" La Juive " Enrico Caruso als Eléazar 1919

" La Juive " Louis Morrison als Eléazar 1925

" La Juive " Richard Tucker als Eléazar 1964

" La Juive " Neil Shicoff als Eléazar 2003

" La Juive " Roberto Alagna als Eléazar 1997

" La Juive "

Een legendarische opname aan de Koninklijke Opera Gent van 1964 met Tony Poncet

Opera met ouverture in vijf akten van Jacques François Fromental  Halévy. (1799-1862)

Libretto van Eugène Scribe.

Inleiding.

Halévy is één van die componisten die door één enkel werk bekend gebleven is. Hij heeft niet minder dan 32 opera's geschreven waarvan " La Juive " de negende is. De meeste zijn van latere datum en staan niet meer op het repertoire van de grote operahuizen. Halévy was een der groten in de kringen van de Franse " Grand Opera " succesvol en invloedrijk in Parijs. Hij was met zijn meesterwerk " La Juive " een der meest uitgevoerde componisten van zijn tijd, hij was ook professor aan het conservatorium te Parijs en lid van de belangrijkste kunstinstituten van zijn land en tenslotte beschermheer en schoonvader van de componist Bizet die een oud-leerling was.

Het libretto voor " La Juive " is door Eugène Scribe volgens alle regels van de dramatische operakunst van zijn tijd geschreven: verrassing en schrik volgen elkaar op, haat en liefde sluiten op elkaar aan, mateloze hartstocht stort alle handelende personages in wanhoop en dood. Tegen een historische achtergrond het Konstanze van de Hussietenoorlog en het rijksconcilie, ontwikkelde zich tussen christenen en joden een onverzoenlijke haat in een dramatisch gebeuren.

Halévy een geboren Parijsenaar maar met joodse roots langs moederszijde illustreert de gebeurtenissen met kundige hand en vol effecten. De partituur bevat ook een aantal bijzonder mooie gedeelten met goed klinkende ensembles en koren. Zijn eerste Eléazar vertolker, de Franse tenor Nourrit, zong in 1835 de première, het werd zijn glansrol en dit is waarschijnlijk ook een vaen de redenen waarom het in onze tijd moeilijk is om nog een waardige vertolker te vinden.  

Plaats: Konstanz een stad aan de Duits - Zwitserse grens aan de Bodensee 

Tijd: 15 de eeuw.

Rolverdeling.                    Stem.                        Eerste cast.

Rachel------------------------------------dramatische-sopraan ---------------------------Cornelie Falcon.

Eléazar haar vader------------------------fort-tenor--------------------------------------Adolphe Nourrit.

Prins Leopold----------------------------------tenor---------------------------------------Marcelin Lafont.

Princes Eudoxie-----------------------------soubrette-------------------------------------Julie Dorus-Gras.

Kardinaal van Brogni ---------------------------bas----------------------------Nicolas Prosper Lavasseur.

Ruggero provoost van de stad ------------bariton ------------------------------Henri Bernard Dabadie.

Albert onderofficier ----------------------bas-bariton ------------------------------- Alexandre Prévost.

Een heraut------------------------------------bariton ----------------------------------------Prosper Déviris.

Officier van de keizer ---------------------bariton -----------------------------------Alexandre Prévost.

Eerste man v/h volk ------------------------bas ---------------------------------------- Ferdinand Prévot.

Tweede man v/h volk ----------------------bas -------------------------Jean-Etienne Auguste Massol.

Derde man v/h volk ------------------------bas ----------------------------------------------Alexis Dupont.

Congregatielid ------------------------------bas ----------------------------------- Charles-Louis Pouilley.

Majordome -----------------------------------bariton -----------------------------François-Alphonse Hens.  

Akt. 1

Een plein in Konstanz, ten tijde van het concilie. Rechts een katherdraal en links een rij winkels waaronder een goudsmid, werkplaats van de jood Eléazar. In de kerk wordt een " Te Deum " gezongen, tergelegenheid van de overwinning van de Prins Leopold op de Hussieten.

Iemand op straat ergert zich dat de goudsmid  in zijn werkplaats doorwerkt. Leopold loopt vermomd door de stad die in feeststemming is omdat de keizer de stad zal bezoeken, tijdens het concilie dat alle christenen in één enkel geloof moet verenigen. Het volk verlaat in feeststemming de kerk en de provoost Ruggiero leest een decreet voor waarin een feestdag wordt aangekondigd. Hij is verontwaardigd  het gehamer in Eléazars werkplaats te horen en laat de bewoners naar buiten komen. Het zijn Eléazar en diens dochter Rachel. Ruggiero wil hen straffen maar plotseling verschijnt de kardinaal van Brogni, de voorzitter van het concilie. Hij herkent Eléazar die hij te Rome heeft ontmoet voor hij tot de kerk toetrad, Brogni was toen een hoog geplaatste ambtenaar van Rome. Terwijl hij op reis was, hadden de Napolitanen de stad aangevallen en in brand gestoken waaronder ook het huis van Brogni. Bij zijn thuiskomst bleken zijn dochter vermist te zijn . Hierdoor was de Brogni gedreven om het priesterschap aan te nemen. De kardinaal pleit voor vergevingsgezindheid in zijn aria: ( " Si la rigeur et la vengeance "), en stelt de joden terug in vrijheid.

Leopold is incognito in de stad gekomen, waar hij als triomfator verwacht wordt. Omdat hij verliefd is geraakt op Rachel en nader kennis wil maken. Hij neemt de joodse identiteit aan als Samuel. Nu het plein verlaten is, brengdt hij haar een serenade: ( " Loin de son ami vivre sans plaisir "). Rachel nodigt hem uit om die avond te komen eten , wanneer ze hun paasfeest vieren. 

De overwining wordt nu op het plein gevierd door het volk. Eléazar en Rachel hebben zich ook naar buiten gewaagd en hebben hun toevlucht gezocht in het portaal van de kathedraal. Daar worden ze ontdekt door Ruggiero die het volk tegen hen opzet. Men wil hen in het meer werpen, maar Leopold komt tussenbeide. Deze wordt door Albert herkend die direct de soldaten beveelt zich terug te trekken en de joden met rust te laten. Rachel is verontwaardigd over plotse omwenteling. De akte sluit met een groots ensemble en de verwelkoming van de keizer.

Akt 2.

Ten huize van Eléazar. Deze voert het Paasfeest aan met een gebed :( " Odieu, dieu de mon pères " ) waarbij hij de vervloeking uitspreekt voor wie hen mocht veraden. Het paasbrood wordt gedeeld, maar Leopold laat  zijn stuk ongemerkt vallen. Dat denkt hij tenminste, maar Rachel heeft het gezien. Eléazar heeft een tweede gebed: ( " Dieu, que ma voix tremblante ") en daarop wordt er op de deur geklopt. De rituele schalen en kandelaars worden snel weggestoken  en de joden verlaten het huis langs de achterdeur. Eléazar gebiedt Leopold om te blijven. Het blijkt een nachtelijk bezoek van de prinses Eudoxie, Leopolds vrouw, die een kostbare halsketting komt kopen, waar zij haar man mee wil verrassen na zijn terugkomst.

Leopold is vol wroeging over zijn valsheid, trio: ( " Tu possedes,dit ou ") . Terwijl Eléazar Eudoxie uitgeleide doet, vraagt Rachel Leopold rekenschap over zijn gedrag tijdens het paasfeest. Hij zegt dat hij haar dit niet zo terloops kan zeggen, maar dat hij  haar rustig en alleen moet spreken. De scène eindigt met een trio tussen, hen beiden en Eléazar, dat gebaseerd is op de vloek uit het gebed. ( " Si trahisson ou perfide " ) . Rachel wacht vol spanning en bange voorgevoelens de terugkomst van Leopold af. Romance: ( " Il va venir " ) Als hij komt, geeft hij toe dat hij haar bedrogen heeft en een christen is. Rachel is verontwaardigd, maar Leopold verzekert haar dat hij haar voorgelogen had een jood te zijn uit liefde voor haar. Duet: ( " Lorsque a toi je me suis donnée ) Rachel laat zich overreden met hem te vluchten, maar Eléazar verspert hen de weg. Deze denkt nog altijd dat Leopold de jood Samuel is, maar begrijpt in ieder geval dat deze zijn dochter wil verleiden. Hij zegt zelf dat hij Leopold doodgeslagen zou hebben als hij geen jood geweest was, waarop Leopold hem uitnodigt hem te slaan, daar hij een christen is. 

Rachel zegt dat zij zelf ook schuldig is en smeekt hem om vergeving aria : ( " Pour lui, pour moi, mon père ") . Eléazar zwicht voor dit pleidooi en zegt dat Leopold haar dan maar moet trouwen. Die weigert echter, omdat hij al getrouwd is. De akte eindigt met een trio waarin Eléazar hem vervloekt. Trio: ( " Chretien sacrilège ") . En Rachel valt bewusteloos aan hun voeten.

Akt.3

In de vertrekken van Eudoxia's paleis zingt ze de aria: ( " je l'ai revu, j'ai pu lui dire " ) waarin ze haar geluk uitzingt over de hereniging met haar man. Rachel komt haar vragen om al is het maar voor een dag , haar slavin te mogen zijn. Het doel dat ze daarmee beoogt is in het paleis de identiteit van Leopold uit te zoeken, en zich zo mogelijks te wreken. Leopold komt binnen en herkent Rachel die juist het vertrek verlaat. Eudoxia vraagt hem niet kwaad te zijn omdat zij dit meisje buiten hem om in dienst genomen heeft. Bolero: ( " Mon doux Segnieur et maitre " ) Deze scéne wordt meestal geheel weggelaten waardoor deze akte begint in de tuinen van het paleis, waar feest gevierd wordt ter ere van Leopolds overwinning. Dit is de ideale plaats voor het officiële ballet, dat in de Franse " Grand Opera " nooit mag ontbreken.

Eléazar en Rachel komen de ketting brengen die Eudoxia besteld heeft. Zij vraagt Leopold voor haar te knielen  en hangt haar gemaal de ketting om. Nu pas weet Rachel wie Leopold eigenlijk is. Ze rukt de ketting af en klaagt hem aan voor de zonde dat hij zich als jood heeft uitgegeven. Het gezelschap is roerloos van schrik en ontzetting sextet. ( " Je frissonne et succombe ") . Eléazar vraagt sarcastisch of de wetten alleen van toepassing zijn op de joden. Daar Leopold zwijgt en daardoor zijn  schuld toegeeft, spreekt Kardinaal Brogni de banvloek over hem uit en over de twee joden aria: ( " Malédition, vous qui du dieu vivant") .  

 Akt.4

In de kerker doet Eudoxie een laatste poging om Leopolds leven te redden, die samen met Rachel en Eléazar ter dood veroordeeld is. Ze smeekt Rachel haar aanklacht tegen Leopold in te trekken. Deze weigert aanvankelijk, maar geeft dan toch toe, zeggend dat ze zal tonen grootmoediger te zijn dan de christenen. Hierna komt de kardinaal Rachel bezoeken. Hij bezweert haar het christendom aan te nemen en zo haar eigen leven te redden . Rachel weigert dit. Brogni laat nu Eléazar bij zich komen en poogt hem te overreden zijn geloof te verloochenen om zo Rachel te redden. Duet: ( " Ta fille en ce moment ") . Deze wijst dit af. Hij zegt de kardinaal, dat hij te Rome was toen diens huis verwoest werd en te weten dat zijn dochter door een jood werd gered. Hij weet zelfs waar ze is, maar het is zijn wraak dit geheim mee te nemen . Vergeefs tracht Brogni op zijn gemoed te werken om hem het geheim te vertellen, duet: ( " Ah, j'implore en tremblant ") . De kardinaal gaat uiteindelijk weg en Eléazar vraagt zich af of hij goed gehandeld heeft. Dit is het moment om zijn grote aria te zingen : ( " Rachel quand du Seigneur ") . Hij weifelt of hij toch niet of hij toch niet het leven van zijn stiefdochter zal redden. Het wraakzuchtige gehuil van het gepeupel buiten roept echter zijn wraakgevoelens weer op en in de caballetta van de aria: ( " Dieu m'eclaire, fille chere ") neemt hij zich voor dat hij Rachel aan hun woede zal offeren. 

Akt.5

Op het plein voor de kathedraal staat een schavot gereed. Rachel en Eléazar zijn veroordeeld om in een ketel kokende olie geworpen te worden. Het schouwspel wordt door het koor met een vreugdezang aangekondigd wordt. Koor: ( " Quel plaisier, quelle joi " ) . Op een indrukwekkende en een lugubere marche funèbre worden Eléazar en Rachel voorgeleid. Ruggiero leest het doodsvonnis voor, en Eléazar is hevig verontwaardigd te horen dat Leopolds doodsvonnis is herroepen en dat hij de stad reeds heeft verlaten. Ruggiero zegt hem echter dat Rachel getuigd heeft dat hij onschuldig was. Zij herhaalt deze getuigenis nog eens in het openbaar voor het volk. Brogni verricht een laatste gebed en Rachel geeft haar vader toe dat ze bang is. Deze vraagt haar of ze wil blijven leven en gedoopt wil worden. Ze zal dan een hoge rang bekleden , maar Rachel weigert dit en wil samen met haar vader sterven.

Als Eléazar en Rachel klaar staan om in de ketel geduwd te worden , fluistert Brogni Eléazar nog een laatste wanhopige vraag toe, hem te zeggen waar zijn dochter is. Daar is zij, zegt Eléazar op Rachel wijzend, die juist op het moment in de ketel met kokende olie verdwijnt.  

Historische achtergrond.

" La Juive " was een van de grootste successen van de eerste helft van de negentiende eeuw. In vijftig jaar tijd volgden de ene voorstelling na de andere elkaar op alleen al in Parijs meer dan 500 keer. Deze opera is een typisch werk die het Franse " Grand Opera " genre vertegenwoordigt. Het werk kreeg hoge waardering door tijdgenoot componisten van Halévy zoals: Franz Liszt, Rossini, Malher en zelfs van de toen nog 14 jaar jongere Wagner die zijn opera " Rienze " in die stijl van de " Grand Opera " nog heeft gecomponeerd. 

De wereldpremière van deze opera vond plaats op 23 februari 1835 in de Opera toen nog de " Académie Royale de Musique " te Parijs. Halévy heeft " La Juive " gecomponeerd op een libretto van Eugène Scribe, die in de eerste helft van de negentiende eeuw de meest gevierde toneelschrijver was. De vraag naar zijn werken was zo groot dat hij verplicht was er een echte schrijf-organizatie op na te houden , met medewerkers waarvan de ene de verhalen bedachten en de andere weer de dialogen maakte die door Scribe zelf werden bijgewerkt en aangepast. Tot zelfs in het begin van de twintigste eeuw was Scribe een van de meest gespeelde auteurs. 

Halévy had dus een strerke troef in handen met een libretto van zo'n succesvolle schrijver. Hij begon enthousiast aan de compositie maar kende ook momenten van ontmoediging. Hij werd echter bijgestaan en aangemoedigd door zijn leraar Cheribini, maar kreeg ook de steun van de operadirecteur Véron en regisseur Duponchel en ook van de befaamde sopraan Falcon, die zijn eerste Rachel zou zingen, zelfs de grote tenor Adolphe Nourrit, zou geholpen hebben met het componeren of het schrijven van de grote aria " Rachel quand du Seigneur " ). Aanvankelijk was de rol van Eléazar voor een bariton geschreven , dit veranderde dus in de loop van het componeren en de inbreng van Nourrit. Er werden nog wijzigingen aangebracht: de plaats van de actie werd van Goa tijdens de Inquisitie naar Konstanz gebracht in de periode van het concilie in 1414. Het zou tot de zomer van 1834 duren voor het werk zijn definitieve plooi kreeg in 1835 zou het dan in première kunnen gaan.

Vanaf de jaren dertig in vorige eeuw is de opera eigenlijk een beetje in verval geraakt en vooral door het toedoen van de nazistrekkingen van WO II  waar in Nazi Duitsland deze opera verboden werd omdat het om joden ging en het antisemitisme hoogtij vierde.

Deze opera zal pas vanaf 1950 terug in ere hersteld worden en een hoogtepunt bereiken in 1973 met de vertolking van de rol Eléazar door Richard Tucker die de opera terug op het repertoire kreeg van de Metropolitan te New York.

Historische uitoeringen.

Na de première te Parijs in 1935 werd de opera voor het eerst in productie genomen in 1850 aan de Covent Garden te Londen , die opera was toen al vertoond te Gent in op 2 januari 1841. In Londen werd " La Juive " gecreëerd door de zus van de legendarische Maria Malibran, de sopraan Pauline Viardot-Garccia als Rachel en de tenor Tamberlik als Eléazar. Nourrit was toen al overleden  die had zelfmoord gepleegd te Napels in 1839. Het werk genoot een grote populariteit in Duitsland als " Die Judin " en behoorde tot het repertoire van de Metrolopitan Opera tijdens  de Duitse speelseizoenen aldaar van voor 1890, toen met Lotte Lehmann en Albert Niemann. Lotte Lehmann zong Rachel zelf in Hamburg als een van haar eerste grote successen  in 1914.

Een beroemde herneming in 1919 gebeurde aan de Metropolitan en baarde toen opzien met de tenor Enrico Caruso met zijn opmerkelijke creatie van Eléazar in een Franse versie met aan zijn zijde Rosa Ponselle  als Rachel en Eveline Scotney als Eudoxie en verder nog Orville Harold als Brogni en Leon Rothier als Leopold. In 1924 en 1936 zong Giovanni Martelli Eleazar, daar bestaat een volledige historische opname van, met respectievelijk Florence Easton als Rachel en Elisabeth Rethberg als Edoxie. In Chicago was een der grootste vertolker van Rachel Rosa Raisa. Daarna zijn de vertoningen stilaan bergafwaarts gegaan met een waar dieptepunt tijdens WO II , om in de jaren vijftig terug herwaardering te krijgen . Ironisch genoeg in Duitsland in een Duitse versie met het koor en orkest van de Hessische radio omroep onder de leiding van Kurt Schöder met Joachim Sattler, Erna Schüter, Maeia-Meta Kopp, Frans Fechringer en Otto von Rohr. Dit zou ook als een historische opname kunnen beschouwd worden  

Opvoeringen in de lage landen.

Eigenaardig genoeg vond ik voor Nederland alleen maar een voorstelling na de heropstanding en herwardering in de recente moderne speelperiode  in 2009 aan de Nederlandse Opera te Amsterdam.

Daartegenover is deze opera in Vlaanderen wel regelmatig op het repertoire gebleven met uitzondering tijdens WO II. Er was reeds een eerste opvoering in het Frans aan de Opera van Gent in 1841 met Hélène Crundell als Rachel, Bizot als Edoxie , Espinasse als Eléazar, Louis Lacroix als Brogni, Jourdheuil als Leopold en St.-Aubin als Ruggiero. In 1887/88 was er zelfs een  reuzeproductie met in de eerte akt een stoet van 150 figuranten en 10 paarden. In het speelseizoen  1964/65 was de première met de legendarische Tony Poncet als Eléazar en Lia Rothier als Eudoxie, Geri Brunin als Rachel en Wierzsbicki als Brogni. Deze voorstelling werd op Lp opgenomen en uitgebracht en is waarschijnlijk de eerste franstalige volledige opgenomen versie. Deze productie werd in 1968 nog eens overgedaan met dezelfde bezetting alleen Jacqueline Dulac als Eudoxie, Jef Van den Berghe als Ruggiero en Stany Bert als Leopold met terug Tadeusz Wierzsbicki als de kardinaal. Deze voorstelling was een ware triomf, Poncet heeft zijn grote aria " Rachel quand du Seigneur "niet minder dan drie keer moeten overdoen en kreeg na de voorstelling ontelbare open doekjes ( zo stond het in de krant ) maar ik was er bij en heb ze geteld er waren er niet minder dan 18 ook het ganse gezelschap deelde in de triomf. Dit is zo één van de supervoorstellingen die je waarschijnlijk maar eens in je leven meemaakt.

Ik vind te Gent van 1841 tot 1973 een totaal van 234 vertoningen  waarvan één voorstelling in het Italiaans. Merkwaardig is nog dat het ballet in een speciale voorstelling op 4 maart 1841 gedirigeerd werd door de componist Franz Liszt.

In de moderne tijden waar de regie een belangrijkere rol gaat spelen t.o.v. de muzikale leiding van de dirigent en de vertolkers  is men sterk de regie beginnen moderniseren  om de opera in onze eigentijd te laten plaatsgrijpen of te willen verwijzen naar de jodenvervolging tijdens de WO II zodat de handelingen eigenlijk niet meer beantwoorden aan  de intenties van de componist, als men van deze opera en tirolerfeest gaat maken of laat afspelen in een fabriek waar  men bomgordels gaat produceren  om naar het huidige terrorisme te verwijzen is het voor mij genoeg geweest en hoeft het niet meer, ook als is het orkest en de zangprestatie top.

De toptien van Eléazars.

1 )Tony Poncet 1964 (Fr.)

2) Sesari Venzanni 1928 (Fr.)

3) Louis Morrison 1925 (Vl.)

4) George Till ( Fr.) 1936

5) Josef Smidt (D.) 1933

6) Roberto Alagna (Fr.) 1997

7) Richard Tucker (Am.) 1973

8) Theo Beets (Vl.) 1931

9) Giovanni Martelli (It.) 1936

10) Enrico Caruso (It) 1919

Van deze top tenoren zijn opnames beschikbaar de rangschikking en is  mijn persoonlijke mening.

Onder de moderne opvoeringen vinden we.  

1) De Weense Staatsopera  - Wenen 1999

2) Metropolitan Opera - New York 2003 . Productie met Neil Shicoff speelt af in de huidige tijd in Tirol.

3) Teatro La Fenice , te Venetië 2005

4) Opera de Paris , te Parijs 2007

5) Zürich Opera House, Zurich in 2007

6) Staatstheater Stuttgart, te Stuttgart 2008

7) De Nederlandse Opera, Amsterdam 2009

8) Opera Tel Aviv, te Tel Aviv 2010

9) Göteburg Opera, te Göteburg 2014

10) Opera Vlaanderen , te Gent en Antwerpen  in 2015 heeft met deze productie de " Internationale Award gewonnen voor de " Beste Productie " van het jaar 2015 

Discografie en de historische opnames.

Van de grote tenor aria " Rachel quand du Seigneur " zijn er honderden fragmenten opnames beschikbaar. Iedere tenor die zichzelf respecteert zet deze aria op plaat of Cd, er zijn maar 11 complete opnames beschikbaar van deze opera.

1) De oudste en dus de meest historische opname van 1936 aan de Memotropolitan onder de leiding van Geatano Merlo met Giovanni Martinelli als Eleazar, Elisabeth Rethberg als Rachel en Louis d'Angelo als de Brongi. Reeds op CD SRO 8481 (live opname 1936)

2) De legendarische opname van de voorstelling aan de Koninklijke Gentse Opera 1964 met de fort-tenor Tony Poncet als Eléazar, Geri Brunin als Rachel, Lia Rothier als Eudoxie en Tadeusz Wierzsbicki als de kardinaal. Op LP. Melodran 169 ( 3LP's) 1964

3) 1973 aan het Royal Opera House Covent Garden Londen met Richard Tucker als Eléazar, Michel Le Bris als Eudoxie , Yasoko Hayashi als Rachel en David Gwynne als de Brogni. Raritas Legato Classics LCD 120( 2 CD's live opname)1973.

4) De recentste op DVD van 2003 aan de Wiener Staatsopera onder Vjekoslav Sutej met Neil Shicoff als Eléazar, Krasimiro Stoyanova als Rachel, Simina Ivan als Eudoxie en Walter Fink als de kardinaal. op DGG 00440 073 4001 ( 2DVD's ) live opname 2003 

 

Tadeus Wierzbicki

Een opname van de legendarische voorstelling aan de Koninklijke Opera van Gent in 1964 van de opera " La Juive " van Halévy met in de hoofdrollen Tony Poncet als Eléazar en de Poolse bas Tadeusz Wierzbicki als de kardinaal " De Brogni ".

Tony Poncet (1919-1979)

Tony Poncet met de grote aria van Eleazar uit " La Juive ".

De super top voorstelling van " La Juive " aan de Koninklijke Opera van Gent op 1 december 1968.

De recessie van deze operavoorstelling uit de krant van december 1968.
Ik heb deze voorstelling beleefd, dit blijft voor altijd in je geheugen gegrift. Ik was toen 19 en heb de open doekjes geteld het waren er 18 tot hij zijn grote aria heeft gebist. Het applaus duurde meer dan 20 minuten en was letterlijk een staande ovatie nooit eerder meegemaakt.

Tony Poncet als Eléazar in de opera " La Juive " 1968.

" La Juive " Halévy

Uitvoering aan de Weense staatsopera onder de leiding van Vjekoslav Sutej met Neil Shicoff als Eléazar en Krasimiro Stajanova als Rachel. 2003

De toptien van de tenoren voor de grote aria van Eléazar " La juive "

https://www.youtube.com/watch?v=cNEf5PQj2PU Roberto Alagna 1997

https://www.youtube.com/watch?v=xASOyyZhNFs  Richard Tucker 1973 

https://www.youtube.com/watch?v=_jc0_aoeAJM Enrico Caruso 1920

https://www.youtube.com/watch?v=6mVo3VyDdtA Neil Shicoff 2003

https://www.youtube.com/watch?v=a56bQbXKbM8 Theo Beets 1931 

https://www.youtube.com/watch?v=JyHmOYtYUYk Georges Till 1936

https://www.youtube.com/watch?v=QqbRt72i1VY  César Vezanni 1928

https://www.youtube.com/watch?v=Mz1TOs1__4A Franco Bonisolli 1970

https://www.youtube.com/watch?v=dEEFDJ7B8Ic Banjamino Gigli 1946

https://www.youtube.com/watch?v=zNihjrloAQs Josef Smidt 1931 in het Duits gezongen.

Ik heb hier een top tien van tenoren voorgesteld die ooit " La juive " vertolkt hebben van Luis Morrisson en Giovanni Martelli waren de video's op Youtube niet of nog niet beschikbaar je kan op iedere Link klikken de volgorde bepaal je zelf naar Uw smaak.