OBERTO , Conte di San Bonifacio

Inleiding.

Het was de eerste opera van Verdi in twee bedrijven op een Italiaans libretto van Solera. Dat was gebaseerd op een reeds vroeger bestaand libretto of boek van Piazza dat waarschijnlijk de naam droeg van een al vroegere versie van de opera Rocester. Die is echter nooit opgevoerd, de uitvoering was voorzien voor Parma in 1837. Door omstandigheden is dit werk in de vergetelheid geraakt en dus spoorloos verdwenen. Oberto zou dus een tweede herwerkte versie zijn, die in première zou gaan aan de Scala, op 17 november 1839 met in de hoofdrol Guiseppina Strepponi ( Verdi's tweede vrouw ).

 

Rolverdeling                                          Stem                                   Eerste Cast.

Oberto, graaf van San Bonifacio - Bas - Ignazio Marini

Leonora, zijn dochter - sopraan - Guiseppina Strepponi

Cyniza, zus Ezzelino da Romano - mezzo-sopraan - Mary Shaw

Riccardo,graaf van Salinguerra - tenor - Lorenzo Salvi

Imelda, Cuniza's hofdame - mezzo-sopraan - Marietta Sacchi

Tijd: 1228

Plaats: Noord Italië

AKT. 

1° Toneel :  Het landschap in de buurt van een kasteel bij  Bassano.

Riccardo wordt verwelkomd voor een huwelijksfeest van Cuniza. Hij zingt zijn aria ( Son fra voi Gia sorto é il giorno...Gia parmi udire il fremito ! ). Voor ze het kasteel binnen gaan, komt Leonora, die vroeger door Riccardo verleid werd, het feest verhinderen. Zij zingt over haar liefde die ze voor hem had. Ze wil zich wreken omdat haar vader Oberto haar heeft verstoten. Aria ( Sotto il poterno tetto...oh potessi nel mio kern) . Ondertussen verschijnt ook haar vader Oberto ten tonele en verzoent zich met zijn dochter in een duet. 

2° Toneel: een kamer in het paleis van Ezzelino.

Het koor zingt een verwelkoming voor Riccardo en zijn bruid Cuniza. Zij heeft enigzins voorgevoelens ondanks haar liefde voor hem. Zij bezingt dit in een aria ( Questa gioia che il petto minnonda) .De vreugde die haar overstelpt, is vermengd met mysterieuze angst. Leonora komt op en wordt ondervraagd door Imelda, de hofdame van Cuniza. Leonora vertelt over het verraad van Riccardo en dat Oberto ook naar het paleis komt. Zij vertellen dit aan Cuniza. Oberto die verdekt is opgesteld, komt op het moment dat Riccardo binnenkomt te voorschijn en samen met Leonora en Cuniza beschuldigen ze Riccardo van ontrouw. Oberto daagt Riccardo uit tot een duel.

Akt 2. 

3° Toneel: privévertrek van de Princes.

Cuniza is alleen met Imelda, en een bediende komt zeggen dat Riccardo zijn meesteres wil spreken. Cuniza betreurt de liefde die ze had voor Riccardo in de aria: ( Oh, chi torna l'ardente pensiero) en zij stelt Riccardo voor haar eer te redden door terug met Leonora te trouwen.

4° Toneel: een afgelegen plek nabij de kasteeltuin .

Hovelingen verzamelen en drukken hun sympathie uit voor de benarde toestand waarin Leonora zich bevindt. Als ze weggaan, komt Oberto op, wachtend op zijn rivaal Hij bezingt zijn wraak in de aria ( L'orror del tradimento ). De hovelingen komen terug om hem te vertellen dat Cuniza bemiddeld heeft en dus niets te vrezen heeft voor Riccardo. Maar Oberto zint nog steeds op wraak . Als Riccardo opkomt, gaat Oberto met hem in duel. Het duel wordt snel onderbroken door Cuniza en Leonora. Cuniza staat er op dat Leonardo en Riccardo zich verzoenen om tot een huwelijk over te gaan. Oberto is vast besloten zijn rivaal te bestrijden en overhaalt Riccardo om Oberto te ontmoeten in het bos.

Buiten de scène speelt zich het duel verder af, het wapengekletter is te horen. Als Riccardo terug opkomt, realiseert hij zich dat hij Oberto heeft vermoord en zingt de aria: ( Ciel che feci) . Hij is vervuld met wroeging. God wat heb ik gedaan. Leonora ligt uitgestrekt op de grond bij het lijk van haar vader. Er komt een brief van Riccardo dat hij in ballingschap gaat en al zijn bezittingen aan Leonora overlaat. In al haar verdriet kondigt Leonora aan dat ze het klooster zal binnentreden.

Historische opnames.

Oberto is de eerste bewaardgebleven opera van Verdi, ondanks dat men er van uitgaat dat er nog een vroegere versie (1837) heeft bestaan die nooit is opgevoerd, en waarvan de manuscripten verloren zijn gegaan. Het was zijn eerste opera die in de Scala van Milaan een matig succes heeft behaald. Maar de Scaladirectie vond dat de jonge componist toch verdiende om een paar nieuwe opdrachten toe te vertrouwen.

Ondanks het succes is deze opera niet veel opgevoerd en zo vlug in de vergetelheid geraakt, het is pas ter gelegenheid van de eeuwfeesten in verband met het geboortejaar van Verdi in 1913 dat de opera terug van onder het stof is gehaald. Companini voerde het werk terug op in Parma.

Bij de volgende Verdifeesten in 1951 werd het weer aan de Scala opgevoerd.

1) De allereerste opname dateerd van 1951 met als cast:

   Guiseppe Modesti - Maria Vitale - Elena Nicolai - Gino Bonelli - Dir. Alfredo Simonetto -

   koor en orkest van Rai Torino onder de leiding van Simonetto .

 Deze opname kan volledig beluisterd worden op mijn facebook tijdlijn. Een viertal traks

 worden aangegeven als suggestie.

 2) een latere opname dateerd van 1983 met als cast:

   Rolando Panerai - Ghena Dimitrova - Ruza Baldini - Carlo Bergonzi - Dir. L.Gardelli

   koor en orkest Beierse radio Symfonie orkest.

   Audio CD: Orpheus ASIN:B000005980

3) Een volgende opname dateert van 1997 met als cast:

   Samuel Ramey - Maria Guleghina - Violetta Urmana - Stuart Neill - Dir.Sir.Neville Marriner

   Koor en orkest: Acadmey of St.Martin in the Fields.

   Audio CD: Philips Classics Cat: 454 472-2

4) Een laatste is een DVD opname van 2007 met als Cast:

   Ildar Abdrazakov - Evelyn Herlitzius - Marianne Cornetti - Carlo Ventre - Dir. Yves Abel

   Koor en orkest: Sinfonica del Pricipado de Asturias en Opera Bilbao.

   DVD:Opus Arte Cat: OA 0982 D

Opmerking:  Momenteel zijn er 8 verschillende opnames bekend die op internet

                 geregistreerd staan.

 

" Oberto " van Verdi.

" Oberto Cinti di San Bonifazio " een live uitvoering van de productie te Bilbao . 2007

Scéne uit de DVD opname " Oberto " 2007 Lorenzo Salvi als Riccardo

Scéne uit de tweede Akt van Opera " Oberto " met Leonora en Cuniza

  • Lorenzo Salvi 1810 - 1879

    Italiaans operatenor geboren op 4 mei 1810 te Ancora en overleden op 16 januari 1979 te Bologna. Hij bouwde een grote internationale opera carrière op halfweg de 19° eeuw. Hij vertolkte vele hoofdrollen in Verdi en Donizetti-opera's waaronder een aantal wereldpremières.

    Salvi studeerde bij Bonaccini in Napels voor zijn proffesioneel operadebuut als Cam in de wereldpremiére van Donizetti's " Il Diluvio iniversale " op 28 februari 1830 in het theater " San Carlo" . Er volgden enkele optredens in Zandar tussen 1830 -1831. Hij werd lid van het vaste gezelschap in het theater Valle te Rome waar hij toonaangevende tenorrollen vertolkte onder andere in de titelrol van Rossini's " Otello " naast de wereldvedette Maria Malibran in 1832 in 1833 de wereldpremière in Donizetti's " Il Furiosa all'isola di San Domingo ".

    In de komende twee decennia zou hij één van de grootste tenoren van Italië worden met hoofdrollen in de belangrijkste grote Operahuizen in Italië. Hij zong premières in twee Donizetti opera's " Betly " te Napels 1836 en " Gianni di Parigi " aan de Scala 1839 en " Oliverio in Adelia " aan de Apolo in 1841.

    Van 1836 tot 1840 oogstte hij een aantal successen aan het theater Carlo Felice en vooral een bijzondere triomf in de rol van Arnold in Rossini's " Willem Tell " 1840. Tussen 1839 en 1842 zong hij als eerste tenor aan de Scala in de wereldpremières van de eerste Verdi opera " Oberto " 1839 en " Un Giorno di Regno " 1840. De volgende Scala hoogtepunten waren in Federico Ricci's " Un Duello sotto Richelieu " 1839 en in de rol van Tonio in Donizetti's " La Fille du regiment " 1840 .

    In 1843 begonnen zijn eerste optredens in Frankrijk aan het theater Italien als Edgardoin in Donizetti's " Lucia Di Lammermoor "en Riccardo in Donizetti's "Maria di Rohan ". Van 1847 tot 1850 zong hij als jaarlijkse gast artiest in het Royal Opera House op Covent Garden te Londen. Ook Bellini opera's kwamen aan de beurt .

    Vanaf 1850 maakte hij ook operatrips door Noord-Amerika. In 1851 was er een lange tournee door de Verenigde Staten met de geprezen Zweedse sopraan Jenny Lind. Hij vertolkte ook het eerste volkslied van Mexico op 15 september 1854.

    Salvi was getrouwd met de Italiaanse sopraan Adelina Spech-Salvi, ook zij had een belangrijke zang carrière. Na hun afscheid aan het podium verhuisden ze naar Bologna waar ze werkten als zang leraar en pedagoge. Salvi stierf in Bologna in 1879 op de leeftijd van 68 jaar.

  • Guiseppina Strepponi 1815-1897

    Clelia Maria Josephina Guiseppina Strepponi geboren op 8 september 1815 en overleden op 14 november 1897 was in de 19° eeuw een Italiaanse sopraan van aanzien en grote bekendheid. Ze was de tweede vrouw van componist Guiseppe Verdi waar ze mee gehuwd was sinds 1859. Zij wordt dikwijls gezien als de basis van Verdi's groot succes in het begin van haar carrière omdat zij verschillende belangrijke rollen vertolkte in vroegste opera' " Oberto en Un giorno di Regno ", en vooral de grote rol van Abigaile in zijn " Nabucco". Hij had die rol speciaal voor haar stemberijk gecomponeerd 1842 . Zij vertolkte ook rollen in opera's van Bellini , Donizetti , en Rossini.

    Ook Donizetti schreef de titelrol van zijn opera " Adelia " voor Strepponi. Ze had een heldere doordringende maar soepele stem met een uitstekende techniek, mooi voorkomen en een indrukwekkende présance . Ook haar diep innerlijk gevoel werd geprezen.

    Strepponi is geboren in de regio Lodi in Lombardije van Italië. Ze was het oudste kind van Rosa Cornalba en Feliciano Strepponi die organist was in de Monza Kathedraal en een succesvol componist. Haar eerste lessen in de muziek waren van haar vader, die waren gericht op het piano spelen. Na de dood van haar vader 1832, studeerde ze zang aan het conservatorium te Milaan, waar ze de eerste prijs haalde in Belcanto in haar laatste jaar 1834.

    Strepponi maakte haar eerste professionele operadebuut in december 1834 als Adria in Luigi Ricci's " Chiara di Rosembergh " in het Orfeo theater. Haar eerste succes was in 1835 aan het theater Grande in Triëst door het zingen van de titelrol in Rossini's " Matilde di Shabran ". Dit succes leidde naar tal van grote operahuizen in Italië met heel wat belangrijke opdrachten. Guiseppina werd al snel de belangrijkste kostwinner in haar familie. In de zomer van 1835 ging ze naar Oostenrijk om Adalgisa te vertolken in Bellini's " La Norma " en Ammina in Bellini's " La Sonnambula " aan het theater te Wenen. Ze was zeer getalenteerd maar zou na 1835 nooit meer optreden buiten Italië.

    Kort na haar terugkeer in Italië in 1836 begon ze een relatie met tenor Napoleone Moriani, wat leidde tot twee buitenechtelijke kinderen. Moriani en Strepponi stonden vaak samen op het podium tijdens de laatste jaren dertig en de vroege jaren veertig van de 19° eeuw. Meestal in opera's van Bellini en Donizetti. Strepponi wisselde Moriani in voor een relatie met de manager van de Scala Bartolomeo Merelli. Deze relatie resulteerde in een andere onwettige zoon en duurde slechts een paar jaar.

    Strepponi werd een beroemdheid en werkte koortsachtig met een fanatiek enthousiasme de ene voorstelling na de andere af. Met rollen in " La Gazza Ladra - I Puritani - La Cenerentola " trok ze door Italië.
    Ze maakte haar debuut aan de Scala ter vervanging van Antoniette Marini-Ranieri, die niet geschikt gevonden werd voor de rol van Leonora in de eerste productie van Verdi's eerste opera " Oberto ". Strepponi vertolkte sterk en met de productie haalde Verdi zijn eerste succes. De andere opmerkelijke rollen waren Elaisa in Saverio Mercandante's " Il Guiramento, " Adina in Donizetti's " L'elisir d'amore " en Sandrina in Luigi Ricci's " Una'avventura di Scaramuccia "
    Strepponi bleef begin de jaren 1840 een zeer populaire en geprezen sopraan. Ze vertolkte tientallen grote rollen van Rossini, Donizetti, Verdi en vele anderen. Haar belangrijkste rol was deze van Abigaile in Verdi's " Nabucco", die ze bracht in alle grote operahuizen van Italië.
    Rond 1844 kreeg ze grote vocale problemen, waarschijnlijk veroorzaakt door haar niet aflatende uitvoeringsschema wat cumuleerde in een rampzalige voorstelling in het seizoen 1845, waar ze door het publiek werd uitgejouwd. Haar stem heeft nooit meer de kracht terug gevonden van weleer. Ze heeft na haar pensioen in 1846 nog sporadisch een concert gegeven.

    In 1846 verhuisde ze naar Parijs en gaf er zangles. Ze kwam voor het laatst op het podium op de Commedie-Italienne maar zonder succes. Verdi kwam naar Frankrijk in 1847 en bouwde een romantische relatie op met Giuseppina en zij zou voor de rest van zijn leven zijn partner blijven , ze zijn wettelijk getrouwd in 1859 te Genève. Ze zou Verdi voor de rest van zijn carrière bijstaan . Hun huwelijk was gelukkig en Verdi werd diep getroffen door haar dood in Santa ' Agata, nabij Busseto in 1897. Verdi zelf zou vier jaar later overlijden in 1901

  • Inganzio Marini 1811- 1873

    Italiaanse bas geboren in Taggliuno 28 januari 1811 - overleden op 29 april
    1873, was tijdgenoot en vriend van Guiseppe Verdi van wie hij verschillende werken op het podium heeft gecreëerd.

    Hij kwam uit een rijke familie en was de tweede van acht kinderen. Vader wilde dat hij voor priester zou leren en stuurde hem naar het seminarie. Hij is daar nooit terecht gekomen, maar in plaats daarvan heeft hij zich ingeschreven aan de Universiteit van Piave , hij wilde ingenieur worden , maar ontdekte muzikaal talent te hebben op 21 jarige leeftijd. Zijn stem werd door verschillende bekende artiesten ontdekt,die hem adviseerden theater en zang te studeren.

    Hij studeerde zang bij verschillende zangpedagogen: Joseph Pontiroli, Jerome Fiorini, Heliodorus Bianchi ,Francesco Comencini. Zijn eerste publieke debuut was een concert op 16 januari 1932. Zijn echt operadebuut had plaats in dat zelfde jaar in het Groot Theater Brescia
    met twee opera's : Dido verlaten door Saverio Mercandante en de Arabieren in Gallië van Giovanni Pacini. Na enkele weken optreden in theaters in Italië maakte hij zijn debuut in 1833 aan de Scala van Milaan . Hier heeft hij enkele zangstages moeten verwerken voor hij in de grote operawerken werd ingeschakeld. De meeste van de zangers aan de Scala hadden al jarenlang training en ervaring achter de rug.

    Marini trouwde op 17 maart 1834 met de sopraan Antoinette Raineri . Zij hadden twee kinderen maar zouden later scheiden.

    Na 1836 begon zijn Internationale carrière en ging hij toen ook naar Wenen, Madrid, Londen en New-York, Mexico, Moskou, St.Petersburg en vele Italiaanse theaters waar hij werken van Verdi, Rossini, Bellini, Donizetti, Mozart en nog anderen opvoerde.

    In 1869 ging hij met zijn dochter Elvira als pianiste op tournee. In Madrid zou hij Otello van Rossini creëren . Door een longontsteking moest hij worden vervangen. Hij is wel van deze longontsteking genezen. Hij heeft dan toch zijn rol in Otello vertolkt maar het werd zijn laatste publieke optreden. Zijn gezondheid ging achteruit. Hij is echter blijven leven voor het theater maar nu als regisseur. In 1870 ging hij naar Egypte samen m et zijn dochter. Hij zou er het ganse jaar werken als regisseur voor het seizoen 1870-71.

    Hij is overleden te Milaan op 29 april 1972 op 62 jarige leeftijd.

  • Marietta Sacchi.

    Italiaanse sopraan actief van 1820 tot 1939 . Ze vertolkte voornamelijk comprimario en soubretterollen, in Opera's van Bellini , Rossini , Donizetti , Pacini , Ricci, en Guiseppe Verdi haar laatste optredens aan de Scala waren in de wereldpremière van Verdi's Oberto ( Cuniza)

Giusseppina Strepponi 1940

Lorenzo Salvi 1840

Giuseppina Strepponi 1865

Guiseppina Streponi 1890