Het ontstaan van " Tristan und Isolde "

Siegfried Wagner en Cosima Wagner

In 1849 zag Wagner zich gedwongen zijn positie als dirigent van " Sachsische Staatsoper " op te geven, omdat hij werd gezocht vanwege zijn deelname aan de onsuccesvolle " Mei-revolutie in Dresden. Hij liet zijn vrouw Minna, achter in Dresden en vluchtte naar Zürich. Hij ontmoette daar in 1852 de welvarende zijdehandelaar Otto  Wesendonck. Wesendock werd een aanhanger en mecenas van Wagner,  terwijl Otto's vrouw, Mathilde, Wagners muze werd. Hoewel Wagner toen ook al werkte aan zijn " Ring " en alzo raakte hij reeds  gefascineerd door de legende van " Tristan und Isolde ". 

Volgens zijn autobiografie, " Mein Leben " besloot Wagner de Tristan legende op muziek te zetten omdat zijn vriend Karl Ritter, bezig was met een dramatische versie van hetzelfde werk. Naar Wagners mening had Ritter te weinig nadruk gelegd op de  ' diepe tragiek ' en te veel op de avontuurlijke aspecten van het verhaal.

Tegen het einde van 1857, legde Wagner zijn werk aan " Siegfried " terzijde  en ging zijn aandacht ten volle naar zijn Tristan legende. Op een avond in september van dat jaar las Wagner zijn gereedgekomen libretto voor aan een publiek waaronder zijn vrouw Minna, Mathilde Wesendonck en zijn toekomstige minnares en vrouw Cosima von Bülow.

Wagner begon zijn compositie ontwerp van de eerste akte in oktober 1857. Tussen door in november zette hij vijf gedichten van Mathilde Wesendonck op muziek, tegenwoordig beter bekend  onder de lieder cyclus als de Wesendonck-Lieder. Dit was voor Wagner ongewoon omdat hij nooit libretti gebruikte die hij niet zelf geschreven had. Twee van deze liederen werden door Wagner gebruikt als studies voor zijn Tristan und Isolde: Träume gebruikt een motief dat het liefdesduet vormt van de 2de akte van Tristan, terwijl het thema van " Im Treihaus later de prelude van de 3de akte zou worden.

Wagner voltooide de 2de akte van de Tristan tijdens zijn verblijf van acht maanden in Venetië, waar hij gescheiden van zijn vrouw Minna leefde. In maart 1859 verhuisde Wagner, die nog steeds werd beschouwd als een opstandige vluchteling, naar Luzern, omdat hij vreesde anders te zullen worden uitgeleverd aan de autoriteiten van Sachsen. In Luzern componeerde hij de 3de akte, die gereed was in 1859. In 1860 verscheen de partituur in druk.

De première.

" Tristan und Isolde bleek moeilijk opgevoerd te kunnen worden. Parijs, het centrum van de operawereld in het midden van de 19de eeuw zou een logische keuze zijn geweest. Maar na het rampzalig verloop van de " Tannhäuser " uitvoering bij de " Opéra de Paris ", bood Wagner zijn Tristan aan, aan het Badische Hoftheater te Karlsruhe in 1861. Toen hij de Weense hofopera bezocht om mogelijke zangers te horen, bood de directie hem aan het werk in Wenen te laten opvoeren. Tenor Alois Ander werd aangewezen voor de rol van Tristan, maar die bleek dat niet aan te kunnen. Door problemen en na meer dan 70 repetities tussen 1862 en 1864, kon " Tristan und Isolde " niet opgevoerd worden, wat het werk de reputatie gaf van onuitvoerbaar te zijn.

Op wens van Ludwig II van Bayeren werd het werk naar het Nationaal theater van München gehaald. Hans von Bülow was uitgekozen om de Tristan te dirigeren, ondanks het feit dat Wagner een affaire had met von Bülows vrouw Cosima. Het werk had op  15 mei 1865 in première moeten gaan, maar dat moest worden uitgesteld omdat Malwina Schnorr van Carolsfeld, die de rol voor haar rekening zou nemen hees geworden was. De eerste uitvoering van het werk vond uiteindelijk plaats op 10 juni 1865. Ludwig Schnorr von Carolsfeld zong de eerste Tristan, en diens vrouw Malwina de eerste Isolde. Amper drie weken  na de 4de vertoning, kwam Ludwig Schnorr von Carolsfeld plotseling te overlijden hij was amper 29 jaar. Wagner zelf schreef de doodsoorzaak toe aan een fatale ontsteking opgelopen door het onmenselijk werk tijdens de repetities, in de slecht verwarmde en tochtige theaterbühnes, maar men speculeerde dat de inspanningen voor de Tristanrol hem fataal geworden waren. De druk van de Tristan heeft ook de levens geëist van de dirigenten Felix Molti in 1911 en Joseph Keiberth in 1968, die beiden bezweken terwijl ze de 2de akte van de opera dirigeerden. Wagner zelf was van mening dat Tristan zo verpletterend was dat alleen het publiek zijn opera kon redden. De volgende Tristan productie was in Weimar in 1874, en Wagner begeleidde een andere productie te Berlijn in maart  1876. Het werk werd pas in Wagners eigen theater te Bayreuth opgevoerd in 1886, toen hij reeds overleden was. Deze uitvoering en productie van Cosima Wagner, zijn weduwe, was een groot succes, bij de herhalingen in 1889 en 1892 was de zaal uitverkocht. De eerste uitvoering buiten Duitsland was in het Theatre Royal Drury Lane in 1882, gedirigeerd door Hans Richter, die ook de eerste productie in Covent Garden leidde twee jaar later. De eerste opvoering in Amerika was bij de Metropolitan in december 1886 onder leiding van Anton Seidl met Malten en Sucher als Isolde , en Gredehus en Heinrich Vogl als Tristan. Heinrch Volg (1845-1900) werd eigenlijk wel Schnorrs opvolger in deze rol. Na 1892 verscheen Tristan ook nog in Bayreuth in 1906 met Wituh eb von Bary en daarna nog in 1906,1927,1928,1930,1931, tot 1939.

Opvoeringen in de lage landen.

De eerste opvoering in Nederland was op 6 mei 1896 bij de toenmalige Wagner vereniging, onder Viotta, met Sucher en Alvary. Verdere opvoeringen hadden plaats in  1900,1902,1905,1908,1911,1913 en 1916 met Edyth Walker en Jacques Urles, in 1923 onder Muck, met Wildbrunn en Otto Wolf, in 1926 onder Richard Strauss met Kappel en Jacques Urles. Urles zong de rol van Tristan ook aan de Metropolitan en in Covent Garden. Er waren nog opvoeringen in Nederland in 1948 onder Kleiber met Kirsten Flagstad en Max Lorenz en in 1959   onder Leitner  met Martha Mödl en Ramon Vinay.

In Gent vond ik een eerste opvoering in 1901 in het Frans met Lloyd als Isolde en Le Regner als Tristan, Guillaume Castel als Kurwenal, Joseph Grommen als Marke, Florelli als Brangäne, Pavisillié als Melot. Deze voorstelling werd in 1902 hernomen met dezelfde bezetting. Op 28 oktober 1949 opnieuw hernomen in het Nederlands met Alberta De Reuck als Isolde, Lucienne Delvaux als Brangäne, Max Lorenz als Tristan, Edward De Decker als Marke, Paul Schoeffler als Kurwenal, Karel Van De Weghe als Melot, onder leiding van Sebastien en regie van Karel Locufier. Hernomen in 1951 met Gunter Treptow als Tristan en Arnold Van Mill als Marke, Jean Weber als Kurwenal in 1952/53 met Frans Lechleiter als Tristan, Tadeus Wierzbicki als Marke. Later volgden nog voorstellingen in 1970,1976 en 1977 in het Duits met Hendrickx, Liane Synek, Knie als Isolde, Geisler, d'Marreille en Cox als Tristan alles samen goed voor 21 voorstellingen waarvan 6 in het Frans, 9 in het Nederlands en 6 in het Duits.

Historische opnamen.

Ik heb 156 complete opnamen gevonden op het internet.

1) 1928 onder Karl Elmentorff met het Baureuth Festival orkest met Gumar Graarud, Nanny Larsen Todsen, Anny Helm, Ivar Andresen en Rudolf Bockelmann Joachim Sattler. Op Naxos Cd Historical cat: 8.110200-02.

PS: ik neem deze opname als eerste omdat dit dan wel eigenlijk het Grote Bayreuth Festival in het licht steld, vandaag nog altijd de grootste Wagner tempel waar alleen Wagners werk op het podium wordt gezet. Er was wel nog een vroegere opname in 1927 met het London Symphony orkest onder Albert Coates met Walter Widdop als Tristan en Göta Ljunberg als Isolde op drie 78s albums op HMV.

2) 1936 Covent Garden onder Fritz Reiner met Lauritz Malchior, Kirsten Flagstad, Sabine Kalter, Emanuel List, Herbert Jansens, Octave Dua. Audio VAIA 1004-3 of ook op Naxos Historical cat: 8.110 068.70. Octave Dua is een Gentse lichte tenor (comprimario) die met alle grote bezettingen meezong bij de opnamen, hij debuteerde te Gent in 1903 en sloot zijn podium loopbaan af in 1947.

3) 1943 Metropolitan inder Erich Leinsdorf met Lauritz Melchior, Helen Traubel, Kerstin Thorberg, Alexander Kipnis en Julius Huehn ook op Naxos Historical cat: 8.110010-2

4) 1952 aan Covent Garden onder Wilhelm Fürtwrangler met Ludwig Suthaus, Kirsten Flagstad, Elisabeth Schwarzkopf, Blanche Thebom, Josef Griendl, Dietrichg Fischer-Dieskau Rudolf Schock.

5)1959 aan de Scala van Milaan onder Herbert von Karajan met Wolfgan Windgassen, Birgit Nilson, Hilde Rössel-Najdan, Hans Hotter en Gustof Niedlinger. Op Golden Melodram cat: 1.0080

6) 1966 Bayreuth Festival onder Karl Böhm, met Wolfgan Windgassen, Birgit Nilson, Christa Ludwig, Martt Tavela, Eberhard Wachter op Deutsche Grammophon cat:449772.

7) 1995 onder Daniel Barenboim met het Berliner Philharmonic Orchestra, met Siegfried Jerusalem, Waltraud Meier, Marjana Lipovsek, Matti Salmineu, Falk Struchmann op Teldec cat: 94568.

8) op DVD 1993 onder Jiri Kant. Duitse Oper Berlin met Götz Fridrich, René Kollo, Dame Gwyneth Jones, Robert Lloyd, Gerd Feldhoff, Hana Schwarz op TDT 1993DVD. 

9) Ook op DVD 1994, onder Zubin Mehta met René Kollo, Waltraud Meier, Jan-Hendrik Rootering, Bernd Weikl, Claes H.Ahnjö, Hans Günther Nöcker, James Anderson, Gerhard Auer, Nadine Secunde. Art Haus-Musik Opera collectie Deagostini. n° 16.

  

"Tristan und Isolde " München 1983

Aan de " Koninklijke opera van Bayeren -München met het Bayreuther Festival orkest onder Daniel Barenbiom met Rné Kollo als Tristan en Johanna Meier als Isolde. Opname van 1983.