dramatische rollen vertolken zowel als het uitvoeren van moeilijke coloratuur passages en meer lyrische partijen. Samen met Nicolas Levasseur was hij een van de grootste Frans bassen van zijn generatie.
    Geboren te Parijs. Was de zoon van de operabas Henri-Etienne Déviris. Hij studeerde zang aan het conservatorium van Parijs met August Nourrit en Felice Pellegrini. Hij maakte zijn professioneel debuut aan de Parijse Opera in 1831 als Pharaon
    in Rossini's " Moise et Pharaon " Hij bleef er voor tien jaar en vertolkte er tal van rollen in wereldpremières van opera's van Halevy, Auber, Meyerbeer, Berlioz, Donizetti, Cherubini, Thomas, Rossini, enz.... Zijn belangrijkste vertolkingen die nog het podium halen waren in " La Juive ", " Benvenutti Cellini ", " La faforieta " , en " Guillaume Tell" .
    Van 1842 tot 1848 zong hij aan de Scala van Milaan. 1843 te Wenen en in 1844 in Parma. Aan de Scala zong hij de wereldpremières van Verdi's " Nabucco " in 1842 " Il Lombardi " in 1843 ook Donizetti's "Linda di Chamounix ".
    Van 1845 tot 1848 was hij bas aan het Theatre-Italien in Parijs. Vanaf 1851 verscheen hij terug aan de Opera van Parijs tot 1857 en zong er Ferrando in Verdi's " Il Trovatore " Na 1857 vinden we hem nog sporadisch op het podium terug echter nog eens in 1862 te Bologna als Samuel in Verdi's " Un Ballo in Maschera " en als Sparafucile in Verdi's " Rigoletto " en in 1870 aan de Scala tijdens gastoptredens in Rossini's " Otello " Verder doceerde hij zang aan het Conservatorium van Parijs. Hij stierf in 1880 op de leeftijd van 71 jaar.

Giorgio Ronconi ( 1810 - 1890 ) bariton

Prosper Dérives ( Parijs 1808 - Parijs 1880 )